Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL1870

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
03-02-2010
Zaaknummer
346890 CV EXPL 09-4066
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Meerkosten uitvaart onvoldoende betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 346890 CV EXPL 09-4066

typ: RK

Vonnis d.d. 27 januari 2010

in de zaak van

DELA UITVAARTVERZORGING B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eisende partij,

verder te noemen: Dela,

gemachtigde: mr. F.J.M. van Rossem, advocaat te Oss

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. H.P. Ruysink, advocaat te Bunde, gemeente Meerssen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn achtereenvolgens de navol¬gende proces¬stukken gewisseld:

-exploot van dagvaarding van 19 augustus 2009 met twee, deels meervoudige, producties in fotokopievorm;

-conclusie van antwoord op naam van “[gedaagde]” met vijf ongenummerde producties in fotokopievorm;

-conclusie van repliek met één productie in fotokopievorm en één productie in geprinte vorm;

-conclusie van dupliek, wederom gesteld op naam van “[gedaagde]”.

Daarna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op vandaag is gesteld.

MOTIVERING

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Dela de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van een bedrag van € 1.221,50, vermeerderd met de overeengekomen rente over een niet nader geduid bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening en onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 944,86 hoofdsom (in opdracht van [gedaagde] uitgevoerde uitvaart)

€ 98,14 tot en met 13 augustus 2009 vervallen overeengekomen rente

€ 178,50 vergoeding van buitengerechtelijke kosten inclusief btw.

Dela beroept zich voor deze vordering(en) op de navolgende grondslag(en).

[gedaagde] heeft op of omstreeks 28 juni 2008 aan Dela opdracht gegeven tot uitvoering van de uitvaart van wijlen de heer [naam overledene], overleden op [2008]. Dela heeft de uitvaart naar tevredenheid van [gedaagde] uitgevoerd. De op die uitvaart betrekking hebbende factuur ten bedrage van € 944,86 heeft [gedaagde] tot op heden onbetaald gelaten. Een kopie van de schriftelijke, door [gedaagde] ondertekende opdracht is met het exploot meebetekend, evenals een kopie van de genoemde factuur d.d. 1 september 2008. Blijkens die opdracht zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] de kosten van de uitvaart binnen 30 dagen na de factuurdatum zou voldoen en dat Dela bij overschrijding van die termijn 1% rente per maand in rekening zou brengen.

[gedaagde] erkent dat zij Dela opdracht heeft gegeven voor de onderhavige uitvaart. [gedaagde] voert tot haar verweer aan dat zij in de gerechtvaardigde veronderstelling was dat de uitvaart volledig was gedekt door de afgesloten uitvaartverzekering. In haar verdriet en verbijstering over het plotseling overlijden van haar echtgenoot heeft zij niet geweten wat zij heeft getekend, en Dela heeft er niets aan gedaan om haar op de hoogte te stellen van eventuele meerkosten.

Op dit laatste aspect van het verweer heeft Dela bij repliek specifiek gereageerd door aan te voeren dat de betreffende uitvaartverzorgster, mevrouw [uitvaartverzorgster], ten tijde van de opdrachtverstrekking alle kosten van de uitvaart met [gedaagde] heeft besproken en haar tevens heeft gewezen op de meerkosten die voor haar eigen rekening zouden blijven.

Dat [gedaagde] Dela opdracht heeft gegeven voor de onderhavige uitvaart staat vast, zodat zij in beginsel gehouden is om de factuur die op die uitvaart betrekking heeft, te voldoen.

Dat de betreffende uitvaartverzorgster, zoals Dela bij repliek stelt, de meerkosten (dat wil zeggen: de kosten van de uitvaart die niet door haar verzekering werden gedekt) expliciet met haar heeft besproken, is door [gedaagde] onvoldoende betwist. [gedaagde] stelt dienaangaande immers slechts dat er bij haar ‘niets is blijven hangen over meerkosten in wat voor benaming ook’. Dat [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure de vordering onvoorwaardelijk heeft erkend, zoals Dela bij repliek eveneens gemotiveerd heeft gesteld, heeft zij bij dupliek geheel onbesproken gelaten.

De stelling van [gedaagde] dat zij niet heeft geweten wat zij heeft getekend is, in het licht van het voorgaande, onvoldoende onderbouwd. Enige aanwijzing, bijvoorbeeld in de vorm van een medische verklaring, waaruit zou blijken dat zij op het moment van het geven van de onderhavige opdracht niet in staat was om de gevolgen daarvan te (kunnen) begrijpen, ontbreekt. Sterker nog: [gedaagde] vordert niet eens vernietiging (al dan niet gedeeltelijk) van de overeenkomst wegens een wilsgebrek (van welke aard en inhoud dan ook).

Ook het verweer van [gedaagde] dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de kosten van de uitvaart volledig waren gedekt door haar verzekering kan, bij gebrek aan onderbouwing, niet slagen.

De gevorderde hoofdsom zal derhalve worden toegewezen.

De post vervallen rente zal worden afgewezen. Het louter vermelden van de (abstracte) gelding van een ‘recht’ van Dela op het in rekening brengen van 1% rente per maand bij ‘overschrijding’ van de betalingstermijn van 30 dagen verschaft haar nog geen recht op vervallen contractuele rente tot 19 augustus 2009. Dela noemt immers geen exacte verzuimdatum, ook niet onder verwijzing naar de bijgevoegde stukken. Een mogelijke verzuimgrond (van rechtswege verzuim door het bedingen van een fatale termijn) is in dit geval niet toegespitst op de feiten van het geval (namelijk de datum van de factuur, het uitblijven van betaling, het bereiken van de 30 dagen termijn en de datum van het intreden van verzuim).

Wel is de overeengekomen rente vanaf de dag van dagvaarding toewijsbaar, omdat die dagvaarding per 19 augustus 2009 in elk geval verzuim heeft doen intreden.

De gevorderde vergoeding van incassokosten zal eveneens worden afgewezen. De met zulke (eventuele) kosten samenhangende werkzaamheden zijn immers verricht tijdens een periode waarvan niet vastgesteld kan worden dat [gedaagde] in verzuim was. Hieruit volgt dat niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c BW. Daarbij komt nog dat Dela omtrent de aan de procedure voorafgegane incasso(pogingen) onvoldoende (gespecificeerd en gedocumenteerd) heeft gesteld om daaruit te kunnen concluderen dat werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan.

Daarmee is niet komen vast te staan dat de door Dela bedoelde werkzaamheden en kosten verder strekten dan de verrichtingen en kosten waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv. een voorziening geven.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij tot betaling van de aan de zijde van Dela gevallen proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan Dela tegen bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van

€ 944,86, vermeerderd met de overeengekomen rente naar 1% per maand vanaf 19 augustus 2009 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Dela tot de datum van dit vonnis begroot op € 443,98,bestaande uit € 200,00 aan salaris gemachtigde,

€ 158,00 aan vastrecht en € 85,98 aan explootkosten.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.