Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL3687

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
12-02-2010
Zaaknummer
146700
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De moeder verzoekt aan de kinderrechter een vervangende toestemming te verlenen voor afgifte van een paspoort t.b.v. de dochter van partijen. De moeder is van Keniaanse nationaliteit. De moeder wil vrij met het kind kunnen reizen. Belangrijk is ook dat moeder en kind HIV besmet zijn en de moeder moet bovendien, zegt zij, voor het verkrijgen van medische zorg, in het bezit zijn van een paspoort. Thans is nog niet vast te stellen dat moeder een permanente verblijfsvergunning krijgt en vader vreest dat moeder met het kind naar Kenia zal vertrekken als zij uitgezet wordt. Moeder heeft ook al gezegd met het kind voor een korte vakantie naar haar ouders in Kenia te willen gaan. De vader is bang dat het kind, bij een eventuele vlucht van moeder met kind naar Kenia, verstoken zal blijven van de medische zorg die zij nodig heeft. De vader wil wel meerwerken aan het verkrijgen van een paspoort, doch alleen onder de voorwaarde dat hij in het bezit wordt gesteld van het paspoort. De vader is dan te allen tijde bereid het paspoort van het kind te tonen indien dit nodig is.

De kinderrechter acht het belang van de vader om de verklaring van toestemming te weigeren ter voorkoming van een vlucht naar Kenia een te respecteren belang, zeker nu het kind HIV besmet is en zij bij een eventuele vlucht naar Kenia verstoken zal blijven van medische zorg. De kinderrechter wijst daarom het verzoek van de moeder af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 9 februari 2010

zaaknr.: 146700 / FA RK 09-1748

van de kinderrechter in bovenvermelde rechtbank, gegeven in de zaak met betrekking tot

de minderjarige:

[naam minderjarige],

geboren te [geboorteplaats minderjarige] op [geboortedatum minderjarige],

verder te noemen [de minderjarige],

kind van:

[naam moeder minderjarige],

verzoekster, verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats moeder],

advocaat mr. I.G. Schoones- Aarts,

en

[naam vader minderjarige],

wederpartij, verder te noemen: de vader

wonende te [woonplaats vader],

advocaat mr. F.M. van Venrooij-Nieuwenhuis.

1. Het verloop van de procedure:

Op 15 december 2009 heeft de moeder een verzoekschrift ingediend daartoe strekkende, dat de kinderrechter een verklaring als bedoeld in artikel 34 tweede lid van de Paspoortwet afgeeft ten behoeve van [de minderjarige], zodat voor [de minderjarige] een reisdocument kan worden aangevraagd.

Op 18 januari 2010 heeft de vader een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 22 januari 2010.

2. Vaststaande feiten:

[de minderjarige] is op [geboortedatum minderjarige] geboren uit het huwelijk van de vader en de moeder.

De ouders oefenen samen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit.

Tussen de ouders is een echtscheidingsprocedure aanhangig.

3. Verzoek, grondslag en verweer:

3.1

De moeder heeft verklaard dat de vader weigert mee te werken aan een verklaring van toestemming, zodat voor [de minderjarige] geen eigen reisdocument kan worden aangevraagd. De moeder is van mening dat [de minderjarige] gewoon recht heeft op een eigen reisdocument. De moeder wil vrij met het kind kunnen reizen en zou voor een korte vakantie naar haar ouders in Kenia willen gaan, omdat haar ouders [de minderjarige] nog nooit hebben gezien. De moeder is niet van plan om met [de minderjarige] naar Kenia te verhuizen, temeer ook omdat de gezondheid van [de minderjarige], die, net als beide ouders, besmet is met het HIV-virus, in gevaar komt als zij in Kenia zou gaan wonen, omdat zij daar niet de benodigde medicijnen tegen deze ziekte zal kunnen krijgen. Ook zullen de moeder en [de minderjarige] in Kenia tot de outcast gaan behoren en een zwervend bestaan moeten gaan leiden. De moeder is voorts van mening dat [de minderjarige] voor het verkrijgen van medische zorg, zoals een opname in het ziekenhuis, in het bezit moet zijn van een paspoort.

3.2

De vader is bang dat de moeder [de minderjarige] zal meenemen naar Kenia en niet meer zal terugkomen. Moeder heeft hiermee gedreigd sinds partijen uit elkaar zijn en zij strijden hevig om toekenning van het hoofdverblijf van [de minderjarige]. Deze vrees voor ontvoering is temeer gegrond omdat de moeder niet in het bezit is van een verblijfsvergunning. De vader ziet niet in waarom de moeder met [de minderjarige] naar Kenia moet reizen voor een vakantie. Als het nodig zou zijn dat [de minderjarige] over een eigen identiteitskaart of paspoort zou moeten beschikken, zou de vader daaraan wel willen meewerken, mits hij dat document in zijn beheer zou kunnen hebben als ouder waar [de minderjarige] haar hoofdverblijf heeft. Wanneer de moeder dan het document nodig zou hebben, bijvoorbeeld voor de IND of anderszins, kan de vader een kopie van dat document geven, danwel kan hij rechtstreeks dat document komen tonen. Voor behandeling in een ziekenhuis is bovendien de ziektenkostenpas voldoende en daarover beschikt [de minderjarige].

4. Beoordeling:

De kinderrechter stelt vast dat de vader niet bereid is de noodzakelijke toestemming te geven voor afgifte van een paspoort voor [de minderjarige] en dat een vergelijk tussen partijen niet mogelijk blijkt. De vader heeft zich bereid verklaard mee te werken aan afgifte van een pasoort voor [de minderjarige], mits hij in het bezit wordt gesteld van dat paspoort en dat hij daar waar nodig een kopie van dat paspoort zal verstrekken aan moeder, danwel zelf het paspoort zal tonen aan de verzoekende autoriteiten. De moeder weigert dat zodat een verder vergelijk niet mogelijk is.

De kinderrechter kan krachtens artikel 34 tweede lid jo artikel 38 tweede lid van de Paspoortwet een verklaring van toestemming verlenen voor de aanvraag van de afgifte van een paspoort voor een minderjarige, welke toestemming de toestemming van een der gezaghebbende ouders vervangt.

Gelet op de inhoud van het verzoekschrift, het verweerschrift en het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek namens moeder moet worden afgewezen.

De moeder heeft de Keniaanse nationaliteit en beschikt sinds enkele weken over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Of moeder een permanente verblijfsvergunning in Nederland zal krijgen is thans nog niet vast te stellen. Moeder heeft geen familie in Nederland en moeder beschikt nauwelijks over financiƫle middelen. Moeder en vader zijn momenteel verwikkeld in een echtscheiding waarin zij beiden hevig strijden om toekenning van het hoofdverblijf van [de minderjarige]. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in een rapportage d.d. 9 november 2009 geadviseerd het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij vader vast te leggen en te bepalen dat de zorg- en opvoedingstaken gelijkelijk over de ouders te verdelen. Vader geeft aan dat moeder, sinds partijen uit elkaar zijn, regelmatig gedreigd heeft [de minderjarige] mee naar Kenia te nemen. Uit de brief die moeder aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft gestuurd blijkt dat zij vader ervan beschuldigt dat hij [de minderjarige] verwaarloost, tegen moeder opstookt en dat moeder oma ervan beschuldigt dat zij [de minderjarige] slaat.

Gezien de forse strijd tussen de ouders over het hoofdverblijf en de contacten van [de minderjarige] met beide ouders, alsmede gezien het feit dat moeder een tijdelijke verblijfsvergunning heeft en het niet te verwaarlozen risico dat moeder niet zal terugkeren van een vakantie in Kenia, is de kinderrechter van oordeel dat het niet in het belang is van [de minderjarige] dat vervangende toestemming wordt verleend voor de aanvraag van een paspoort voor [de minderjarige]. Bij ziekenhuisbezoek is het tonen van een verzekeringspas normaal gesproken voldoende en vader is bereid om op verzoek meteen met een paspoort naar het ziekenhuis te komen, mocht dat nodig zijn.

Het belang van vader om de verklaring tot toestemming te weigeren ter voorkoming van een vlucht naar Kenia, acht de kinderrechter gezien voornoemde feiten een te respecteren belang, zeker nu [de minderjarige] HIV-besmet is en zij bij een eventuele vlucht naar Kenia verstoken zal blijven van medische zorg die zij nu juist gezien haar ziekte nodig heeft. De kinderrechter zal het verzoek van de moeder derhalve afwijzen.

De kinderrechter adviseert de ouders om in het belang van [de minderjarige] te investeren in hun onderlinge relatie als ouders, zodat zij gezamenlijk tot afspraken kunnen komen.

5. Beslissing:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Kistemaker-van Blaricum, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

LB

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.