Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN3321

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
05-08-2010
Zaaknummer
03/700599-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens afpersing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700599-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 augustus 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats/datum],

thans preventief gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Raadsman is mr. R. Mahovic, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is aanvankelijk inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 februari 2010, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Hierop werd het onderzoek gesloten.

Bij vonnis van 22 februari 2010 werd het onderzoek ter terechtzitting heropend voor nader onderzoek en voor het horen van een getuige op de nadere terechtzitting.

Vervolgens is de inhoudelijke behandeling van de zaak voortgezet op de zitting van 21 juli 2010, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte opnieuw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander [s[s[slachtoffer] heeft beroofd van onder meer zijn portemonnee en zijn bankpas;

Feit 2: samen met een ander verschillende keren geld heeft gestolen v[s[s[slachtoffer] door met diens bankpas en pincode te pinnen;

Feit 3: verschillende keren met een ander heeft geprobeerd om geld te stelen v[s[s[slachtoffer] door met diens bankpas en pincode te pinnen;

Feit 4: een spuitbusje pepperspray voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 1 acht hij de afpersing bewezen, ten aanzien van feit 2 de diefstal met een valse sleutel van € 40,-, ten aanzien van feit 3 verschillende pogingen tot diefstal met een valse sleutel en ten aanzien van feit 4 het voorhanden hebben van pepperspray.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 verwijst hij naar de verklaring van aangever en naar de bij aangever geconstateerde verwondingen. De verklaring van aangever overtuigt de officier van justitie, omdat zij op verschillende punten controleerbaar juist is gebleken, gelet op onder meer de zich in het dossier bevindende camerabeelden en de resultaten van het DNA-onderzoek. Dit DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het aangetroffen bloed van aangever is en dat een van de aangetroffen sigarettenpeuken van verdachte is. Verder wijst de officier van justitie op het feit dat de verdachte en zijn mededader gebruik hebben gemaakt van de bankpas met pincode van aangever.

De officier van justitie hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte.

De officier van justitie stelt dat terzake feit 2 ten aanzien van het bedrag van € 6,80 wellicht eerder sprake is van oplichting dan van diefstal.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte van de feiten 1, 2 en 3 dient te worden vrijgesproken, nu het alcohol- en druggebruik van aangever diens verklaring onbetrouwbaar maken. Dat aangever ten tijde van het afleggen van zijn verklaring niet helder was in zijn hoofd blijkt onder meer uit het feit dat hij wazig verklaarde over de aanwezigheid van geld en het verliezen van zijn bankpasjes. Bovendien verklaarde hij over verschillende tijdstippen controleerbaar onjuist.

Over de aangetroffen peuk met het DNA van verdachte stelt de verdediging dat deze afkomstig kan zijn van een bezoek dat verdachte één tot anderhalve week eerder bracht aan de plaats delict. Hij was toen in de aanwezigheid van een vrouw. Dat zou de peuk met het DNA van een onbekende vrouw kunnen verklaren.

Feit 4 kan worden bewezenverklaard, aldus de verdediging.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:

De betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat aangever die bewuste avond/nacht een grote hoeveelheid alcohol en cocaïne tot zich had genomen en dat dit, vanwege de werking van deze middelen op de geestelijke gesteldheid, betekent dat zijn verklaring minder betrouwbaar kan zijn.

De rechtbank is om die reden van oordeel dat de verklaring van aangever, bij de geringste twijfel over de betrouwbaarheid ervan, niet voor het bewijs zou mogen worden gebezigd.

Echter, de verklaring van aangever is op vele punten controleerbaar juist gebleken.

Immers, aangever verklaart met verdachte en de medeverdachte op stap te zijn geweest, welke verklaring door zowel verdachte als ook zijn medeverdachte wordt bevestigd. Aangever heeft daarbij de gelegenheden bezocht die hij in zijn aangifte nader heeft aangeduid. De verklaring van aangever wordt op dit punt ondersteund door een aantal getuigenverklaringen alsook door de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte. Aangever heeft bovendien verklaard samen met verdachte en zijn medeverdachte op 29 september 2009 de privéclub, Porky’s Faro, te hebben verlaten en ook dit deel van de aangifte blijkt verifieerbaar juist te zijn op basis van de zich in het dossier bevindende camerabeelden van de club. Immers uit die camerabeelden blijkt dat aangever de club inderdaad op die dag omstreeks 06:18 uur heeft verlaten in het gezelschap van verdachte en zijn medeverdachte. Voorts staat vast dat aangever korte tijd later, enkele minuten voor 06:39 uur, letsel heeft opgelopen. Daarnaast staat vast dat aangevers bloed is aangetroffen in de woning, door aangever in zijn aangifte aangewezen als de plaats delict van feit 1. Tot slot staat onomstotelijk vast dat de beide verdachten nadien beschikken over aangevers bankpas.

Gelet op het feit dat de aangifte van aangever op deze hiervoor genoemde punten verifieerbaar juist is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangever betrouwbaar is en voor het bewijs kan worden gebezigd.

De bewijsconstructie:

In de vroege ochtend van 29 september 2009 verliet aangever samen met twee andere mannen, met wie hij die voorafgaande avond en nacht op stap was geweest, een nachtclub in Kerkrade. Een van deze mannen was verdachte. De andere man was medeverdacht[R.D.].

Het uitlezen van de camerabeelden van privéclub Porky’s Faro aan de Industrieweg 56 te Kerkrade leert dat drie mannen, onder wie aangever, samen met twee vrouwen op 29 september 2009 omstreeks 01.51 uur bij deze club arriveerden en dat de drie mannen omstreeks 06.18 uur de club verlieten.

Aangever heeft verklaard dat hij zelf, verdachte en medeverdachte [R.D.] vrijwel direct na het verlaten van de club een (ander) pand aan de Industrieweg te Kerkrade binnengingen, omdat een van de verdachten zou hebben gezegd dat daar een feestje was. Verdachte en medeverdachte [R.D.] gingen als eersten naar binnen en aangever als laatste. Op het moment dat aangever het pand binnenstapte, werd hij meteen geslagen en geschopt door beide mannen. De eerste klappen kreeg hij in zijn gezicht. De kleinere van de mannen schreeuwde: ‘Geld hier, bankpas hier, pincode hier, we maken je af.’ Hierop gaf aangever zijn beurs, zijn bankpas en zijn pincode. Verder miste aangever een geldbedrag en sleutels. Vervolgens voelde hij dat hij met kracht aan zijn nek en T-shirt werd getrokken. Daarbij werd hij voortdurend geslagen en geschopt. Daarna zei de kleinere man nog “Jij houdt je bek, anders ga je eraan.”

Ten gevolge hiervan liep aangever letsel op aan zijn hoofd, nek, rug, schouders en borst.

Nadat de twee daders waren weggegaan liep aangever verschillende straten in. Hij kwam een vrouw tegen en vroeg of zij het alarmnummer wilde bellen.

Op 29 september 2009 omstreeks 06.39 uur kreeg de politie een melding binnen dat op de Patronaatstraat te Kerkrade een bloedende man stond die zou zijn overvallen.

Aan de verbalisanten die ter plaatse kwamen beschreef aangever wat er was gebeurd en waar het had plaatsgevonden. Rijdend langs de woning Industriestraat 13 te Kerkrade gaf aangever aan dat dit de locatie was waar hij was overvallen. Het zou aan de achterzijde van de woning zijn gebeurd. Dit pand betrof een leegstaande woning. Binnen zagen de verbalisanten bloed op de grond en op het kozijn / de lambrisering.

Bij sporenonderzoek op de plaats delict werden onder meer verschillende sigarettenpeuken aangetroffen. Bovendien werd op drie plaatsen, bij de achterdeur en de gang bij deze achterdeur, bloed aangetroffen, te weten op het bord ‘nooduitgang’ bij de achterdeur, op het kozijn van de kelderdeur en op een glaslat van de achterdeur. Deze en andere sporen werden veiliggesteld.

Uit DNA-onderzoek blijkt dat de DNA-profielen van het bloed DNA-profielen zijn van een man. Deze DNA-profielen matchen met elkaar en met het DNA-profiel van aangever. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard.

Voorts blijkt uit DNA-onderzoek dat van het DNA op een van de peuken een DNA-mengprofiel is verkregen dat DNA-kenmerken bevat van ten minste twee personen. Uit dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man wiens celmateriaal prominent op de peuk aanwezig is. Het DNA-profiel van verdachte matcht met het afgeleide DNA-hoofdprofiel. Dit betekent dat de peuk een relatief grote hoeveelheid celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het afgeleide DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Met de bankpas van aangever werd op 29 september 2009 verschillende malen gepind, te weten omstreeks 06.53 uur bij de ABN-Amro bank te Hoensbroek een bedrag van € 40,- en omstreeks 07.06 uur bij tankstation Total Boshouwers te Brunssum een bedrag van € 6,80. Voorts werden op diezelfde dag verschillende pogingen gedaan om met de bankpas van aangever te pinnen, te weten om 06.54 uur bij de ABN-Amro bank te Hoensbroek, omstreeks 07.06 uur bij tankstation Total Boshouwers te Brunssum en omstreeks 07.40 uur bij Aral tankstation te Aken.

De afstand van het pand aan de Industriestraat 13 naar de pinautomaat te Hoensbroek waar omstreeks 06.53 uur werd gepind, bedraagt 14,1 kilometer. De reistijd bedraagt ongeveer 21 minuten.

Verdachte herkent zichzelf op de videoprints van de camerabeelden die gemaakt zijn ten tijde van de pintransacties bij de pinautomaat in Hoensbroek, het tankstation in Brunssum en het tankstation in Aken. Verder herkent hij medeverdachte [R.D.] op de videoprints van de camerabeelden uit Aken.

Verdachte erkent bij de ABN-Amro bank € 40,- en daarnaast nog een bedrag van € 6,80 te hebben gepind. Voorts erkent hij dat hij heeft proberen te pinnen bij het Total tankstation in Brunssum en bij het Aral tankstation in Aken.

Conclusie

Met name gelet op

- de verklaring van aangever,

- het bij hem geconstateerde letsel;

- het aantreffen van zijn bloed op de plaats delict van feit 1;

- het zeer korte tijdsverloop tussen het door de verdachten en de aangever verlaten van de nachtclub en de bij de politie binnengekomen melding van de overval;

- het zeer korte tijdsverloop tussen deze tijdstippen en het eerste moment van pinnen door verdachte;

- het op de plaats delict van feit 1 aantreffen van een sigarettenpeuk, waarvan de rechtbank op basis van het gestelde in het DNA rapport en de daarin opgenomen kansberekening aanneemt dat deze van verdachte is;

is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor een bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3.

Uit dit alles leidt de rechtbank af dat:

- verdachte en medeverdachte [R.D.] aangever [s[slachtoffer] met geweld en bedreiging met geweld hebben gedwongen om zijn portemonnee, zijn bankpas en andere goederen af te geven (feit 1);

- verdachte vervolgens met de bankpas en de pincode van aangever een bedrag van

€ 40,- heeft gepind en voor een bedrag van € 6,80 aan goederen heeft betaald (feit 2);

- dit een diefstal met een valse sleutel betreft, nu uit de aangifte van feit 1 blijkt dat de daders niet gerechtigd waren tot het gebruik van de bankpas;

- verdachte ook op andere momenten heeft getracht te pinnen met de bankpas van aangever, hetgeen mislukte (feit 3);

- dit verschillende pogingen tot diefstal met een valse sleutel oplevert, nu uit de aangifte van feit 1 blijkt dat de daders niet gerechtigd waren tot het gebruik van de bankpas;

- er sprake is van diefstal in vereniging (feit 2) en poging tot diefstal in vereniging (feit 3) nu medeverdachte [R.D.] volgens aangever degene is geweest die schreeuwde dat hij de bankpas en de pincode moest afgeven, omdat hij anders zou worden afgemaakt, en nu medeverdachte [R.D.] op de beelden van het tankstation te Aken bij het pinnen door verdachte wordt waargenomen.

Gelet op de aangifte en de overige bewijsmiddelen, hecht de rechtbank geen enkel geloof aan de verklaring van verdachte dat hij het bankpasje van aangever heeft gekregen omdat hij nog geld tegoed had, en dat hij het een week later zou teruggeven, en aan zijn verklaring dat de op de plaats delict aangetroffen peuk er al langer lag.

De rechtbank acht de feiten 1, 2 en 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4:

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank feit 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- het aantreffen van het busje pepperspray ;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 februari 2010 .

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

op 29 september 2009 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [s[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en geld en sleutels en een bankpas, toebehorende aan die [slachtoffer], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededader

- die [slachtoffer] met kracht hebben vastgepakt en aan (de nek van) die [slachtoffer] hebben getrokken en

- met kracht tegen het hoofd van die [slachtoffer] hebben geslagen en met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer] hebben geschopt en geslagen en

- aan die [slachtoffer] hebben toegevoegd de woorden: “Geld hier, bankpas hier, pincode hier. We maken je af.” en “Jij houdt je bek, anders ga je eraan.”;

Feit 2

op 29 september 2009 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen en in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal 46,80 euro), toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn mededader telkens het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruikmaking van een van diefstal afkomstige bankpas en een (bij die bankpas horende) pincode;

Feit 3

op 29 september 2009 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen en in de gemeente Brunssum en te Aken meermalen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, toebeho[slachtoffer], en telkens dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een van diefstal afkomstige bankpas in betaal- en/of pinautomaten heeft ingevoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4

op 27 oktober 2009 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met weerloosmakende en traanverwekkende stof, namelijk een pepperspray spuitbusje voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest.

Hiertoe verwijst hij naar de ernst van het feit en de achtergrond van de verdachte.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de strafoplegging.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft samen met zijn mededader het slachtoffer, met wie zij samen op stap waren, na een avond en nacht stappen, overvallen. Daarbij werd het slachtoffer gedwongen om zijn portemonnee met geld, alsmede zijn bankpas en zijn pincode af te geven. Bij deze overval is tegen het slachtoffer bruut geweld gebruikt. Hierdoor en door de geuite bedreigingen heeft het slachtoffer gevreesd voor zijn leven.

Vervolgens zijn verdachte en zijn mededader met de bankpas van het slachtoffer gaan pinnen. Dit is enkele malen gelukt en verschillende keren mislukt.

Met name de overval is een zeer ernstig strafbaar feit, getuige het feit dat op afpersing in vereniging -en daarom gaat het in feite- een maximale gevangenisstraf staat van twaalf jaren.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer zwaar aan.

Strafmaatverhogend is ook het gegeven dat verdachte al eens voor een geweldsmisdrijf is veroordeeld. Dat heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een ander agressief te bejegenen.

Voorts heeft verdachte een spuitbusje pepperspray voorhanden gehad. Ook dit is een strafbaar feit waarvoor een straf op zijn plaats is.

Gelet hierop en in aanmerking nemend de straffen die de rechtbank in soortgelijke gevallen oplegt, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend is. De rechtbank zal verdachte dan ook een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest opleggen.

6 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeel[slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 860,95 terzake van de feiten 1 en 2.

De vordering behelst een bedrag van € 500,- aan immateriële schade en een bedrag van € 360,95 aan materiële schade.

De officier van justitie vordert de volledige toewijzing van de gevorderde immateriële schade en de toewijzing van de gevorderde materiële schade tot een bedrag van € 210,95. De officier van justitie zet vraagtekens bij het gevorderde bedrag van € 150,-.

Voorts verzoekt hij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging verzoekt de vordering van de benadeelde partij af te wijzen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade is toegebracht. Als rechtstreekse schade kunnen de volgende schadeposten worden aangemerkt:

- contant geld: € 150,-;

- gepind geld: € 46,-;

- nieuwe pinpas: € 7,50;

- vervoerskosten: € 2,45;

- ziekenhuisdaggeldvergoeding: € 25,-;

- immateriële schade: € 500,-.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 730,95, inclusief de wettelijke rente.

Tevens zal de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ten aanzien van de posten ‘jas’ en ‘trui’ (een totaal schadebedrag van € 130,-) is de rechtbank van oordeel dat dit geen rechtstreekse schade door het bewezenverklaarde feit betreft, nu aangever heeft verklaard dat hij deze voorwerpen in de auto van de daders heeft laten liggen. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van deze schade dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

7 Het beslag

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven spuitbus pepperspray is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het een voorwerp is met betrekking tot welke het onder 4 bewezenverklaarde is begaan. Dit voorwerp zal daarom aan het verkeer worden onttrokken.

Bij gelegenheid van het onderzoek naar het misdrijf waarvoor de verdachte is vervolgd, zijn inbeslaggenomen: 10,4 gram hennep en 0,7 gram amfetamine. Deze voorwerpen behoren aan de verdachte toe, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Deze zal de rechtbank ook onttrokken aan het verkeer verklaren.

De overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten schoeisel en een jas, zullen aan de verdachte worden teruggegeven.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36d, 36f, 45, 57, 63, 310, 311, 312 en

317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeel[slachtoffer], [adres] te betalen een bedrag van € 730,95, vermeerderd met de wettelijke rente van 29 september 2009 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeel[slachtoffer], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeel[slachtoffer] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het sl[slachtoffer] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 14 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 september 2009 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeel[slachtoffer] vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen aan het verkeer onttrokken:

(1) 10,4 gram hennep, voorwerpnummer 1713907;

(2) een spuitbus pepperspray (protect anti-dog 2006), voorwerpnummer 1713904;

(3) 0,7 gram amfetamine, voorwerpnummer 1713913;

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

(4) schoeisel, voorwerpnummer 1713992;

(5) jas, voorwerpnummer 1713996.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 augustus 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Feit 1

hij op of omstreeks 29 september 2009 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee en/of geld en/of een of meer sleutel(s) en/of een bankpas en/of een (bij die bankpas horende) pincode, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebeho[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging m[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of geld en/of en/of een of meer sleutel(s) en/of een bankpas en/of een (bij die bankpas horende) pincode, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- die [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden

en/of (vervolgens) aan (de nek van) die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken

en/of

- (met kracht) op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam van die

[slachtoffer] heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of

gestompt en/of

- aan die [slachtoffer] (dreigend) heeft/hebben toegevoegd (de) woorden (van de

strekking): "Geld hier, bankpas hier, pincode hier. We maken je af." en/of

"Jij houdt je bek, anders ga je eraan.";

Feit 2

hij op of omstreeks 29 september 2009 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal 46,80 euro), in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

een valse sleutel, te weten door gebruikmaking van een van diefstal afkomstige bankpas en/of een (bij die bankpas horende) pincode;

Feit 3

hij op of omstreeks 29 september 2009 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Brunssum en/of te Aken, althans in de Bondsrepubliek Duitsland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehor[s[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, (telkens) een van diefstal afkomstige bankpas in een of meer betaal- en/of pinautoma(a)t(en) heeft gestoken en/of ingevoerd en/of een (bij die bankpas behorende) pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), niet gerechtigd was/waren, heeft ingetoetst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4

hij op of omstreeks 27 oktober 2009 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof, namelijk een pepperspray spuitbusje voorhanden heeft gehad.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/700599-09

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 4 augustus 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats/datum],

thans preventief gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 21 juli 2010 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. R. Mahovic, advocaat te Maastricht.