Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BM2985

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-05-2010
Datum publicatie
04-05-2010
Zaaknummer
AWB 09 / 1466
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

AW. Strafontslag. Eiser heeft meermaals verlof genomen zonder toestemming van zijn leidinggevende. Uit medisch onderzoek is niet gebleken dat zijn gedrag hem niet zou kunnen worden toegerekend. Aangezien eiser expliciet is gewaarschuwd en hij in het verleden reeds disciplinair is gestraft, is het ontslag niet onevenredig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09 / 1466

Uitspraak

in het geding tussen

[eiser],

wonend te Jabeek, eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem,

verweerder.

Datum bestreden besluit: 4 augustus 2009

Kenmerk: U.09.03826

1. Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit.

Verweerder heeft de stukken die op de zaak betrekking hebben aan de rechtbank gezonden en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 25 maart 2010. Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde R.A. Wijnands, advocaat te Schinnen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door M.L.M. van de Laar, advocaat te Maastricht en M.H.L. Kleukers, M.J.F. Dings en T.S.M. Rothheudt, allen werkzaam bij de gemeente Gulpen-Wittem.

2. Overwegingen

De rechtbank verwijst voor wat betreft de feiten naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 juli 2009 (AWB 09/837), waarbij het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen en voegt daar het navolgende aan toe.

Verweerders bezwaarschriftencommissie (de commissie) heeft op 15 juli 2009 een hoorzitting gehouden. Vervolgens heeft verweerder, overeenkomstig het advies van de commissie, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld -kort weergegeven- dat eiser vanaf 2005 diverse keren het Verzuimprotocol van de gemeente Gulpen-Wittem heeft overtreden door verlof te nemen zonder toestemming van zijn leidinggevende. Bij brief van 14 oktober 2008 heeft verweerder eiser een laatste waarschuwing gegeven. Aangezien eiser nadien is doorgegaan met zijn handelwijze in strijd met de geldende regels ter zake verlof/ziekmelding, heeft verweerder hem uiteindelijk wegens plichtsverzuim strafontslag opgelegd.

Eiser heeft in beroep aangevoerd -kort samengevat- dat hij zich als gevolg van gezondheidsklachten genoodzaakt voelde regelmatig verlof op te nemen. Eiser noemt dit overmacht. Om zijn werkgever tegemoet te komen heeft hij zich niet iedere keer ziek gemeld. Voorts heeft hij aangevoerd dat het ontslag disproportioneel is. Hij heeft immers sedert 2001 in zijn functie naar behoren gefunctioneerd.

De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 16:1:1 van de CAR/UWO -voor zover van belang- kan de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, disciplinair gestraft worden.

Ingevolge artikel 8:13 van de CAR/UWO kan als disciplinaire straf aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.

Ingevolge het Verzuimprotocol van de gemeente Gulpen-Wittem dient de ziekmelding door de werknemer plaats te vinden op de eerste ziektedag bij de direct leidinggevende dan wel zo spoedig mogelijk na de ziekmelding.

Eiser heeft vanaf 2005 diverse malen het Verzuimprotocol overtreden door verlof te nemen zonder toestemming van zijn leidinggevende en niet op zijn werk te verschijnen, terwijl de Arbodienst hem daartoe wel (gedeeltelijk) geschikt achtte. De handelwijze van eiser heeft ertoe geleid dat verweerder bij besluit van 6 oktober 2008 (verzonden op 8 oktober 2008) de doorbetaling van de bezoldiging van eiser met ingang van 29 september 2008 heeft gestaakt indien en voor zolang eiser zou verzuimen de arbeid te hervatten. Verweerder heeft eiser met dit besluit eveneens medegedeeld dat, indien hij wederom niet zou voldoen aan zijn verplichtingen als werknemer, de ontslagprocedure zou worden opgestart. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Tegen de beslissing op bezwaar van

26 januari 2009, waarbij het bezwaar ongegrond is verklaard heeft eiser geen beroep ingesteld, zodat dit besluit inmiddels onherroepelijk is.

Bij brief van 14 oktober 2008 heeft verweerder zijn besluit van 8 oktober 2008 nader toegelicht, nogmaals benadrukt dat het hier de laatste waarschuwing betrof en eiser medegedeeld dat disciplinair ontslag zou volgen indien hij wederom niet zou voldoen aan zijn verplichtingen.

Nadat eiser op 28 januari 2009 en op 17 februari 2009 wederom ongeoorloofd verlof had genomen, heeft verweerder hem bij brief van 19 februari 2009 medegedeeld dat hij, als hij verlof wenste, dit vooraf met de leiding diende af te stemmen en indien hij ziek was naar zijn eigen huisarts moest gaan en bij de leiding een verklaring van de huisarts over moest leggen.

Nadat eiser op 2 maart 2009 wederom niet tijdig en niet in overleg met zijn leidinggevende verlof had genomen heeft verweerder hem met ingang van 3 maart 2009 geschorst met behoud van bezoldiging. Verweerder heeft eiser met dit besluit tevens op de hoogte gesteld van zijn voornemen hem een disciplinaire maatregel op te leggen. Eiser heeft tegen het schorsingsbesluit geen bezwaar gemaakt, zodat dit besluit inmiddels onherroepelijk is.

Bij besluit van 18 maart 2009 heeft verweerder eiser voorts medegedeeld dat de schorsing van de bezoldiging zou worden voortgezet totdat een disciplinaire maatregel werd opgelegd en hem op de hoogte gesteld van zijn voornemen hem een (medisch) onderzoek naar de toerekenbaarheid te laten ondergaan. Naar aanleiding van dit onderzoek verricht door

A.M. Plompen, psycholoog en A.M.H. van Leeuwen, psychiater, werkzaam bij HSK Groep te Maastricht van 8 april 2009 is geen traject cognitieve gedragstherapie geadviseerd.

Bij besluit van 21 april 2009 heeft verweerder eiser met ingang van 1 juni 2009 strafontslag opgelegd in verband met ernstig plichtsverzuim.

De rechtbank stelt vast dat eiser op 17 februari 2009 en 2 maart 2009 niet tijdig en niet in overleg met zijn leidinggevende -en derhalve in strijd met de geldende regels terzake- verlof heeft genomen en niet op zijn werk is verschenen. Dat eiser niet in staat zou zijn geweest de regels inzake verlof c.q. ziekte te volgen, acht de rechtbank niet aannemelijk en ook door eiser onvoldoende onderbouwd.

Aangezien eiser door verweerder bij brieven van 6 en 14 oktober 2008 uitdrukkelijk is gewaarschuwd dat hij zijn verplichtingen als ambtenaar van de gemeente dient na te komen en uit (medisch) onderzoek niet is gebleken dat zijn gedrag hem niet zou kunnen worden toegerekend, is de rechtbank van oordeel dat eiser zich aan plichtsverzuim schuldig heeft gemaakt. Dit betekent dat verweerder bevoegd was eiser een disciplinaire straf op te leggen.

Met betrekking tot de evenredigheid tussen eisers gedragingen en de hem opgelegde disciplinaire straf van ongevraagd ontslag overweegt de rechtbank het volgende.

Gelet op de feiten moet worden vastgesteld dat er in eisers geval sprake is van herhaald (doorgaand) gedrag. Voorts staat vast dat verweerder eiser bij besluit van 6 oktober 2008 reeds disciplinair heeft gestraft, omdat eiser niet had voldaan aan zijn verplichtingen als werknemer.

Aangezien verweerder eiser bovendien bij brief van 14 oktober 2008 expliciet heeft gewaarschuwd dat disciplinair ontslag zal volgen indien hij wederom niet voldoet aan zijn verplichtingen, is de rechtbank van oordeel dat eisers ontslag niet als onevenredig kan worden aangemerkt.

Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiser terecht de straf van ongevraagd ontslag heeft opgelegd. Dit betekent dat het beroep van eiser ongegrond is.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door M. Hillen als voorzitter, en P.J.M. Bruijnzeels en T.E.A. Willemsen als leden, in tegenwoordigheid van E.W. Seylhouwer als griffier en in het openbaar

uitgesproken op 3 mei 2010.

w.g. E. Seylhouwer w.g. M. Hillen

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 3 mei 2010

Voor een belanghebbende en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij een spoedeisend belang kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan, nadat hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzoeken een voorlopige voorziening te treffen.