Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL3130

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
359577 - EJ VERZ 09-5708
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Werkgever onderzoekt onvoldoende, en op onvoldoende zorgvuldige en gebrekkige manier, of betrokkene als werknemer behouden kan blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0169

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 359577 EJ VERZ 09-5708

typ: RK

Beschikking van 27 januari 2010

in de zaak van

AMDOCS B.V.,

gevestigd te [plaats]

verzoekende partij,

verder te noemen: Amdocs,

gemachtigde: mr. J-W. van Geen, advocaat te Amsterdam

tegen

[verweerster],

wonend te [woonplaats]

verwerende partij,

verder te noemen: [verweerster],

gemachtigde: mr. M.W. Fransen, werkzaam bij ARAG-Rechtsbijstand te Roermond.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn de vol¬gende ¬stukken ingediend:

- verzoekschrift, ontvangen op 8 december 2009, met producties

- verweerschrift, ontvangen op 7 januari 2010, met producties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 januari 2010. Namens Amdocs zijn verschenen mevrouw [medewerkster] (personeelszaken) en de heer [manager] (manager), bijgestaan door mr. Van Geen voornoemd.

[verweerster] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Fransen voornoemd. Partijen hebben de respectieve standpunten nader toegelicht. De griffier heeft daarvan schriftelijk aantekening gehouden.

Vervolgens is de beslissing bepaald op heden.

MOTIVERING

Amdocs verzoekt rechterlijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wegens (zo begrijpt de kantonrechter het verzoek althans) gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:685 BW, bestaande in (een) verandering(en) in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op kortst mogelijke termijn zou behoren te eindigen, onder toekenning van een vergoeding van € 16.609,00 bruto.

[verweerster] is thans [leeftijd] jaar en is sinds [datum] in dienst bij Amdocs (vestiging [plaats 3]). Laatstelijk vervulde zij de functie van Business Analyst tegen een bruto maandsalaris van [bedrag] inclusief vakantiegeld.

Amdocs is onderdeel van een wereldwijd concern en levert software en diensten op het gebied van facturering en relatiebeheer aan (met name) bedrijven die opereren in de telecommunicatiemarkt. In Nederland heeft Amdocs drie vestigingen, te weten in [plaats 1], [plaats 2] en [plaats 3]. Alle 40 medewerkers van Amdocs in [plaats 3] werken exclusief voor [betrokkene].

Tot voor kort werden door Amdocs bij [betrokkene] drie functies van Business Analyst ingezet, waaronder de onderhavige functie van [verweerster]. Deze functie houdt, zo stelt Amdocs, in de kern in het inventariseren van [betrokkene] behoefte aan producten en diensten waarin Amdocs beter zou kunnen voorzien, welke informatie vervolgens onder de aandacht van Amdocs wordt gebracht zodat Amdocs daarop kan inspelen. De functie is ingeschaald op zogenoemd “B2”- niveau.

Door middel van zogenoemde klanttevredenheidsonderzoeken gaat Amdocs na of zij aan de verwachtingen van [betrokkene] voldoet. Uit het meest recente klanttevredenheidsonderzoek (van november 2008) kwam naar voren dat de functie Business Analyst van [betrokkene] een ruime onvoldoende kreeg, namelijk een score van 1,9 op een schaal van (nul tot) 5. Het betreft hier, het zij voor de duidelijkheid gezegd, een beoordeling van de functie als zodanig, niet van het functioneren van de betreffende medewerkers.

‘In toenemende mate’ kreeg Amdocs van [betrokkene] te horen dat die functie als te beperkt werd ervaren. [betrokkene] liet Amdocs weten dat zij, in plaats van de (voornamelijk) administratieve en uitvoerende rol van de Business Analyst, meer behoefte had aan een functie met een oplossingsgerichte benadering ter verbetering van haar bedrijfsprocessen.

Teneinde de samenwerking met [betrokkene] veilig te stellen heeft Amdocs zich de kritiek en wensen van [betrokkene] aangetrokken.

Amdocs stelt thans dat als gevolg van een reorganisatie de functie van Business Analyst (en daarmee de functie van [verweerster]) per 4 november 2009 is komen te vervallen, en Amdocs kan [verweerster] geen ander passende functie aanbieden.

[verweerster] heeft zich gemotiveerd verweerd tegen het verzoek. Zij stelt - kort weergegeven - dat zij, eventueel met enige bijscholing, over voldoende deskundigheid en vaardigheden beschikt om de functie van Consultant (zie hierna) te vervullen.

Vooropgesteld zij dat een reorganisatie zoals de onderhavige in beginsel volledig in de risicosfeer van de werkgever ligt. Van Amdocs mag als werkgever dan ook verwacht worden dat zij een zorgvuldig en afgewogen traject heeft gevolgd om het intern genomen besluit om tot het onderhavige verzoek over te gaan te kunnen rechtvaardigen. De kantonrechter zal hierna de stappen, zoals door Amdocs in de tijd zijn gezet en voor zover van belang voor die afweging aan de hiervoor genoemde criteria toetsen.

Deze (overwegend procedurele) zorgvuldigheidstoets is temeer vereist, nu Amdocs gekozen heeft voor een ontbindingsprocedure, waarin de kantonrechter slechts in beperkte mate inhoudelijk onderzoek kan verrichten, waar een UWV-procedure bij reorganisatie- problematiek wellicht meer voor de hand zou hebben gelegen.

Om te beginnen geeft Amdocs op 4 september 2009 haar ondernemingsraad (hierna: OR) gevraagd te adviseren over haar voorgenomen besluit ‘een functieverandering’ door te voeren binnen de locatie te [plaats 3]. De OR heeft zich onthouden van het geven van een advies daarover. Wel heeft ‘de OR’ in een e-mail van 30 oktober 2009 (productie 7 bij het verzoekschrift) te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen uitvoering van het voorgenomen plan om de drie Business Analysts te vervangen voor drie functies op zogenoemd Consultancy niveau. Uit die e-mail (die afkomstig is van één (kennelijk) lid van de OR), dan wel anderszins, blijkt echter niet dat die ‘toestemming’ werd gedragen door een meerderheid van de OR, zoals Amdocs het lijkt te willen doen voorkomen.

Amdocs stelt dat zij onderzocht heeft of de drie (toenmalige) Business Analysts in aanmerking konden komen voor de (nieuwe) Consultancy functies. Amdocs heeft het onderzoeksbureau [betrokkene 2] opdracht gegeven onderzoek te doen naar het verschil tussen de functie Business Analyst enerzijds en de functies Expert Consultant (B3 niveau) en Managing Consultant (B4 niveau) anderzijds.

Het rapport dienaangaande van [betrokkene 2] van 6 oktober 2009 is als productie 9 aan het verzoekschrift gehecht. [betrokkene 2] benadrukt in haar inleiding dat het onderzoek geen assessment is en dat het onderzoek zich richt op de vraag of het mogelijk is om van de bestaande functie Business Analyst door te groeien naar een Consultancy functie. Bovenaan pagina 6, onder het kopje ‘Antwoord op de vragen’ stelt [betrokkene 2] dat de nieuwe functies aansluiten op de bestaande functie Business Analyst. “Op basis van de vergelijking kan worden gesteld dat de verschillen tussen de Business Analist (B2) en de nieuwe functies Expert Consulting (B3) en Managing Consultant (B4) weliswaar als significant kunnen worden bestempeld, maar zeker niet als onoverbrugbaar. De beschreven verantwoordelijkheid, problematiek en deskundigheid worden in de nieuwe functies weliswaar groter, maar vormen een natuurlijke doorgroeimogelijkheid voor de functie Business Analist (B2)” aldus [betrokkene 2].

Het wekt dan ook op zijn zachtst gezegd bevreemding dat Amdocs (onder punt 17 van haar verzoekschrift), en nota bene onder verwijzing naar het rapport, stelt dat het ‘niet waarschijnlijk’ maar ‘in theorie wel mogelijk’ zou zijn dat een Business Analyst kan doorgroeien naar een Consultancy functie.

Op de vraag binnen welke ‘tijdshorizon’ doorgroei van een Business Analyst naar een Consultancy functie mogelijk is bij een normale carrièreontwikkeling, stelt [betrokkene 2] (pagina 6 onder punt 2) het volgende: “als de medewerkers beschikken over de juiste kennis, vaardigheden en ervaring dan wel zij in staat zijn deze te ontwikkelen, dan moeten zij binnen een termijn van 1 jaar de gewenste resultaten in de functie Expert Consulting (B3) kunnen leveren. Voor de functie Managing Consultant (B4) geldt in dat geval een termijn van 1,5 jaar.”

Daar maakt Amdocs vervolgens van (zie onder punt 17 van haar verzoekschrift):

“Zo de daartoe benodigde kwaliteiten aanwezig zijn, dan nog zou het (aldus [betrokkene 2]) ten minste één jaar duren vóórdat een Business Analyst op consultancy niveau-B3zou kunnen functioneren. Doorgroei tot B4-niveau zou volgens [betrokkene 2] ten minste anderhalf jaar duren.” Een dergelijke “vrije” interpretatie van een (deskundigen)advies verdient bepaald niet de schoonheidsprijs en strookt niet met de van Amdocs te verwachten zorgvuldigheid.

Op 21 september 2009 heeft Amdocs een gesprek gehad met de drie betrokken medewerk(st)ers. Amdocs stelt dat tijdens dit gesprek de achtergrond van het voorgenomen besluit (om de functies van Business Analyst te doen vervangen door Consultancy functies) uiteen is gezet en dat de interesse voor de nieuwe functies bij de betreffende medewerk(st)ers is gepolst.

Ter zitting is gebleken dat partijen verschillen van mening over de vraag of reeds tijdens dit gesprek aan [verweerster] ondubbelzinnig te kennen is gegeven dat haar functie van Business Analyst zou komen te vervallen. [verweerster] heeft verklaard dat tijdens dit gesprek slechts werd medegedeeld dat [betrokkene] ‘not happy’ was met de functie Business Analyst, en dat er ‘iets’ moest gebeuren, terwijl Jorritsma-Carter (die in de stukken door partijen als “HR” wordt aangeduid, kennelijk omdat zij op de afdeling Human Resources werkt) desgevraagd heeft verklaard dat aan [verweerster] in dat gesprek expliciet is medegedeeld dat die functie zou komen te vervallen. Dit laatste wekt echter bevreemding, omdat, zoals Amdocs zelf in haar verzoekschrift onder punt 21 stelt, het besluit om de functie van Business Analyst te laten vervallen (pas) op 30 oktober 2009 te hebben genomen, zij onder punt 18 van het verzoekschrift ondubbelzinnig stelt dat er op 21 september 2009 ‘nog slechts sprake was van een voorgenomen besluit’, en onder punt 20 stelt dat Jorritsma-Carter in een gesprek met [verweerster] op 21 oktober 2009 heeft gezocht naar alternatieve functies voor het geval de functie van Business Analyst zou komen te vervallen. Dat Amdocs, althans Jorritsma-Carter, noch van het gesprek op 21 september 2009 noch van het gesprek op 21 oktober 2009 een gespreksverslag heeft opgemaakt, hetgeen gezien de aard en inhoud van hetgeen werd besproken toch alleszins voor de hand lag, dient voor rekening van Amdocs te komen.

Het dient er derhalve voor te worden gehouden dat [verweerster] eerst op 3 november 2009 door Amdocs op de hoogte is gebracht van het feit dat de functie van Business Analyst definitief kwam te vervallen (en wel per 4 november 2009), een gang van zaken die door [verweerster] wordt bevestigd.

Tijdens dat gesprek op 3 november 2009 heeft Amdocs [verweerster] tevens de bevindingen van het hierboven genoemde rapport van [betrokkene 2] medegedeeld, alsmede, zo stelt Amdocs, de resultaten van ‘de interne assessment’. Amdocs laat echter in het geheel na om inzichtelijk te maken op welke wijze dit assessment is uitgevoerd en op welke wijze zij tot de (kennelijk) daaruit getrokken conclusies is gekomen. Een formeel stuk waarin dit gestelde assessment is vastgelegd is niet in het geding gebracht. Sterker nog: dát er überhaupt zoiets als een ‘assessment’ is uitgevoerd kan slechts worden afgeleid uit een e-mail van Jorritsma-Carter van 9 november 2009, waarin zij een aantal vragen die [verweerster] per e-mail op 5 november aan haar stelde, beantwoordt (productie 8 bij het verzoekschrift). Op de stelling van [verweerster], inhoudende dat zij zichzelf geschikt acht voor een van de nieuwe functies, antwoord Jorritsma-Carter in die e-mail:

“An informal assessment of your abilities by site management led to the conclusion that you do not possess the following skills necessary for the consultancy function: Excellent knowledge of Amdocs systems / service offerings across BSS an OSS; broad knowledge of the industry, market and customer business needs, also from a technical perspective; substantial experience of complete project lifecycle for large enterprise solution delivery projects including conceptualisation, scope, requirements, design, build, test and roll-out.”

Enige onderbouwing van deze conclusies ontbreekt volledig, en van een assessment kan, nu [verweerster] daar zelf niet eens bij betrokken is geweest, niet worden gesproken. Het presenteren van dergelijke, volstrekt eenzijdig opgestelde en op geen enkele (kenbare) wijze nader onderbouwde conclusies als zijnde een ‘assessment’, getuigt niet van de zorgvuldigheid die van een goed werkgever verwacht mag worden.

Amdocs heeft [verweerster] eveneens tijdens het gesprek op 3 november 2009 uitgenodigd om te solliciteren voor de Consultancy functie. Dit (sollicitatie)gesprek had Amdocs reeds voor 4 november 2009 ingepland, doch [verweerster] deelde mede dat zij meer tijd nodig had om haar cv bij te werken, waarna Amdocs ‘het gesprek heeft verplaatst’ naar

6 november 2009. [verweerster] gaf opnieuw aan onvoldoende tijde te hebben gehad voor het bijwerken van haar cv. ‘Uiteindelijk’ solliciteerde [verweerster] op 11 november 2009 naar de nieuwe functie, waarvoor zij echter, bezien in het licht van voornoemde e-mail van 9 november 2009, bij voorbaat kansloos lijkt.

Het sollicitatiegesprek vond plaats op 18 november 2009. Dienaangaande is eerst ter zitting naar voren gekomen dat dit telefonisch heeft plaatsgevonden, en ook hier weer ontbreekt het aan enige (kenbare) verslaglegging. Wel heeft Jorritsma-Carter op 19 november 2009 in een e-mail aan [verweerster] de (zeer summiere) feedback medegedeeld die zij heeft gekregen van Jessica Bailey, hoofd Recruitement, over het sollicitatiegesprek. Onduidelijk blijft echter of het genoemde Bailey zelf was die het sollicitatiegesprek (mede) voerde. Dat [verweerster] de sollicitatie niet met succes afrondde kan, gezien het vorenstaande, nauwelijks als een verrassing worden gezien.

Tussen de bedrijven door heeft Amdocs [verweerster] per e-mail van 9 november 2009 (dezelfde e-mail van 9 november als hiervoor genoemd) te kennen gegeven dat zij niet in aanmerking komt voor een andere functie binnen haar concern. Op de vraag van [verweerster] naar welke functies is gekeken en haar verzoek om per functie te specificeren waarom zij niet geschikt is, noemt Jorritsma-Carter in die e-mail vijf functies met de daarbij behorende functie-eisen, en luidt de conclusie: “Unfortunately you do not fulfil the requirements for these positions als listed above and so we could not offer you these alternative positions.” Onder punt 24 van het verzoekschrift stelt Amdocs dat Jorritsma-Carter daarmee zou hebben ‘toegelicht’ waarom [verweerster] niet voor de bedoelde functies in aanmerking komt. De enkele stelling dat iemand ‘niet aan de eisen voldoet’, zonder enige verdere specifieke nadere onderbouwing, kan bezwaarlijk als een ‘toelichting’ worden aangemerkt. Het is tekenend voor de houding van Amdocs dat zij vervolgens [verweerster] wel tegenwerpt niet op de genoemde functies te hebben gesolliciteerd.

Van belang is voorts dat uit niets blijkt dat Amdocs ook maar enige poging heeft gedaan dan wel heeft onderzocht of [verweerster] door middel van een begeleiding/opleidingstraject binnen een redelijke termijn binnen haar organisatie niet in een andere functie te plaatsen is, hetgeen toch zeker van haar verwacht mocht worden. Dit valt Amdocs aan te rekenen nu, zoals gezegd, het wegvallen van de functie van [verweerster] geheel in de risicosfeer van Amdocs ligt. In plaats daarvan heeft Amdocs reeds tijdens het gesprek op 3 november 2009

[verweerster] een beëindigingsvoorstel (met een vergoeding conform de kantonrechtersformule) gedaan ‘voor het geval er geen andere passende functie zou worden gevonden’.

Ten slotte kan de beslissing van Amdocs om [verweerster] per 4 november 2009 vrij te stellen van het verrichten van werkzaamheden - nadat [verweerster] daaraan op plausibele gronden niet aanstonds gehoor gaf, gevolgd door een expliciete op non-actiefstelling op

9 november 2009 - de toets der kritiek niet doorstaan. Er zijn geen valide redenen aangevoerd waarom [verweerster] - op zijn minst in afwachting van het resultaat van haar sollicitatie - niet haar lopende werkzaamheden zou hebben kunnen verrichten. Amdocs wekt hiermee tenminste de schijn een ontslag te hebben willen forceren, nu een werknemer die al van zijn taken is ontheven, in een ontslagprocedure in een minder gunstige positie verkeert. Ook deze handelwijze is niet fair jegens [verweerster].

Het gehele traject beziende heeft Amdocs in de aanloop naar het onderhavige verzoek niet gehandeld met de nodige zorgvuldigheid, waardoor naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk is geworden dat [verweerster] niet in aanmerking kan komen voor de nieuwe Consultancy functie. Tevens heeft Amdocs zich onvoldoende gekweten van haar inspanningsverplichting om [verweerster] als werkneemster te behouden. Amdocs heeft daarmee in strijd met de norm van goed werkgeverschap gehandeld.

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt dan ook afgewezen, met verwijzing van Amdocs in de proceskosten.

BESLISSING

Wijst het verzoek af.

Veroordeelt Amdocs tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.A.F. Coenegracht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.