Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BM2967

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-04-2010
Datum publicatie
29-04-2010
Zaaknummer
AWB 09 / 1117
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Strafontslag wegens plichtsverzuim. Ongeoorloofd afwezig. Aanwezigheidsregistratie. Bewijs.

Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij, ondanks het feit dat dit niet is geregistreerd, toch werkzaamheden heeft verricht op de in het bestreden besluit vermelde data.

Stafontslag niet onevenredig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09 / 1117

Uitspraak

in het geding tussen

[eiseres],

wonend te Heerlen, eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen,

verweerder.

Datum bestreden besluit: 29 mei 2009

Kenmerk: 31003/20080107-P/WB

1. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit.

Verweerder heeft de stukken die op de zaak betrekking hebben aan de rechtbank gezonden en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 25 maart 2010. Eiseres is persoon verschenen, bijgestaan door D.E. de Hoop, kantoorgenoot van W.J.M. Wetzels, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij NV.

Verweerder heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door W.A.A. Buttolo en

H.M. Heijboer, beide werkzaam bij de gemeente Heerlen.

2. Overwegingen

Bij besluit van 18 november 2008 heeft verweerder eiseres bij wijze van disciplinaire straf met ingang van 1 december 2008 ongevraagd ontslag verleend. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Verweerder heeft op 8 april 2009 een hoorzitting gehouden. Vervolgens heeft verweerder het thans bestreden besluit genomen, waarbij het bezwaar van eiseres ongegrond is verklaard.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld -kort weergegeven- dat eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim door in het jaar 2007 stelselmatig dagen (in totaal 25) niet van haar verlofkaart af te schrijven als gevolg waarvan zij ongeoorloofd afwezig was. In 2008 heeft eiseres volhard in haar gedrag. Gelet op het grote aantal verlofdagen en de lange periode waarin het gedrag van eiseres heeft plaatsgevonden, is de aan eiseres opgelegde straf niet buitenproportioneel.

Eiseres heeft in beroep -kort samengevat- aangevoerd dat door verweerder niet is aangetoond dat eiseres ongeoorloofd afwezig zou zijn geweest. Voorts betoogt zij dat het ontslag niet proportioneel is (mede) gelet op haar langdurige staat van dienst van ruim 20 jaar.

De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 16:1:1 van de CAR/UWO omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschift als het doen of laten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge artikel 8:13 van de CAR/UWO kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.

Ingevolge artikel 6 van de Regeling en instructie variabele werktijden (de regeling) is de medewerker verplicht tot registratie van de arbeidstijd.

Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de regeling kan een positief urensaldo niet leiden tot extra verlofuren.

1. de pluspunten.

Niet in geschil is dat eiseres pluspunten (extra gewerkte uren) heeft omgezet in verlof, hetgeen ingevolge artikel 9 van de regeling niet is toegestaan. Eiseres stelt echter hiervoor (mondeling) toestemming te hebben gehad van haar voormalig bureauhoofd [naam 1].

De rechtbank stelt echter vast dat eiseres haar stelling niet nader (bijvoorbeeld met verklaringen van collega’s) heeft kunnen onderbouwen. Bovendien heeft voornoemd bureauhoofd per e-mail verklaard dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt met eiseres.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het ervoor moet worden gehouden dat eiseres op de dagen dat zij verlof heeft genomen met gebruikmaking van pluspunten ongeoorloofd afwezig is geweest.

2. de ADV-dagen.

Vast staat dat eiseres de ADV-periode tussen kerst en Nieuwjaar 2006 en 2007 niet heeft gecompenseerd door het inleveren van (regulier) verlof. Aangezien eiseres geen ADV opbouwt, was zij hiertoe wel verplicht.

De rechtbank stelt vast dat verweerder in 2006 en 2007 berichten over voornoemde ADV- regeling heeft geplaatst op het gemeentelijk intranet. Eiseres heeft ter zitting erkend dat zij van het vorenstaande op de hoogte had moeten zijn.

Dit betekent dat eiseres in 2007 ten onechte 3 verlofdagen niet heeft ingeleverd ter compensatie en dat zij derhalve op die dagen ongeoorloofd afwezig is geweest.

3. ongeoorloofde afwezigheid in 2007 en 2008.

Blijkens de gedingstukken (klokkaarten en verlofkaart) moet worden vastgesteld dat eiseres in 2007 25 dagen afwezig is geweest en in 2008 4 dagen (al dan niet met vermelding van verlof op haar klokkaart) zonder dat daarvoor verlofuren van haar verlofkaart zijn afgeschreven. Dat eiseres op voormelde dagen niet aanwezig is geweest, wordt ondersteund door de gegevens uit het PRICO (geautomatiseerde print- en kopieersysteem), waaruit blijkt dat eiseres dagelijks kopieert en print met uitzondering van de dagen waarop zij niet aanwezig is geweest.

Eiseres stelt dat zij op sommige dagen wel aanwezig is geweest, hetgeen zou kunnen blijken uit inloggegevens en door haar verzonden e-mails. Voorts zou er sprake zijn geweest van afspraken buitenshuis en een omzetting van een vakantieperiode.

De rechtbank is van oordeel dat, nu verweerder een systeem van aanwezigheidsregistratie hanteert en eiseres verplicht is haar arbeidstijd te registreren, het op de weg van eiseres ligt om aannemelijk te maken dat zij, ondanks het feit dat dit niet is geregistreerd, toch werkzaamheden heeft verricht op de door verweerder in het primaire besluit vermelde data. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hierin niet is geslaagd. In de PRICO-gegevens kan geen bevestiging van de stelling van eiseres worden gevonden. Voorts worden de gestelde afspraken buitenshuis niet bevestigd door anderen en staan deze niet als zodanig vermeld op de klokkaart. Ook de beweerdelijke omzetting van een vakantieperiode wordt niet bevestigd door haar collega’s. Met betrekking tot de inloggegevens en de e-mail berichten heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting verklaard dat deze slechts gedurende een relatief korte periode worden bewaard, zodat deze thans niet meer kunnen worden geraadpleegd.

Het vorenstaande betekent dat het ervoor moet worden gehouden dat eiseres op bedoelde data ongeoorloofd afwezig is geweest.

Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan toerekenbaar (ernstig) plichtsverzuim en dat verweerder bevoegd was bij wijze van disciplinaire straf eiseres te ontslaan.

Met betrekking tot de evenredigheid tussen het plichtsverzuim en de aan eiseres opgelegde disciplinaire straf overweegt de rechtbank het volgende.

Blijkens de gedingstukken (klokkaart/verlofkaart) is eiseres ook in begin 2008 op een aantal dagen niet aanwezig geweest zonder dat hiervoor verlof is afgeschreven. Dit betekent dat sprake is van “doorgaand gedrag” bij eiseres.

In een e-mail van 25 mei 2007 heeft het afdelingshoofd van de afdeling welzijn alle medewerkers nog eens uitdrukkelijk geïnformeerd over de regels met betrekking tot klokken en verlof nemen. Naar aanleiding van deze mail heeft eiseres haar handelwijze echter niet veranderd c.q. verbeterd.

Gelet op het vorenstaande, het grote aantal dagen en de lange periode waarin een en ander zich heeft afgespeeld, is de rechtbank van oordeel dat, ondanks de lange staat van dienst van eiseres, het ontslag niet onevenredig is te achten.

Op grond van voorgaande overwegingen moet het beroep van eiseres voor ongegrond worden gehouden.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door T.E.A. Willemsen als voorzitter, P.J.M. Bruijnzeels en M. Hillen als leden in tegenwoordigheid van E.W. Seylhouwer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2010.

w.g. E. Seylhouwer w.g. Willemsen

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden:23 april 2010

Voor een belanghebbende en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij een spoedeisend belang kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan, nadat hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzoeken een voorlopige voorziening te treffen.