Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN0965

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
03.056490.10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Maastricht onbevoegd.

De voorschriften 2, 3, 5 en 6 van het Wetboek van Strafvordering inzake de relatieve competentie van de rechtbank, zijn van openbare orde, zodat de rechter deze ambtshalve heeft te toetsen.

De in de tenlastelegging genoemde pleegplaats is de gemeente Maasgouw, gelegen in het arrondissement Roermond. Ten tijde van de aanvang van de vervolging, in dit geval de (inleidende) dagvaarding, stond verdachte ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Utrecht.

Niet is gebleken dat verdachte zich toen in het arrondissement Maastricht bevond.

Uit het dossier blijkt dat, nadat verdachte op heterdaad werd aangehouden, hij is overgebracht naar het bureau van de Politie Regio Limburg-Noord te Maasbracht, gemeente Maasgouw. In Maasbracht is zijn auto in beslag genomen. Daarna is verdachte voor verhoor overgebracht naar het bureau van de Politie Regio Limburg-Zuid te Maastricht, waarna hij werd heengezonden.

De opvatting van het openbaar ministerie, inhoudende dat het verhoren van verdachte te Maastricht leidt tot de bevoegdheid van de rechtbank Maastricht, is niet juist. Verwezen wordt naar de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2009 (LJN: BI4030) en van het gerechtshof Amsterdam van 4 april 2005 (LJN: AT4391).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03.056490.10

Datum uitspraak: 15 juli 2010

Vonnis van de politierechter Maastricht, in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 juli 2010.

De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 29 januari 2010, in de gemeente Maasgouw, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, Sint Joosterweg, een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

2.

hij, op of omstreeks 29 januari 2010, in de gemeente Maasgouw, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Sint Joosterweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De bevoegdheid van de rechtbank.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de rechtbank bevoegd is, omdat in het arrondissement Maastricht dwangmiddelen zijn toegepast.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte acht het in het belang van verdachte dat de zaak wordt behandeld, maar refereert zich wat de bevoegdheid betreft aan het standpunt van de politierechter.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de bevoegdheid om van de tenlastegelegde feiten kennis te nemen, overweegt de politierechter als volgt.

De relatieve bevoegdheid van de rechtbank is geregeld in de artikelen 2, 4, 5 en 6 van het Wetboek van Strafvordering. Deze voorschriften kunnen geacht worden van openbare orde te zijn, zodat de rechter deze ambtshalve heeft te toetsen.

Ingevolge het bepaalde in artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering beoordeelt de rechter de bevoegdheid van de rechtbank op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van hetgeen bij het onderzoek op de terechtzitting daaromtrent is gebleken.

De politierechter stelt vast dat de in de tenlastelegging genoemde pleegplaats, te weten de gemeente Maasgouw, is gelegen in het arrondissement Roermond.

De rechter stelt verder vast dat verdachte ten tijde van de aanvang van de vervolging, te weten ten tijde van het doen uitgaan van de (inleidende) dagvaarding, stond ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Utrecht. Niet is gebleken dat verdachte zich toen in het arrondissement Maastricht bevond.

Uit het dossier blijkt dat verdachte op 29 januari 2010, nadat hij op heterdaad werd aangehouden, is overgebracht naar het bureau van de Politie Regio Limburg-Noord te Maasbracht, gemeente Maasgouw. In Maasbracht is de auto waarin verdachte reed, in beslag genomen, evenals 4 gripzakjes met elk 1 gram hennep. Daarna is verdachte voor verhoor overgebracht naar het bureau van Politie Regio Limburg-Zuid te Maastricht, waarna hij diezelfde dag is heengezonden.

De politierechter is van oordeel dat de opvatting van het openbaar ministerie, inhoudende dat het verhoren van verdachte te Maastricht leidt tot de bevoegdheid van de rechtbank Maastricht, niet als juist kan worden aanvaard, nu de limitatieve opsomming van bevoegdheidsgronden in de genoemde bepalingen van het Wetboek van Strafvordering daarvoor geen grond biedt. De politierechter vindt voor dit oordeel steun in de uitspraken van de Hoge Raad van 30 juni 2009 (LJN: BI4030) en van het gerechtshof Amsterdam van 4 april 2005 (LJN: AT4391).

Het vorenstaande leidt er toe dat de politierechter zich onbevoegd zal verklaren om van de tenlastegelegde feiten kennis te nemen.

DE UITSPRAAK

De politierechter verklaart zich onbevoegd om van de tenlastegelegde feiten kennis te nemen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.W. Nobis, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Drenth, griffier, en is uitgesproken op 15 juli 2010.

PROCES-VERBAAL VAN UITSPRAAK

Parketnummer: 03.056490.10

Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 15 juli 2010 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.