Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BN0367

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-07-2010
Datum publicatie
06-07-2010
Zaaknummer
03-895015-05; 03-703658-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verduistering door een bewindvoerder en valsheid in geschrift.

Verdachte heeft gedurende een zeer lange periode als bewindvoerder gelden en goederen van een onder bewind gestelde verduisterd en valsheid in geschrift gepleegd door onjuiste informatie in de jaarlijkse verantwoording aan de kantonrechter op te nemen. Eveneens heeft verdachte gedurende drie jaar als bewindvoerder van een hele grote groep onder bewind gestelden een zeer groot bedrag aan gelden verduisterd. Handelen van verdachte, kort na het overlijden van de onder bewind gestelde,wordt onder omstandigheden aangemerkt als handelen in de hoedanigheid van bewindvoerder.

De rechtbank heeft 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht opgelegd en verdachte voor een periode van 5 jaar ontzet van het recht om het ambt van gerechtelijk bewindvoerder te bekleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/895015-05, 03/703658-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 juli 2010

in de strafzaken tegen

[verdachte],

geboren [geboortegegevens],

wonende [adresgegevens]

Raadsman is mr. R.A.E. Bunge, advocaat te Venlo.

1 Onderzoek van de zaken

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8 april 2010 en 22 juni 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op de zitting van 22 juni 2010 heeft de rechtbank de voeging van de zaken bevolen.

2 De tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

In de zaak met parketnummer 03/895015-05

Feit 1:

meerdere keren als bewindvoerder geld van [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1]) heeft verduisterd;

Feit 2:

meerdere keren valselijk verantwoordingen heeft opgemaakt ten aanzien van die [benadeelde partij 1] en geprobeerd heeft deze als echt te gebruiken;

De rechtbank acht, gelet op het standpunt van de officier van justitie tijdens zijn requisitoir, de tenlastelegging ten aanzien van feit 2 gewijzigd in de zin dat de eerste bullet van de op schrift gesteld en zich in het dossier bevindende gewijzigde tenlastelegging luidende: “valselijk op of in die verantwoordingen van het jaar 1999 en/of 2000 niet opgenomen fl. 1.793 (1999) en/of fl. 1.148,23 (2000) aan accountantskosten” is komen te vervallen.

In de zaak met parketnummer 03/703658-08

meerdere keren als bewindvoerder geld heeft verduisterd van personen die onder bewindvoering waren gesteld van “[naam stichting van verdachte]”.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 03/895015-05

Onder verwijzing naar het op schrift gestelde requisitoir acht de officier van justitie ten aanzien van feit 1 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in zijn functie als bewindvoerder gelden en goederen heeft verduisterd, toebehorende aan [benadeelde partij 1] en na haar overlijden aan haar erfgenamen.

Verdachte was door de kantonrechter benoemd als bewindvoerder en had het geld en de goederen van de onder bewind gestelde [benadeelde partij 1] rechtmatig onder zich. Verdachte heeft geld, een televisie en een videorecorder buiten de macht van [benadeelde partij 1] - en later haar erfgenamen - gebracht en zich toegeëigend. Ook al gaf verdachte het geld aan derden in bruikleen en schonk hij de televisie en videorecorder, dan is volgens de Hoge Raad toch sprake van verduistering. En hoewel door verdachtes toedoen een deel van het geld van [benadeelde partij 1] dat was uitgeleend aan andere mensen die onder zijn bewind stonden is terugbetaald, doet zulks niets af aan de voltooiing van het delict verduistering. Daar sprake is van een voltooid delict, kan geen sprake zijn van vrijwillige terugtred.

Ook de onder feit 2 tenlastegelegde valsheid in geschrift acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen, zoals weergegeven in zijn op schrift gesteld requisitoir. Verdachte heeft in de verantwoordingen over meerdere jaren ten aanzien van [benadeelde partij 1] aan de kantonrechter bedragen niet of niet juist opgenomen. De kantonrechter heeft hierdoor geen juist beeld gekregen over het vermogen dat verdachte als bewindvoerder beheerde. De in de verantwoording opgenomen bedragen moeten afkomstig zijn van documenten zoals bankafschriften, welke gedateerd zijn. Het verhaal dat verdachte een fout heeft gemaakt acht de officier van justitie dan ook ongeloofwaardig.

In de zaak met parketnummer 03/703658-08

De officier van justitie acht, wederom onder verwijzing naar zijn op schrift gesteld requisitoir, de tenlastegelegde verduistering wettig en overtuigend bewezen. Verdachte had van 168 onder zijn bewind gestelde personen de losse bankrekeningen opgeheven en het totale vermogen van die personen ondergebracht bij één bankrekening. Hierdoor kon vanuit de bankrekeningen van de afzonderlijke personen niet meer vastgesteld worden welke transacties op welke personen betrekking hadden. Vanaf de gezamenlijke bankrekening heeft verdachte gelden onttrokken door deze te boeken in rekening-courant als een erkende schuld. Deze gelden zijn gebruikt voor de kappersschool van verdachte en voor privé-uitgaven. De kappersschool van verdachte draaide echter groot verlies. Verdachte had volgens de officier van justitie moeten weten dat de schulderkenning in rekening-courant waardeloos was omdat dit oninbare vorderingen betrof en de gelden die uiteindelijk opliepen tot een bedrag van ruim € 400.000,- niet terug zouden komen bij de onder bewind gestelden.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft desondanks op een aantal punten verweer gevoerd. De rechtbank zal deze verweren hierna in haar beoordeling uiteenzetten en bespreken.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03/895015-05

Feit 1

Inleiding

Op 6 juli 2005 deed [S.] aangifte tegen bewindvoerder mr. [verdachte], kantoorhoudende te Sittard, nadat zij op onregelmatigheden was gestuit in de bewindvoering. [S.] was executeur-testamentair van haar tante, [benadeelde partij 1], die op 13 januari 2004 was overleden en voordien vanaf 28 maart 1995 onder bewind stond van [verdachte].

Naar aanleiding van de aangifte van [S.], welke nadien nog meermalen is aangevuld, werd door de politie onderzoek gedaan. Hieruit volgt dat [verdachte] zijn activiteiten als bewindvoerder heeft ondergebracht in [naam stichting van verdachte], gevestigd te Sittard. Verdachte was de bewindvoerder van [benadeelde partij 1] en kon uit dien hoofde beschikken over haar banktegoeden, ondergebracht bij de ING, Rabobank en Postbank. Daar waar uit het politie onderzoek is gebleken dat gelden zijn overgemaakt vanaf de bankrekeningen van [benadeelde partij 1], is verdachte degene die, ook strafrechtelijk, verantwoording dient af te leggen.

Het gaat daarbij om de geconstateerde mutaties op navolgende bankrekeningen en voorts om na te melden goederen die toebehoorden aan [benadeelde partij 1].

Bankrekening [nummer] ING

Op 17 oktober 2005 deed [S.] een aanvulling op haar aangifte. Hierbij overlegde ze enkele bankafschriften waaruit blijkt dat op 29 oktober 1998 een bedrag van fl. 4.500,- werd overgemaakt vanaf de ING-rekening naar bankrekening [nummer] van [naam stichting van verdachte]onder vermelding van “lening [K.]”.

Voorts blijkt uit een lijst met overboekingen dat op 25 augustus 1999 een bedrag van

fl. 6.000,- werd afgeboekt van de ING-rekening naar bankrekening [nummer] onder vermelding van Rabo BV [nummer]. Uit schriftelijke berichtgeving van Rabobank Nederland, afdeling Beheer en Incasso, blijkt dat deze fl. 6.000,- is besteed ter aflossing van een krediet van ene [O.], welk krediet een overeenkomstnummer heeft gelijk aan het nummer als vermeld op het bankafschrift van [benadeelde partij 1]. Uit een brief van verdachte aan de Rabobank d.d. 17 september 1999 blijkt voorts dat verdachte destijds bewindvoerder was van [O.].

[S.] heeft in haar aangifte gemeld dat van bovengenoemde ING-bankrekening kasopnames van respectievelijk fl. 850,-, fl. 140,- en fl. 5.500,- hebben plaatsgevonden. De politie is voorts uit de ter beschikking staande bankgegevens gebleken van kasopnames van fl. 250,- en fl. 400,-. De rechtbank concludeert dat in totaal de kasopnames van deze rekening fl. 7.140,- bedragen.

In aanvulling op haar aangifte heeft [S.] voorts gemeld dat verdachte na het overlijden van [benadeelde partij 1] de tegoeden op de bankrekeningen heeft overgemaakt naar de collectieve derdenrekening van [naam stichting van verdachte]. Uit het betreffende bankafschrift blijkt dat op 11 maart 2004 het volledige tegoed van de rekening van

€ 2.319,70 is geboekt naar rekening [nummer] op naam van [naam stichting van verdachte] ovb.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf 1 december 1996 bewindvoerder was van [benadeelde partij 1] en haar vermogen beheerde. Verdachte was als bewindvoerder gemachtigd om betalingen te doen. Verdachte heeft erkend dat hij fl. 4.500,- van de rekening van [benadeelde partij 1] heeft gehaald als lening aan [K.] en fl. 6.000,- als lening aan [O.]. Ook heeft verdachte erkend dat er meerdere contante opnames zijn gedaan om andere mensen te helpen en dat dit boekhoudkundig niet meer te achterhalen is. Verdachte heeft tevens erkend dat na het overlijden van [benadeelde partij 1] het tegoed van € 2.319,78 van de ING-bankrekening [nummer] is overgeboekt naar de derdenrekening van [naam stichting van verdachte].

Verdachte heeft in dat verband evenwel aangevoerd dat hij vanaf het moment dat [benadeelde partij 1] is overleden geen bewindvoerder meer was en daarom vanaf dat moment ook geen verantwoordelijkheid meer droeg als bewindvoerder. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat [benadeelde partij 1] op 13 januari 2004 is overleden, niet met zich brengt dat verdachte vanaf dat moment niet meer optrad in zijn hoedanigheid van bewindvoerder. Dit blijkt uit het feit dat het handelen van verdachte na overlijden van [benadeelde partij 1] niet anders was dan zijn handelen voor het overlijden. Zo heeft verdachte ruim na het overlijden van [benadeelde partij 1] nog een bedrag van de bankrekening van [benadeelde partij 1] overgeboekt naar de rekening van [naam stichting van verdachte]. De rechtbank is voorts van oordeel dat handelen, onder omstandigheden, kort na het overlijden van een onder bewindgestelde door de bewindvoerder ook rechtens nog aangemerkt kan en moet worden, als bevoegd handelen in de hoedanigheid van bewindvoerder. Het verweer van de verdachte, zo begrijpt de rechtbank, dat de nadien uitgevoerde overschrijvingen handelingen zijn die gelet op het gestelde ontbreken van de kwaliteit als bewindvoerder niet meer onder de reikwijdte van de tenlastelegging kunnen vallen, wordt daarmee verworpen.

Bankrekening [nummer] Postbank

In aanvulling op meergenoemde aangifte heeft [S.] medegedeeld dat bij de boedelbeschrijving onder meer deze postbankrekening als bestaande rekening werd opgegeven door verdachte, met een saldo van fl. 9.082,14 per 31 maart 1995. Waar dit geld is gebleven, is [S.] onduidelijk. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor door de politie verklaard dat hij alleen gemachtigd was op de Postbankrekening met het nummer [nummer]. Hij was als enige bevoegd om betalingen op deze rekening te verrichten. Uit de door [S.] aangeleverde bankafschriften blijkt dat er in de jaren 1998 en 1999 in totaal 7 kasopnames zijn geweest met een totaalbedrag van fl. 3.844,-.

Ter zitting heeft verdachte aangevoerd dat hij op bovengenoemde Postbankrekening nooit gebankierd heeft en dat anderen dan verdachte bevoegd waren om op deze rekeningen te bankieren. Tevens heeft verdachte aangevoerd dat hij van deze rekeningen nooit afschriften heeft gezien en nergens vanaf wist totdat hij het strafdossier zag.

De rechtbank acht dit niet aannemelijk gelet op de verklaring van verdachte bij de politie en gelet op de gegevens in de bankafschriften die door [S.] zijn overgelegd. Immers op meerdere momenten in 1998 en 1999 hebben spoedboekingen plaatsgevonden van meerdere duizenden guldens, afkomstig van een rekeningnummer op naam van [naam stichting van verdachte]naar deze postbankrekening van [benadeelde partij 1]. Verdachte heeft bovendien bij de politie verklaard dat alleen hij gemachtigd was om op de rekening te bankieren en dat het mogelijk is dat hij de kasopnames heeft gedaan. Tevens blijkt uit het dossier dat verdachte bij aanvang van het bewind de postbankrekening in de boedelbeschrijving heeft genoemd. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is die de opnames en overboekingen van deze rekeningen heeft gedaan.

Bankrekening [nummer] Rabobank

Ook ten aanzien van de Rabobankrekening heeft [S.] gemeld dat bij de boedelbeschrijving onder meer deze rekening als bestaande rekening werd opgegeven door verdachte, met een saldo van fl. 66.645,38 per 31 december 1995. Waar dit geld is gebleven, is [S.] eveneens onduidelijk. Uit de politie ter beschikking staande gegevens blijkt dat verschillende kasopnames van deze rekening zijn gedaan. Als gevolg van verjaring van andere kasopnames zijn alleen de kasopnames van in totaal fl. 1.000,- in 1996 en in totaal fl. 1.400,- in 1997 ten laste gelegd.

Ook blijkt uit een schrijven d.d. 20 augustus 2008 van verdachte op briefpapier van [naam stichting van verdachte]dat aan de Rabobank is verzocht een bedrag van € 3.968,53 naar de rekening van de stichting over te boeken vanaf de onderhavige rendementrekening, welk bedrag blijkens het rekeningafschrift d.d. 23 augustus 2004 is overgemaakt op 23 augustus 2004. Dit was na het overlijden van [benadeelde partij 1]. Aangeefster noemt deze overboeking ook in de aanvulling op haar aangifte.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat de contante opnames op bovengenoemde Rabobankrekening waarschijnlijk zijn gebruikt om meerdere cliënten te helpen, maar dat de kasmutaties ontbreken. Verdachte erkend eveneens dat na het overlijden van [benadeelde partij 1] het bedrag dat nog op deze rekening stond is overgemaakt naar de rekening van zijn stichting.

Hetgeen verdachte ter zitting heeft aangevoerd ten aanzien van de rekening van de Postbank, gold eveneens ten aanzien van deze rekening van de Rabobank. Om redenen als voormeld acht de rechtbank die verklaring van verdachte niet aannemelijk geworden en concludeert de rechtbank op grond van voormelde bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring.

De televisie en video

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij de televisie die toebehoorde aan [benadeelde partij 1] heeft geschonken aan [M.]. [M.] heeft bij de politie verklaard dat in de oude verpleegkliniek waar [benadeelde partij 1] zat voor haar een groot formaat TV samen met een videorecorder gekocht is van het geld van [benadeelde partij 1]. In de nieuwe verpleegkliniek was er geen plaats meer om die grote TV te plaatsen en op voorstel van [M.] en met goedkeuring van [verdachte] is de grotere TV en videorecorder aan [M.] gegeven.

Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte opnames en/of overboekingen heeft gedaan van de rekeningen met de rekeningnummers ING [nummer], Postbankrekening [nummer] en Rabobankrekening [nummer], allen toebehorende aan [benadeelde partij 1] en daarnaast een televisie en video van [benadeelde partij 1] aan [M.] heeft geschonken.

Feit 2

Inleiding

Naar aanleiding van de aangifte van [S.] en haar aanvullingen daarop heeft de politie nader onderzoek gedaan naar de jaarverantwoordingen door verdachte als bewindvoerder ten aanzien van de onder zijn bewind gestelde [benadeelde partij 1]. Verdachte diende jaarlijks verantwoording af te leggen aan de kantonrechter. De periodieke rekening en verantwoording heeft gedurende meerdere jaren plaatsgevonden, doch de rechtbank is gebleken dat de verantwoordingen niet overeenstemmen met de stukken die daaraan ten grondslag dienen te liggen, waardoor sprake is van valsheid in geschrift. Verdachte is degene die, ook strafrechtelijk, verantwoording dient af te leggen over deze jaarstukken.

Daar sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting;

- Het proces-verbaal bevindingen met nummer 26-009941;

- Het aanvullende proces-verbaal verschillen in jaarrekening 2000 en 2001;

- Het Excel-bestand als opgemaakt door de politie op basis van de beschikbare (bank)gegevens.;

- Periodieke rekening [benadeelde partij 1] over 1998;

- Periodieke rekening [benadeelde partij 1] over 1999;

- Periodieke rekening [benadeelde partij 1] over 2000;

- Periodieke rekening [benadeelde partij 1] over 2001;

- Jaarverantwoording SHBB inzake [benadeelde partij 1] over 2002;

- Toelichting bij jaarverantwoording 2002 [benadeelde partij 1];

- Rekening en verantwoording 2003 [benadeelde partij 1];

- Rekening en verantwoording 2004 [benadeelde partij 1]

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de contante opname van fl. 2.400,- (fl. 1.000,- in 1996 en/of fl.1.400,- in 1997) valselijk niet is opgenomen, reeds gelet op de tenlastegelegde pleegperiode. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook partieel vrijspreken en de periode verkorten op na te melden wijze.

In de zaak met parketnummer 03/703658-08

Inleiding

Naar aanleiding van de aangifte van een medewerker van [naam stichting van verdachte], [B.], heeft de politie onderzoek verricht naar eventuele verduistering door verdachte. Verdachte zou als bewindvoerder gelden van ongeveer 250 personen beheren, daar die personen door verschillende oorzaken niet zelfstandig hun financiën konden beheren, doch bij controle zou zijn gebleken van grote verschillen tussen de gevoerde grootboekrekeningen en de daadwerkelijke liquide middelen.

Daar ook hier sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting;

- De aangifte van [B.].

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

in de zaak met parketnummer 03/895015-05

1.

hij in de periode van 1 december 1996 tot en met 23 augustus 2004 in Nederland, opzettelijk bedragen aan geld, onder meer geldopnames en/of overboekingen van

- bankrekening [nummer] van de ING-bank

o Fl. 4.500,- naar bankrekening [nummer] van [naam stichting van verdachte]t.b.v. lening [K.],

o Fl. 6.000,- naar bankrekening [nummer] t.b.v. lening aan [O.],

o Fl. 7.140,-,

o 2.319,78 Euro naar bankrekening [nummer] van [naam stichting van verdachte],

en

- bankrekening [nummer] van de Postbank,

o Fl. 3.844,-

en

- bankrekening [nummer] van de Rabobank,

o Fl. 2.400,- en

o 3.968,53 Euro naar een bankrekening van [naam stichting van verdachte],

en

een televisie en video aan [M.] heeft geschonken,

die toebehoorden aan [benadeelde partij 1] en/of de erfgenamen van die [benadeelde partij 1], en welk geld en televisie en video verdachte telkens onder zich had in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van die [benadeelde partij 1], wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2004,

- de verantwoording over de periode 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998, en

- de verantwoording over de periode 1 januari 1999 tot en met 31 december 1999, en

- de verantwoording over de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000, en

- de verantwoording over de periode 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001, en

- de verantwoording over de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, en

- de verantwoording over de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003, en

- de verantwoording over de periode 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004,

-elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte

• valselijk in die verantwoordingen over de periode 1 januari 1998 tot en met

31 december 1999, niet opgenomen, althans niet correct opgenomen, het begin- en/of eindvermogen van Postbankrekening [nummer],

• valselijk in die verantwoordingen over de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2004, niet opgenomen het begin- en/of eindvermogen van Rabobankrekening [nummer],

• valselijk in die verantwoordingen over de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2004, niet opgenomen het begin- en/of eindvermogen en/of rente-inkomsten van ING-bankrekening [nummer],

• valselijk in die verantwoordingen over de jaren 1998 tot en met 2000, niet opgenomen de contante opnames van fl. 7.140,- (fl. 990,- in 1998, fl. 650,- in 1999 en fl. 5.500,- in 2000), fl. 3.844,- (fl. 500,- in 1998 en in totaal fl. 3.344,- in 1999),

• valselijk in die verantwoording over de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004, niet opgenomen 2.775,- Euro aan begrafenisvergoeding van RVS,

valselijk in die jaarlijkse rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 vermeld:

onder de rubriek inkomsten

AOW fl. 19.238,-, en

onder de rubriek uitgaven

CZ fl. 564,- en

Limburgs Dagblad fl. 432,40 en

Bewindvoering fl. 1.200,- en

Kapsalon [D.] fl. 232,60 en

Accountantskosten fl. 1.148,23

en

• valselijk in die jaarlijkse rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001 vermeld:

onder de rubriek inkomsten

SVB fl. 5.124,69

en

onder de rubriek uitgaven

Verzekeringen fl. 389,56 en

CZ fl. 653,- en

Kapsalon [D.] fl. 211,10 en

Bloemenabonnement fl. 1.454,77,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

In de zaak met parketnummer 03/703658-08

hij in het tijdvak van 1 januari 2005 tot en met 4 november 2008 te Sittard meermalen, opzettelijk geldbedragen die toebehoorden aan personen welke onder bewindvoering waren gesteld van “[naam stichting van verdachte]” en welke geldbedragen verdachte onder zich had in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van die onder bewindvoering gestelde personen en als bestuurder van “[naam stichting van verdachte]” wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de zaak met parketnummer 03/895015-05

feit 1:

verduistering gepleegd door een bewindvoerder ten op zichte van enig goed, dat hij als zodanig onder zich heeft, meermalen gepleegd;

feit 2:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

In de zaak met parketnummer 03/703658-08:

verduistering gepleegd door een bewindvoerder ten op zichte van enig goed dat hij als zodanig onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en reclasseringstoezicht ook indien dat inhoudt ambulante behandeling in een Forensisch Psychiatrische Kliniek. Tevens heeft de officier van justitie ontzetting uit het ambt van bewindvoerder voor 5 jaar gevorderd en publicatie van het vonnis. De officier van justitie heeft bij de hoogte van de gevangenisstraf gelet op de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om de zaken te splitsen zodat twee maal de maximale werkstraf en twee maal de maximale voorwaardelijke gevangenisstraf kan worden opgelegd. Deze oplossing doet volgens de raadsman het meeste recht aan deze zaak. Volgens de raadsman dient strafverminderend te werken dat verdachte op een leeftijd van 65-jaar een blanco strafblad heeft, dat hij failliet is verklaard en dat hij nog heel lang op bijstandsniveau zal moeten leven.

Verder heeft de raadsman aangevoerd dat het een overkill is om het vonnis openbaar te maken, aangezien er al genoeg mediabelangstelling is voor de zaak. Ook is volgens de raadsman ontzetting uit het ambt overbodig, aangezien verdachte deze fout nooit meer zal maken en een gefailleerde niet benoemd kan worden tot bewindvoerder.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft gedurende een zeer lange periode als bewindvoerder gelden en goederen van [benadeelde partij 1] verduisterd en valsheid in geschrift gepleegd door onjuiste informatie in de jaarlijkse verantwoording aan de kantonrechter op te nemen of door juist informatie achterwege te laten. Eveneens heeft verdachte gedurende drie jaar als bewindvoerder van een hele grote groep onderbewindgestelden een zeer groot bedrag aan gelden verduisterd.

De rechtbank acht het zeer kwalijk dat verdachte als bewindvoerder gelden heeft verduisterd van een groep mensen die zeer kwetsbaar is, juist ook op financieel gebied. De slachtoffers zijn immers onder bewind gesteld omdat ze om uiteenlopende redenen niet in staat zijn hun eigen geld te beheren. Zij waren zodoende voor het beheer van hun geld afhankelijk van verdachte, hetgeen hun kwetsbaar maakt. Er is daarbij geen sprake geweest van een enkel incident maar het gedurende een lange periode van een grote groep mensen stelselmatig en op geraffineerde wijze verduisteren van een bedrag dat in zijn totaal erg groot is. Dat verdachte de onttrokken bedragen van de grote groep onder bewind gestelden in rekening-courant heeft geboekt, maakt zijn handelen niet minder verwijtbaar. Integendeel, verdachte heeft een situatie doen ontstaan en laten voortduren, wetende dat hij de ontstane schulden aan zijn cliënten mogelijk nimmer zou kunnen terugbetalen. Verdachte heeft daarmee grote risico’s genomen met gelden die hem niet in privé toebehoorden. Dat verdachte alle heil zocht in een reddingsplan, dat overigens nimmer doorgang heeft gevonden, maakt zijn handelen niet minder verwijtbaar. Verdachte speelde bankier en heeft vooral en uiteindelijk bijna alleen zijn eigen belangen nagestreefd. Verdachte besteedde het geld van anderen alsof het zijn eigen geld was, terwijl hij daartoe geenszins de bevoegdheid had. Verdachte heeft als bewindvoerder niet alleen een verantwoordelijke functie, maar ook een voorbeeldfunctie, een functie waarop onder bewind gestelden die hun complete vermogen uit handen geven aan hun bewindvoerder, moeten kunnen vertrouwen. Door op deze wijze met gelden van onder bewind gestelden om te gaan, heeft verdachte niet alleen het vertrouwen in hem als bewindvoerder geschaad, maar ook dat van de bewindvoering in zijn algemeenheid. Dit gaat evenzeer op ten aanzien van de valsheid in geschrift, door in de jaarlijkse verantwoordingen aan de kantonrechter onvolledige en/of onjuiste informatie te verschaffen. Ook dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

De rechtbank acht al met al de gevangenisstraf zoals die door de officier van justitie is geëist passend. De rechtbank heeft daarbij mede gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd en meegewogen ten voordele van verdachte dat hij een blanco strafblad heeft.

Om recidive te voorkomen zal de rechtbank verdachte eveneens voor 5 jaar uit het ambt van bewindvoerder ontzetten. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie om het vonnis te publiceren onvoldoende onderbouwd is en geen toegevoegde waarde heeft in preventieve zin, naast de ontzetting uit het ambt. De rechtbank is onvoldoende overtuigd dat van publicatie van het vonnis een extra preventieve werking zou uitgaan.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert een schadevergoeding van € 14.190,37 terzake van het feit zoals is tenlastegelegd in de zaak met het parketnummer 703658-08.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (gemachtigde mr. G. van Buuren, advocaat te Weert) niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is en zij die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 28, 57, 225, 321 en 323 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

-

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- ontzet verdachte van het recht om het ambt van gerechtelijk bewindvoerder te bekleden voor een periode van 5 jaar;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (gemachtigde mr. G. van Buuren, advocaat te Weert) niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voornoemd in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.O. de Vries, voorzitter, mr. J.M.A. van Atteveld en

mr. N.I.B.M. Buljevic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A.J. Koonen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 juli 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging ten laste gelegd in de zaak met parketnummer 895015-05 dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1996 tot en met 23 augustus 2004,

te Sittard, althans in gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, opzettelijk een of meer bedrag(en) aan geld,

(onder meer een of meer geldopnames en/of overboekingen van

- bankrekening [nummer] van de ING-bank (bijlage 9.2), van in totaal,

o Fl. 4.500 naar bankrekening [nummer] van [naam stichting van verdachte]t.b.v. lening [K.] (pag. 19, 462/463),

o Fl. 6.000 naar bankrekening [nummer] t.b.v. lening aan [O.] (pag. 24,

464/465),

o FL. 7.140 t.b.v. contante opneming (pag. 16, 781/783, 462/463, 464/465, 466/467,

471/472),

o 2.319,78 Euro naar bankrekening [nummer] van [naam stichting van verdachte]

(pag.619/621, 484/485),

en/of

- bankrekening [nummer] van de Postbank (bijlage 9.1),

o Fl. 3.844,-- t.b.v. contante opneming (pag. 16, 783/785, 458/459, 459/460)

en/of

- bankrekening [nummer] van de Rabobank (bijlage 9.4),

o Fl. 2.400,-- t.b.v. contante opneming (pag. 16, 785/787, 488/489) en/of

o 3.968,53 Euro naar een bankrekening van [naam stichting van verdachte] (pag 621,

488/489),

en/of

daarnaast een televisie en video ter waarden van Fl. 3.486,90 aan [M.] heeft geschonken (pag. 18, 469/470)

dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde partij 1] en/of erfgenamen van die [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld verdachte (telkens) onder zich had in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van die [benadeelde partij 1], in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 1998 tot en met 31 december 2004,

te Sittard, althans in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland,

- in de verantwoording over de periode 01 januari 1998 tot en met 31 december 1998

(pag.147),

- in de verantwoording over de periode 01 januari 1999 tot en met 31 december 1999

(pag.153),

- in de verantwoording over de periode 01 januari 2000 tot en met 31 december 2000

(pag.157),

- in de verantwoording over de periode 01 januari 2001 tot en met 31 december 2001

(pag.165),

- in de verantwoording over de periode 01 januari 2002 tot en met 31 december 2002

(pag.173),

- in de verantwoording over de periode 01 januari 2003 tot en met 31 december 2003

(pag.179) en/of

- in de verantwoording over de periode 01 januari 2004 tot en met 31 december 2004

(pag.181),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of doen opmaken of vervalst of doen vervalsen,

immers heeft verdachte

• valselijk op of in die verantwoording(en) over de periode 01 januari 1998 tot en met 31

december 1999 (pag. 147),

niet opgenomen, althans niet correct opgenomen, het begin- en/of eindvermogen en/of

rente-inkomstenkosten van Postbankrekening [nummer], (pag. 15)

• valselijk op of in die verantwoording(en) over de periode van 01 januari 1998 tot en met

31 december 2004 (pag. 147, 153, 157, 165, 173, 179 en 181),

niet opgenomen het begin- en/of eindvermogen en/of rente-inkomstenkosten van Rabobankrekening [nummer],

• valselijk op of in die verantwoording(en) over de periode van 01 januari 1998 tot en met

31 december 2004 (pag. 147, 153, 157, 165, 173, 179 en 181),

niet opgenomen het begin- en/of eindvermogen en/of rente-inkomstenkosten van ING-bankrekening [nummer],

• valselijk op of in die verantwoording(en) over de jaren 1996 tot en met 2000 (pag. 153 en 157), niet opgenomen de contante opnames van fl. 7.140 (fl. 990 in 1998, fl. 650 in 1999 en/of fl. 5.500 in 2000) (pag 16), fl. 3.844,-- (pag 16 en 23), fl. 3.844 (fl. 500 in 1998 en/of in totaal fl. 3.344 in 1999) (pag 16) en/of fl. 2.400 (fl. 1000 in 1996 en/of fl. 1.400 in 1997) (pag 16),

• valselijk op of in die verantwoordingen van het jaar 1999 en/of 2000 (pag. 181),

niet opgenomen fl. 1.793 (1999) en/of fl. 1.148,23 (2000) aan accountantskosten (pag 21),

• valselijk op of in die verantwoording over de periode van 01 januari 2004 tot en met 31

december 2004 (pag. 181),

niet opgenomen 2.775 Euro aan begrafenisvergoeding van RVS, (bijlage 20, pag 47 uit map I)

• valselijk op of in die jaarlijkse rekening en verantwoording over de periode van 01 januari

2000 tot en met 31 december 2000 (pag. 157) vermeld of doen vermelden:

(onder de rubriek inkomsten) (pag 25)

AOW fl 19238, en/of

(onder de rubriek uitgaven)

CZ fl 564 en/of

Limburgs Dagblad fl 432,40 en/of

Bewindvoering fl 1200 en/of

Kapsalon [D.] fl 232,60 en/of

Accountantskosten fl 1148,23

en/of

• valselijk op of in die jaarlijkse rekening en verantwoording over de periode van 01 januari

2001 tot en met 31 december 2001 vermeld of doen vermelden (pag 25):

(onder de rubriek inkomsten)

SVB fl 5124,69

en/of

(onder de rubriek uitgaven)

Verzekeringen fl 389,56 en/of

CZ fl. 653 en/of

Kapsalon [D.] fl. 211,10 en/of

Bloemenabonnement fl. 1454,77

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Tenlastelegging in de zaak met parketnummer: 703658-08

1.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 2005 tot en met 4 november 2008 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, een of meermalen (telkens), tesamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer geldbedragen (te weten Euro 381.585,--, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een of meer personen (te weten: aan 183 personen, althans een aantal) welke onder bewindvoering waren gesteld van "[naam stichting van verdachte]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) verdachte (telkens) onder zich had in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van die onder bewindvoering gestelde perso(o)n(en) en/of als bestuurder van "[naam stichting van verdachte]", in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;