Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8636

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
26-02-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
365639 EJ VERZ 10-525
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Het is de uitdrukkelijke wens van betrokkene dat haar moeder tot mentor wordt benoemd. Moeder is echter ook werkneemster van de

instelling waar betrokkene verblijft. Nu de moeder in een andere locatie werkzaam in dan waar betrokkene verblijf, acht de kantonrechter

het niettemin in het belang van betrokkene dat de moeder tot mentorwordt benoemd. Zij kan immers in haar hoedanigheid van ouder van betrokkene

geacht worde de belangen van betrokkene afdoende te behartigen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

Zaaknr: 365639 EJ VERZ 10-525

BMnr: 13856

Typ: M.S.

datum 26 februari 2010

beschikking instelling mentorschap

op verzoek van

[verzoekster]

wonend te [adres]

verder ook te noemen: verzoekster.

Het verzoek strekt tot instelling van een mentorschap ten behoeve van:

[betrokkene]

geboren te [geboorteplaats] op [1981]

verblijvend [verblijfplaats]

verder ook te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- een verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 27 januari 2010;

- een bereidverklaring van de voorgestelde mentor.

De betrokkene is gehoord op 22 februari 2010.

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opvatting kenbaar te maken.

beoordeling

Op grond van de ingebrachte stukken en het horen van de betrokkene is voldoende aanneme-lijk geworden dat deze als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is of bemoeilijkt wordt de eigen belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.

In dit geval is het de uitdrukkelijke wens van betrokkene dat haar moeder tot mentor wordt benoemd. Conform het bepaalde in art. 1:452 lid 4 BW verdient dit ook de voorkeur.

Moeder is echter tevens werkneemster van de instelling waar betrokkene verblijft.

Dit is in beginsel een beletsel als bedoeld in art. 1:452 lid 6 sub e BW.

Nu de moeder in een andere locatie werkzaam is dan waar betrokkene verblijft, acht de kan-tonrechter het niettemin in het belang van betrokkene dat de moeder tot mentor wordt be-noemd. Zij kan immers in haar hoedanigheid van ouder van betrokkene geacht worden de belangen van betrokkene afdoende te behartigen.

Tegen de persoon van de voorgestelde mentor zijn geen andere bezwaren aangevoerd of gebleken.

Het verzoek kan dan ook worden toegewezen.

beslissing

Stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene].

Benoemt tot mentor met ingang van heden:

[verzoekster]

wonende [adres].

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. W.E. Elzinga, kan-tonrechter, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker(s) en degene aan wie een afschrift van de beschikking (door de griffier) is verstrekt

of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.