Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN7736

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
25-08-2010
Datum publicatie
20-09-2010
Zaaknummer
378868 cv expl 10/2037
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omvang schadevergoeding bij wanpresatie, vervolgschade. Verkoper van valse toegangsbewijzen voor een concert van [artiest] moet de koper niet alleen de koopprijs vergoeden, maar ook de tevergeefs gemaakte reis- en verblijfskosten, zoals trein en hotel. Ambtshalve vernietiging van algemene voorwaarde die aansprakelijkheid verkoper uitsluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

locatie Sittard-Geleen

vonnis d.d. 25 augustus 2010

zaak/rolnr.: 378868 cv expl 10/2037

typ.:

coll.:

De kantonrechter van de locatie Sittard-Geleen heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats], ter zake domicilie kiezende te [adres],

eisende partij,

gemachtigde mr. R.A. Leukel (ARAG),

tegen

de besloten vennootschap TICKETFORSALE.NL BV,

gevestigd en kantoorhoudende aan de [adres],

gedaagde partij,

procederende bij de persoon van P. de Goede.

1. Het verloop van de procedure

partijen wisselden de volgende stukken:

- exploot van dagvaarding met producties, uitgebracht op 10 mei 2010,

- schriftelijk antwoord,

- conclusie van repliek,

- schriftelijke dupliek.

Daarna heeft de kantonrechter vonnis bepaald en de uitspraak daarvan gesteld op heden.

De inhoud van alle stukken geldt als hier ingelast.

2. De vordering en het verweer

2.1. Eiser vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van in hoofdsom € 478,00, vermeer¬derd met € 89,25 buitengerechtelijke incassokosten, en dit vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2009 over € 478,00 en veroordeling in de proceskosten. De vordering is gegrond op het door gedaagde tekortschieten in de nakoming van een over¬eenkomst krachtens welke eiser bij gedaagde twee kaartjes voor het concert van [artiest] op [datum] in [plaats].

In verband met dit concert heeft eiser bij [hotel] te [plaats] een overnachting voor twee personen ter waarde van € 117,00 geboekt.

Eiser heeft om het concert te kunnen bijwonen de reis van [woonplaats] naar [plaats] v.v. moeten maken, de kosten van de treinkaartjes bedroegen € 74,00 en de OV-chipkaart € 12,00.

Eiser en zijn echtgenote werd echter op [datum] aan de poort de toegang tot het concert geweigerd omdat de door gedaagde geleverde kaartjes illegaal waren. De plaatsen waren al verkocht.

Gedaagde heeft eiser toegezegd de kaartjes en reiskosten terug te zullen betalen, hetgeen niet is gebeurd. Gedaagde is niet bereid verdere schade zoals hotelovernachting te betalen.

Naar stelling van eiser is gedaagde haar verbintenissen uit overeenkomst tot het leveren van geldige toegangsbewijzen voor voormelde concert van [artiest] niet nagekomen, waardoor zij verwijtbaar tekortgekomen is in de nakoming van de overeenkomst en uit dien hoofde aansprakelijk voor de uit deze tekortkoming voor eiser voortvloeiende schade.

Ondanks verzoek en sommatie, blijft gedaagde nalatig eisers schade te vergoeden.

Eiser heeft kosten moeten maken om te trachten tot buitengerechtelijke incasso te komen welke hij begroot op € 89,25.

2.2. De gedaagde partij heeft bij antwoord erkend dat zij de kosten van de toegangskaarten moet terugbetalen, maar is van mening dat zij de overige kosten niet te hoeft te vergoeden, gedaagde vind dit buiten haar verantwoordelijkheid vallen.

2.3. De eisende partij heeft daarop bij repliek, zakelijk en voorzover als van belang, nog gesteld dat ondanks dat gedaagde erkent ten minste de prijs van de toegangskaarten te moeten terugbetalen, dit nog niet is gebeurd. Alleen al om die reden heeft eiser gedaagde in rechte moeten betrekken. Gedaagde geeft geen motivering waarom zij meent dat de overige kosten niet door haar vergoed zouden moeten worden. Dit is gevolgschade die voor haar rekening hoort te komen.

2.4. De gedaagde partij heeft bij dupliek, zakelijk en voorzover als van belang, nog gesteld dat zij alleen aansprakelijk is voorzover het betreft de levering van toegangskaarten. Zij verwijst naar haar algemene voorwaarden op haar website, waarin gevolgschade wordt uitgesloten. Eiser had trouwens bij de constatering dat de kaarten illegaal waren aan de ingang vervangende kaarten kunnen kopen.

3. De beoordeling

3.1. de vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gaat de kantonrechter uit van de in de dagvaarding gestelde feiten.

3.2. het oordeel

3.2.1. De tussen partijen gesloten overeenkomst legt de gedaagde partij de verplichting op om eiser in het bezit te stellen van twee geldige toegangskaarten voor het concert van [artiest] op [datum] in [plaats]. Vaststaat dat dit niet is gebeurd, zodat sprake is van verwijtbaar niet-nakomen van deze overeenkomst. Gedaagde is daardoor aansprakelijk voor de schade die dientengevolge voor eiser uit haar tekortkoming voortvloeit.

Dat gedaagde de koopprijs van de kaarten moet terugbetalen is onbetwist, zodat de hoofdsom van € 275,00 zondermeer toegewezen kan worden.

3.2.2. Wat betreft de gevolgschade oordeelt de kantonrechter als volgt.

3.2.2.1. De kantonrechter verwerpt het pas zeer laat in de procedure aangevoerde verweer dat de algemene voorwaarden gevolgschade zouden uitsluiten. Het op een dergelijk later tijdstip in een procedure aanvoeren van een verweer dat ook bij antwoord gevoerd had kunnen worden is in strijd met een goede procesorde en behoort alleen al daarom buiten beschouwing te worden gelaten.

3.2.2.2. Daarnaast is gedaagdes stelling dat de algemene voorwaarden vooraf door eiser akkoord bevonden zijn, op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt, zodat de kantonrechter ook daarin een reden ziet het verweer te passeren.

3.2.2.3. Enkel voor het geval de voorwaarden toch toepasselijk zouden zijn, overweegt de kantonrechter dat ingevolge de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) van 27 juni 2000 (NJ 2000/730, Océano) en 26 oktober 2006 (NJ 2007/201, Mostaza Claro), ambtshalve verplicht - althans bevoegd - tot toetsing van bedingen in algemene voorwaarden in consumentenovereenkomsten op het eventueel onredelijk bezwarende karakter. In EG Richtlijn 931l3/EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is onder meer bepaald:

"Artikel 3: Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.” De bijlage van de Richtlijn bevat een indicatieve en niet uitputtende lijst van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. In de bijlage bij Richtlijn 93/13/EEG is opgenomen onder e) dat als oneerlijk in de zin van artikel 3 lid 3 van de Richtlijn kunnen worden aangemerkt bedingen die tot doel of tot gevolg hebben: " b) de wettelijke rechten van de consument ten aanzien van de verkoper of een andere partij in geval van volledige of gedeeltelijke wanprestatie of van gebrekkige uitvoering door de verkoper van een van diens contractuele verplichtingen, met inbegrip van de mogelijkheid om een schuld jegens de verkoper te compenseren met een schuldvordering jegens deze, op ongepaste wijze uit te sluiten of te beperken".

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zich met de bepaling “8. Onjuistheden” uit haar algemene voorwaarden onevenredig bevoordeelt ten opzichte van de consument en verklaart dit beding als in strijd met de voormelde EG Richtlijn ambtshalve voorzover als vereist nietig.

3.2.2.4. De wat wonderlijke stelling van gedaagde dat eiser op het moment dat er geconstateerd werd dat de door haar geleverde kaartjes vals waren, door bij de toegang tot het concert nieuwe kaartjes hadden kunnen worden gekocht, draagt niets bij aan haar verweer: van eiser hoefde in redelijkheid niet verwacht te worden dat hij op dat moment ter plaatse gezien de (stevige) prijs van de toegangskaartjes, indien al mogelijk, nieuwe kaartjes had moeten kopen.

3.2.3. Het vorenoverwogene betekent dat de kantonrechter ook ten aanzien van de gevorderde gevolgschade kan oordelen.

3.2.3.1. Vooreerst zijn dat de reiskosten. Eiser en zijn vrouw zijn door toedoen van gedaagde voor niets naar [plaats] gereisd en hebben derhalve, niet gesteld of gebleken is dat hun reis nog andere doelen diende, vermogensnadeel geleden in de vorm van zinloze reiskosten. De omvang van deze kosten is niet inhoudelijk bestreden, zodat dit onderdeel van de vordering wordt toegewezen.

3.2.3.2. Met betrekking tot de kosten van de overnachting oordeelt de kantonrechter dat ook deze om dezelfde reden als de reiskosten toewijsbaar zijn: ook deze kosten heeft eiser enkel gemaakt om het concert te kunnen bijwonen, zodat het doel en strekking van deze hotelovernachting ten nauwste samenhangt met de overeengekomen prestatie. De kantonrechter acht het door de mogelijkheid de dienstregeling van de NS en openbaar vervoer, openbaar via internet te kunnen raadplegen, een feit van algemene bekendheid dat het niet mogelijk is om laat op de avond per openbaar vervoer van [plaats] naar [woonplaats] niet mogelijk is, zodat een hotelovernachting noodzakelijk was.

3.2.4. Voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten oordeelt de kantonrechter dat uit de overgelegde processtukken in genoegzame mate is komen vast te staan dat er kosten zijn gemaakt die niet vervat zijn in de proceskosten. Dit deel van de vordering is ook toewijsbaar.

3.2.5. Het vorenoverwogene betekent dat de vordering in de volle omvang wordt toegewezen.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de eisende partij.

3.2.6. Wat partijen overigens nog hebben aangevoerd is door de kantonrechter beoordeeld, maar leidt niet tot een andere beslissing.

4. De beslissing

de kantonrechter:

4.1. veroordeelt gedaagde, Ticketforsale.nl BV om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser, [eiser], te beta¬len de somma van € 478,00 (zegge: vierhonderdachtenzeventig 0/100 euro), vermeerderd met € 89,25 buitengerechtelijke incassokosten en dit ver¬meer¬derd met de wettelijke rente over € 478,00 vanaf 10 november 2009 tot aan de dag der alge¬hele vol¬doe¬ning;

4.2. veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure aan de zijde van eiser gerezen en tot op de datum van dit vonnis begroot op € 449,50, waaronder € 200,00 gemachtigdensa¬laris;

4.3. verklaart dit vonnis voor zover de wet toestaat tot zover uitvoerbaar bij voor¬raad;

Aldus gewezen door mr. J.J. Groen, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting, in tegenwoordigheid van de griffier.