Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN3548

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-08-2010
Datum publicatie
09-08-2010
Zaaknummer
03/703679-09, 03/861019-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor overval op woning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummers: 03/703679-09, 03/861019-10 (gevoegde zaak)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 augustus 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats/datum],

wonende te [adres].

Gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 19 mei 2010 en 20 juli 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de zaak met parketnummer 03/703679-09 samen met een ander of anderen een woning heeft overvallen waarbij geprobeerd is geld weg te nemen.

In de zaak met parketnummer 03/861019-10 komt de verdenking er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

Feit 1: een motor heeft gestolen (primair), dan wel deze motor heeft geheeld (subsidiair);

Feit 2: een motor heeft bestuurd zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

Dagvaarding met parketnummer 03/703679-09.

De officier van justitie acht dit feit bewezen. Volgens de officier van justitie was het een geplande overval. De daders waren uit op geld en omdat ze dit niet vonden, is het bij een poging gebleven. Over de betrokkenheid van verdachte heeft hij het volgende opgemerkt.

Medeverdachte [L.] is ’s middags op de dag van de overval bij de woning gaan kijken en vertoonde daarbij volgens aangeefster [LA] vreemd gedrag. Eerder op de dag heeft verdachte samen met [L.] bivakmutsen en handschoenen gekocht. De officier van justitie gaat ervan uit dat er vier personen bij de overval betrokken waren. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit de aangifte van [LA] blijkt dat twee personen boven in de woning zijn geweest en één persoon beneden. Dat sluit aan bij de verklaringen van getuigen die hebben gezien dat er drie personen uit de woning van [LA] kwamen gerend. Daarnaast heeft [L.] verklaard dat hij niet in de woning is geweest. Ook heeft de officier van justitie gewezen op een aantal tapgesprekken, waaronder een gesprek tussen verdachte en [L.]. Tijdens dit gesprek spreekt [L.] over de Beuksebosseweg. Verdachte zegt vervolgens dat [L.] daarover zijn mond moet houden (tapgesprek nummer 184, pagina 369). In een ander tapgesprek verklaart [verdachte] dat [L.] niet in de woning is geweest. Tenslotte heeft de officier van justitie er op gewezen dat in de woning gebrekkig Duits gesproken is en dat [L.] heeft verklaard dat [K.] ([B.]) en [K1] ([VH]) af en toe Duits met elkaar spraken.

Dagvaarding met parketnummer 03/861019-10, feit 1 en feit 2

Terzake feit 1 primair heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd. De overige feiten kunnen worden bewezen. Verdachte heeft deze feiten bekend.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Dagvaarding met parketnummer 03/703769-09.

De raadsman heeft terzake dit feit geconcludeerd tot vrijspraak. Het is volgens de raadsman overduidelijk dat de medeverdachte [L.] niet de waarheid spreekt en ondermeer probeert om verdachte bij dit feit te betrekken om anderen buiten schot te houden. Verdachte bekent dat hij samen met [L.] naar de Dumpshop in Heerlen is gereden en daar bivakmutsen heeft gekocht. Daarna heeft [L.] nog zwarte handschoenen gekocht. Verdachte heeft verklaard dat [L.] hem had verteld dat [L.] een tip had gekregen dat in de woning van [LA] veel geld zou liggen. Verdachte is samen met [L.] en drie andere onbekende mannen naar Kerkrade gereden en daar heeft [L.] verdachte de woning van [LA] aangewezen en heeft verdachte samen met [L.] en een derde onbekende man de woning bekeken. Verdachte heeft verklaard dat hij, terwijl hij het huis bekeek, knuffels voor het raam zag staan en tot de conclusie kwam dat er een kind woonde. Naderhand zag hij ook nog een oudere vrouw die aan het breien was. Het slachtoffer mevrouw [LA] heeft ter terechtzitting van 19 mei 2010 bevestigd dat er knuffels zichtbaar voor het raam stonden. Verdachte heeft toen gezegd dat hij niet zou meedoen aan deze overval en hij is toen vrijwillig teruggetreden. Verdachte heeft in de tapgesprekken tegen [L.] gezegd dat hij niet zijn naam moest noemen. Verdachte deed dit omdat hij wist dat anderen een overval wilden plegen en hij bang was medeplichtig te zijn. Verdachte heeft van [L.] gehoord hoe het is gebeurd en dat [L.] niet binnen is geweest. Verdachte wilde hierover in eerste instantie niets verklaren omdat [L.] een vriend van hem was. In de tapgesprekken is dat ook de reden dat hij [L.] waarschuwt om voor eigen veiligheid geen namen te noemen.

Dagvaarding met parketnummer 03/861019-10, feit 1 en feit 2

De raadsman is het eens met de officier van justitie dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde. De overige feiten kunnen worden bewezen. Verdachte heeft deze feiten bekend.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Dagvaarding met parketnummer 03/703769-09.

Door C.G.A. [LA] is aangifte gedaan, ook namens haar dochtertje [F.] [N.], van een overval in haar woning, gelegen aan de [adres] te Kerkrade op 25 augustus 2009. [LA] lag met haar dochtertje op de bovenverdieping van haar woning in bed toen ze omstreeks 23.30 uur een harde klap en glasgerinkel hoorde. Ze hoorde dat er mensen de trap op kwamen gerend. Ze had de slaapkamerdeur naar de overloop openstaan en ze zag twee mannen die vermoedelijk bivakmutsen droegen. Ook zag ze dat één van die mannen iets in zijn handen had. Eén van die mannen kwam de slaapkamer binnen en trok het laken van het bed over het hoofd van [LA]. [LA] schreeuwde om hulp en hield haar dochtertje vast. De man hield het laken vast en hield haar zo in bedwang. Zij hoorde dat deze man riep: “Wo ist das geld, wo ist das geld, wo ist die kluis”, of zoiets. [LA] hoorde dat de andere persoon in de andere kamers van de bovenverdieping was. Zij hoorde dat ook de tweede man haar slaapkamer binnenkwam. Ook die tweede man vroeg naar geld. [LA] antwoordde dat er geen geld en geen kluis in de woning aanwezig waren. Kort daarop liet men het laken los en hoorde ze beide mannen de trap af rennen en hoorde ze de voordeur dichtgaan. Na de overval vond [LA] een breekijzer op haar bed. Toen ze naar beneden ging, zag ze dat ook de woonkamer was doorzocht.

[LA] heeft verder verklaard dat er eerder op de dag, omstreeks 17.00 uur, aan de voordeur werd geklopt. Zij opende de deur en zag een man staan. Deze man vroeg waar het adres Sint Quirinusstraat 50 was en het viel haar op dat de man opvallend langs haar de woning in keek. [LA] wees hem de straat. Vervolgens zag ze dat de man echter niet in de richting van de Sint Quirinusstraat liep, maar in tegenovergestelde richting.

Naast het feit dat er een overval heeft plaatsgevonden in de woning van [LA] waarbij is geprobeerd om geld te stelen, staan de volgende feiten naar het oordeel van de rechtbank vast.

Verdachte heeft op de dag van de overval samen met medeverdachte [L.] vier bivakmutsen gekocht bij de Dumpstore in Heerlen. Later die dag is verdachte, voordat de overval plaats vond, in ieder geval met [L.] bij de woning van [LA] in Kerkrade geweest. Verdachte heeft in een raam op de bovenverdieping van die woning knuffels zien staan. Verdachte [L.] heeft bij [LA] aangebeld.

Na de overval zagen getuigen dat er drie personen uit de woning van [LA] kwamen en wegrenden. Deze drie personen droegen allen bivakmutsen. Door de getuige J. [F.], die vlak in de buurt van de woning van [LA] woont, is verklaard dat hij omstreeks 23.30 uur uit het slaapkamerraam keek en dat hij toen een rood/bruine personenauto van het merk Hyundai zag komen aanrijden. Hij zag dat deze auto een inrit opdraaide tegenover zijn woning en daarna naar rechts reed in de richting van een parkeerplaats. Korte tijd later zag hij dat vier of vijf personen aan kwamen lopen uit de richting waar de auto geparkeerd stond. Omdat [F.] de zaak niet vertrouwde, is hij met zijn auto naar de parkeerplaats gereden. Daar zag hij dat de bewuste Hyundai geparkeerd stond en hij noteerde het kenteken:

[nummer].

Onderzoek wees uit dat de auto op naam stond van de medeverdachte [L.]. [L.] heeft als getuige ter terechtzitting van 19 mei 2010 ook verklaard dat hij die avond met zijn auto ter plaatse is geweest samen met drie anderen en dat zij allen zijn uitgestapt.

Door de politie werd een onderzoek ingesteld in de directe omgeving van de plaats delict. Op de Frans Halsstraat werd midden op de rijbaan, omstreeks 00.50 uur, een zwarte bivakmuts aangetroffen en in beslag genomen.

Onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut wees uit dat het DNA-profiel van de bemonstering overeenkwam met het DNA-profiel van de medeverdachte [L.].

Over zijn eigen aandeel heeft verdachte het volgende verklaard.

Verdachte heeft bevestigd dat hij samen met [L.] bivakmutsen heeft gekocht bij de Dumpstore te Heerlen. Vervolgens zijn ze doorgereden naar een paardenwinkel in Vaesrade, waar [L.] drie paar zwarte handschoenen kocht. Ook is [L.] hem in gezelschap van drie andere hem onbekende mannen in zijn auto komen ophalen, althans één van die jongens kende hij van gezicht. In Kerkrade wees [L.] hem een hoekwoning aan. Hij deelde verdachte mee dat hij een tip had gekregen dat er veel geld in dit huis te halen zou zijn. [L.] wilde het geld uit het huis halen. Samen met [L.] en een hem onbekende jongen is verdachte uit de auto gestapt en ze hebben de hoekwoning bekeken. Op de tweede verdieping aan de voorzijde van de woning zag verdachte dat er allerlei knuffels voor het raam stonden. Verdachte begreep hieruit dat er in de woning een klein kind of een baby moest wonen. Door een raam aan de achterzijde van de woning zag verdachte dat een oude vrouw aan het breien was. Verdachte heeft toen aan [L.] meegedeeld dat hij niet meer meedeed, omdat hij kleine kinderen en oudere mensen niets wilde aandoen.

Tijdens de terechtzitting van 19 mei 2010 is aangeefster [LA] als getuige gehoord in de zaak van verdachte. Zij heeft desgevraagd bevestigd dat er aan de voorzijde van haar woning inderdaad knuffels voor het raam stonden en dat deze zichtbaar waren vanaf de straat. Volgens [LA] kon het echter niet zo zijn dat verdachte een oude vrouw in haar woning heeft zien zitten breien. Haar moeder is de oudste vrouw die bij haar over de vloer komt en haar moeder was op de dag van de overval met familie in Oostenrijk.

In een afgeluisterd telefoongesprek tussen [L.] en verdachte (tapgesprek nummer 184, pagina’s 369 en 370) werd door [L.] kennelijk gesproken over de overval op de Beukenbosweg. Als [L.] het over “de Beuksebosseweg” heeft, zegt verdachte dat hij hierover zijn mond moet houden en dat hij alweer veel te veel praat. Ook zegt verdachte dat de telefoon van [L.] “gevaarlijk” is.

In een ander afgeluisterd telefoongesprek (tapgesprek nummer 183, pagina’s 367 en 368) tussen verdachte en [L.] waarin kennelijk ook over de overval werd gesproken, heeft [L.] gezegd “ik ben nog niet eens binnen geweest (…)”. Verdachte beaamt dit door te zeggen dat hij weet dat [L.] niet binnen is geweest. Verdachte zegt tevens tegen [L.] dat hij geen namen moet noemen, anders gaat verdachte schieten.

Verdachte is ter zitting van 20 juli 2010 met de inhoud van beide tapgesprekken geconfronteerd. Verdachte heeft toen verklaard dat hij dit heeft gezegd omdat hij bang was dat hij medeplichtig zou zijn aan de overval. Verdachte had immers samen met [L.] bivakmutsen en handschoenen gekocht en hij had samen met onder andere [L.] de woning van [LA] bekeken. Verdachte geeft als uitleg voor zijn opmerking dat hij gaat schieten als [L.] namen noemt, dat hij dit heeft gezegd in een kwade bui en dat ook deze opmerking gezien moet worden in het licht dat hij bang was medeplichtig te zijn.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 mei 2010 ook verklaard dat [L.] hem verteld had hoe het gebeurd was en dat [L.] niet binnen was geweest.

[L.] heeft verklaard dat hij op de avond van de overval, omstreeks 23.00 uur, verdachte en twee anderen heeft afgezet in Kerkrade omdat ze naar de meisjes wilden. [L.] hoefde niet te wachten totdat ze terug zouden zijn en is na ongeveer 20 minuten weer vertrokken en is naar de woning van een vriend gereden. Omdat [L.] dacht dat deze vriend niet thuis was, is [L.] naar zijn eigen woning gereden. [L.] was rond 00.45 uur weer thuis en zou toen door verdachte zijn gebeld. Verdachte zou tegen [L.] hebben gezegd dat ze iets stoms hadden gedaan en dat ze binnen waren geweest bij een man, een vrouw en een kind.

Uit onderzoek van de historische printgegevens en mastgegevens van de gesprekken die onder andere zijn gevoerd met de door verdachte en [L.] gebruikte mobiele telefoons, gevoerd in de periode van 24 augustus 2009 te 0.00 uur tot en met 28 augustus 2009 te 24.00 uur, is evenwel niet gebleken dat er in de eerste uren na de overval telefonisch contact is geweest tussen verdachte en [L.].

[L.] heeft verder nog verklaard dat verdachte en [B.] af en toe Duits met elkaar spraken. Dit wordt echter door verdachte ontkend.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank het volgende af.

Verdachte wist dat [L.] plannen had om de woning van [LA] te overvallen voor geld. Verdachte heeft ter voorbereiding hierop samen met [L.] bivakmutsen en handschoenen gekocht en hij heeft samen met [L.] en een onbekende derde de woning van [LA] verkend. Verdachte heeft naar eigen zeggen daarna besloten niet aan de overval mee te doen.

Het bewijs dat verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de uitvoering van de overval op [LA] berust verder alleen op de verklaring van [L.], die zelf zegt niet bij de overval aanwezig te zijn geweest.

De rechtbank kan niet uitsluiten dat verdachte daadwerkelijk vrijwillig is teruggetreden. De inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken maakt dit volgens de rechtbank niet anders.

De rechtbank zal verdachte dan ook bij gebrek aan wettig bewijs vrijspreken van dit feit.

Dagvaarding met parketnummer 03/861019-10, feit 1 en feit 2

De rechtbank acht feit 1 subsidiair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 20 juli 2010;

- de Duitse aangifte van A.M. [R.];

- een verslag van een Duitse aangifte van P. [D.];

- een afschrift controle rijbewijsregister.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de motor heeft gestolen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht in de zaak met parketnummer 03/861019-10 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1 subsidiair.

in het tijdvak van 17 juli 2009 tot en met 20 juli 2009 in het arrondissement Maastricht, een motor, merk BMW voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die motor wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij omstreeks 20 juli 2009 te Heerlen als bestuurder van een motorrijtuig (motor, merk BMW) heeft gereden op de weg, Willem Barentszweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van 03/861019-10 feit 1 subsidiair:

opzetheling.

Ten aanzien van 03/861019-10 feit 2:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek van het voorarrest. Daarnaast dient aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging te worden opgelegd.

Voor feit 2 van de zaak met parketnummer 03/861019-10 heeft de officier van justitie gevorderd op te leggen een geldboete van € 250,- subsidiair vijf dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft terzake het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 03/703679-09 vrijspraak bepleit en terzake het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer

03/861019-10 geen opmerkingen gemaakt over de strafoplegging.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft gereden op een motor waarvan hij wist dat deze gestolen was. Daarnaast beschikte verdachte niet over een geldig rijbewijs voor het besturen van een motor.

Bij de straftoemeting houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank zal terzake van het bewezenverklaarde in de dagvaarding met parketnummer 03/861019-10 onder 2 een geldboete opleggen van € 250,00. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft de rechtbank rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal de rechtbank voor dit feit aan de verdachte de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden. Omdat verdachte nog niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, zal de rechtbank deze straf geheel voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 2 jaren.

6 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Uit de aard van de voorwerpen volgt dat zij kunnen dienen tot het begaan of voorbereiding van soortgelijke misdrijven.

De rechtbank heeft bij haar beslissing deze voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevat, waarop het voorgaande van toepassing is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36d, 62 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 107, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde in de dagvaarding met parketnummer 03/703679-09;

- spreekt verdachte vrij van het in de dagvaarding met parketnummer 03/861019-10 onder 1 primair ten laste gelegde;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde in de dagvaarding met parketnummer 03/861019-10 bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte voor het hiervoor in de dagvaarding met parketnummer 03/861019-10 onder 1 subsidiair bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf van 2 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte voor het hiervoor in de dagvaarding met parketnummer 03/861019-10 onder 2 bewezenverklaarde tot een geldboete van € 250,00 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen;

- ontzegt verdachte voor het hiervoor in de dagvaarding met parketnummer

03/861019-10 onder 2 bewezenverklaarde tevens de bevoegdheid motorrijtuigen te

besturen voor de duur van 6 maanden;

- beveelt dat de opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde de voorwaarde niet heeft nageleefd zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

nr. 3: een wapen, Astra, kleur grijs;

nr. 5: gereedschap, kleur zwart;

nr.15: een CO2 pistool, Tanfoglio 911 2009, kleur zwart;

nr.16: een gascylinder, kleur geel, Walther CO2;

nr.17: flesje en zakje kogeltjes, 2 stuks;

nr.18: een muts, kleur zwart.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Hazen, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en

mr. I. Becker-Hartenhof, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 augustus 2010.

Buiten staat

Mr. I. Becker-Hartenhof is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de dagvaarding met parketnummer 03/703679-09 ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 25 augustus 2009 in de gemeente Kerkrade ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan C.G.A. [LA] en/of F.M.M.M. [N.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [LA], te plegen met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- voorzien van een breekijzer en gemaskerd de woning, gelegen aan de [adres], heeft/hebben betreden door een raam van die woning in te slaan en/of

- een laken over die [LA] heeft getrokken teneinde die [LA] in bedwang te houden en/of

- heeft/hebben toegevoegd de woorden:"Wo ist das geld, wo ist das geld, wo ist die kluis", in elk geval woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- die woning heeft/hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Aan de verdachte is in de dagvaarding met parketnummer 03/861019-10 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 juli 2009 te Aken, Duitsland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motor, merk BMW, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan A. [R.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks het tijdvak van 17 juli 2009 tot en met 20 juli 2009 in het arrondissement Maastricht, in elk geval in Nederland en/of te Aken, in elk geval in Duitsland, een motor, merk BMW heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die motor wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Heerlen als bestuurder van een motorrijtuig (motor, merk BMW) heeft gereden op de weg, Willem Barentszweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig

behoorde.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummers: 03/703679-09, 03/861019-10 (gevoegde zaak)

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 3 augustus 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats/datum],

wonende te 6433 GX Hoensbroek, Nassaustraat 37,

thans gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 20 juli 2010 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.