Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BM3543

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
06-05-2010
Zaaknummer
357400 cv expl 09-4848
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verplichtingen CAO Besloten Busvervoer. Verstrekken van gegevens. Eiser is onvoldoende consequent en duidelijk geweest in de gevergde stukken, zodat in de procedure haar stelling dat gedaagde deze niet heeft verstrekt, gepasseerd dient te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0420
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

locatie Sittard-Geleen

vonnis d.d. 7 april 2010

zaak/rolnr.: 357400 CV EXPL 09-4848

De kantonrechter van de locatie Sittard-Geleen heeft het navolgende vonnis gewezen

Inzake de hoofdzaak

de stichting STICHTING VOOR INFORMATIE EN ORDENING VAN DE BEDRIJFSTAK BESLOTEN BUSVERVOER,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

eiser,

gemachtigde: mr. T.A. Opbroek-Booij

tegen

[gedaagde],

wonende en zaakdoende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr.A.M. Holmes.

Partijen worden hierna genoemd: de Stichting en [gedaagde].

1. Het verloop van de procedure

Er wordt in de hoofdzaak recht gedaan op de volgende stukken:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Daarna heeft de kantonrechter in beide zaken vonnis bepaald en de uitspraak daarvan nader bepaald op heden.

De inhoud van alle stukken geldt als hier ingelast.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gaat de kantonrechter uit van de navolgende vaststaande feiten.

2.1 De Stichting is krachtens de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Besloten Busvervoer (hierna: de CAO) door de partijen bij die CAO in het leven geroepen om –onder meer- naleving van de CAO te bevorderen. Voorts bestaat de Collectieve Arbeidsovereenkomst Fonds Scholing en Ordening (CAO-FSO). Beide CAO’s zijn van toepassing op werkgevers en werknemers van elke in Nederland gevestigde onderneming die besloten busvervoer in de zin van de Wet Personenvervoer verricht. Beide CAO’s zijn algemeen verbindend verklaard.

2.2 [gedaagde] drijft een onderneming in –onder meer- de vorm van een touringcarbedrijf. Nieling is gebonden aan de bepalingen van de CAO’s.

3. De vordering en de stellingen

3.1 De Stichting vordert, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 23.318,80 terzake forfaitaire schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2009;

2. beveling van [gedaagde] de CAO na te leven en binnen twee weken na batekening van het vonnis de Stichting in staat te stellen haar onderzoek te verrichten en de Stichting de bescheiden te doen toekomen als genoemd in de brief van 1 oktober 2009, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in gebreke blijft;

3. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 1.000,00 (exclusief BTW) terzake buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2009;

4. onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2 Voor de stellingen en onderbouwing daarvan verwijst de rechter naar de processtukken.

3.3 [gedaagde] betwist de stellingen en vorderingen van de Stichting en concludeert tot afwijzing van het gevorderde. Voor de weren en onderbouwing daarvan verwijst de rechter naar de processtukken.

4. De beoordeling

4.1 Beide hoofdvorderingen van de Stichting zijn gebaseerd op het gesteld niet voldoen door [gedaagde] aan de verzoeken tot verstrekken van gegevens. De Stichting stelt in dit verband (a) dat [gedaagde] nog steeds de verzochte gegevens niet compleet aangeleverd en dat zij (b) [gedaagde] bij brief van 12 januari 2009 dienaangaande in gebreke hebben gesteld zodat (c) [gedaagde] vanaf 26 januari 2009 de in de CAO bedoelde forfaitaire vergoeding verschuldigd is.

4.2 [gedaagde] betwist dat hij verzochte gegevens niet zou hebben verstrekt. Integendeel stelt hij ze meerdere keren verstrekt te hebben. [gedaagde] zou de stukken bij brief van 2 september 2007 aan de Stichting hebben verzonden (conclusie van antwoord onder 6.) danwel afgegeven bij de locatie [adres] van de Stichting (conclusie van antwoord onder 7. en 8.). Naar aanleiding van de rappelbrief van 3 april 2008 stelt [gedaagde] de stukken nogmaals verzonden te hebben. Tenslotte zouden de stukken per fax op 24 maart 2009 zijn verzonden.

4.3 Waar de Stichting zich beroept op het rechtsgevolg van het niet voldoen aan de verzoeken dient zij voldoende onderbouwd te stellen en bij een voldoende gemotiveerde betwisting zonodig te bewijzen dat [gedaagde] de verzochte gegevens niet heeft verstrekt. De kantonrechter acht de stellingen van de Stichting in deze onvoldoende onderbouwd. Immers blijkt uit het verloop dat er niet steeds van dezelfde stukken sprake is geweest en blijkt er ook een (tweede) bedrijfsbezoek te zijn geweest in 2008 waar kennelijk (zo volgt althans uit de brief van 16 juni 2008) beschikt is over bepaalde gegevens. In het licht van dit wisselende en warrige verloop van verzoeken, bezoeken en brieven had het op de weg van de Stichting gelegen in haar stellingen onomwonden aan te voeren ten aanzien van welke gegevens [gedaagde] in gebreke was en is gebleven. Dit klemt te meer nu de Stichting haar vordering laat ingaan op 26 januari 2009 en deze tot op heden laat doorlopen terwijl vaststaat –als door [gedaagde] gesteld en erkent door de Stichting- er op 24 maart 2009 door [gedaagde] stukken zijn toegestuurd.

4.4 Beide vorderingen stranden op het vorenstaande.

4.5 Het door de Stichting gevorderde dient te worden afgewezen. De Stichting zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1 wijst het gevorderde af;

5.2 veroordeelt de Stichting in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op EUR 800,00 aan salaris gemachtigde;

5.3 verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting, in tegenwoordigheid van de griffier.