Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN9957

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
13-10-2010
Zaaknummer
350375 CV EXPL 09-4035
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kennelijk onredelijk ontslag? Antwoord: Nee. Opzetten concurrerende onderneming. Privé-mails tussen ontslagen werknemer en derde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0823
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Vonnis d.d. 7 juli 2010

Zaak/rolnr.: 350375 CV EXPL 09-4035

Typ.: AP

I n z a k e

[eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie],

wonende te [woonplaats],

gemachtigde: mr. J.L.J.E. Koster,

eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOCO INTERNATIONAL BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gemachtigden: mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh en mr. K. Huibregtse,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie.

Partijen worden verder genoemd: [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] en Doco.

1. Het verloop van de procedure

Er wordt recht gedaan op de volgende stukken:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;

- de conclusie van repliek tevens antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek, tevens repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie;

- de akte houdende producties ten behoeve van het pleidooi zijdens [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie];

- de pleitnota van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie];

- de pleitnota van Doco.

Daarna heeft de kantonrechter vonnis bepaald en de uitspraak daarvan nader bepaald op heden.

De inhoud van alle stukken geldt als hier ingelast.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gaat de kantonrechter uit van de navolgende vaststaande feiten.

2.1 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] is op 1 januari 2006 bij Doco in dienst getreden als algemeen directeur.

Voorzover relevant bepaalt de arbeidsovereenkomst:

“Artikel 9: Concurrentiebeding

Art. 9.1

Het is werknemer verboden om gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst (…) direct danwel indirect, in enigerlei vorm een onderneming, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te (doen) vestigen of te (doen) drijven, danwel in welke vorm dan ook, direct danwel indirect financieel belang bij/in een dergelijke onderneming te hebben, of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard dan ook te hebben.

(…)

Artikel 10: Relatiebeding

10.1 Het is werknemer verboden om gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst (…) relaties en/of opdrachtgevers van de werk-gever (…) alsmede voor bedrijven of personen die nauw verbonden zijn met relaties en/of opdrachtgevers van de werkgever (…) –direct of indirect- te benaderen en/of met hen –op welke wijze ook- zaken te doen en/of contacten te onderhouden.

(…)

10.3

Het is werknemer verboden om gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst (…) direct of indirect personeel van de werkgever (…) ertoe te bewegen indienst te treden bij (een onderneming van) de werknemer danwel bij een andere werkgever.

(…)

Artikel 11: Geheimhouding

Artikel 11.2

Het is werknemer verboden zowel gedurende de dienstbetrekking als na beëindiging daarvan, op enigerlei wijze, direct of indirect, in welke vorm ook, aan derden enige mededeling te doen omtrent enige bijzonderheid betreffende of verband houdende met de onderne-ming van werkgever.

(…)

Artikel 16 Overige bepalingen

Indien het dienstverband van de werknemer, om welke reden dan ook, behoudens aantoonbaar disfunctioneren van werknemer, op initia-tief van de werkgever wordt beëindigd voorafgaande aan het 65ste levensjaar van de werknemer, (…) dan verplicht de werkgever zich om aan werknemer te voldoen een éénmalige uitkering ter hoogte van het salaris dat de werknemer zou verdienen tot aan het 65ste levensjaar (…).”

2.2 Op 17 januari 2009 heeft [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zich arbeidsongeschikt gemeld bij Doco.

2.3 Bij brief van 29 januari 2009 is [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] het voornemen meedegedeeld dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] met ingang van 31 januari 2009 zou worden ontslagen op staande voet. In deze brief staat:

“Onderzoek heeft uitgewezen dat u samen met uw schoonzoon, de heer [schoonzoon] (…) bezig bent en voorbereidingen treft om een vennootschap in Hong Kong op te richten die direct concurrerende activiteiten met Doco International en de Doco Groep ont-plooit.”

De redenen voor het voorgenomen ontslag op staande voet worden in de brief genoemd als de concurrerende activiteiten en de verstoorde arbeidsverhouding. Over deze laatste reden wordt in de brief geschreven:

“De ontdekking van het feit dat u concurrerende activiteiten ontplooit is voor cliënte ook de spreekwoordelijke druppel geweest die de emmer heeft doen overlopen. De arbeidsrelatie tussen u, [statutair directeur] en Doco Beheer BV (…) was al langere tijd verstoord en uw positie binnen de Doco Groep is thans door uw handelen in zijn geheel niet meer houdbaar geworden.”

In de brief van 29 januari 2009 wordt aan [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] de gelegenheid geboden om vóór 30 januari 2009, 12:00 een inhoudelijke reactie te geven. Dit heeft [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] nagelaten en bij brief van 30 januari 2009 is het gegeven ontslag vervolgens door Doco bevestigd.

2.4 Door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] is tijdig de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.

2.5 Bij beschikking van 20 april 2009 is door de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen voor-waardelijk ontbonden met ingang van 1 mei 2009 wegens het bestaan van een gewichtige reden. Bij deze beslis-sing is door de kantonrechter een vergoeding van EUR 50.000,00 toegekend aan [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie].

3. De vordering en de stellingen

3.1 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] vordert in conventie dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. zal verklaren voor recht dat het door Doco aan [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] gegeven ontslag op staande voet op 31 januari 2009 door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] terecht en tijdig vernietigd is en derhalve nietig is;

2. Doco zal veroordelen tot betaling van

(a) EUR 37.500,00 bruto zijnde het loon vanaf 1 februari 2009 tot en met 30 april 2009;

(b) EUR 10.000,00 bruto zijnde de vakantietoeslag van juli 2008 tot en met april 2009;

(c) EUR 24.712,53 bruto zijnde vergoeding voor 43 niet opgenomen vakantiedagen;

(d) de wettelijke verhoging over de hiervoor genoemde bedragen alsmede de wettelijke rente erover vanaf het moment van opeisbaarheid.

3. Doco zal veroordelen om aan pensioenverzekeraar Aegon een premie te betalen van EUR 12.500,00 zijnde pensioenvoorziening, binnen tien dagen na betekening van dit vonnis op verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Doco in gebreke blijft;

4. Doco zal veroordelen tot betaling van EUR 486.000,00 bruto terzake de in artikel 16 van de arbeidsovereen-komst genoemde afvloeiingsregeling, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2009;

5. Doco zal veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2 Doco betwist het in conventie gevorderde. Voorts vordert Doco in reconventie dat de kantonrechter bij von-nis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht zal verklaren dat Doco [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] op 31 januari 2009 rechtmatig op staande voet heeft ontslagen, alsmede zal verklaren voor recht dat de buitengerechtelijke vernietiging van het ontslag op staande voet door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] ten onrechte heeft plaatsgevonden en derhalve nietig is;

2. [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zal veroordelen tot betaling aan Doco binnen twee dagen na betekening van dit vonnis van EUR 70.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente met de ingang van de dag van verbeurte van de individuele boe-tes;

3. [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zal veroordelen in de kosten van de procedure.

3.3 De kantonrechter verwijst voor de stellingen en onderbouwing naar de processtukken.

4. De beoordeling

4.1 Kern van het geschil tussen partijen is het per 31 januari 2009 gegeven ontslag op staande voet. De kanton-rechter zal allereerst dit ontslag beoordelen.

4.2 De kantonrechter stelt hierbij voorop dat gelet op de formuleringen van de ontslagbrief, zoals onder de vast-staande feiten geciteerd, de reden voor het ontslag is gelegen in de –gestelde- betrokkenheid van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] bij het voorbereiden en/of opzetten van een met Doco concurrerende onderneming. Reeds gelet op de formulering komt aan de “verstoorde arbeidsverhouding” voor wat betreft het ontslag op staande voet geen zelfstandige be-tekenis toe.

4.3 De stelling dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] betrokken was bij het opzetten van een met Doco concurrerende onderneming is door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] betwist. Als onderbouwing van de juistheid van de stelling wordt door Doco verwezen naar de e-mailwisseling tussen [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] en zijn schoonzoon [schoonzoon].

E-mails uitsluiten van bewijs

4.4 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft betoogd dat deze e-mailwisseling buiten beschouwing dient te blijven nu deze door Doco op onrechtmatige wijze zou zijn verkregen. De kantonrechter volgt deze redenering niet. Onrechtmatig verkregen bewijs dient buiten beschouwing te blijven indien de met de inbreuk aangetaste belangen van de werknemer zwaarder wegen dan de met de inbreuk gediende belangen van de werkgever. De kantonrechter is van oordeel dat het hier aangetaste (privacy-)belang de houdster van de betrokken e-mailaccount beoogd te beschermen. Vast staat dat de gebruikte e-mailaccount op naam van [naam] stond, zodat het haar privacybelang is dat in geding is en mogelijk het afgeleide privacybelang van degenen waarmee zij door middel van deze e-mailaccount correspondeert. Naar het oordeel van de kantonrechter strekt dit belang zich echter niet zover uit dat ook derden die onderling gebruik maken van deze account om mails te sturen met de strekking als de in geding gebrachte mails daaraan een voldoende zwaarwegend afgeleid belang kunnen ontlenen om in deze pro-cedure tot bewijsuitsluiting van de e-mails te leiden. Een belangenafweging valt dan ook in het nadeel van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] uit.

Daarmee kan in het midden blijven of de wijze van verkrijging van de mails gekwalificeerd dient te worden als onrechtmatig.

De kantonrechter zal derhalve acht slaan op hetgeen uit de betrokken e-mails volgt.

E-mails gevolg van acuut stressstoornis

4.5 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat de e-mails geschreven zouden zijn terwijl hij leed aan een acuut stressstoornis en zodoende de verstrekkende beslissing van het ontslag op staande voet niet zouden kunnen dra-gen. De kantonrechter volgt deze redenering niet.

De kantonrechter stelt voorop dat uit de inhoud van de e-mails en de periode waarbinnen zij verstuurd zijn geenszins volgt dat deze in gehele of overwegende wijze onder invloed van een stressstoornis tot stand zijn ge-komen. Een nadere onderbouwing van het bestaan van deze stoornis is voorts naar het oordeel van de kanton-rechter in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan in onvoldoende mate gebeurd. Daar waar het be-staan van het stoornis al aangenomen zou moeten worden en deze stoornis voorts in overwegende mate zou hebben geleid tot de uit de e-mails volgende handelingen en plannen raakt dit slechts de verwijtbaarheid van dit handelen en tast als zodanig volgens vaste rechtspraak het bestaan van een dringende reden voor ontslag op staande voet niet aan.

Inhoud van de e-mails

4.6 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat de inhoud van de e-mails niet tot de conclusie leidt dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] betrok-ken zou zijn bij de voorbereidende handelingen tot het opzetten van een met Doco concurrerende onderneming. De kantonrechter volgt deze redenering niet. Lezing van de e-mails brengt de kantonrechter tot de conclusie dat er niet slechts vrijblijvende gedachten werden geuit omtrent mogelijke nevenactiviteiten maar dat daadwerkelij-ke stappen werden genomen om te komen tot een directe concurrentie met Doco. Onderdeel van deze uitvoe-ringshandelingen is het buiten de kring van de direct betrokkenen brengen van de plannen, het actief verwerven van benodigde informatie en het schrijven van een businessplan. De kantonrechter acht in dit verband van be-lang dat deze uitvoeringshandelingen allen plaatsvonden in de periode dat [schoonzoon] reeds op non-actief was gesteld en [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zich arbeidsongeschikt had gemeld, zodat zij met een directe reguliere bedrijfsvoering geen bemoeienis hadden. De verzamelde informatie en overige genomen stappen vinden derhalve niet plaats binnen deze reguliere bedrijfsvoering.

4.7 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft met een beroep op artikel 843a en 843b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht een deskundige te benoemen teneinde de op de server van Doco aanwezige e-mails van de gmail account van [naam] ter beschikking te stellen aan partijen “in zoverre die e-mails in verband kunnen worden gebracht met het ontslag op staande voet.” De kantonrechter zal dit verzoek niet inwilligen. Daargelaten de niet voldane procedurele eisen van de betrokken artikelen bieden deze artikelen geen algemeen maar een specifiek inzagerecht. [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft zijn vordering dan ook gespecificeerd door te vragen naar de e-mails die in verband kunnen worden gebracht met het ontslag op staande voet. De e-mails met betrekking tot dit ontslag waarop Doco een beroep wenst te doen zijn echter reeds in geding gebracht en voorzover [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in dit ver-band doelt op specifieke e-mails die de reeds in geding gebrachte e-mails in een ander licht zouden plaatsen had het op zijn weg gelegen deze e-mails nader te duiden. Als één van de direct betrokkenen bij de e-mailwisseling moet hij ook zonder daadwerkelijk de e-mails in zijn bezit te hebben geacht worden verzonden mails van derge-lijke strekking nader en specifieker te kunnen duiden.

4.8 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat uit de e-mails onvoldoende grond afgeleid kan worden voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter volgt deze redenering niet. De positie van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] als algemeen directeur en de inhoud van de gewraakte voorbereidende handelingen -waar ook reeds uitvoeringshandelingen in de zin van contacten en verwerven van informatie toe hoorden- maken deze situatie anders dan de jurisprudentie waar-op [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zich in dit verband beroept. Dat de plannen in een vroegtijdig stadium zijn blijven steken is niet het gevolg geweest van een zelfstandig stoppen door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] maar is gelegen in stappen die door Doco zijn genomen, waaronder het ontslag op staande voet.

Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kunnen de litigieuze handelingen het ontslag op staande voet dragen.

Ontslag niet onverwijld gegeven

4.9 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat het ontslag niet onverwijld zou zijn gegeven nu (a) de beslissing om te breken met [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] reeds vóór 17 januari 2009 zou zijn genomen en (b) het bewijs in de vorm van de e-mails bij Doco reeds op 22 januari 2009 bekend was. De kantonrechter volgt deze redenering niet. Ervan uit dient te worden gegaan dat het ontslag is gegeven vanwege de in de brief van 29 januari 2009 aangegeven dringende reden(en). Tussen partijen staat als gesteld en niet danwel onvoldoende betwist vast dat deze reden voortvloeide uit de eerst tussen 17 en 22 januari 2009 ontstane kennis bij Doco van de e-mailwisseling tussen [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] en [schoonzoon]. De vervolgens verstreken periode van één week vóór het schrijven van 29 januari 2009 is, mede gelet op de precaire positie van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie], het inwinnen van de benodigde juridische adviezen en de op het spel staande belangen van zowel Doco als [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie], niet van dien aard dat daarmee geen sprake meer zou zijn van onverwijld geven van het ontslag.

Houding van Doco

4.10 Uit de stellingen van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] volgt dat zijn hiervoor geschetst gedrag voort is gekomen uit de wijze waarop Doco zich jegens hem heeft opgesteld. Voorzover hierin volgens [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] een zelfstandige reden ge-zien zou moeten worden die zou leiden tot nietigheid van het ontslag is de kantonrechter van oordeel dat hij niet behoeft te treden in de juistheid van de gestelde wijze van opstellen door Doco. Wat daarvan ook zij rechtvaar-digt dit niet het optreden aan de zijde van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie]. Het had op [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zijn weg gelegen om een dergelijk arbeidsconflict door middel van de reguliere middelen die tot zijner beschikking stonden op te lossen danwel een regelmatige beëindiging van de arbeidsrelatie na te streven.

Conclusie in conventie

4.11 Nu het ontslag op staande voet standhoudt dienen de vorderingen van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] welke op de gestelde nie-tigheid daarvan zijn gebaseerd afgewezen te worden. Dit houdt tevens in dat er geen ruimte bestaat voor toepas-sing van de afvloeiingsregeling, nu een terecht ontslag op staande voet tevens met zich brengt dat er sprake is van disfunctioneren als bedoeld in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst.

4.12 Er resteren in conventie dan (gedeeltelijk) de vorderingen welke verband houden met vakantiedagen en vakantietoeslag. Tegen deze vorderingen is –anders dan het betoog dat na het ontslag op staande voet geen loon of emolumenten meer verschuldigd was- geen inhoudelijk gemotiveerd verweer gevoerd zodat deze dienen te worden toegewezen. Nu zowel de vakantiedagenvergoeding als de vakantietoeslag is becijferd tot en met een periode gelegen ná het ontslag op staande voet zal dit in het dictum niet als becijfering opgenomen kunnen wor-den. De verplichting zal wel opgenomen worden.

Nu als gesteld en niet betwist vast staat dat de vakantietoeslag en vergoeding niet opgenomen vakantiedagen niet tijdig is betaald is daarover wettelijke verhoging verschuldigd. De kantonrechter zal deze matigen tot 15%.

In reconventie

4.13 In reconventie vordert Doco allereerst een verklaring voor recht omtrent het gegeven ontslag op staande voet. Deze verklaring voor recht zal gelet op hetgeen hiervoor in conventie is overwogen worden toegewezen.

4.14 In reconventie baseert Doco op de uit de e-mails volgende handelingen van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] vorderingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, te weten overtredingen van het geheimhoudingsbeding, het verbod op ne-venwerkzaamheden, het concurrentiebeding en het relatiebeding. De kantonrechter volgt deze redenering niet.

4.15 Vast staat dat er geen sprake is van daadwerkelijk tot stand gekomen concurrentie of een concurrerende onderneming. Het concurrentiebeding en het verbod op nevenwerkzaamheden zijn daarmee naar letter en strek-king niet overtreden.

Het gesteld overtreden van de geheimhoudingsplicht heeft plaatsgevonden binnen de kring van op dat moment nog bij Doco werkzame personen zodat daarmee het geheimhoudingsbeding naar haar letter en strekking even-min is overtreden. In het verlengde hiervan is evenmin gebleken dat het relatiebeding is overtreden.

Voorzover hierop gebaseerd dient de vordering in reconventie afgewezen te worden.

4.16 In reconventie baseert Doco haar vorderingen (voorts) op onrechtmatig handelen van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie], enerzijds bestaande uit onrechtmatige concurrentie en anderzijds uit het uitlokken c.q. aansporen van [schoonzoon] om tekort te schieten in de nakoming van zijn arbeidsovereenkomst met Doco. Het door [schoonzoon] tekortschie-ten in de nakoming zou gelegen zijn in overtreding door hem van de hiervoor genoemde geheimhoudings-, con-currentie- en relatiebedingen alsmede het verbod op nevenwerkzaamheden.

Gezien het hiervoor overwogene dienen de vorderingen in conventie ook voorzover ze zijn gebaseerd op deze gronden afgewezen te worden.

In conventie en in reconventie

4.17 Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd leidt niet tot een andere conclusie.

4.18 Uit al het vorenstaande volgt dat partijen in conventie en in reconventie over en weer (overwegend) in het ongelijk zijn gesteld. De kantonrechter ziet hierin aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren in dier voege dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

In conventie en in reconventie

5.1 veroordeelt Doco tot betaling van de vakantietoeslag van juli 2008 tot en met 31 januari 2009 alsmede de vergoeding voor de niet opgenomen vakantiedagen tot en met 31 januari 2009, alsmede de wettelijke verhoging over deze bedragen van 15%, alles vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid;

5.2 verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

5.3 verklaart voor recht dat Doco [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] op 31 januari 2009 rechtmatig op staande voet heeft ontslagen, alsmede dat de buitengerechtelijke vernietiging van het ontslag op staande voet door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] ten onrechte heeft plaatsgevonden en derhalve nietig is;

5.4 compenseert de proceskosten in conventie en in reconventie in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

5.5 wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.