Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BM3981

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
10-05-2010
Datum publicatie
10-05-2010
Zaaknummer
03/630365-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - Motorrijder veroordeeld voor doodslag en poging doodslag. Verweer verdediding mbt Porsche-arrest verworpen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 287
Wetboek van Strafrecht 416
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 107
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2010/72 met annotatie van WR
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/630365-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 mei 2010

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 april 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: als bestuurder van een motorfiets [naam slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, dan wel een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor die persoon is omgekomen, dan wel waardoor gevaar op de weg is veroorzaakt;

Feit 2: als bestuurder van een motorfiets heeft geprobeerd [naam slachtoffer 2] van het leven te beroven, dan wel een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor die persoon zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel waardoor gevaar op de weg is veroorzaakt;

Feit 3: een motorfiets al dan niet opzettelijk heeft geheeld ;

Feit 4: als bestuurder van een motorfiets zonder rijbewijs heeft gereden.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, onder 2 primair, onder 3 primair en onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte [naam slachtoffer 1] opzettelijk heeft gedood door haar met zijn motorfiets aan te rijden. Zij acht dit bewezen aangezien verdachte binnen de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold, op een zondag waarop daar veel verkeer reed, met een snelheid van ongeveer 126 kilometer per uur over de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer is blijven rijden. Daarbij passeerde verdachte drie voor hem rijdende auto’s, die reeds door middel van een knipperende richtingaanwijzer hadden aangegeven dat zij linksaf wilden slaan en bovendien is verdachte een middengeleider met een verkeersheuvel links voorbij gereden om vervolgens tegen de, zich voor de drie auto’s bevindende, door [naam slachtoffer 1] bestuurde auto aan te rijden, tengevolge van welk verkeersongeval [naam slachtoffer 1] ter plaatse is overleden. Verdachte heeft, door (overigens zonder rijbewijs) op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer bestemd te blijven rijden door een dorpskern, op een weggedeelte dat bovendien wegens een bocht in de weg niet geheel overzichtelijk is, middengeleiders en zebrapaden negerend, zich willens en wetens bloot gesteld aan de aanmerkelijke kans dat andere daar rijdende verkeersdeelnemers het leven zouden verliezen. Het is gezien de zeer hoge snelheid van de motorfiets voor andere weggebruikers niet mogelijk op de nadering ervan te anticiperen. Verdachte heeft zijn auto als een wapen gebruikt, als een ongeleid projectiel. Ook een foto van de auto van [naam slachtoffer 1] na het ongeval laat zien dat verdachte met zeer hoge snelheid heeft gereden, omdat deze auto op het sterkste punt is geraakt, namelijk op de stijl tussen voor- en achterbank, en desondanks deze auto ernstig is ingedeukt, waardoor [naam slachtoffer 1] is overleden. Uit niets blijkt dat verdachte iets heeft gedaan om dit ongeval te voorkomen.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de zich in deze auto bevindende passagier [naam slachtoffer 2] geluk heeft gehad dat zij dit verkeersongeval heeft overleefd, reden waarom ten aanzien van haar poging tot doodslag bewezen geacht wordt.

De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 3 aangevoerd dat de gestolen motorfiets tekenen van braak vertoonde, daar het slot was weggehaald. Mededader [naam mededader 1] wist dat de motor gestolen was en verdachte en deze mededader zijn eerder veroordeeld ter zake van motordiefstal. [naam mededader 1] zat achterop de motorfiets met een slotentrekker in de mouw van zijn jas en volgens de verklaring van [naam mededader 1] waren zij op weg naar een andere te stelen motor.

Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie, onder verwijzing naar een uittreksel uit het ROMA-register, aangevoerd dat verdachte gereden heeft zonder dat aan hem een rijbewijs voor het besturen van een motorfiets afgegeven was.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit tot vrijspraak van het aan verdachte onder 1 en 2 telkens primair ten laste gelegde en ook van het aan verdachte onder 1 en 2 telkens subsidiair ten laste gelegde, gelet op hetgeen daartoe in de (bij dit vonnis gevoegde) pleitnota van de raadsman is gesteld; waar nodig zal het verweer hierna inhoudelijk nader aan bod komen.

De raadsman heeft subsidiair ter zake van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde opgemerkt dat er, gezien de rapportages (op de pagina’s 140 tot en met 142 van het dossier) omtrent het letsel van [naam slachtoffer 2], geen sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel. De raadsman heeft zich ter zake van het onder 1 en 2 telkens meer subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft betreffende feit 3 opgemerkt dat, nu de contactsleutel van de motorfiets ontbrak, verdachte gelet op diens strafverleden redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze motorfiets van diefstal afkomstig was en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft zich ook betreffende feit 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, stellende dat verdachte geen rijbewijs had.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1 en 2

Inleiding

Op zondag 27 juli 2008 heeft op de Klimmenderweg te Klimmen, ter hoogte van het kruispunt met de Achtbunderstraat, een aanrijding plaatsgevonden waarbij een personenauto, merk Volkswagen Golf (hierna: de Golf) en een motor met kenteken [..-...-.] (hierna: de motor) betrokken waren. De bestuurster van de Golf is ter plekke overleden, de bijrijdster, die later [naam slachtoffer 2] bleek te zijn, was er ernstig aan toe. De Golf was doende linksaf te slaan, de Achtbunderstraat in, toen hij in de linkerflank werd gereden door de motor die niet tijdig kon remmen. De ten gevolge van het ongeval overleden bestuurster is op 27 juli 2008 geïdentificeerd als zijnde [naam slachtoffer 1]. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat ten tijde van deze aanrijding de motor door hem werd bestuurd. Er waren diverse getuigen van het ongeval.

Overwegingen

Allereerst dient te worden beoordeeld of verdachte opzet had op de dood van [naam slachtoffer 1] (feit 1) en de poging daartoe ten aanzien van [naam slachtoffer 2] (feit 2).

Uit de analyse van het ongeval die door politie is gemaakt, is gebleken dat het ongeval plaatsvond op de T-kruising gevormd door de Klimmenderstraat met de Achtbunderstraat. Deze T-kruising is gelegen binnen de bebouwde kom van Klimmen. Over de Klimmenderstraat loopt de toeristische “Mergellandroute”. De toegestane maximumsnelheid ter plaatse is 50 km/h. De aanvang van de bebouwde kom ligt -vanuit de rijrichting van zowel de motor als de Golf gezien- zo’n 700m voor de plaats ongeval en is aangegeven middels een plaatsnaambord met daarbij een “50 km/h” bord. Om optisch de rijbaan te verkleinen zijn als snelheidsremmende maatregel aan weerszijden van de rijbaan zogenaamde fietssuggestiestroken aangebracht, voorzien van een rode asfalt toplaag. Aan weerszijden van de rijbaan zijn verhoogde trottoirs gelegen. Gezien de rijrichting van de betrokken bestuurders is op een afstand van 35 m voor de onderhavige T-kruising op de Klimmenderstraat een voetgangersoversteekplaats gelegen. Tevens is hier een verhoogde middengeleiding in de rijbaan gelegen, de oversteekplaats is aangebracht in die middengeleiding. Op die middengeleiding is verder een verkeersbord geplaatst dat alle bestuurders gebiedt het bord aan de rechterzijde voorbij te gaan.

Ter zitting verklaarde verdachte deze middengeleiding aan de linkerkant, de kant voor tegemoetkomend verkeer, te zijn gepasseerd, hetgeen ook blijkt uit de ter plekke aangetroffen remsporen en de verklaringen van diverse getuigen, zoals die van [naam getuige 1].

Tijdens het onderzoek naar de toedracht tot het ongeval heeft een medewerker van het op genoemde T-kruising gelegen garagebedrijf [naam getuige 2], ten behoeve van het onderzoek, op 28 juli 2009 vrijwillig aan politie de door het camerabeveiligingssysteem van het garagebedrijf vastgelegde videobeelden ter beschikking gesteld. Op die beelden waren de motor en de door deze ingehaalde personenauto’s zichtbaar op zo´n 70 tot 110 meter voor het kruisingsvlak waar het ongeval plaatsvond. Het NFI heeft op basis van een reconstructie naar aanleiding van die beelden geconcludeerd dat de motor op het gefilmde traject (met een betrouwbaarheidsinterval van 95%) een gemiddelde snelheid heeft gehaald van 126 km/h +/- 4 km/h. Op de video was ook zichtbaar dat [naam slachtoffer 1] ongeveer 100 m en dus ruim voor de T-kruising middels de linker richtingaanwijzer aangaf linksaf te willen rijden.

De verdediging heeft in dit kader kort gezegd aangevoerd dat de motorrijder een meer kwetsbare verkeersdeelnemer is dan een autobestuurder en dat het niet voor de hand ligt dat verdachte zijn eigen leven of dat van zijn bijrijder op het spel wilde zetten door met de motor tegen de Golf te botsen. Uit de op het wegdek aangetroffen remsporen en de door verdachte nog gemaakte ontwijkingmanoeuvres zou ook volgen dat verdachte juist een ongeval wilde voorkomen. Volgens de verdediging kan in deze daarom niet van enig opzet aan de zijde van verdachte worden gesproken. De verdediging beroept zich daarbij mede op het arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 1996 (het zogenaamde “Porsche-arrest”).

De rechtbank verwerpt dit verweer.

In de casus van het door de verdediging aangehaalde arrest had de veroorzaker van het dodelijke ongeval voorafgaand aan zijn fatale manoeuvre een zodanig weggedrag vertoond, uitdrukkelijk duidend op lijfsbehoud en ter voorkoming van een ongeval, dat de Hoge Raad in dat geval concludeerde dat de veroorzaker geen opzet op het ongeval had. Daarentegen heeft verdachte in deze zaak voorafgaand aan de aanrijding geen enkel behoudend of ongeval vermijdend gedrag laten zien. In tegendeel, op een drukke tweebaansweg binnen de bebouwde kom, waar tal van verkeersremmende maatregelen waren genomen en waar een maximumsnelheid van 50 km/h gold, reed verdachte met de extreem hoge snelheid van rond de 126 km/h, passeerde de middengeleiding in strijd met het ter plaatse geldend verkeersbord D2 aan de linkerkant, immers over de voor tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan, en haalde een aantal auto’s in, waardoor hij uiteindelijk niet meer in staat was om tijdig te stoppen voor de auto, bestuurd door [naam slachtoffer 1], die overigens al ongeveer 100 meter daarvoor de richtingaanwijzer naar links had aangezet en daarmee reeds te kennen had gegeven dat zij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe van plan was links af te slaan.

Uit dit rijgedrag van verdachte, in de beschreven context, leidt de rechtbank af dat verdachte een aanrijding met zeer ernstige gevolgen voor andere weggebruikers op de koop toe heeft genomen. In die zin heeft verdachte dan ook willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij door zijn gedragingen de dood van [naam slachtoffer 1] zou veroorzaken. Daarmee is het voorwaardelijk opzet van verdachte in dezen gegeven. Dat verdachte op het laatste moment nog een kennelijke noodstop probeerde te maken en de auto van [naam slachtoffer 1] probeerde te ontwijken, doet daar niet aan af. De rechtbank acht daartoe redengevend dat verdachte, vóór het feitelijk linksaf slaan van de auto van [naam slachtoffer 1], geen enkele handeling heeft verricht waaruit blijkt dat hij een aanrijding met (mogelijk) dodelijke afloop niet aanvaardde. Toen verdachte begon te remmen en de auto van [naam slachtoffer 1] probeerde te ontwijken, was het daarvoor al te laat. Hetzelfde moet worden geoordeeld ten aanzien van de bijrijdster, [naam slachtoffer 2], die de aanrijding evenwel heeft overleefd.

De rechtbank acht daarmee het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3

In weerwil van de ontkenning van verdachte, acht de rechtbank de primair tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen. Daartoe slaat de rechtbank in de eerste plaats acht op de verklaring van medeverdachte [naam mededader 1], inhoudende dat verdachte op 27 juli 2008 samen met zijn schoonbroer [naam verdachte] naar een Marokkaan in Hoensbroek is gegaan, alwaar zij een zwarte motorfiets hebben meegekregen, waar geen slot meer in zat, hij, [naam mededader 1], wist dat deze motor van diefstal afkomstig was, zij vervolgens met deze motorfiets zijn gaan rijden en zij om en om hebben gereden. Tevens neemt de rechtbank in aanmerking het rapport van de politie waaruit volgt dat na onderzoek vast is komen te staan dat van de motorfiets het contactslot verbroken was en dat dit voertuig oorspronkelijk was voorzien van het Duitse kenteken [..-...] alsmede de aangifte van de diefstal van de motorfiets op 9 mei 2008 in de gemeente Beegden. De verklaring van verdachte, inhoudende dat hij er niet op heeft gelet of het contactslot verbroken was, acht de rechtbank, gelet op de verklaring van medeverdachte [naam mededader 1] en mede in aanmerking genomen verdachtes strafblad, waarop een groot aantal veroordelingen voor diefstal en heling prijkt, volstrekt ongeloofwaardig.

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, alsmede

- de “verklaring met betrekking tot verificatie rijbewijsgegevens middels ROMA (Rijbewijzen OM-Administratie).

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 27 juli 2008 te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, opzettelijk [naam slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers is verdachte met dat opzet als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets) met zeer hoge snelheid ingereden op een ander, door

[naam slachtoffer 1] voornoemd bestuurd, motorrijtuig (personenauto), tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij op 27 juli 2008 te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets) met zeer hoge snelheid is ingereden op een ander motorrijtuig (personenauto), waarin die [naam slachtoffer 2]voornoemd als passagiere was gezeten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 27 juli 2008 in de gemeenten Heerlen en/of Voerendaal, tezamen en in vereniging met een ander, een motorfiets (merk Kawasaki ZRX1200R) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van voornoemde motorfiets wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij op 27 juli 2008 te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets) heeft gereden op de weg, de Klimmenderstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994, een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 3 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

t.a.v. feit 1 (primair):

doodslag;

t.a.v. feit 2 (primair):

poging tot doodslag;

t.a.v. feit 3 (primair):

medeplegen van opzetheling;

t.a.v. feit 4:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte voor de feiten 1 tot en met 3 op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 jaren. De officier van justitie heeft voor feit 4 hechtenis voor de duur van 4 weken gevorderd.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betreffende de strafmaat betoogd dat verdachte hooguit kan worden veroordeeld voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde overtredingen, waarvoor een beperkte strafoplegging geldt. De raadsman heeft subsidiair betreffende de onder 1 en 2 telkens subsidiair ten laste gelegde feiten aangevoerd dat er geen sprake was van wegpiraterij of roekeloos rijden en evenmin van alcoholgebruik, zodat indien uitgegaan zou worden van een grove verkeersfout en uitgaande van de oriëntatiepunten voor straftoemeting en de LOVS-afspraken, voor feit 1 maximaal 6 maanden gevangenisstraf en 2 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd kunnen worden. Voor feit 2 subsidiair zou dan maximaal 3 weken gevangenisstraf en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd kunnen worden. Echter volgens de raadsman behoeft in dat geval, gezien het tijdsverloop sedertdien en gezien de ernstige gevolgen van het verkeersongeval voor verdachte zelf alsmede gezien de huidige opstelling van verdachte, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer opgelegd te worden. De raadsman heeft daarom betreffende deze feiten gepleit voor oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, welke taakstraf verdachte bereid en in staat is te verrichten.

De raadsman heeft betreffende de feiten 1 en 2 bovendien, voor het geval het verkeersgedrag van verdachte als een aanmerkelijke verkeersfout wordt aangemerkt, gepleit voor een aanzienlijk lagere bestraffing.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat de feiten 3 en 4 geen strafmaatverhogend effect hebben, gezien de inmiddels reeds verstreken periode vanaf de datum van het verkeersongeval tot die van de berechting.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straffen is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straffen tevens rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, door het hiervoor reeds uitvoerig omschreven weggedrag, achteloos en zonder zich te bekommeren om de positie van medeweggebruikers de door hem bestuurde motorfiets tot een dodelijk wapen gemaakt. Het weggedrag van verdachte getuigt van een totaal gebrek aan respect voor het leven of de lichamelijke integriteit van een ander. Verdachte is verantwoordelijk voor de dood van de 76-jarige [naam slachtoffer 1]. Het leed dat hierdoor is veroorzaakt is zeer ingrijpend en onherstelbaar. Verdachte is verder verantwoordelijk voor de gevolgen die [naam slachtoffer 2] heeft ondervonden van zijn weggedrag. In het bijzonder de blijvende gevolgen voor haar, te weten een verminderd gezichtsvermogen en een slechter gehoor, maar zeker ook de psychische gevolgen van het overlijden van haar schoonzus en “soulmate”, [naam slachtoffer 1], zijn voor [naam slachtoffer 2] zeer ernstig.

Daarnaast heeft verdachte een motor geheeld. Verdachte heeft hierdoor de benadeelde schade toegebracht.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit onder meer blijkt dat verdachte vóór 27 juli 2008 vele malen is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor onder meer vermogensdelicten, in het bijzonder vele diefstallen, al dan niet onder strafverzwarende omstandigheden, van een motor of een enkele maal een bromfiets en pogingen daartoe en eenmaal voor opzetheling.

De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte bij de bepaling van de strafmaat rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte:

- bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 14 oktober 2009, gewezen in de zaak met parketnummer 03/700093-08,

- bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 8 december 2009, gewezen in de zaak met parketnummer 03/058794-09,

- bij vonnis van de kantonrechter te Heerlen d.d. 16 maart 2009, gewezen in de zaak met parketnummer 03/651102-08,

- bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2008, gewezen in de zaak met parketnummer 03/423942-06 ofwel 20/000721-08,

- bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2008, gewezen in de zaak met parketnummer 03/443516-05 ofwel 20/000722-08, alsmede

- bij vonnis van de Kantonrechter te Heerlen d.d. 15 september 2008, gewezen in de zaak met parketnummer 03/443619-07,

telkens is veroordeeld tot straf en dat verdachte nu opnieuw is schuldig verklaard aan strafbare feiten die voor die data zijn gepleegd.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank verder in het voordeel van verdachte er rekening mee gehouden dat na het tijdstip waarop het bewezen verklaarde heeft plaatsgevonden inmiddels geruime tijd is verstreken en dat verdachte spijt heeft betuigd van wat hij met name de slachtoffers van de feiten 1 en 2 heeft aangedaan, zij het pas ter terechtzitting.

Met name de ernst van de feiten 1 en 2 is voor de rechtbank aanleiding een forse gevangenisstraf op te leggen.

Alles afwegend, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren passend en geboden.

Daarnaast acht de rechtbank ter zake van de feiten 1 en 2 oplegging van de, door de officier van justitie gevorderde, bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 jaren passend en geboden, om enerzijds recht te doen aan de

ernst van deze feiten en anderzijds ter bescherming van de verkeersveiligheid.

De rechtbank rekent het verdachte namelijk zwaar aan dat hij met een motorfiets, waarvoor aan hem bovendien geen rijbewijs is afgegeven, buitengewoon gevaarlijk en agressief heeft gereden, op grove wijze diverse verkeersregels negerend.

De rechtbank acht genoemde lange gevangenisstraf en de lange ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ook op zijn plaats om verdachte er van te doordringen dat hij zijn gedrag in het verkeer moet aanpassen en niet nog eens op dit vlak in de fout mag gaan. Daarbij is van belang te constateren dat eerdere veroordelingen voor het rijden zonder rijbewijs verdachte er niet van hebben weerhouden om op 27 juli 2008 op de motor te stappen en dit meer dan roekeloze weggedrag te vertonen.

Gelet op de zwaarte van de straffen voor de feiten 1 tot en met 3, ziet de rechtbank af van het opleggen van een aparte straf voor de onder feit 4 bewezen verklaarde overtreding, zodat ten aanzien van dit feit het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast.

6 De benadeelde partij

Door [naam slachtoffer 1], een nabestaande van het overleden slachtoffer

[naam slachtoffer 1], is terzake van feit 1 een voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces ingediend. Uit het voegingsformulier blijkt echter dat de begrafeniskosten geheel door het Waarborgfonds zijn vergoed, waardoor de schade nihil is. Dit heeft tot gevolg dat de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard.

7 Het beslag

De rechtbank zal ten aanzien van de hierna genoemde nog in beslag genomen voorwerpen telkens de teruggave aan de rechtmatige eigenaren gelasten, te weten:

- ten aanzien van de motorfiets, merk Kawasaki, kleur zwart (voorzien van het valse kenteken [..-...-.]), aan de bestolene [J.S.], wonende te Monchengladbach, [adres J.S.], of zijn rechtsopvolger;

- ten aanzien van de personenauto, merk Volkswagen, type Golf C1, kleur blauw, voorzien van het kenteken [..-..-..], aan de nabestaanden van de overleden eigenaar mevrouw [naam slachtoffer 1],

- camera / beveiligingsbeelden van harde schijf aan [naam getuige 2], wonende te [adres getuige 2].

De rechtbank zal verder de teruggave aan verdachte gelasten van de volgende onder hem in beslaggenomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen, te weten:

- diverse kleding en schoeisel (in een Atrium-tas) en

- een integraalhelm, blauw/wit/zwart.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 62, 63, 287 en 416 van het Wetboek van Strafecht en de artikelen 107 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder 3 meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen voor de feiten 1 tot en met 3:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren;

- ontzegt verdachte, ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde, de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van tien jaren;

Ten aanzien van feit 4:

- bepaalt, dat voor dit feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;

Beslag

- gelast de teruggave van:

- de motorfiets, merk Kawasaki, kleur zwart (voorzien van het valse kenteken

[..-...-.]), aan de bestolene [J.S.], wonende te Monchengladbach,

[adres J.S.], of zijn rechtsopvolger;

- de personenauto, merk Volkswagen, type Golf C1, kleur blauw, voorzien van het

kenteken [..-..-..], aan de nabestaanden van de overleden eigenaar mevrouw

[naam slachtoffer 1],

- de camera / beveiligingsbeelden van harde schijf aan [naam getuige 2], wonende te

[adres getuige 2].

- gelast de teruggave aan veroordeelde [naam verdachte], voornoemd, van:

- diverse kleding en schoeisel (in een Atrium-tas) en

- een integraalhelm, blauw/wit/zwart.

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1],

als nabestaande van het slachtoffer [naam slachtoffer 1], in haar vordering

niet-ontvankelijk;

- veroordeelt genoemde benadeelde partij [naam slachtoffer 1] in de kosten, door verdachte

ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. R.P.J. Quaedackers en mr. R.H.J.G. Borger, rechters, in tegenwoordigheid van C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 mei 2010.

Buiten staat

Mr. R.H.J.G. Borger is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, in elk geval

in het arrondissement Maastricht, opzettelijk [naam slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers is verdachte met dat opzet, als bestuurder van een motorrijtuig

(motorfiets), met zeer hoge snelheid ingereden op een ander, door [naam slachtoffer 1] voornoemd bestuurd, motorrijtuig( personenauto), tengevolge waarvan voornoemde

[naam slachtoffer 1] is overleden;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, in elk

geval in het arrondissement Maastricht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder

van een motorrijtuig (motorfiets), daarmede rijdende over de weg, de Klimmenderstraat,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [naam slachtoffer 1], werd

gedood, welke bovenbedoelde gedraging(en) roekeloos, althans (aanmerkelijk)

onvoorzichtig en/of onoplettend was/waren en hieruit heeft/hebben bestaan dat

hij, verdachte, rijdende over die Klimmenderstraat, bij nadering van de

kruising althans splitsing van die weg en de weg, de Achtbunderstraat, met een

snelheid van ongeveer 126 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)

hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer

per uur, althans met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter

plaatse, meerdere, over de rechterrijstrook van die Klimmenderstraat rijdende

motorrijtuigen, links van een in die weg gelegen, door bord D2 van bijlage 1

van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 aangegeven,

middengeleider, over de linkerrijstrook van die Klimmenderstraat is gaan

inhalen, zulks op het moment dat de bestuurster van een over die

rechterrijstrook van die Klimmenderstraat rijdend motorrijtuig (personenauto)

doende was op voornoemde kruising althans splitsing naar links van richting te

veranderen en/of af te slaan althans naar links te rijden in de richting van

die Achtbunderstraat, en zich daartoe (gedeeltelijk) op de linkerrijstrook van

die Klimmenderstraat bevond,

waardoor althans mede waardoor (vervolgens) een botsing en/of aan- of

overrijding is ontstaan met/tussen/door zijn, verdachtes, motorrijtuig

(motorfiets) en de bestuurster van dat ander (afslaand) motorrijtuig

(personenauto), te weten die [naam slachtoffer 1] voornoemd en/of dat ander

(afslaand) motorrijtuig (personenauto);

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal,

in elk geval in het arrondissement Maastricht,

als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), daarmee rijdende over de

weg, de Klimmenderstraat, bij nadering van de kruising althans splitsing van

die weg en de weg, de Achtbunderstraat, met een snelheid van ongeveer 126

kilometer per uur, in elk geval met een (veel) te hoge snelheid dan de ter

plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een

(veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, meerdere, over de

rechterrijstrook van die Klimmenderstraat rijdende motorrijtuigen, links van

een in die weg, door bord D2 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en

Verkeerstekens 1990 aangegeven, middengeleider, over de linkerrijstrook van

die Klimmenderstraat, is gaan inhalen en/althans met zodanige snelheid en/of

zo onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onoordeelkundig en/althans op

zodanige wijze heeft gereden,

dat/waardoor hij met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(motorfiets) in botsing althans aanrijding is gekomen met een vóór hem,

verdachte, op die Klimmenderstraat op voornoemde kruising althans splitsing

naar links van richting veranderend en/of afslaand althans naar links in de

richting van die Achtbunderstraat, rijdend motorrijtuig (personenauto),

door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd

veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op

die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, in elk

geval in het arrondissement Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer 2] van het leven te beroven,

met dat opzet als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), met zeer hoge

snelheid is ingereden op een ander motorrijtuig (personenauto), waarin die [naam slachtoffer 2]voornoemd als passagiere was gezeten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, in elk geval

in het arrondissement Maastricht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van

een motorrijtuig (motorfiets), daarmede rijdende over de weg, de Klimmenderstraat,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [naam slachtoffer 2] zwaar lichamelijk

letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke

ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is

ontstaan, welke bovenbedoelde gedraging(en) roekeloos, althans (aanmerkelijk)

onvoorzichtig en/of onoplettend was/waren en hieruit heeft/hebben bestaan dat

hij, verdachte, rijdende over die Klimmenderstraat, bij nadering van de

kruising althans splitsing van die weg en de weg, de Achtbunderstraat, met een

snelheid van ongeveer 126 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)

hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer

per uur, althans met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter

plaatse, meerdere, over de rechterrijstrook van die Klimmenderstraat rijdende

motorrijtuigen, links van een in die weg gelegen, door bord D2 van bijlage 1

van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 aangegeven,

middengeleider, over de linkerrijstrook van die Klimmenderstraat is gaan

inhalen, zulks op het moment dat de bestuurster van een over die

rechterrijstrook van die Klimmenderstraat rijdend motorrijtuig (personenauto)

doende was op voornoemde kruising althans splitsing naar links van richting te

veranderen en/of af te slaan althans naar links te rijden in de richting van

die Achtbunderstraat, en zich daartoe (gedeeltelijk) op de linkerrijstrook van

die Klimmenderstraat bevond,

waardoor althans mede waardoor (vervolgens) een botsing en/of aan- of

overrijding is ontstaan met/tussen/door zijn, verdachtes, motorrijtuig

(motorfiets) en dat ander (afslaand) motorrijtuig (personenauto), waarin die

[naam slachtoffer 2]voornoemd als passagiere was gezeten;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal,

in elk geval in het arrondissement Maastricht,

als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), daarmee rijdende over de

weg, de Klimmenderstraat, bij nadering van de kruising althans splitsing van

die weg en de weg, de Achtbunderstraat, met een snelheid van ongeveer 126

kilometer per uur, in elk geval met een (veel) te hoge snelheid dan de ter

plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een

(veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, meerdere, over de

rechterrijstrook van die Klimmenderstraat rijdende motorrijtuigen, links van

een in die weg, door bord D2 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en

Verkeerstekens 1990 aangegeven, middengeleider, over de linkerrijstrook van

die Klimmenderstraat, is gaan inhalen en/althans met zodanige snelheid en/of

zo onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onoordeelkundig en/althans op

zodanige wijze heeft gereden,

dat/waardoor hij met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(motorfiets) in botsing althans aanrijding is gekomen met een vóór hem,

verdachte, op die Klimmenderstraat op voornoemde kruising althans splitsing

naar links van richting veranderend en/of afslaand althans naar links in de

richting van die Achtbunderstraat, rijdend motorrijtuig (personenauto),

door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd

veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op

die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij in of omstreeks de periode van 8 mei 2008 tot en met 27 juli 2008,

in de gemeente(n) Heerlen en/of Voerendaal en/of te Beegden, in de gemeente

Maasgouw, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een

motorfiets (merk Kawasaki ZRX1200R) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde motorfiets wist(en) dat

het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 8 mei 2008 tot en met 27 juli 2008,

in de gemeente(n) Heerlen en/of Voerendaal en/of te Beegden, in de gemeente

Maasgouw, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een

motorfiets (merk Kawasaki ZRX1200R) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde motorfiets

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof;

4.

hij op of omstreeks 27 juli 2008, te Klimmen, in de gemeente Voerendaal, in elk geval

in het arrondissement Maastricht, als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets)

heeft gereden op de weg, de Klimmenderstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994

een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig

behoorde;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/630365-09

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 10 mei 2010 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de / het PI Zuid Oost - Roermond PIA te

Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 26 april 2010 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

(tolk: bouwsteen 503)

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat te Maastricht.