Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN9956

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
13-10-2010
Zaaknummer
342218 CV EXPL 09-2831
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5206, Overig
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2014:584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kennelijk onredelijk ontslag? Antwoord: Nee. Opzetten concurrerende onderneming. Privé-mails tussen ontslagen werknemer en derde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0815
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Vonnis d.d. 7 juli 2010

Zaak/rolnr.: 342218 CV EXPL 09-2831

Typ.: AP

I n z a k e

[eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie],

wonende te [woonplaats],

gemachtigde: P.J.A.A. Wassen,

eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOCO INTERNATIONAL BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gemachtigden: mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh en mr. K. Huibregtse,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie.

Partijen worden verder genoemd: [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] en Doco.

1. Het verloop van de procedure

Er wordt recht gedaan op de volgende stukken:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;

- de conclusie van repliek tevens antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek, tevens repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie;

- de akte zijdens [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie];

- de antwoordakte zijdens Doco;

- het vonnis houdende het gelasten van een comparitie;

- de akte houdende overlegging van producties ten behoeve van de comparitie zijdens [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie].

De kantonrechter heeft een comparitie gelast welke is gehouden op 21 juni 2010. Vervolgens is vonnis bepaald en de uitspraak daarvan is nader bepaald op heden.

De inhoud van alle stukken geldt als hier ingelast.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gaat de kantonrechter uit van de navolgende vaststaande feiten.

2.1 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] is op 1 januari 2007 bij Doco in dienst getreden als hoofd inkoop en hoofd R&D.

2.2 Tussen Doco en [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] is op 11 februari 2008 een uitzendovereenkomst tot stand gekomen in gevol-ge welke overeenkomst [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] gedurende in eerste instantie 1 jaar naar China werd uitgezonden.

2.3 Vanaf 16 januari 2009 is [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] op non-actief gesteld.

2.4 Met ingang van 3 februari 2009 is [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] op staande voet ontslagen. Bij brief van 30 januari 2009 is [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] het voornemen medegedeeld dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] met ingang van 3 februari 2009 zou worden ontsla-gen op staande voet. In deze brief staat:

“Onderzoek heeft uitgewezen dat u samen met uw schoonvader de heer [schoonvader] (…) bezig bent geweest en nog steeds bent en voorbereidingen heeft getroffen en nog steeds treft om een vennootschap in Hong Kong op te richten die direct concurrerende activiteiten met Doco International en de Doco Groep ontplooit.”

De redenen voor het voorgenomen ontslag op staande voet worden in de brief genoemd als de concurrerende activiteiten en de verstoorde arbeidsverhouding. Over deze laatste reden wordt in de brief geschreven:

“De ontdekking van het feit dat u concurrerende activiteiten ontplooit is voor cliënte ook de spreekwoordelijke druppel geweest die de emmer heeft doen overlopen. De arbeidsrelatie tussen u en Doco International, in het bijzonder met de statutair directeur [statutair directeur] was al langere tijd verstoord en uw positie binnen de Doco Groep is thans door uw handelen in zijn geheel niet meer houdbaar.”

In de brief van 30 januari 2009 wordt aan [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] de gelegenheid geboden om vóór 2 februari 2009, 12:00 een inhoudelijke reactie te geven. Dit heeft [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] nagelaten en het gegeven ontslag is vervolgens door Doco bevestigd.

2.5 Bij beschikking van 9 april 2009 is door de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaar-delijk ontbonden met ingang van 15 april 2009 wegens het bestaan van een gewichtige reden. Bij deze beslis-sing is door de kantonrechter een vergoeding van EUR 7.500,00 toegekend aan [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie].

3. De vordering en de stellingen

3.1 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] vordert in conventie dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. het ontslag op staande voet zal aanmerken als onrechtmatig, ongegrond en onvoldoende gemotiveerd;

2. Doco zal bevelen [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] toe te laten en in staat te stellen om zijn werkzaamheden als hoofd inkoop en hoofd R&D omgaand en zonder enige beperking uit te voeren, althans Doco zal veroordelen de salarisbetaling te voldoen tot in ieder geval 15 april 2009 onder afgifte van een normale eindafrekening;

3. Doco zal veroordelen tot betaling van EUR 7.500,00 zijnde schadevergoeding als bepaald in de beschikking van de kantonrechter d.d. 9 april 2009;

4. Doco zal veroordelen tot betaling van EUR 2.766,00 per maand zo lang [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] recht zou hebben op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet bij afwezigheid van een andere baan;

Subsidiair

5. een voorziening te treffen die de rechter in goede justitie rechtvaardig geboden acht;

Primair en subsidiair

6. onder veroordeling van Doco in de kosten van de procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag, alsmede in de nakosten.

3.2 Doco betwist het in conventie gevorderde. Voorts vordert Doco in reconventie, na vermindering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zal gebieden uiterlijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle bedrijfseigendommen die [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] nog in zijn bezit heeft van Doco en/of andere met Doco International in een groep verbonden ondernemingen, daaronder begrepen doch niet beperkt tot Clear Concept, onder meer bestaande uit:

- twee mobiele telefoons;

- twee laptops;

- alle brieven, correspondentie en documenten, en informatiedragers die betrekking hebben op Doco, dan wel op Clear Concept;

aan Doco te retourneren door deze aan een medewerker van Doco International af te geven bij het kantoor van Doco in Sittard op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 15.000,00 bij niet nakoming van (onder-delen van) dit gebod en van EUR 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat de niet-nakoming duurt.

3.3 De kantonrechter verwijst voor de stellingen en onderbouwing naar de processtukken.

4. De beoordeling

4.1 Kern van het geschil tussen partijen is het per 3 februari 2009 gegeven ontslag op staande voet. De kanton-rechter zal allereerst dit ontslag beoordelen.

4.2 De kantonrechter stelt hierbij voorop dat gelet op de formuleringen van de ontslagbrief, zoals onder de vast-staande feiten geciteerd, de reden voor het ontslag is gelegen in de –gestelde- betrokkenheid van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] bij het voorbereiden en/of opzetten van een met Doco concurrerende onderneming. Reeds gelet op de formule-ring komt aan de “verstoorde arbeidsverhouding” voor wat betreft het ontslag op staande voet geen zelfstandige betekenis toe.

4.3 De stelling dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] betrokken was bij het opzetten van een met Doco concurrerende onderneming is door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] betwist. Als onderbouwing van de juistheid van de stelling wordt door Doco verwezen naar de e-mailwisseling tussen [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] en zijn schoonvader [schoonvader].

E-mails uitsluiten van bewijs

4.4 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft betoogd dat deze e-mailwisseling buiten beschouwing dient te blijven nu deze door Doco op onrechtmatige wijze zou zijn verkregen. De kantonrechter volgt deze redenering niet. Onrechtmatig verkre-gen bewijs dient buiten beschouwing te blijven indien de met de inbreuk aangetaste belangen van de werknemer zwaarder wegen dan de met de inbreuk gediende belangen van de werkgever. De kantonrechter is van oordeel dat het hier aangetaste (privacy-)belang de houdster van de betrokken e-mailaccount beoogd te beschermen. Vast staat dat de gebruikte e-mailaccount op naam van [naam] stond, zodat het haar privacybelang is dat in geding is en mogelijk het afgeleide privacybelang van degenen waarmee zij door middel van deze e-mailaccount correspondeert. Naar het oordeel van de kantonrechter strekt dit belang zich echter niet zover uit dat ook derden die onderling gebruik maken van deze account om mails te sturen met de strekking als de in geding gebrachte mails daaraan een voldoende zwaarwegend afgeleid belang kunnen ontlenen om in deze pro-cedure tot bewijsuitsluiting van de e-mails te leiden. Een belangenafweging valt dan ook in het nadeel van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] uit.

Daarmee kan in het midden blijven of de wijze van verkrijging van de mails gekwalificeerd dient te worden als onrechtmatig.

De kantonrechter zal derhalve acht slaan op hetgeen uit de betrokken e-mails volgt.

Inhoud van de e-mails

4.5 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat de inhoud van de e-mails niet tot de conclusie leidt dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] actief betrokken zou zijn bij de voorbereidende handelingen tot het opzetten van een met Doco concurrerende onderneming. De kantonrechter volgt deze redenering niet. Lezing van de e-mails brengt de kantonrechter tot de conclusie dat er niet slechts vrijblijvende gedachten werden geuit omtrent mogelijke nevenactiviteiten maar dat daadwerkelijke stappen werden genomen om te komen tot een directe concurrentie met Doco. Onderdeel van deze uitvoeringshandelingen is het buiten de kring van de direct betrokkenen brengen van de plannen, het actief verwerven van benodigde informatie en het schrijven van een businessplan. Niet enkel blijkt geenszins van een afwijzende houding van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] op mails die zijn schoonvader hem zond, maar [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] neemt een actieve positie in het opstellen van stukken en inventariseren van benodigde informatie. De kantonrechter acht in dit verband tevens van belang dat deze uitvoeringshandelingen allen plaatsvonden in de periode dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] reeds op non-actief was gesteld en [schoonvader] zich arbeidsongeschikt had gemeld, zodat zij met een directe reguliere bedrijfsvoering geen bemoeienis hadden. De verzamelde informatie en overige genomen stap-pen vinden derhalve niet plaats binnen deze reguliere bedrijfsvoering.

4.6 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft Doco gesommeerd die e-mails te overleggen waarop zij een beroep doet in de procedure. Voorzover dit verzoek procedureel opgevat zou moeten worden als een verzoek overeenkomstig artikel 843a en 843b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zal de kantonrechter dit verzoek niet inwilligen. Daargelaten de niet voldane procedurele eisen van de betrokken artikelen bieden deze artikelen geen algemeen maar een specifiek inzagerecht. [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft zijn vordering dan ook gespecificeerd door te vragen naar de e-mails waarop Doco een beroep wenst te doen. De e-mails met betrekking tot dit ontslag waarop Doco een beroep wenst te doen zijn echter reeds in geding gebracht en voorzover [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in dit verband doelt op andere e-mails geldt dat in beginsel Doco bepaalt welke onderbouwing van haar stellingen zij wenst aan te voe-ren. Voorzover [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zou doelen op e-mails die de reeds in geding gebrachte e-mails in een ander licht zouden plaatsen had het op zijn weg gelegen deze e-mails nader te duiden. Als één van de direct betrokkenen bij de e-mailwisseling moet hij ook zonder daadwerkelijk de e-mails in zijn bezit te hebben geacht worden verzon-den mails van dergelijke strekking nader en specifieker te kunnen duiden.

4.7 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat er geen bewijs is van het concurrerend bezig zijn. De kantonrechter stelt voorop dat de dringende reden zoals deze uit de ontslagbrief volgt –mede- ziet op de voorbereidende activi-teiten. Voorzover [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] betoogt dat dergelijke voorbereidende handelingen niet uit de e-mails afgeleid kunnen worden volgt de kantonrechter deze redenering niet. De positie van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] binnen het bedrijf en in China en [schoonvader] als algemeen directeur alsmede de inhoud van de gewraakte voorbereidende handelingen -waar ook reeds uitvoeringshandelingen in de zin van contacten en verwerven van informatie toe hoorden- ma-ken naar het oordeel van de kantonrechter de handelingen voldoende grond voor het gegeven ontslag. Dat de plannen in een vroegtijdig stadium zijn blijven steken en niet hebben geresulteerd in daadwerkelijke concurren-tie is niet het gevolg geweest van een zelfstandig stoppen door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] maar is gelegen in stappen die door Doco zijn genomen, waaronder het ontslag op staande voet.

Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kunnen de litigieuze handelingen het ontslag op staande voet dragen.

Ontslag niet onverwijld gegeven

4.8 [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] heeft voorts betoogd dat het ontslag niet onverwijld gegeven zou zijn. De kantonrechter volgt deze redenering niet. Ervan uit dient te worden gegaan dat het ontslag is gegeven vanwege de in de brief van 30 januari 2009 aangegeven dringende reden(en). Tussen partijen staat als gesteld en niet danwel onvoldoende betwist vast dat deze reden voortvloeide uit de eerst tussen 17 en 22 januari 2009 ontstane kennis bij Doco van de e-mailwisseling tussen [schoonvader] en [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie]. De vervolgens verstreken periode van iets meer dan één week vóór het schrijven van 30 januari 2009 is, mede gelet op de precaire positie van [schoonvader] en [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie], het inwinnen van de benodigde juridische adviezen en de op het spel staande belangen van zowel Doco als [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie], niet van dien aard dat daarmee geen sprake meer zou zijn van onverwijld geven van het ontslag. Het verstrijken van beperkt meer tijd in het geval van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in vergelijking tot [schoonvader] is ter compari-tie door Doco afdoende verklaard.

Houding van Doco

4.9 Uit de stellingen van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] volgt dat zijn hiervoor geschetst gedrag voort is gekomen uit de wijze waarop Doco zich jegens hem en zijn schoonvader heeft opgesteld. Voorzover hierin volgens [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] een zelfstandige reden gezien zou moeten worden die zou leiden tot nietigheid van het ontslag is de kantonrechter van oordeel dat hij niet hoeft te treden in de juistheid van de gestelde wijze van opstellen door Doco. Wat daar-van ook zij rechtvaardigt dit niet het optreden aan de zijde van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie]. Het had op [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zijn weg gelegen om een dergelijk arbeidsconflict door middel van de reguliere middelen die tot zijner beschikking ston-den op te lossen danwel een regelmatige beëindiging van de arbeidsrelatie na te streven.

Conclusie in conventie

4.10 Nu het ontslag op staande voet standhoudt dienen de vorderingen van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie], welke op de gestelde nietigheid daarvan zijn gebaseerd, afgewezen te worden.

In reconventie

4.11 In reconventie vordert Doco teruggave van bedrijfseigendommen. Nu het ontslag op staande voet stand-houdt en de arbeidsrelatie tussen partijen beëindigd is in die relatie geen grond meer gelegen voor behoud van de bedrijfseigendommen. De na de vermindering van eis resterende onderdelen van de vordering zijn door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] niet inhoudelijk betwist zodat de kantonrechter teruggave daarvan zal bevelen. De kantonrechter merkt daarbij op dat de vermindering van eis naar zijn aard aldus is opgevat dat de met de leaseauto samenhangende vorderingen zijn ingetrokken.

Het betoog van [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] dat de zaken ‘waardevol bewijsmateriaal’ zou betreffen is zonder nadere uitleg niet aannemelijk, te meer niet nu mogelijk bewijs op de laptop(s) door middel van uitlezen en kopiëren ook voor [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] gehandhaafd zou kunnen blijven. Overigens heeft [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] geenszins aangegeven welk aan-vullend bewijs uit de zaken geput zou kunnen worden terwijl dit na de extensieve bewijsvoering in de onderha-vige procedure ook geenszins voor de hand ligt.

4.12 Gelet op de beperkte waarde van de in geding zijnde zaken zal de kantonrechter de aan de vordering ge-koppelde dwangsom matigen tot EUR 50,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in gebreke blijft.

In conventie en in reconventie

4.13 Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd leidt niet tot een andere conclusie.

4.14 Uit al het vorenstaande volgt dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in conventie en in reconventie in het ongelijk is gesteld. [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] zal derhalve worden veroordeeld in de proceskosten. In reconventie is dit door Doco niet uitdruk-kelijk gevorderd maar op grond van het bepaalde in artikel 237 e.v. Rv dient de kantonrechter dit ambtshalve te beoordelen. In conventie heeft Doco verzocht de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hetgeen de kantonrechter –als niet betwist- zal toewijzen. In reconventie heeft Doco dit nagelaten.

5. De beslissing

De kantonrechter

In conventie en in reconventie

5.1 wijst het door [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] gevorderde af;

5.2 gebiedt [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] uiterlijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle bedrijfseigendommen die [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] nog in zijn bezit heeft van Doco en/of andere met Doco International in een groep verbonden on-dernemingen, daaronder begrepen doch niet beperkt tot Clear Concept, onder meer bestaande uit:

- twee mobiele telefoons;

- twee laptops;

- alle brieven, correspondentie en documenten, en informatiedragers die betrekking hebben op Doco, dan wel op Clear Concept;

aan Doco te retourneren door deze aan een medewerker van Doco International af te geven bij het kantoor van Doco in Sittard op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 50,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in gebreke blijft met nakoming;

5.3 veroordeelt [eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie] in de proceskosten in conventie en in reconventie, welke tot op heden aan de zijde van Doco worden begroot op EUR 787,50 (5,25 x 150) aan salaris gemachtigde.

5.4 verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling in conventie (zijnde EUR 525,00) uitvoer-baar bij voorraad;

5.5 wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.