Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL5442

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
24-02-2010
Zaaknummer
03-700604-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen (voorwaardelijk) opzet op het doen verongelukken van een vliegtuig of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de bemanningsleden van dat vliegtuig door het schijnen met een laserstraal nu de intensiteit van de gebruikte laser en de gevolgen van het schijnen met die laser op dat vliegtuig in de gegeven omstandigheden niet bekend zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700604-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 februari 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren [geboortegegevens],

wonende te [adresgegevens].

Raadsman is mr. G.J. Bordes, advocaat te Hoensbroek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 februari 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 tot en met 6: opzettelijk heeft gepoogd om een luchtvaartuig te doen verongelukken waarbij levensgevaar voor anderen was te duchten door met een laserapparaat richting de cockpit te schijnen;

Feit 7: heeft gepoogd opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan een of meerdere ambtenaren in functie, werkzaam in een cockpit, door met een laserstraal richting die cockpit te schijnen, waarbij (een van de) ambtenaren in het gezicht en/of oog werd(en) geraakt.

3 Inleiding

Diverse landende en opstijgende AWACS-vliegtuigen van de vliegbasis Geilenkirchen werden, terwijl zij zich boven Schinveld, gemeente Onderbanken, bevonden, beschenen met een groenkleurige laser. Op 28 oktober 2009 heeft een onderzoeksteam van de Koninklijke Marechaussee een observatieactie gehouden in Schinveld. Deze actie was er op gericht om te achterhalen waar de laserstralen vandaan kwamen. Bij die actie heeft één van de AWACS vliegtuigen vijf keer een doorstart vanuit Geilenkirchen in de richting van Schinveld gemaakt. Tijdens deze doorstarts heeft het onderzoeksteam gezien dat er met een groenkleurige laser vanuit Schinveld werd geschenen. De locatie waarvandaan werd geschenen bleek de [H.straat] te Schinveld te zijn. Vervolgens heeft één van de verbalisanten de achtertuin van het voornoemde perceel geobserveerd vanaf het dak van een schuurtje in die tuin. Op momenten dat een AWACS toestel naderde zag deze verbalisant een man uit de woning komen met een apparaat in zijn hand. Uit het apparaat kwam een felle, groene, gebundelde straal licht, waarmee de man het naderende AWACS vliegtuig aanstraalde en volgde. Deze man, verdachte, is op diezelfde avond aangehouden.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het luchtverkeer bij Schinveld ondervindt al langere tijd veel overlast van laserstralen. Uit de verklaringen van de aangevers blijkt dat het beschijnen met de laser had kunnen leiden tot gevaarlijke situaties tijdens de kritische momenten van een vlucht, het landen en opstijgen. De vliegtuigen hadden kunnen verongelukken. De bemanningsleden van de vliegtuigen hadden last van de laserstraal. Zij werden er door afgeleid, verblind en/of er was sprake van paniek in de cockpit. In de gevallen beschreven in de tenlastelegging is het niet dusdanig fout gegaan dat het gevaar zich heeft verwezenlijkt, maar het had veel erger kunnen aflopen.

Anders dan de verdachte acht de officier van justitie het mogelijk dat vanaf de grond met een laser gericht op een vliegtuig kan worden geschenen. De vliegtuigen vlogen immers recht op Schinveld en derhalve op de laserstraler af. Verbalisanten hebben bovendien een groene stip gezien op de romp van het vliegtuig. Voorts blijkt uit diverse verklaringen dat met de laserstraal in de cockpit is geschenen. Volgens de officier van justitie kan hier geen sprake zijn van toeval.

Voor feit 1 verwijst de officier van justitie naar de verklaringen van de verbalisanten en de aangifte van [naam aangever]. Eén verbalisant heeft gezien dat verdachte met de laserstraal op het naderende vliegtuig richtte. Volgens de officier was dit een bewuste, op het vliegtuig gerichte, actie van verdachte. De bewustheid was gericht op het lastig vallen van de piloten. Verdachte heeft daarmee de aanmerkelijke kans op het verongelukken van het vliegtuig voor lief genomen. Verdachte had derhalve het opzet op het doen verongelukken van de vliegtuigen. De verklaring van verdachte dat hij louter met de laserstraal achter het vliegtuig scheen om te zien of er kerosine werd geloosd beschouwt de officier van justitie als een uitvlucht.

De officier van justitie acht de feiten 2 tot en met 6 bewezen vanwege het feit dat niet meer met een laser is gestraald nadat verdachte was aangehouden. De actie op 28 oktober 2009 was gericht op het vinden van de dader. Tijdens die actie is verdachte op heterdaad betrapt en daarmee is een invulling gegeven aan het daderschap voor de feiten 2 tot en met 6. De officier van justitie acht het niet aannemelijk dat (ook) anderen met een laser hebben geschenen en verwijst in dit verband tevens naar de verklaring van [naam getuige] dat vanuit de hoek [H.straat/B.straat] werd geschenen en naar het overzichtskaartje op pagina 21 van het strafdossier. Op dit kaartje is per feit aangegeven vanuit welke locatie in Schinveld met de laser in de richting van de AWACS-toestellen werd geschenen.Volgens de officier van justitie kan daaruit worden afgeleid dat telkens werd geschenen vanuit de omgeving van het perceel [H.straat] te Schinveld, ofwel vanuit de woning/tuin van verdachte.

Feit 7 betreft volgens de officier van justitie een meerdaadse samenloop met de andere feiten. De handeling is hetzelfde, maar het te beschermen belang is van andere orde dan bij de feiten 1 tot en met 6. Ook hier is de potentiële gevaarzetting aanwezig.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte ontkent dat hij op de data genoemd in de feiten 2 tot en met 6 van de tenlastelegging heeft geschenen met zijn laserapparaat. Afgezien daarvan had verdachte ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten geen opzet op het doen verongelukken van de vliegtuigen of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte had er geen wetenschap van dat het richten van de laser op de romp en de vleugels van een vliegtuig gevaar voor anderen met zich mee kon brengen. Het is niet komen vast te staan wat de intensiteit van de laser is. Het is dus niet duidelijk of de laser überhaupt een deugdelijk middel is om een vliegtuig te doen verongelukken of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan de bemanningsleden daarvan.

Uit de aangiftes voor de feiten 1 tot en met 6 blijkt nergens van daadwerkelijke gevaarzetting. Het blijft een ”als …, dan …” verhaal, namelijk: Als beide piloten verblind zouden raken, dan zou een vliegtuig kunnen neerstorten.

Verdachte heeft verklaard dat er meerdere mensen met lasers gestraald hebben vanuit Schinveld. Uit de aangifte die hoort bij feit 6 blijkt dit ook wel. De man die straalde vanaf de opengekapte plek in het bos kan in ieder geval niet verdachte zijn geweest.

Het lijkt erop dat artikel 168 van het Wetboek van Strafrecht niet het geschikte artikel is voor deze kwestie. Het is aan de wetgever om de wetgeving hieromtrent aan te passen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten.

4.2 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 2 tot en met 6

Ten aanzien van de feiten 2 tot en met 6 van de tenlastelegging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor handen is. In het dossier bevinden zich alleen de aangiftes van de bemanningsleden van de AWACS-vliegtuigen. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit deze aangiftes (en het overzichtskaartje op pagina 21) niet blijkt dat de laserstraal steeds vanaf dezelfde plek werd gericht en de stralen eenduidig zijn te herleiden tot verdachte. Verdachte heeft ontkend dat hij op de betreffende data heeft geschenen met zijn laserapparaat. Er kan niet worden uitgesloten dat er meerdere mensen met een laserapparaat hebben geschenen op de AWACS-vliegtuigen. Het enkele feit dat na de aanhouding van verdachte zich geen incidenten meer hebben voorgedaan, sluit dat ook niet uit. Het is niet onaannemelijk dat de aanhouding van verdachte een afschrikkende werking heeft gehad en dat er zich daardoor geen incidenten meer hebben voorgedaan.

De rechtbank is van oordeel dat er niet voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte degene was die met de laser scheen in de gevallen van feit 2 tot en met 6.

Feiten 1 en 7

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij het opzet had op het doen verongelukken van de AWACS-toestellen dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan ambtenaren in functie door de vliegtuigen te beschijnen met de laser. Hij wist niet wat de intensiteit van de laser was en wat de gevolgen van het schijnen met de laser zouden kunnen zijn. Gezien dit door de verdachte gevoerde verweer en het ontbreken van andere bewijsmiddelen waaruit blijkt dat verdachte bewust op (de cockpit van) de vliegtuigen heeft geschenen om deze vliegtuigen te laten verongelukken, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte opzet in de onvoorwaardelijke vorm had.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte door het schijnen met de laser richting vliegtuigen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard (voorwaardelijk opzet) op het verongelukken van de vliegtuigen. Daarbij is in de eerste plaats de vraag aan de orde of er sprake is van een aanmerkelijke kans dat een vliegtuig kan verongelukken door het richten van de onderhavige laser op dat vliegtuig in de gegeven omstandigheden.

Uit de verklaringen afgelegd door de bemanningsleden van de vluchten, waarop de onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten betrekking hebben, blijkt dat enkelen van hen een kort moment last hebben gehad van de laserstraal maar blijkt niet dat op enig moment ook maar het minste risico heeft bestaan dat het door hen bemande vliegtuig zou verongelukken. Voor zover de officier van justitie heeft betoogd dat het risico zich enkel door gelukkig toeval niet heeft voorgedaan merkt de rechtbank op dat haar niet is gebleken dat de door verdachte gebruikte laser geschikt is om vliegtuigen te laten verongelukken.

De laser van verdachte is in beslag genomen en door het NFI aan een onderzoek onderworpen. Het NFI heeft vastgesteld dat het een laser van de klasse 3 is. Op de sticker op het apparaat stond 50mW maar er stond mogelijk nog een ‘0’ tussen de ‘50’ en de ‘mW’. Dat kan echter niet met zekerheid worden vastgesteld. Op basis van de literatuur heeft het NFI vervolgens vastgesteld dat het gaat om een laser in de klasse 3B. Volgens de literatuur is het gevaarlijk als rechtstreeks in het licht van een laser van deze klasse wordt gekeken. Het NFI rapport vermeldt verder dat in de literatuur gevallen bekend zijn van piloten die, na te zijn beschenen door een laser, last hadden van nabeelden en in sommige gevallen dusdanig oogletsel hadden dat de copiloot de besturing moest overnemen. Uit onderzoek onder Nederlandse oogartsen is gebleken dat er nog geen geval van permanente schade is geconstateerd.

In de aangifte verklaart [naam aangever] dat een vliegtuig zou kunnen verongelukken als de Aircraft commander en de First pilot beiden worden uitgeschakeld door het laserlicht.

Niet is komen vast te staan dat er een aanmerkelijke kans is dat een vliegtuig kan verongelukken door het aanstralen met de in beslaggenomen laser. Het NFI-rapport geeft geen inzicht in de daadwerkelijke intensiteit en het bereik van deze laser. Dat is echter wel van belang omdat het vliegtuig zich ten tijde van het aanstralen volgens de aangifte van [naam aangever] tussen de 500 en de 1500 meter van de laserstraler bevond. Het effect van deze laser is dus niet duidelijk geworden. De vraag of en in welke mate een bemanningslid door deze laser gehinderd kan worden in zijn werkzaamheden is niet beantwoord. Er kan dan ook niet worden vastgesteld of met de onderhavige laser een aanmerkelijke kans aanwezig is dat bij het aanstralen van een vliegtuig de Aircraft commander en de First pilot tegelijkertijd kunnen worden uitgeschakeld met als gevolg dat het toestel zou verongelukken.

De rechtbank is van oordeel dat voorwaardelijk opzet van verdachte op het doen verongelukken van het vliegtuig alleen reeds om die reden niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Bovendien heeft de rechtbank niet de overtuiging dat verdachte met de intentie om de desbetreffende vliegtuigen te laten verongelukken op deze vliegtuigen heeft geschenen.

Ten aanzien van feit 7 is de rechtbank van oordeel dat evenmin is komen vast staan dat met de onderhavige laser zwaar lichamelijk letsel kan worden toegebracht. Uit de literatuur blijkt immers dat geen geval van permanente oogschade is geconstateerd door Nederlandse oogartsen. Ook is hierbij van belang dat niet is komen vast te staan wat de intensiteit en het bereik van de laser is en wat het effect van de laser is op een afstand van 500 tot 1500 meter. Het is niet komen vast te staan dat er een aanmerkelijke kans is dat verdachte door met deze laser in de richting van een vliegtuig te schijnen zwaar lichamelijk letsel kon toebrengen aan een van de bemanningsleden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Bovendien mist de rechtbank ook hier de overtuiging dat verdachte met de intentie om de bemanningsleden zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een laser op deze vliegtuigen geschenen heeft.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van alle tenlastegelegde feiten, nu zij deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen acht.

5 Beslag

De rechtbank zal beslissen dat het in beslag genomen laserapparaat zal worden teruggegeven aan verdachte.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten;

Beslag

- bepaalt dat het in beslag genomen laserapparaat wordt teruggegeven aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Driessen, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. I. Dautzenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.A. Maarschalkerweerd, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 februari 2010.

Buiten staat

mr. M.E. Kramer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

--------------------------------------------------------

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij

op of omstreeks 28 oktober 2009, te Schinveld, althans in de gemeente

Onderbanken, in elk geval in het arrondissement Maastricht, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een

luchtvaartuig, te weten een vliegtuig (AWACS), opzettelijk en wederrechtelijk

te doen verongelukken, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen of een ander,

te weten voor de bemanning en/of andere inzittenden in dat vliegtuig en/of

voor personen op de grond, te duchten was, met een in werking gesteld

(zelfgebouwd) laserapparaat een laserstraal heeft gericht en/of geschenen in

de richting van de cockpit van dat luchtvaartuig, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij

op of omstreeks 21 oktober 2009, te Schinveld, althans in de gemeente

Onderbanken, in elk geval in het arrondissement Maastricht, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een

luchtvaartuig, te weten een vliegtuig (AWACS), opzettelijk en wederrechtelijk

te doen verongelukken, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen of een ander,

te weten voor de bemanning en/of andere inzittenden in dat vliegtuig en/of

voor personen op de grond, te duchten was, met een in werking gesteld

(zelfgebouwd) laserapparaat een laserstraal heeft gericht en/of geschenen in

de richting van de cockpit van dat luchtvaartuig, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij

op of omstreeks 20 oktober 2009, te Schinveld, althans in de gemeente

Onderbanken, in elk geval in het arrondissement Maastricht, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een

luchtvaartuig, te weten een vliegtuig (AWACS), opzettelijk en wederrechtelijk

te doen verongelukken, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen of een ander,

te weten voor de bemanning en/of andere inzittenden in dat vliegtuig en/of

voor personen op de grond, te duchten was, met een in werking gesteld

(zelfgebouwd) laserapparaat een laserstraal heeft gericht en/of geschenen in

de richting van de cockpit van dat luchtvaartuig, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij

op of omstreeks 23 september 2009, te Schinveld, althans in de gemeente

Onderbanken, in elk geval in het arrondissement Maastricht, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een

luchtvaartuig, te weten een vliegtuig (AWACS), opzettelijk en wederrechtelijk

te doen verongelukken, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen of een ander,

te weten voor de bemanning en/of andere inzittenden in dat vliegtuig en/of

voor personen op de grond, te duchten was, met een in werking gesteld

(zelfgebouwd) laserapparaat een laserstraal heeft gericht en/of geschenen in

de richting van de cockpit van dat luchtvaartuig, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij

op of omstreeks 16 september 2009, te Schinveld, althans in de gemeente

Onderbanken, in elk geval in het arrondissement Maastricht, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een

luchtvaartuig, te weten een vliegtuig (AWACS), opzettelijk en wederrechtelijk

te doen verongelukken, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen of een ander,

te weten voor de bemanning en/of andere inzittenden in dat vliegtuig en/of

voor personen op de grond, te duchten was, met een in werking gesteld

(zelfgebouwd) laserapparaat een laserstraal heeft gericht en/of geschenen in

de richting van de cockpit van dat luchtvaartuig, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij

op of omstreeks 10 september 2009, te Schinveld, althans in de gemeente

Onderbanken, in elk geval in het arrondissement Maastricht, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een

luchtvaartuig, te weten een vliegtuig (AWACS), opzettelijk en wederrechtelijk

te doen verongelukken, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen of een ander,

te weten voor de bemanning en/of andere inzittenden in dat vliegtuig en/of

voor personen op de grond, te duchten was, met een in werking gesteld

(zelfgebouwd) laserapparaat een laserstraal heeft gericht en/of geschenen in

de richting van de cockpit van dat luchtvaartuig, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij

in of omstreeks de periode van 16 september 2009 tot en met 28 oktober 2009 te

Schinveld, gemeente Onderbanken, in elke geval in het arrondissement

Maastricht, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer ambtena(a)r(en) gedurende of

terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/huhn bediening, genaamd.

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met een in werking gesteld (zelfgebouwd) laserapparaat een

laserstraal heeft gericht en/of geschenen in de richting van de cockpit van

het luchtvaartuig waarin [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werkzaam

was/waren, althans zich bevond(en), waarbij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] door die laserstraal in het (aan)gezicht en/of de ogen werd(en)

geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht.