Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BM5244

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
21-05-2010
Zaaknummer
150322 / FA RK 10-605
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging huwelijkse voorwaarden. Uitsluitingsclausule. Benadeling schuldeisers. Een uitsluitingsclausule brengt de wil van de erflater of de schenker tot uitdrukking om de goederen waaraan de clausule is verbonden, of de waarde van de goederen waaraan de clausule is verbonden, aan een van de echtgenoten met uitsluiting van de andere echtgenoot ten goede te laten komen. Die strekking brengt mee dat het verzoekers niet vrij staat artikel 1:94, eerste lid, BW, wat een dwingendrechtelijke bepaling is, contractueel te omzeilen door in hun onderlinge verhouding bij huwelijkse voorwaarden overeen te komen dat het verkregene tegen de uitdrukkelijke wil van de erflater of de schenker in, toch - in goederenrechtelijke zin - onderdeel van de huwelijksgemeenschap zal gaan uitmaken. Wijziging huwelijkse voorwaarden is in strijd met de wet, zodat in zoverre goedkeuring dient te worden onthouden. Verzoekers stellen verder dat niet behoeft te worden gevreesd voor benadeling van schuldeisers maar zij laten na die stelling nader toe te lichten en te onderbouwen. Daarmee ontbeert de rechtbank het inzicht dat noodzakelijk is om enigermate serieus invulling te kunnen geven aan de toets die de wetgever in dezen van de rechter verlangt.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2010/90
NJF 2010/484
JIN 2010/530
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Beschikking: 4 mei 2010

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven:

Zaaknummer: 150322 / FA RK 10-605

In de zaak van:

[verzoeker 1],

en:

[verzoeker 2],

beiden wonende te [adres],

verzoekers,

notaris mr. J.N.M. Laudy.

1. Verloop van de procedure

Verzoekers hebben op 27 april 2010 ter griffie ingediend een verzoekschrift tot goedkeuring voor het wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk overeenkomstig het ontwerp van de notariële akte, dat bij het verzoekschrift is overgelegd.

2. Beoordeling

2.1. Het verzoek strekt tot het wijzigen van de op 20 februari 2003 overeengekomen huwelijkse voorwaarden, zoals blijkt uit het overgelegde afschrift van de akte van huwelijkse voorwaarden op die datum verleden voor mr. J.N.M. Laudy, notaris met als plaats van vestiging Sittard, gemeente Sittard-Geleen. Met die huwelijkse voorwaarden hebben verzoekers een met de wettelijke gemeenschap vergelijkbare huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap in het leven geroepen, waarvan zijn uitgezonderd (a) het woonhuis met verdere aanhorigheden en de hypotheekschuld die daarop drukt, (b) de goederen en schulden zoals die zijn vermeld op de staat van aanbrengsten en (c) de goederen die een echtgenoot tijdens het huwelijk krachtens erfrecht of schenking verkrijgt en de op die verkrijging drukkende schulden alsook de wegens die verkrijging geheven belastingen zoals successierecht, schenkings- en overgangsrecht.

2.2. Verzoekers stellen zich op het standpunt dat zij die huwelijkse voorwaarden thans willen wijzigen naar het door hen als rechtvaardiger ervaren stelsel van de wettelijke gemeenschap van goederen, met dien verstande dat zij daarvan uitgezonderd wensen te zien de goederen en schulden, zoals die zijn vermeld op de staat van aanbrengsten die is aangehecht aan de op 20 februari 2003 verleden akte van huwelijkse voorwaarden.

2.3. De wettelijke gemeenschap is een algehele gemeenschap van goederen en de omvang daarvan wordt bepaald door artikel 1:94 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Voor andere dan bij de wet voorziene uitzonderingen is geen plaats. Derhalve begrijpt de rechtbank het verzoek aldus dat verzoekers met de wijziging van de huwelijkse voorwaarden een met de wettelijke gemeenschap vergelijkbare huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap willen doen ontstaan – of beter gezegd: willen voortzetten – waarvan voortaan 'slechts' de goederen en schulden, zoals die zijn vermeld op de staat van aanbrengsten die is aangehecht aan de op 20 februari 2003 verleden akte van huwelijkse voorwaarden zullen zijn uitgezonderd.

2.4. Voor zover verzoekers met de wijziging van de huwelijke voorwaarden willen bewerkstelligen dat de goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen, alsnog in de huwelijksgemeenschap vallen, schieten de huwelijkse voorwaarden hun doel voorbij. De rechtbank overweegt hiertoe dat het de erflater of de schenker is die bepaalt of, en zo ja in hoeverre, een goed in de huwelijksgemeenschap valt door daaraan al dan niet de uitsluitingclausule als bedoeld in artikel 1:94, eerste lid, van het BW te verbinden.

Op gelijke wijze kan de erflater of de schenker bepalen dat een goed buiten de verrekening blijft, ook al zou verrekening ervan op grond van de huwelijkse voorwaarden behoren plaats te vinden: artikel 1:134 BW.

2.5. Aldus opgevat brengt een uitsluitingsclausule de wil van de erflater of de schenker tot uitdrukking om de goederen waaraan de clausule is verbonden, of de waarde van de goederen waaraan de clausule is verbonden, aan een van de echtgenoten met uitsluiting van de andere echtgenoot ten goede te laten komen. Die strekking brengt mee dat het verzoekers niet vrij staat artikel 1:94, eerste lid, BW, wat een dwingendrechtelijke bepaling is, contractueel te omzeilen door in hun onderlinge verhouding bij huwelijkse voorwaarden overeen te komen dat het verkregene tegen de uitdrukkelijke wil van de erflater of de schenker in, toch - in goederenrechtelijke zin - onderdeel van de huwelijksgemeenschap zal gaan uitmaken (HR 21 november 1980, NJ 1981/193). Derhalve moet worden aangenomen dat de voorgestelde wijziging van de huwelijkse voorwaarden strijd oplevert met de wet. Dat betekent ook dat aan de huwelijkse voorwaarden in zoverre goedkeuring dient te worden onthouden.

2.6. De vraag of de beoogde wijziging van de huwelijkse voorwaarden voor het overige de toets der kritiek kan doorstaan, kan op grond van de aanwezige stukken niet worden beantwoord. Verzoekers stellen weliswaar dat niet behoeft te worden gevreesd voor benadeling van schuldeisers maar zij laten na die stelling nader toe te lichten en te onderbouwen. Daarmee ontbeert de rechtbank het inzicht dat noodzakelijk is om enigermate serieus invulling te kunnen geven aan de toets die de wetgever in dezen van de rechter verlangt. In dat licht bezien is de rechtbank van oordeel dat van de notaris had mogen worden verwacht dat hij overeenkomstig het "model verzoekschrift maken of wijzigen huwelijkse voorwaarden staande huwelijk van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie", waarnaar ook in het procesreglement wordt verwezen, ten minste een met deugdelijke bescheiden onderbouwde verklaring zou hebben overgelegd waaruit blijkt dat ieder van de verzoekers over een positief vermogen beschikt. Dat geldt in deze zaak in het bijzonder nu, na de wijziging van de huwelijkse voorwaarden, het woonhuis met de daarop drukkende hypotheekschuld tot de huwelijksgemeenschap gaat behoren, de omvang van de schuld bij de rechtbank net zo min bekend als de waarde van het woonhuis terwijl het hypotheekrecht meebrengt dat de vordering van de bank tot zekerheid waarvoor de woning is ondergezet, daarop bij voorrang boven andere schuldeisers kan worden verhaald.

2.7. Gelet hierop zal de rechtbank de notaris alsnog in de gelegenheid stellen de stelling dat in dezen niet behoeft te worden gevreesd voor benadeling van schuldeisers van verzoekers of een van hen nader toe te lichten en te onderbouwen zoals in overweging 2.6. bedoeld.

3. Beslissing:

Onthoudt goedkeuring aan de wijziging van de huwelijke voorwaarden, voor zover daarmee is beoogd goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen (alsnog) in die huwelijksgemeenschap te doen vallen.

Stelt de notaris in de gelegenheid het verzoek aan te vullen als in overweging 2.6 bedoeld;

Houdt in afwachting daarvan iedere verder beslissing aan, voorlopig pro forma voor de duur van drie maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.