Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BM2168

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-03-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
372341 EJ VERZ 10-1888
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ex art. 1:380 BW - provisioneel bewind

Provisioneel bewind n.a.v. risicovol financieel gedrag bij één van de geregistreerd partners, waarbij op hun vermogensrechtelijke betrekkingen de regels van de gemeenschap van goederen van toepassing zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector kanton

Locatie Heerlen

Zaaknr.: 372341 EJ VERZ 10-1888

BMnr.: 27325

Typ.: DL

31 maart 2010

Beschikking op een verzoek tot ondercuratelestelling met benoeming van een provisionele bewindvoerder

op verzoek van

[verzoeker], geregistreerde partner van [betrokkene],

wonend te [adres],

hierna ook te noemen: verzoeker,

advocaat: mr. S.X.J. Zuidema te Heerlen.

Het verzoek strekt primair tot ondercuratelestelling van:

[betrokkene]

geboren te [plaats] ([land]) op [geboortedatum],

wonend/verblijvend bij [zorgcentrum] te [adres],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. P.N.M. de Gier te Rotterdam,

en tevens tot benoeming van een provisionele bewindvoerder met onmiddellijke ingang.

1. Het verloop van de procedure

1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- een verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 17 maart 2010;

- aanvullende gegevens betreffende de familieleden van betrokkene, ter griffie ingekomen op 19 maart 2010 en op 23 maart 2010;

- aanvullende stukken, ter griffie ingekomen op 25 maart 2010;

- een schriftelijke reactie van [zus] zus van betrokkene, ter griffie ingekomen op

26 maart 2010;

- een schriftelijke reactie van [zus en schoonbroer], zus en schoonbroer van verzoeker, ter griffie ingekomen op 29 maart 2010;

- een verweerschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 30 maart 2010.

1.2. Ter mondelinge behandeling van 30 maart 2010 zijn verschenen:

- verzoeker, bijgestaan door mr. Zuidema;

- betrokkene, bijgestaan door mr. De Gier.

2. De standpunten van partijen

2.1. Verzoeker en betrokkene hebben ter zitting aangegeven al 38 jaar samen te leven en in 1998 een geregistreerd partnerschap te zijn aangegaan. Op hun vermogensrechtelijke betrekkingen zijn de regels van de gemeenschap van goederen van toepassing. Betrokkene is in 2008 langdurig in het ziekenhuis opgenomen geweest en verblijft aansluitend sinds januari 2009 in [zorgcentrum] op de eerste verdieping. Hij is hartpatiënt, heeft medische verzorging nodig wegens zijn stoma en er zou bij hem vasculaire dementie zijn vastgesteld.

2.2. Verzoeker heeft aangevoerd dat betrokkene risicovol financieel gedrag vertoont, bestaande in het doen van aanzienlijke uitgaven in een relatief korte periode, te weten een bedrag van ongeveer € 16.000,- in twee maanden tijd, in een situatie waar al aanzienlijke schulden bestaan van ongeveer € 27.000. Voorts bestaat op grond van aangetroffen correspondentie het vermoeden dat betrokkene opnieuw krediet heeft aangevraagd bij ABN-AMRObank.

Verzoeker heeft voorts aangegeven dat hij de hypothecaire lasten van de gemeenschappelijke woning, ad € 1267,55 per maand, niet uit zijn inkomsten uit arbeid van omstreeks € 1070,- per maand, kan voldoen. Verzoeker heeft zich tot voor kort nooit met de financiële zaken van hen beiden bemoeid, maar is gealarmeerd geraakt door telefoontjes van creditcard maatschappijen over ongewoon betaalgedrag. Hij is daarop de financiële post gericht aan betrokkene gaan openen en heeft brieven aangetroffen van de ABN-AMRObank waarin betrokkene wordt verzocht een ongeoorloofde roodstand aan te zuiveren. Verzoeker heeft kopieën van deze correspondentie alsmede overzichten van afrekeningen van creditcard maatschappijen en bankoverzichten bij het verzoekschrift gevoegd.

2.3. Betrokkene heeft voormelde stellingen van verzoeker inzake de schuldenpositie niet betwist maar stelt thans dat de roodstanden zijn aangezuiverd en de schulden zijn afgelost. Hij beroept zich daarbij op een handgeschreven brief van zijn zuster die vermeldt dat dit zou zijn geschied of zou kunnen geschieden met behulp van de opbrengst van de verkoop van aandelen. Er zou dan een vermogen resteren van omstreeks € 140.000,-. Bescheiden waaruit de stellingen van betrokkene omtrent zijn vermogenspositie zouden kunnen blijken zijn niet overgelegd.

2.4. Betrokkene heeft voorts toegegeven in twee maanden tijd ongeveer € 12.000,- te hebben uitgegeven via creditcard-maatschappijen aan amusement. Hij kan desgevraagd niet aangeven wat zijn maandelijkse inkomen is, maar denkt dat dit op jaarbasis ongeveer € 56.000,- zal zijn. Hij ontvangt slechts een gedeeltelijke AOW-uitkering omdat hij enige jaren in het buitenland heeft gewerkt. Verder zijn er aanvullende pensioenen afgesloten en geniet hij dividend-uitkeringen. Hij stelt zich op het standpunt dat de opbrengst van de verkoop van aandelen ook tot het inkomen moet worden gerekend.

2.5. Betrokkene is erg boos op verzoeker en heeft hem de toegang tot en de inzage op de betreffende bankrekeningen ontnomen, respectievelijk geblokkeerd.

Hij heeft nog betoogd het volstrekt verantwoord en normaal te achten met geleend geld te speculeren omdat daarmee veel geld verdiend kan worden, al geeft hij toe hiermee destijds bij Legiolease wel veel geld te hebben verloren.

2.6. Betrokkene geeft aan dat de belasting aangifte door Ernst & Young zou worden gedaan, voor de aangifte van 2009 zou uitstel zijn aangevraagd.

3. Beoordeling

3.1. Gelet op de overgelegde gegevens kan de kantonrechter zich nog geen oordeel vormen omtrent de inkomsten en stand van fortuin van verzoeker en betrokkene. Met verzoeker en betrokkene is ter zitting besproken dat deze gegevens alsnog dienen te worden overgelegd.

3.2. Betrokkene heeft toegegeven dat hij de afgelopen maanden grote financiële uitgaven heeft gedaan die niet strikt noodzakelijk waren. Hij heeft voorts aangegeven deze financiële uitgaven verantwoord te vinden, maar dit standpunt niet met bescheiden aannemelijk gemaakt.

3.3. Op grond van de ingebrachte stukken en het verhandelde ter zitting is voor de kantonrechter wel voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van een situatie waarin onmiddellijke bescherming van betrokkene noodzakelijk is, nu zijn gedrag en opvattingen in financiële zin als risicovol moeten worden aangemerkt.

Op het verzoek tot ondercuratelestelling kan echter nog niet terstond worden beslist omdat er geen betrouwbaar beeld bestaat van de inkomens- en vermogenspositie van verzoeker en betrokkene, noch van de actuele geestelijke gesteldheid betrokkene.

3.4. Het spoedeisende karakter van het verzoek rechtvaardigt benoeming van een provisionele bewindvoerder met ingang van heden.

3.5. De heer J.L.G. Jeukens van GGN Limburg te Heerlen heeft zich tot vervulling van die taak bereid verklaard en zal in deze hoedanigheid worden benoemd omdat van bezwaren tegen deze benoeming niet is gebleken.

3.6. Het bewind omvat alle goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren.

De provisionele bewindvoerder heeft alle bevoegdheden die een curator krachtens Boek 1 BW heeft.

3.7. De kantonrechter bepaalt op de voet van artikel 1:380 lid 3 BW dat schulden die betrokkene na bekendmaking van de benoeming maakt, niet kunnen worden verhaald op de onder het provisionele bewind gestelde goederen gedurende dit provisionele bewind en de eventueel daarop volgende curatele.

3.8. Naar aanleiding van de bevindingen van de provisioneel bewindvoerder zal mogelijk nog een deskundigenonderzoek worden gelast.

4. Beslissing

De kantonrechter:

4.1. benoemt, alvorens verder te beslissen, Joseph Lambertus Gerardus Jeukens (GGN Limburg), Postbus 3044, 6401 DM Heerlen, met ingang van heden tot provisionele bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene];

4.2. kent aan de provisionele bewindvoerder alle bevoegdheden toe die een curator krachtens Boek 1 BW heeft;

4.3. bepaalt dat schulden die betrokkene maakt na bekendmaking van de benoeming van de provisionele bewindvoerder niet zonder toestemming van de provisionele bewindvoerder op de onder het provisionele bewind gestelde goederen kunnen worden verhaald gedurende dit provisionele bewind en gedurende de eventueel daarop volgende curatele;

4.4. bepaalt dat deze uitspraak binnen tien dagen na heden door de provisioneel bewindvoerder zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant en in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad;

4.5. bepaalt dat mr. Zuidema uiterlijk 12 april 2010 alle relevante inkomensgegevens van [verzoeker], over zal leggen, alsmede een kopie van diens aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008;

4.6. bepaalt dat mr. De Gier uiterlijk 12 april 2010 alle inkomensgegevens van [betrokkene] over zal leggen, alsmede een kopie van diens aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008;

4.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven op 31 maart 2010 en in het openbaar uitgesproken door mr. W.E. Elzinga, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:

a. door verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft

verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze

beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.