Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN2485

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
03/703832-07 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aan veroordeelde wordt de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van € 55.960,-. Dit bedrag heeft hij wederrechtelijk verkregen uit aan mensensmokkel gerelateerde zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/703832-07 (ontneming)

Datum uitspraak: 11 juni 2010

Beslissing inzake de vordering van de officier van justitie in het arron¬dissement Maastricht onder voormeld parketnummer, geda¬teerd 4 april 2008 en bij deze rechtbank ter terechtzit¬ting van 22 april 2008 aanhangig gemaakt, daar¬toe strek¬ken¬de dat de rechtbank ten laste van

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

hierna te noemen: [naam verdachte],

het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk ver¬kregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en [naam verdachte] de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel.

De vordering is gericht op de ontneming van het voordeel verkregen door middel van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden in het vonnis van 21 augustus 2008 (met bovengenoemd parketnummer) en het vonnis van 22 oktober 2008 (met het parketnummer

03/703250-08) en soortgelijke feiten, ter zake waarvan voldoende aanwijzingen bestaan dat deze door [naam verdachte] zijn begaan.

Bij bovengenoemd vonnis van 21 augustus 2008 is - voor zover hier van belang - wettig en overtuigend bewezen verklaard dat [naam verdachte]:

- in de periode van 1 juli 2003 tot en met 23 juli 2003 in de gemeente Brunssum, althans in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, een aan een ander verstrekt reisdocument, te weten een Nederlands paspoort ten name gesteld van [B.] (geboren op 1 juli 1974 te Bujumbura), ter beschikking heeft gesteld aan [M.], met het oogmerk dat reisdocument door die [M.] te doen gebruiken als ware het aan die [M.] verstrekt (dossier 5.3);

- in de periode van oktober 2007 in de gemeente Roermond en de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander, in het bezit was van een of meer reisdocumenten, te weten een Burundees paspoort en twee Belgische paspoorten, waarvan hij en zijn mededader wisten dat de reisdocumenten vervalst waren, bestaande de valsheid hieruit dat de paspoorten niet waren voorzien van de originele bij dat paspoort behorende pasfoto (dossier 5.8);

- meermalen in de periode van 1 juli 2007 tot en met 30 oktober 2007 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid, KPN heeft bewogen tot de afgifte van een of meer Flybook V33i en Sierra Wireless Modem en 16 faxapparaten (Rio Bravo 300) en 20 faxapparaten (Panasonic KX-FP205) en 64 draadloze telefoons (Philips) en 4 telefoonsets Chicago 700 en een laptop en 2 basisstation Chicago 735, hebbende [naam verdachte] en zijn mededader toen aldaar met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide kopers van voornoemde goederen en via de website www.kpn.com onder gebruikmaking van de diverse namen (te weten [E.S.] en [T.F.] en [B.M.]) voornoemde goederen besteld, waardoor KPN (telkens) werd bewogen tot bovengenoemde afgifte (dossier 5.16.6);

Bij bovengenoemd vonnis van 22 oktober 2008 is - voor zover hier van belang - wettig en overtuigend bewezen verklaard dat [naam verdachte]:

- in de periode van 22 oktober 2007 tot 30 oktober 2007 in de gemeente Brunssum en de gemeente Dordrecht, tezamen en in vereniging met anderen, twee mannen, genoemd [L.] en een vriend van die [L.], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Noorwegen, immers hebben [naam verdachte] en zijn mededaders

o die [L.] en een vriend van die [L.] in een auto aanwezig gehad en vervoerd vanuit Nederland via Duitsland en Denemarken en Zweden naar Noorwegen en

o een vals identiteitsdocument ter beschikking gesteld aan die [L.],

terwijl [naam verdachte] en zijn mededaders wisten dat die toegang wederrechtelijk was

(dossier 5.17).

De procesgang

De officier van justitie heeft de vordering gelijktijdig ingesteld met de tegen [naam verdachte] op 22 april 2008 door dagvaarding aanhangig gemaakte strafzaak. De officier van justitie heeft de vordering derhalve ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn.

De officier van justitie heeft aanvankelijk gevorderd vorenbedoeld voordeel vast te stellen op

€ 87.848,74.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd het voordeel vast te stellen op € 62.251, .

De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 februari 2010. [naam verdachte] is niet verschenen. Wel is verschenen zijn raadsman, mr. Bordes, die heeft verklaard bepaaldelijk gemachtigd te zijn.

De rechtbank heeft gezien en ter zitting aan de orde gesteld:

- de inhoud van het aan de voormelde vonnissen ten grondslag liggende dossier Onderzoek “Caballa” met dossiernummer T22/2008;

- het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e 2e lid Sr, [naam verdachte], [M.] behorende bij het Onderzoek “Caballa” met nummer T22/2008;

- de voormelde vonnissen d.d. 21 augustus 2008 en 22 oktober 2008;

Tevens heeft de rechtbank gelet op hetgeen bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting van 8 februari 2010 aan de orde is gekomen, bij gelegenheid waarvan de officier van justi¬tie en de raadsman zijn gehoord.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft verwezen naar de berekening zoals opgesteld in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel inzake [naam verdachte], d.d. 27 november 2009, behorende bij het Onderzoek “Caballa” (verder te noemen: de berekening). Hij heeft de aanvankelijke vordering gewijzigd en gevorderd het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op € 63.251, -, zijnde het in de berekening genoemde bedrag. Bij repliek heeft de officier van justitie zijn vordering nog verlaagd naar het bedrag van € 62.251, - aangezien op pagina 29 van de berekening een berekeningsfout staat.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering te hoog is. Hij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

In zaakdossier 5.8 is uitgegaan van de veronderstelling dat [naam verdachte] betrokken is geweest bij mensensmokkel. [naam verdachte] is echter niet veroordeeld voor de aldaar bedoelde mensensmokkel. Dit is hem wel ten laste gelegd, maar de officier van justitie is ten aanzien van dit feit niet-ontvankelijk verklaard. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat bij de berekening is uitgegaan van 22 (valse/vervalste) identiteitspapieren die in de woning van [naam verdachte] zijn aangetroffen. Volgens de raadsman kunnen niet al deze identiteitspapieren bij de berekening worden meegenomen. Aan [naam verdachte] is namelijk het in bezit hebben van al deze papieren ten laste gelegd, maar de rechtbank heeft in haar vonnis van 21 augustus 2008 alleen het bezit van drie valse paspoorten bewezen verklaard (te weten een Burundees en twee Belgische paspoorten). Dit brengt mee dat hooguit één geval van smokkel vanuit Afrika en twee vanuit (binnen) Europa in de berekening meegenomen kunnen worden. Na aftrek van de hiervoor gemaakte kosten zou een voordeel resten van € 2.597, -.

Ten aanzien van zaakdossier 5.17 heeft de raadsman primair naar voren gebracht dat uit het dossier slechts blijkt dat er € 500, - voor de reis is betaald. Na aftrek van alle kosten is het voordeel nihil. Subsidiair kan het voordeel hooguit € 500, - bedragen, aldus de raadsman.

Zaakdossier 5.18 gaat uit van de veronderstelling dat aan alle personen van wie één pasfoto is aangetroffen een (vals) reisdocument is verstrekt. Deze veronderstelling gaat veel te ver. Er is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat dit inderdaad is geschied.

Ten aanzien van de overige berekeningen heeft de raadsman geen verweer gevoerd.

De beoordeling door de rechtbank

In de berekening wordt gerelateerd dat [naam verdachte] werd verdacht van een groot aantal zaken, waarvan het merendeel aan mensensmokkel gerelateerde zaken betreft.

Al deze zaken zijn onderverdeeld in een aantal zaakdossiers. Uit de berekening blijkt dat het openbaar ministerie alleen ten aanzien van een deel van de gerelateerde zaken van mening is dat hieruit/hierdoor wederrechtelijk voordeel door [naam verdachte] is genoten. Het gaat hierbij om de zaakdossiers 5.3, 5.8, 5.16.6, 5.17 en 5.18. Op deze zaakdossiers wordt hieronder afzonderlijk ingegaan.

Zaakdossier 5.3

In zaakdossier 5.3 is aangegegeven dat [naam verdachte] een reisdocument op naam van [B.] ter beschikking heeft gesteld aan ene [M.], met het oogmerk dat reisdocument door die [M.] te doen gebruiken als ware het aan die [M.] verstrekt.

[naam verdachte] is voor dit feit bij bovengenoemd vonnis van 21 augustus 2008 veroordeeld. In het dossier (Onderzoek “Caballa”) heeft [naam verdachte] bovendien verklaard dat hij € 200, - heeft gekregen voor de hulp die hij aan [M.] heeft geboden.

Gelet hierop zal de rechtbank het in deze zaak wederrechtelijk verkregen voordeel vaststellen op € 200, -.

Zaakdossier 5.8

In zaakdossier 5.8 is aangegeven dat bij [naam verdachte] 22 valse/vervalste reisdocumenten zijn aangetroffen. Op grond van een aantal verklaringen die zich in het dossier Caballa bevinden heeft de officier van justitie de conclusie getrokken dat [naam verdachte] al deze documenten ter beschikking heeft gesteld aan derden om zo hun illegale inreis naar/binnen de Europese Unie mogelijk te maken. Hiervoor zou hij in totaal een bedrag van € 23.067, - hebben ontvangen.

In de zaak met parketnummer 03/703832-07 is aan [naam verdachte] onder andere ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel en dat hij – kort samengevat – een groot aantal reisdocumenten heeft vervalst, dan wel deze vervalste documenten aanwezig heeft gehad. Het ging hierbij om papieren uit Burundi, Nederland, België, Portugal en Zuid-Afrika. Bij vonnis van 21 augustus 2008 is de officier van justitie ten aanzien van de tenlastegelegde mensensmokkel niet-ontvankelijk verklaard. [naam verdachte] is wel veroordeeld voor het bezit van drie valse paspoorten, te weten een Burundees en twee Belgische paspoorten. Ondanks de niet-ontvankelijkverklaring is uit het onderliggende dossier voldoende aannemelijk geworden dat [naam verdachte] wel betrokken is (geweest) bij mensensmokkel. Dit blijkt onder meer uit de volgende feiten en omstandigheden.

Tijdens een zoeking op het adres van [naam verdachte] werden verschillende valse c.q. vervalste (reis)documenten of kopieën aangetroffen en in beslag genomen. [N.] heeft bij de politie [naam verdachte] van een foto herkend. Zij heeft verklaard dat [naam verdachte] zou regelen dat zij naar Europa kon. [P. de S.] heeft [naam verdachte] hiervoor $ 8.000, - en later nog eens $ 4.000, - gegeven.

[B.] heeft verklaard dat hij ene [M.] $ 1.800, - heeft gegeven om zijn vrouw naar Nederland te halen. Als hem een foto van [naam verdachte] wordt getoond, herkent hij deze persoon als de [M.] over wie hij spreekt.

[naam verdachte] zelf heeft verklaard dat [N.] hem $ 2.000, - heeft gevraagd om zijn vrouw naar hier te laten komen. Voor de vervalste Portugese identiteitskaart heeft [naam verdachte] € 350, - betaald.

Verder heeft [naam verdachte] verklaard dat hij van [M.] € 200, - per paspoort zou krijgen. [M.] regelde dan de visa voor de paspoorten. [naam verdachte] heeft ook verklaard dat de prijzen voor de visa € 1.500, - voor de vrouw en € 1.000, - per kind bedragen en dat [M.] die prijs bepaalt. Tevens heeft [naam verdachte] verklaard dat hij voor [P.] € 50, - heeft betaald aan een zwerver voor een Nederlandse identiteitskaart. Deze bedragen blijken ook uit een telefoongesprek. Uit een ander telefoongesprek tussen [naam verdachte] en [S.] blijkt dat er 5.000 betaald moet worden voor vier documenten en dat de reis dan na maximaal twee weken zou beginnen vanuit Burundi, Rwanda of een buurland. Ten slotte is [naam verdachte] zoals hierboven reeds is aangegeven, bij vonnis van 22 oktober 2008 veroordeeld voor twee gevallen van mensensmokkel.

Rest de vraag welk voordeel [naam verdachte] hieruit heeft genoten. In de berekening is als uitgangspunt genomen dat bij [naam verdachte] 22 (al dan niet valste/vervalste) reisdocumenten zijn aangetroffen en dat hij daarom betrokken is geweest bij de smokkel van 22 personen. Voor het smokkelen van een persoon vanuit Afrika naar een land in de Europese Unie moet gemiddeld een bedrag van tussen de € 1.500, - of $ 4.000, - (€ 2.694,69) per persoon worden betaald. Gemiddeld per persoon derhalve € 2.097, -.

Voor het smokkelen van een persoon vanuit een land binnen de Europese Unie naar een ander land binnen deze Unie geldt een bedrag van € 1.000, -.

Voor het ter beschikking stellen van een paspoort worden personen meestal financieel vergoed. Deze bedragen kunnen variëren tussen de € 50, - en € 1.000, -, afhankelijk van het ter beschikking gestelde document. Voor de berekening van de kosten is een gemiddeld bedrag berekend van € 500, -.

De rechtbank acht de genoemde bedragen alleszins aannemelijk, maar kan zich niet vinden in het genoemde aantal van 22 gesmokkelde personen. Op grond van het arrest van het EHRM inzake [G.] (LJN BA1112; NJ 2007,349) kan de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet gebaseerd zijn op feiten die wel ten laste zijn gelegd, maar waarvan [naam verdachte] is vrijgesproken. Dit is in strijd met de presumptie van onschuld. Bij voornoemd vonnis van 21 augustus 2008 is [naam verdachte] vrijgesproken van het in bezit hebben van een aantal van de bij hem aangetroffen documenten, waarvan hij wist of geweten moest hebben dat deze vals of vervalst waren. Dit betekent dat bij de berekening van het aantal gesmokkelde personen alleen die documenten meegenomen kunnen worden die in de bewezenverklaring zijn genoemd, te weten een Burundees en twee Belgische paspoorten, alsmede de aangetroffen documenten die niet in de tenlastelegging zijn opgenomen. Dit betreffen alles bij elkaar de volgende 16 documenten:

- een Burundees paspoort;

- twee Belgische paspoorten;

- een Burundees rijbewijs;

- vijf Portugese verblijfsvergunningen;

- een fotokopie van een Burundees paspoort;

- een UK Travel Document;

- een Zuid-Afrikaanse identiteitskaart;

- een personaliapagina van een Zuid Afrikaans paspoort;

- twee bewijzen van inschrijving in het Vreemdelingenregister in België;

- een Burundese identiteitskaart.

De rechtbank zal dus uitgaan van 16 gesmokkelde personen.

Voor de berekening acht de rechtbank het redelijk ervan uit te gaan dat de helft van de gesmokkelde personen vanuit Afrika gesmokkeld is en de andere helft binnen de Europese Unie van het ene land naar het andere land gesmokkeld is.

Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank het wederrechtelijke verkregen voordeel in zaakdossier 5.8 vast op:

Opbrengst 8 x 2.097 = 16.776

8 x 1.000 = 8.000

24.776

Minus:

Kosten 16 x 500 = 8.000

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 16.776, -

Zaakdossier 5.16.6

In zaakdossier 5.16.6 is aangegeven dat [naam verdachte] samen met [A.] via andermans papieren en bankpasje een groot aantal goederen bij KPN heeft besteld. Een aantal van deze goederen werd afgeleverd op het huisadres van [naam verdachte] aan de [P-straat] te Brunssum.

De rechtbank overweegt dat [naam verdachte] bij vonnis van 21 augustus 2008 voor dit feit is veroordeeld als medepleger van oplichting. [naam verdachte] zelf heeft verklaard dat hij een financiële vergoeding heeft gekregen van [A.] voor het in ontvangst nemen van de postpakketten. Deze vergoeding bedroeg tussen de € 30, - en € 50, - per pakket. Het ging hierbij om tenminste vier pakketten. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het in deze zaak wederrechtelijke verkregen voordeel vaststellen op: 4 x € 40 = € 160, - (geen kosten).

Zaakdossier 5.17

In zaakdossier 5.17 wordt [naam verdachte] verweten dat hij samen met [A.], [B.] en [B.] een zekere [L.] en een vriend van deze [L.] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Noorwegen. In de berekening is als uitgangspunt genomen dat deze twee personen binnen Europa zijn gesmokkeld. Voor het smokkelen van een persoon vanuit een land binnen de Europese Unie naar een ander land binnen deze Unie zou € 1.000, - betaald worden. Voor het ter beschikking stellen van een paspoort worden personen meestal financieel vergoed. Deze bedragen kunnen variëren tussen de € 50, - en € 1.000, - afhankelijk van het ter beschikking gestelde document. Voor de berekening van de kosten is een gemiddeld bedrag berekend van € 500, -.

De rechtbank overweegt dat [naam verdachte] bij vonnis van 22 oktober 2008 voor de bovengenoemde smokkel is veroordeeld terzake het medeplegen van mensensmokkel. Het ging hierbij om het illegale vervoer van twee personen vanuit Nederland naar Noorwegen in de periode van 22 tot en met 30 oktober 2007. De door de officier van justitie gestelde opbrengst voor deze smokkel acht de rechtbank aannemelijk. Ook de kosten van € 500,- per reisdocument acht de rechtbank aannemelijk. In het dossier bevindt zich een verklaring van een van de medesmokkelaars van [naam verdachte], genaamd [B.]. [B.] heeft verklaard dat [naam verdachte] zijn eigen paspoort heeft meegegeven om de vriend van [L.] daarmee te laten reizen. Nu [naam verdachte] zijn eigen paspoort ter beschikking heeft gesteld en hij hiervoor dus geen kosten heeft gemaakt zal de rechtbank uitgaan van slechts één kostenpost. Gelet op het bovenstaande zal zij het wederrechtelijk verkregen voordeel in deze zaak vaststellen op:

Opbrengst: 2 x € 1.000 = € 2.000

Minus kosten: € 500 € 500

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 1.500, -

Zaakdossier 5.18

In zaakdossier 5.18 is gerelateerd dat bij een zoeking in de woning van [naam verdachte] een groot aantal pasfoto’s is aangetroffen. In enkele gevallen werden de pasfoto’s aangetroffen in combinatie met een handgeschreven brief met het verzoek om een (reis)document te maken. Van een aantal van de aangetroffen pasfoto’s zijn identieke foto’s aangetroffen op valse c.q. vervalste (reis)documenten. Door de officier van justitie is als uitgangspunt genomen dat de helft van alle foto’s waarvan (nog) slechts één exemplaar is aangetroffen, is gebruikt voor het vervaardigen van valse reisdocumenten. Het zou dan om 28 documenten gaan. Zo’n document zou gemiddeld € 1.833,- opbrengen, waarop € 500,- aan kosten in mindering gebracht kan worden.

De rechtbank overweegt dat uit het onderliggende dossier voldoende aannemelijk is geworden dat [naam verdachte] betrokken is (geweest) bij het valselijk opmaken of vervalsen van reisdocumenten. [B.] heeft verklaard dat [naam verdachte] mensen uit Afrika haalt en een mensensmokkelaar of reisagent is. Tevens heeft [B.] verklaard dat [M.] ook visa en vliegtickets regelt en paspoorten uitleent om mensen daarop te laten reizen. [naam verdachte] zelf heeft verklaard dat de prijzen voor de visa € 1.500, - voor de vrouw en € 1.000, - per kind bedragen en dat [M.] die prijs bepaalt. Deze bedragen blijken ook uit een telefoongesprek tussen [naam verdachte] en [S.].

De rechtbank acht voorts de berekening van de officier van justitie wat het aantal vervalste reisdocumenten betreft aannemelijk en zal het wederrechtelijk verkregen voordeel in deze zaak daarom vaststellen op:

Opbrengst: 28 x € 1.833 = € 51.324

Minus kosten: 28 x € 500 = € 14.000

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 37.324, -

Concluderend zal de rechtbank het door [naam verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel in deze zaak vaststellen op een bedrag van € 55.960, = ( 200 + 16.776 + 160 + 1.500 + 37.324).

Ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal aan [naam verdachte] de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de staat van een geldbedrag van € 55.960, =

DE BESLISSING

De rechtbank

- stelt het geschatte voordeel, dat [naam verdachte] vanwege voormelde strafbare feiten wederrechtelijk heeft verkregen, vast op een bedrag van € 55.960, = (vijfenvijftigduizendnegenhonderdzestig euro);

- verplicht [naam verdachte], ter ontneming van voren¬bedoeld wederrechtelijk verkregen voordeel, tot betaling aan de staat van een bedrag van € 55.960, = (vijfenvijtigduizendnegenhonderzestig euro).

Aldus gegeven door mr. mr. A.J. Hazen, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A.J. Koonen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 11 juni 2010.