Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL7696

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
350606 CV EXPL 09-4636
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding overeenkomst (abonnement televisiesignalen) door consument. Vordering leverancier afgewezen, nu in rechte is komen vast te staan dat wanprestatie aan de zijde van de leverancier de oorzaak was voor het ontbinden van de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 350606 CV EXPL 09-4636

typ: MO

vonnis van 24 februari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap CANAL DIGITAAL B.V.,

statutair gevestigd te Hilversum,

eisende partij,

hierna ook te noemen: Canal Digitaal,

gemachtigde: J.A.P.M. Kerckhoffs, deurwaarder te Sittard

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

in persoon procederend.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Canal Digitaal heeft bij exploot van dagvaarding van 29 september 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde]. In het exploot zijn talrijke opmerkingen met pen bijgeschreven die noch van een geautoriseerde verwijzing, noch van een inhoudelijke toelichting zijn voorzien. Aan het exploot is verder een bijlage gehecht die evenmin op de vereiste wijze in het exploot geïntegreerd is.

[gedaagde] heeft - na gevraagd en verkregen uitstel - schriftelijk geantwoord.

Canal Digitaal heeft - na gevraagd en verkregen uitstel - voor repliek geconcludeerd onder verwijzing naar drie producties. Bedoelde conclusie, die wel aan Canal Digitaal zal worden toegerekend, was afkomstig van een nimmer als gemachtigde aangemelde en ook verder onbekende derde (“mr. M.C. Drijver”).

[gedaagde] heeft vervolgens een conclusie van dupliek genomen, die nog voorzien was van twee extra producties.

Hierna is uitspraak bepaald.

MOTIVERING

a. de vordering

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Canal Digitaal de veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 220,46, vermeerderd met de wettelijke rente over € 171,40 vanaf 29 september 2009 tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [gedaagde] in de kosten van het geding.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 171,40 hoofdsom (niet-betaalde facturen betaaltelevisie)

€ 12,06 vervallen wettelijke rente van 15 januari 2008 tot 16 maart 2009

€ 37,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

b. het geschil

Ter onderbouwing van haar vordering voert Canal Digitaal aan dat zij met [gedaagde] een “abonnement voor bepaalde tijd is aangegaan” voor de levering en ontvangst van uitgezonden en per satelliet verspreide betaaltelevisieprogramma’s en programmapakketten. Op deze overeenkomst acht Canal Digitaal de “algemene voorwaarden Canal+ N.V. en CanalDigitaal B.V. voor de levering en ontvangst van digitale televisie” (hierna ook te noemen: algemene voorwaarden) van toepassing. [gedaagde] heeft ondanks diverse betalingherinneringen en/of aanmaningen nagelaten aan zijn financiële (abonnements)verplichtingen te voldoen. Canal Digitaal vordert om die reden naast de hoofdsom wettelijke rente en (vergoeding van) buitengerechtelijke kosten.

Bij antwoord erkent [gedaagde] dat hij een overeenkomst heeft gesloten met Canal Digitaal, maar voert hij als verweer aan dat hij dit contract heeft opgezegd, omdat hij niet tevreden was over de ontvangst van de zenders. [gedaagde] betoogt verder dat hij na de opzegging enkele rekeningen van Canal Digitaal heeft ontvangen. Hierop heeft hij Canal Digitaal schriftelijk te kennen gegeven dat hij geen overeenkomst meer met haar had.

Canal Digitaal voert in voortgezet debat aan dat partijen op 20 september 2006 de overeenkomst voor een periode van één jaar zijn aangegaan, met automatische verlenging voor steeds een jaar, behoudens tijdige en geldige opzegging. Canal Digitaal ontkent ooit een opzegging van [gedaagde] te hebben ontvangen, maar stelt dat de overeenkomst op 13 december 2007 wegens betalingsachterstanden is ontbonden. Canal Digitaal heeft vervolgens op grond van artikel 11 van de algemene voorwaarden de resterende betalingstermijnen tot het einde van de “lopende contractsperiode” (dat zij op 30 september 2008 situeert) “uitgefactureerd”.

[gedaagde] betoogt bij dupliek dat hij op 12 juli 2007 de opzeggingsbrief heeft verzonden en legt ter onderbouwing een print van een brief van die datum over. Hij benadrukt dat hij niet in gebreke is gebleven met zijn betalingsverplichting.

c. de beoordeling

Vaststaat dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten tot de levering en ontvangst van uitgezonden en per satelliet verspreide betaaltelevisieprogramma’s en programmapakketten tegen betaling. Partijen zijn het er tevens over eens dat deze overeenkomst is beëindigd. De vraag resteert hoe, door wie en om welke reden de overeenkomst tot een einde is gekomen.

Allereerst wordt overwogen dat de algemene voorwaarden niet van toepassing te achten zijn op de onderhavige overeenkomst. Hoewel Canal Digitaal voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] zich door invulling en ondertekening van het contract “bekend en akkoord” heeft verklaard met de algemene voorwaarden van Canal Digitaal, heeft zij niet uitdrukkelijk gesteld dat de door haar gehanteerde algemene voorwaarden vóór of tijdens het sluiten van de overeenkomst aan [gedaagde] zijn overhandigd. Dit houdt in dat enige door Canal Digitaal gestelde ontbinding niet op algemene voorwaarden kan worden gebaseerd.

Verder is gesteld noch gebleken dat op enige datum de overeenkomst op de voet van artikel 6:265 BW buitengerechtelijk ontbonden is wegens wanprestatie bestaande in betalingsverzuim aan de zijde van [gedaagde]. Bij exploot van dagvaarding heeft Canal Digitaal slechts gesteld dat zij “gerechtigd” was “de doorgifte van het signaal te staken, alsmede tot ontbinding van de overeenkomst over te gaan”. Eerst bij repliek expliciteert Canal Digitaal dat de overeenkomst “uiteindelijk op 13 december 2007” ontbonden is. Canal Digitaal heeft echter niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat zij [gedaagde] op enige datum gesommeerd heeft de beweerde betalingsachterstand te voldoen en dat zij hem door een schriftelijke verklaring van een daaropvolgende ontbinding op de hoogte heeft gesteld. Canal Digitaal heeft derhalve onvoldoende gemotiveerd dat zij buiten rechte een kenbare ontbindingshandeling heeft verricht. Hiermee is niet komen vast te staan dat Canal Digitaal de overeenkomst op de voet van artikel 6:265 BW op 13 december 2007 buitengerechtelijk ontbonden heeft.

Hoewel Canal Digitaal heeft betwist dat de ontbinding van de overeenkomst door [gedaagde] is geïnitieerd wegens een gebrek in de levering (zijnde een slechte “ontvangst”), is zulks juist wel voldoende uit de stukken gebleken, ook al duidt [gedaagde] die ontbinding als “opzegging” aan. Uit het door Canal Digitaal overgelegde betalingsoverzicht blijkt immers dat [gedaagde] na 12 juli 2007 geen betalingen meer aan Canal Digitaal verricht heeft. Deze weergave van het betalingsgedrag van [gedaagde] onderbouwt de stelling van [gedaagde] dat hij tot dan toe altijd aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan, totdat hij op 12 juli 2007 de overeenkomst “opgezegd” heeft. Dit heeft tot gevolg dat er in rechte van kan worden uitgegaan dat (hoewel [gedaagde] spreekt van een “opzegging”) de onderhavige overeenkomst op grond van artikel 6:265 BW door [gedaagde] per 12 juli 2007 buitengerechtelijk ontbonden is wegens een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van Canal Digitaal tot het correct leveren van betaaltelevisieprogramma’s en programmapakketten. Canal Digitaal heeft onvoldoende weersproken dat voor zodanige ontbinding goede gronden aanwezig waren.

Ter beantwoording resteert de vraag of [gedaagde] enige vergoeding verschuldigd is na ontbinding van de overeenkomst. De door Canal Digitaal overgelegde betalingsspecificatie wijst uit dat [gedaagde] tot 12 juli 2007 correct aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Na deze datum resteren slechts drie onbetaald gelaten posten, te weten “Disconnect Fee” voor een bedrag van € 16,00, “Familie-pakket” ten bedrage van € 77,70, en “Uitfacturatie Familie-pakket” ad € 77,70.

De post “Disconnect Fee” zal worden afgewezen, nu (bij gebrek aan bewijs van het tegendeel) moet worden uitgegaan van het gegeven dat de ontbinding van de overeenkomst het uitsluitende gevolg is geweest van de wanprestatie aan de zijde van Canal Digitaal, zijnde een slechte “ontvangst”. Het in rekening brengen van afsluitingskosten is in zo’n geval niet aan de orde omdat de afsluiting het gevolg is van wanprestatie van Canal Digitaal zelf.

De post “Familie-pakket” ten bedrage van € 77,70 komt eveneens niet voor toewijzing in aanmerking, nu [gedaagde] over de periode na ontbinding van de overeenkomst geen periodieke betalingsverplichting meer had jegens Canal Digitaal.

De post “uitfacturatie Familie-pakket” ad € 77,70 ziet op de abonnementskosten over de periode 13 december 2007 tot (en met) 30 september 2008 en kan evenmin voor toewijzing in aanmerking komen. Ten eerste is er door de ontbinding geen sprake meer van een abonnement of daaraan verbonden verplichtingen, zodat betaling van (toekomstig verschuldigde) abonnementskosten in rechte niet met succes kan worden gevorderd. Ten tweede komt het de kantonrechter gezien de gestelde gronden van de door [gedaagde] geïnitieerde ontbinding eerder juist voor dat [gedaagde] in plaats van Canal Digitaal aanspraak kan maken op vergoeding van schade. Geheel ten overvloede wordt opgemerkt dat Canal Digitaal de onderhavige post op algemene voorwaarden grondt, die - zoals hierboven geoordeeld is - niet van toepassing zijn te achten. Daarenboven had het - indien en voor zover Canal Digitaal deze post heeft willen baseren op 6:96 BW en zij in weerwil van het voorgaande (op [gedaagde] verhaalbare) schade zou hebben geleden - op de weg van Canal Digitaal gelegen om deze post nader te specificeren en/of een verdere onderbouwing te geven van enige door haar geleden schade naar precieze aard, herkomt en omvang.

Slotsom is dat alle vorderingen van Canal Digitaal moeten worden afgewezen.

De bewering van [gedaagde] dat hij tot een bedrag van € 360,00 kosten heeft moeten maken, zal worden gepasseerd, nu [gedaagde] heeft nagelaten een tegenvordering in te stellen, onder vermelding van de werkzaamheden waarop deze “kosten” betrekking hebben. Indien en voor zover [gedaagde] heeft bedoeld een vergoeding te vragen van door hem in deze procedure gemaakte proceskosten, wordt geoordeeld dat deze kosten onder het bereik van artikel 241 Rv. vallen en via de artikelen 237 tot en met 240 Rv. tot uitdrukking dienen te komen in de beslissing omtrent de toedeling van de proceskosten. Het bedrag van € 360,00 kan om die reden niet worden toegewezen.

Canal Digitaal zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden verwezen.

BESLISSING

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Canal Digitaal tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot de datum van dit vonnis begroot op € 25,00 aan kosten van verlet en correspondentie.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.