Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL6421

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
03/700611-08 en 03/550240-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht met name de behandeling van verdachte beslissend voor het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Verdachte wordt veroordeeld voor drie maal bedreiging, vernieling, belediging en mishandeling.

De rechtbank oordeelt dat een andere, minder ingrijpende, behandeling er alleen maar toe zal leiden dat de persoonlijkheidsproblematiek die op dit moment nog niet helemaal verankerd lijkt in verdachte, dat wel zal worden. Dat zou in het geheel niet in het belang zijn van de ontwikkeling van verdachte.

Overigens is aan alle criteria voor het opleggen van deze maatregel voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummers: 03/700611-08 en 03/550240-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 februari 2010

in de strafzaak tegen de minderjarige:

[verdachte],

geboren [geboortegegevens],

thans gedetineerd in Opvang- en Behandelcentrum “Het Keerpunt”, Pater Kustersweg 8 te Cadier en Keer.

Raadsman is mr. S.F.J.. Bergmans, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De afzonderlijk uitgebrachte dagvaardingen met parketnummers 03/[xxxxxx]en 03/[yyyyyy], zijn aanvankelijk aangebracht op de zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 26 juni 2009, tijdens welke zitting beide dagvaardingen zijn gevoegd. Het onderzoek is toen geschorst voor onbepaalde tijd teneinde een onderzoek te laten verrichten naar de geestvermogens van verdachte en een behandelplan op te stellen. Deze zaak is daarna aangebracht op de zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 juli 2009 waar het onderzoek is geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde zowel een psychologisch als een psychiatrisch onderzoek in te stellen naar de geestvermogens van verdachte en een behandelplan op te stellen. De zaak is vervolgens aangebracht op de zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 augustus 2009 waarbij deze zaak is verwezen naar deze meervoudige kamer, daar de rechter-commissaris een opname ter observatie van verdachte had bevolen in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim.

De zaak is daarna aangebracht op de zitting van deze meervoudige kamer van 16 november 2009 en het onderzoek is geschorst voor onbepaalde tijd, in afwachting van het observatierapport van het Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim. Deze zaak is vervolgens inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 januari 2010. Tijdens deze zitting hebben verdachte, de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. Tijdens deze zitting zijn tevens de gedragsdeskundigen mevrouw T. Smits, GZ-psycholoog, de heer B. Gunnewijk, kinder- en jeugdpsychiater, beiden verbonden aan Forensisch Consortium Adolescenten (ForCa) gehoord, alsmede jeugdreclassseringswerker de heer Labyed van Bureau Jeugdzorg en de ouders van verdachte.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer:

dat bij dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]is ten laste gelegd, welke tenlastelegging ter zitting van 19 januari 2010 is gewijzigd, dat verdachte:

Feit 1: zijn vader [slachtoffer 1] en zijn moeder [slachtoffer 2] heeft bedreigd met de dood/zwaar lichamelijk letsel;

Feit 2: zijn vader [slachtoffer 1], zijn moeder [slachtoffer 2] en zijn buurvrouw [slachtoffer 3] heeft bedreigd met de dood/zwaar lichamelijk letsel;

Feit 3: heeft geprobeerd zijn vader [slachtoffer 1] en zijn moeder [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel hen heeft bedreigd met de dood/zwaar lichamelijk letsel;

Feit 4: lades van een kast, een stofzuiger, een computer, een beeldscherm of een ruit van een deur heeft beschadigd of vernield;

Feit 5: politieambtenaren heeft beledigd.

dat bij dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] is ten laste gelegd dat verdachte:

een buschauffeur heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte het bij dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]onder 1, 2, 3 subsidiair, onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan. Ook het bij dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] ten laste gelegde feit acht de officier van justitie bewezen. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]onder 3 primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betreffende de dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]het volgende aangevoerd. Wat betreft de feiten 1, 4 en 5 heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het ten laste gelegde ten aanzien van [slachtoffer 3] niet bewezen te achten is en dat ten aanzien van de bedreiging van zijn vader en moeder het gedeelte “daarbij dreigend een mes in zijn handen hield” niet bewezen geacht kan worden.

Wat betreft feit 3 is gesteld dat verdachte geen opzet had, ook niet in voorwaardelijke vorm, om met het gooien van de fruitschaal zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Gesteld is dat verdachte met een plastic fruitschaal heeft gegooid en dat niet vaststaat dat verdachte daarmee richting het hoofd van een van beiden heeft gegooid. Bovendien is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gezegd dat hij zijn vader en moeder “kapot zou maken”, nu dit alleen volgt uit de verklaring van vader. Ten aanzien van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde is vrijspraak bepleit.

De raadsman heeft betreffende het bij dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] ten laste gelegde aangevoerd dat de verklaringen van de aangever/buschauffeur en [getuige 1] enerzijds en de verklaringen van verdachte en [getuige 2] anderzijds niet met elkaar te rijmen zijn, op grond van het in de pleitnota gestelde hieromtrent. De raadsman heeft verder gesteld dat de buschauffeur niet terugdeinsde voor het gebruik van geweld, dat de buschauffeur zelf de confrontatie is aangegaan en geweld heeft gebruikt, terwijl hem ook andere mogelijkheden ter beschikking stonden om verdachte uit de bus te krijgen. Het door de buschauffeur gebruikte geweld leidde tot een gevecht als verdachte uit de bus valt en de buschauffeur meetrekt. Dat de buschauffeur zich in dit gevecht onbetuigd heeft gelaten, acht de raadsman niet geloofwaardig. Dit blijkt uit de verklaring van verdachte en die van de [getuige 2] en strookt niet met de eigen verklaring van de buschauffeur, waaruit volgt dat de chauffeur met zijn armen de benen van verdachte omklemde. Hiermee weerhield de buschauffeur verdachte van de mogelijkheid weg te gaan. De raadsman is van oordeel dat verdachte zich in een noodweersituatie bevond, daar sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door de buschauffeur tegen het lijf van verdachte. De raadsman heeft ter terechtzitting gesteld dat hij géén beroep doet op noodweer/-exces, daar volgens hem géén sprake was van een gepaste verdediging door verdachte.

3.2 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]:

Feit 1:

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op 15 september 2008 in zijn ouderlijke woning te Kerkrade tegen zijn ouders heeft gescholden, maar dat hij zich niet meer herinnert wat hij toen gezegd heeft.

Uit de door vader [slachtoffer 1], wonende te Kerkrade, [adresgegevens], gedane aangifte van bedreiging volgt dat aangever [slachtoffer 1] met zijn vrouw en zijn zoon, verdachte, wonen op het adres [adresgegevens] te Kerkrade. Verdachte stond op 15 september 2008 opeens voor de deur van deze woning en aangever heeft verdachte toen deze woning binnengelaten. [verdachte] liep naar de woonkamer en begon te schelden. Aangever hoorde dat hij zei: “Elke keer als jullie de politie bellen moeten jullie het betalen met de dood” of woorden van gelijke strekking. Aangever hoorde dat hij tegen zijn vrouw zei dat hij haar kapot zou maken. Ik hoorde dat hij zei: “Ik maak haar kapot met knuppels”. Aangever verklaart dat zij heel erg bang waren geworden door het gedrag van [verdachte].

Uit de op 16 september 2008 door moeder [slachtoffer 2] tegenover de politie afgelegde verklaring volgt dat zij samen met haar man en kinderen, waaronder [verdachte], woont in een flat aan de [adresgegevens] te Kerkrade, dat er op 14 september 2008 ’s avonds omstreeks 23.00 uur aan de voordeur van de woning werd aangebeld en dat zij toen zag dat zoon [verdachte] bij de voordeur stond. [slachtoffer 2] verklaarde dat zij later van haar man hoorde dat [verdachte] hem weer bedreigd had.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande, evenals de officier van justitie, feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2:

Ook betreffende dit feit heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij op 14 september 2008 in zijn ouderlijke woning te Kerkrade tegen zijn ouders heeft gescholden, maar dat hij zich niet meer herinnert wat hij toen gezegd heeft.

Uit de door vader [slachtoffer 1], wonende te Kerkrade, [adresgegevens], gedane aangifte/klacht volgt dat hij, zijn vrouw [slachtoffer 2] en hun oudste zoon [verdachte] zich op 14 september 2008 omstreeks 14.40 uur in hun woning bevonden en dat [verdachte] op een gegeven moment agressief werd. Nadat mijn vrouw weer thuis kwam, nadat zij een buurvrouw had gehaald, hoorde aangever dat [verdachte] zei: “Ik steek jullie allemaal kapot”. Ik vreesde toen voor ons leven. Ik vreesde dat [verdachte] iemand van ons iets wilde aandoen. Aangever belde toen 112 en nadat [verdachte] dit zag zei hij nog tegen aangever: “Wacht maar ik kom terug met mijn vrienden en dan zullen jullie wel zien wat er met jullie gebeurd, jullie arme klootzakken. Voor geld kan ik mensen neersteken.”

Uit de op 15 september 2008 door moeder [slachtoffer 2], wonende te Kerkrade, [adresgegevens], tegenover de politie afgelegde verklaring volgt dat haar zoon [verdachte] op 14 september 2008 thuis was en dat [verdachte] rond 12.00 uur tegen haar begon te schelden en haar man uit te dagen. [verdachte] heeft gedreigd haar dood te maken. Dat heeft tot ongeveer 15.00 uur geduurd. Zij werd bang daardoor.

Uit de op 16 september 2008 door moeder [slachtoffer 2] tegenover de politie afgelegde verklaring volgt dat haar zoon [verdachte] op 14 september 2008, nadat hij rond 12.00 uur was opgestaan, tegen zijn vader, haar man, veel slechte woorden zei. Zij zag dat [verdachte] agressief werd. Zij hoorde dat [verdachte] op een gegeven moment zei:”Ik sla jullie allemaal kapot.” Zij was bang dat [verdachte] zich niet meer kon beheersen en dat hij hen iets zou aandoen.

De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat het ten laste gelegde ten aanzien van [slachtoffer 3] niet bewezen kan worden, zodat verdachte voor dit onderdeel wordt vrijgesproken.

De feiten 3 en 4:

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op 29 december 2008 in zijn ouderlijke woning te Kerkrade heeft gescholden tegen zijn ouders en dat hij toen met een plastic fruitschaal heeft gegooid, maar dat hij zich niet herinnert wat hij gezegd heeft.

Verdachte heeft ter zitting het onder 4 ten laste gelegde volledig bekend.

Uit de door vader [slachtoffer 1], wonende te Kerkrade, [adresgegevens], gedane aangifte/klacht volgt dat zoon [verdachte] op 29 december 2008 omstreeks 24.00 uur (dit moet, gelet op het gemelde tijdstip van het plegen van het feit zijn) omstreeks 00.00 uur) voor de deur van de ouderlijke woning stond en dat hij [verdachte] toen heeft binnengelaten. [verdachte] werd toen agressief. Aangever zag dat [verdachte] enkele lades vanuit een kast op zijn kamer pakte en deze met kracht in de gang gooide en dat [verdachte] de stofzuiger, die op de gang stond, pakte en deze met volle kracht tegen de computer, die in de woonkamer stond, gooide. Zowel de stofzuiger als de computer zijn totaal vernield door [verdachte]. Aangever zag hierop dat [verdachte] zowel het beeldscherm als de computer uit de kast trok en hiertegen begon te schoppen. [verdachte] riep dat hij ons allemaal kapot zou gaan maken. De vrouw van aangever is vervolgens naar de woonkamer gekomen. [verdachte] pakte daarna een fruitschaal van tafel en gooide deze met kracht richting het hoofd van aangever. Aangever kon de schaal slechts voor een gedeelte ontwijken. Het fruit raakte hem tegen zijn hoofd. Aangever zag daarna dat [verdachte] wegrende en met zijn voet tegen de voordeur trapte en dat hij met een gebalde vuist het glas van de voordeur kapot sloeg. De woning is eigendom van de woningstichting [L.]. Een ruit van de voordeur is vernield.

Uit de door moeder [slachtoffer 2] afgelegde verklaring volgt dat zoon [verdachte] op 28 december 2008 tegen 00.00 uur (dit moet, gelet op het gemelde tijdstip van het plegen van het feit zijn) tegen 24.00 uur thuis kwam. [verdachte] werd kwader en kwader. [verdachte] beledigde toen haar man en haar. Op een gegeven moment is zij naar de slaapkamer gegaan omdat [verdachte] doordraaide. Zij hoorde allerlei spullen door de woonkamer vliegen. Even later is zij de slaapkamer weer uitgelopen. Zij zag dat [verdachte] van alles kapot gemaakt had. [verdachte] was nog in de woonkamer. Zij zag toen dat [verdachte] een fruitschaal pakte en deze hard door de gang gooide. [verdachte] liep daarna naar buiten en sloeg tegen de ruit van de voordeur aan. Zij zag en hoorde dat de ruit kapot ging. Onder meer de computer, lades en de stofzuiger gooide [verdachte] kapot.

De rechtbank acht het onder 3 primair ten laste gelegde niet bewezen, reeds omdat het gooien met een plastic fruitschaal naar iemand geen zwaar lichamelijk letsel kan opleveren.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, het onder 3 subsidiair ten laste gelegde ten aanzien van vader [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen. Nu uit de verklaring van [slachtoffer 2] niet kan worden afgeleid dat verdachte de fruitschaal in haar richting heeft gegooid kan het onder 3 subsidiair ten laste gelegde slechts ten aanzien van [verdachte] wettig en overtuigend bewezen worden geacht.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, ook het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 5:

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, feit 5 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht dit bewezen gelet op het door verbalisanten [V.], aspirant van de politie Kerkrade, en [R.], hoofdagent van politie Kerkrade, opgemaakte proces-verbaal en de tijdens de zitting van 19 januari 2010 door verdachte afgelegde bekennende verklaring betreffende dit feit.

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy]:

De rechtbank acht ook de bij dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht dit bewezen gelet op de door aangever/buschauffeur [slachtoffer 4] gedane aangifte en de tijdens de zitting van 19 januari 2010 door verdachte afgelegde verklaring inhoudende dat hij heeft erkend dat hij op 27 maart 2009 in de gemeente Sittard-Geleen de buschauffeur heeft geslagen en getrapt.

De rechtbank overweegt, met betrekking tot het gestelde omtrent de handelwijze van buschauffeur [slachtoffer 4] voorafgaand aan deze mishandeling, dat verdachte de buschauffeur ondanks wat de chauffeur tegen hem zei, niet had mogen slaan en trappen en dat daarvoor in dit geval niet uitmaakt wat de aanleiding voor de mishandeling is geweest.

3.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 15 september 2008 in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Elke keer als jullie de politie bellen moeten jullie het betalen met de dood" en/of "Ik maak je kapot" en/of "Ik maak je kapot met knuppels", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op 14 september 2008 in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek jullie allemaal kapot" en/of "Ik sla jullie allemaal kapot” en/of "Wacht maar, ik kom terug met mijn vrienden en dan zullen jullie wel zien wat er met jullie gebeurt, jullie arme klootzakken. Voor geld kan ik mensen neersteken", althans woorden van gelijke aard of strekking;

3. (subsidiair)

hij op 29 december 2008 in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met kracht een fruitschaal met inhoud in de richting van [slachtoffer 1] gegooid en heeft hij, verdachte, opzettelijk dreigend tegen voornoemde [slachtoffer 1] gezegd zakelijk weergegeven dat hij hen kapot zou maken;

4.

hij op 29 december 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk en wederrechtelijk lades van een kast en een stofzuiger en een computer en een beeldscherm en een ruit van een deur, toebehorende aan [slachtoffer 1] of aan woningstichting [L.], heeft vernield of beschadigd;

5.

hij op 14 september 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [V.] (aspirant politie Kerkrade) en [R.] (hoofdagent politie Kerkrade), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "stelletje eikels" en "mafketels", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De rechtbank acht ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 27 maart 2009 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend

[slachtoffer 4] heeft geslagen en heeft getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1 De strafbaarheid van de feiten:

Het bij dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

t.a.v. feiten 1, 2 en 3 telkens:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

t.a.v. feit 4:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

t.a.v. feit 5:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

Het bij dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

4.2 De strafbaarheid van verdachte:

Ten aanzien van verdachte is door GZ-psycholoog mevrouw T. Smits en kinder- en jeugdpsychiater de heer B. Gunnewijk, verbonden aan Forensisch Consortium Adolescenten (ForCa) een klinisch multidisciplinair onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ingesteld en van dat onderzoek hebben genoemde psycholoog en psychiater een rapport, gedateerd 3 december 2009, uitgebracht. Verdachte heeft ter observatie verbleven in “Teylingereind” te Sassenheim. Dit rapport bevat met betrekking tot de toerekeningsvatbaar-heid van verdachte ten aanzien van het hem ten laste gelegde de navolgende conclusie

-zakelijk weergegeven-:

(pag. 53)

[verdachte] (verdachte) is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens, te omschrijven als een paranoïde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Daarnaast is hij in cognitieve zin beperkt doordat hij langer dan anderen de tijd nodig heeft overzicht te krijgen op (sociale) situaties. Tijdens het ten laste gelegde was sprake van deze gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. Geadviseerd wordt [verdachte], indien bewezen, als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen ten aanzien van de hem ten laste gelegde feiten.

De rechtbank verenigt zich met voormelde conclusie en maakt die tot de hare. De rechtbank is daarom van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde aan verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate. Gelet hierop en voorts in aanmerking nemende dat ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht de rechtbank verdachte strafbaar.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en

- een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel voor de duur van 2 jaren, met het advies deze maatregel ten uitvoer te leggen in De “Catamaran” te Eindhoven.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte nog één kans te geven om in een open setting aan zijn problemen te werken. Verdachte wil nu graag hulpverlening aanvaarden om te laten zien dat hij het wel kan. [verdachte] heeft in de open setting van het kamertrainingstraject het beste gefunctioneerd. Een soortgelijk traject verdient volgens de raadsman nog een kans.

De raadsman heeft nog opgemerkt dat achteraf is gebleken dat in het ouderlijk huis van verdachte veel gebeurd is, echter volgens de raadsman is dat niet alleen [verdachte] aan te rekenen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en door en namens verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf en maatregel het volgende.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte (hierna ook genoemd: [verdachte]), zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de omtrent verdachte uitgebrachte rapportages, te weten de rapportage van de hierna genoemde psycholoog en psychiater alsmede de door de heer Labyed uitgebrachte rapportages omtrent verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreigingen van zijn vader en moeder, een vernieling/beschadiging van goederen in zijn ouderlijke woning en het beledigen van twee politieagenten, welke feiten gepleegd zijn in september respectievelijk in december 2008. Verdachte heeft zich op 27 maart 2009, tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis, schuldig gemaakt aan mishandeling van een buschauffeur. Verdachte heeft de bedreigingen gepleegd ten opzichte van zijn ouders. Hoewel het mogelijk is dat het gedrag van vader daarbij van invloed is geweest, mag van de minderjarige verdachte een zekere verantwoordelijkheid worden geëist voor zijn gedragingen en voor escalatie van conflicten. De rechtbank is betreffende de bewezen verklaarde feiten van oordeel dat verdachte door hetgeen hij telkens heeft gezegd of heeft gedaan tegenover zijn ouders respectievelijk tegenover de politieagenten en de buschauffeur op strafwaardige wijze nadrukkelijk steeds een grens heeft overschreden.

De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte er rekening mee gehouden dat hij nog niet eerder is veroordeeld. Bovendien heeft de rechtbank rekening gehouden met de hiervoor genoemde verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de hierna nader geëxpliciteerde oplegging van een maatregel.

De rechtbank acht, alles afwegende, oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie van een duur gelijk aan het voorarrest, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden. De duur van het voorarrest is 256 dagen, zodat een jeugddetentie van 256 dagen onvoorwaardelijk wordt opgelegd.

Motivering van de op te leggen maatregel

Op 19 augustus 2009 heeft deze rechtbank opdracht gegeven [verdachte] klinisch te laten observeren. [verdachte] is daarom vanaf 25 september 2009 voor de duur van zeven weken klinisch geobserveerd binnen het Forensisch Consortium Adolescenten (ForCA) Teylingereind. Van deze observatie is een rapportage opgemaakt die onderdeel uitmaakt van het strafdossier.

Volgens de rapporteurs is bij [verdachte] sprake van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis met enige antisociale kenmerken. Deze persoonlijkheidsstoornis is in de afgelopen paar jaar geleidelijk steeds duidelijker aan de oppervlakte gekomen samen met gedragsproblemen en het misbruik van, vooral, softdrugs. Deze paranoïde persoonlijkheidsstructuur speelt [verdachte] parten in zijn dagelijks functioneren. [verdachte] reageert gemakkelijk vanuit frustratie. Hij is niet in staat zich te verplaatsen in de positie van een ander maar reageert vanuit zijn zienswijze en het gevoel zich niet gehoord te voelen. Hij kan daarbij impulsief reageren waarbij hij zijn frustratie uitleeft op de ander en terugdoet wat hij als onrecht ervaart. Hij weet zijn woede dan niet af te remmen. Door zijn persoonlijkheidsstructuur heeft [verdachte] meer tijd nodig om voorafgaand aan een nieuwe situatie overzicht te krijgen. Hierdoor kan hij sneller overspoeld worden door informatie. Hij zal die situatie vervolgens snel als dreigend ervaren en eerder overgaan tot het gebruiken van geweld waarbij hij zich moeilijk kan inleven in de ander.

Het is voor de rechtbank duidelijk dat [verdachte] hulp in de vorm van een behandeling nodig heeft. De rechtbank ziet zich echter voor de vraag gesteld of die hulp moet bestaan in het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, zoals voorgesteld door de deskundigen en gevorderd door de officier van justitie.

Daarover het volgende. De preventieve hechtenis van [verdachte] is meermalen geschorst onder voorwaarden. Deze voorwaarden hielden steeds in dat [verdachte] geboden hulp zou accepteren. In zijn rapportage van 15 januari 2010 heeft de heer F. Labyed van Bureau Jeugdzorg nogmaals inzichtelijk gemaakt welke hulp sinds 18 september 2008 aan [verdachte] is verleend. Uit deze rapportage blijkt, onder meer, dat:

• [verdachte] niet wilde meewerken aan hulpverlening vanuit Acute zorg,

• [verdachte] veelvuldig afspraken met de jeugdreclassering niet na kwam,

• kamertraining is mislukt door gedrag van [verdachte] en

• de gezinstherapie MST eveneens is mislukt mede door gedrag van [verdachte].

[verdachte] heeft hierdoor laten zien de in deze vorm geboden hulp niet te accepteren.

Ook de deskundigen hebben ambulante behandeling overwogen. In de rapportage van ForCA is daarover het volgende te lezen:

(pag. 52)

Ook binnen het huidige onderzoek is ambulante behandeling overwogen. Onderzoekers zijn echter van mening dat dit niet afdoende is. Hierbij is in ogenschouw genomen het recidiverende karakter van zijn agressieve gedragingen, alhoewel de ene keer forser van aard dan de andere keer. Verder is ook een factor de ernst van zijn problematiek. Hij verdraagt confrontaties niet, zijn spanning loop dan snel op en hij heeft de neiging hiervoor weg te lopen. Door een gebrek aan ziektebesef of -inzicht is hij onvoldoende gemotiveerd voor behandeling. Behandeling zal de spanning bij [verdachte] opvoeren, bij het opbouwen van vertrouwensrelaties zal hij geconfronteerd worden met zichzelf. Zijn achterdocht (angst) neemt dan toe, zo ook zijn boosheid, waardoor de kans groot is dat hij zich zal onttrekken aan behandeling. Dit laatste kan slechts voorkomen worden door de behandeling binnen een gesloten strafrechtelijk kader aan te vangen. Geadviseerd wordt een maatregel “Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen” op te leggen om zo een langdurige behandeling maximaal te waarborgen en om de ontwikkeling en het functioneren van [verdachte] in goede banen te leiden. De “Catamaran” jeugdforensische kliniek van GGZe in Eindhoven verdient de voorkeur. Binnen deze setting beschikt men over psychiatrische expertise, hetgeen van groot belang is gezien de moeilijk bewerkbare paranoïde persoonlijkheidsstructuur van [verdachte] en het in staat zijn agressieproblemen te hanteren. Nadrukkelijk wordt aanbevolen [verdachte] zo snel als mogelijk te laten werken aan een resocialisatietraject, zodat hij stapsgewijs met meer vrijheid leert om te gaan en zich kan ontwikkelen richting volwassenheid en het komen tot een goede daginvulling.

(pag. 54)

Om de ontwikkeling en het functioneren van [verdachte] in goede banen te leiden en de kans op recidive te verkleinen is langdurige intensieve behandeling geïndiceerd binnen een psychiatrische instelling vanwege de persoonlijkheidspathologie van betrokkene. Het is van belang dat hij behandeling krijgt waarbij oog is voor zijn problemen rondom vertrouwen, wantrouwen en intimiteit. Persoonlijkheidspathologie is hardnekkig en moeilijk te behandelen. Zonder psychiatrische aanpak is de kans groot dat de patronen van [verdachte] hardnekkiger worden in de toekomst. [verdachte] is tevens afhankelijk van structuur en duidelijkheid. Wanneer dit wegvalt, neemt de kans op agressie-incidenten aanzienlijk toe. Daarom is in eerste instantie een klinische setting aangewezen. Daarnaast zal tijdens een behandeling de spanning bij [verdachte] oplopen voorkomend uit zijn psychiatrische stoornis. Zijn achterdocht zal tijdens de behandeling toenemen, waardoor de kans groot is dat hij zich zal onttrekken aan behandeling. Door een gebrek aan ziektebesef of -inzicht is hij onvoldoende intrinsiek gemotiveerd voor behandeling. Derhalve is van belang dat behandeling plaats zal vinden binnen een strafrechtelijk kader. Geadviseerd wordt een maatregel “Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen” op te leggen om zo de behandeling maximaal te waarborgen.

Ter zitting is verder aan de orde geweest de vraag of de feiten oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel rechtvaardigen en of dit onderwerp van onderzoek van de rapporteurs/gedragsdeskundigen is geweest. De rapporteurs hebben ter zitting verklaard dat er zeker ook gekeken is naar de strafbare feiten die aan het onderzoek ten grondslag liggen. Ten aanzien van [verdachte] hebben zij daartoe verklaard dat het wellicht niet zozeer de zwaarte van de feiten is die doorslaggevend is maar het patroon dat uit deze feiten blijkt en de wijze van reageren door [verdachte] op de telkens ontstane sociale situaties.

De rechtbank neemt deze overwegingen uit de rapportage van ForCA over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank acht met name de behandeling van [verdachte] beslissend voor de vraag of een voorwaardelijke dan wel een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd moet worden.

De rechtbank is, alles afwegende, op grond van genoemde overwegingen uit de rapportage van ForCa, van oordeel dat oplegging aan verdachte van een onvoorwaardelijke

PIJ-maatregel voor de duur van 2 jaren passend en geboden is, en wel in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte, aangezien deze maatregel, gelet op de problematiek van verdachte, betere waarborgen biedt voor de continuïteit en het welslagen van de noodzakelijk behandeling van verdachte.

De rechtbank is zich terdege bewust van het feit dat deze maatregel zeer ingrijpend is voor [verdachte] en ook voor zijn ouders, maar een andere, minder ingrijpende, behandeling zal er alleen maar toe leiden dat de persoonlijkheidsproblematiek die op dit moment nog niet helemaal verankerd lijkt in [verdachte] dat wel zal worden. Dat zou in het geheel niet in het belang zijn van de ontwikkeling van [verdachte].

De rechtbank acht, gelet op het advies van ForCa een opname van verdachte in de Jeugdforensische Kliniek van GGZe “De Catamaran” te Eindhoven aangewezen, nu deze kliniek het meest geschikt is voor de ontwikkeling van [verdachte], gelet op zijn psychiatrische problematiek. Gelet op de door ForCa gedane aanbeveling spreekt de rechtbank de nadrukkelijke wens uit dat zo spoedig mogelijk aangevangen zal worden met de behandeling van verdachte en zo snel als mogelijk gewerkt moet worden aan een resocialisatietraject, zodat [verdachte], gelet ook op zijn leeftijd, stapsgewijs met meer vrijheid leert om te gaan en zich kan ontwikkelen richting volwassenheid en het komen tot een goede daginvulling.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan de in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht gestelde criteria voor oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is voldaan, nu het om misdrijven gaat, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van de maatregel eist en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan de door de wet gestelde voorwaarden voor oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

6 De benadeelde partij

Door woningstichting [L.], gevestigd te Kerkrade, [adresgegevens], is als benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding terzake van feit 4 van de dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]ingediend. Echter gelet op het schrijven van Slachtofferhulp Nederland d.d. 2 november 2009 wordt deze vordering als ingetrokken beschouwd, zodat op deze vordering niet meer behoeft te worden beslist.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen Wetboek van Strafrecht art. 77i, 77s, 77gg, 266, 267, 285, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het bij dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]onder 3 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.1 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 256 dagen;

- bepaalt dat de tijd die veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie;

Maatregel

- legt op aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

- adviseert deze maatregel ten uitvoer te leggen in De “Catamaran”, Jeugdforensische kliniek van GGZe in Eindhoven , dan wel in een andere Rijksinrichting of daartoe aangewezen particuliere inrichting voor jeugdigen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.J. van den Acker, voorzitter, mr. M.J.M. Goessen en mr. Th.A.J.M. Provaas, rechters tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van

C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op

2 februari 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging ter terechtzitting van 19 januari 2010, bij dagvaarding met parketnummer 03/[xxxxxx]ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 september 2008 in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Elke keer als jullie de politie

bellen moeten jullie het betalen met de dood" en/of "Ik maak je kapot" en/of

"Ik maak je kapot met knuppels", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

2.

hij op of omstreeks 14 september 2008 in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek jullie allemaal kapot" en/of "Ik sla

jullie allemaal kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking, terwijl en/of waarna hij, verdachte, (daarbij) dreigend een mes in zijn handen

hield en/of heeft genomen en/of (vervolgens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Wacht maar, ik kom terug met mijn vrienden en dan zullen jullie wel zien wat er met jullie gebeurt, jullie arme klootzakken.

Voor geld kan ik mensen neersteken", althans woorden van gelijke aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente Kerkrade ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd

[slachtoffer 1] (zijnde zijn, verdachtes, vader) en/of aan een persoon genaamd

[slachtoffer 2] (zijnde zijn, verdachtes, moeder), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen, met dat opzet (met kracht) een fruitschaal (met inhoud) in de

richting van het hoofd van [slachtoffer 1] en/of het hoofd van [slachtoffer 2] heeft

gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (met kracht)

een fruitschaal (met inhoud) in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

gegooid en/of heeft hij, verdachte, opzettelijk dreigend tegen voornoemde

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij hen/hem kapot zou

maken;

4.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk en

wederrechtelijk een of meer lade(s) van een kast en/of een stofzuiger en/of

een computer en/of een beeldscherm en/of een ruit van een deur, in elk geval

enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan

woningstichting [L.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 14 september 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk

beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [V.] (aspirant politie

Kerkrade) en/of [R.] (hoofdagent politie Kerkrade), gedurende en/of

ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening in

diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "stelletje

eikels" en/of "mafketels", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of

strekking;

Aan de verdachte is bij dagvaarding met parketnummer 03/[yyyyyy] ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 maart 2009 in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk

mishandelend [slachtoffer 4] heeft geslagen en/of heeft getrapt en/of aan de

haren heeft getrokken en/of (een) knietje(s) heeft gegeven waardoor deze

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.