Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BL1499

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
03-02-2010
Zaaknummer
347051 CV EXPL 09-4149
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling onbetaald gelaten tussentijdse eindafrekening wordt toegelaten, ondanks het feit dat deze eindafrekening was gebaseerd op "kennelijk onjuiste" meterstanden die de netbeheerder had opgegeven. Oxxio was op grond van de algemene voorwaarden bevoegd uit de gaan van geschatte meterstanden. Verstappen heeft nagelaten de juiste meterstanden door te geven. Zonder de juiste meterstanden is het voor Oxxio, zeker gezien het lange tijdverloop, onmogelijk om achteraf het energieverbruik vast te stellen en mag zij (blijven) koersen op de door schatting verkregen gegevens. Nu Verstappen ook in rechte geen enkel aanknopingspunt voor een andere benadering van het daadwerkelijke energieverbruik heeft gegeven, moet de “eindafrekening” van 16 februari 2006 voor juist worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 347051 CV EXPL 09-4149

typ: MO

vonnis van 27 januari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OXXIO NEDERLAND B.V., gevestigd en kantoorhoudend te Hilversum,

eisende partij,

hierna te noemen: Oxxio,

gemachtigden: J.H.L. Sinkiewicz, deurwaarder te Maastricht en mr. P.L.J.M. Guineé, adviseur te Den Haag (ten kantore van Intrum Justitia Nederland B.V.)

tegen

1. [gedaagde 1]

wonend te [adres],

verder te noemen: [gedaagde 1]

en

2. [gedaagde 2]

eveneens wonend te [adres],

verder te noemen: [gedaagde 2],

gedaagde partij,

gezamenlijk verder te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (echtgenoten),

gemachtigde: mr. P. Th. Van Alkemade, advocaat te ’s-Hertogenbosch

(toevoeging [nummer]).

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Oxxio heeft bij dagvaarding van 18 augustus 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en heeft zich daarvoor mede beroepen op twee aan het exploot van dagvaarding gehechte producties.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ter eerst dienende datum schriftelijk geantwoord.

Oxxio heeft na gevraagd en verkregen (herhaald) uitstel voor repliek geconcludeerd onder verwijzing naar vier extra (deels meervoudige) producties.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben een conclusie van dupliek genomen.

Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op vandaag is gesteld.

MOTIVERING

a. de vordering

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Oxxio de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van

€ 1.947,51, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2009 tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van het geding. De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 1.404,75 hoofdsom (niet-betaalde energienota’s)

€ 242,76 vervallen wettelijke rente tot 18 augustus 2009

€ 300,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

b. het geschil

Ter onderbouwing van haar vordering voert Oxxio aan dat zij met [gedaagde 1] een overeenkomst heeft gesloten omtrent de levering van gas en/of elektriciteit aan het adres [adres] tegen betaling van de op het moment van levering geldende tarieven. Op deze overeenkomst acht Oxxio “voorwaarden” (bedoeld zal zijn de in kopie in het geding gebrachte “Oxxio - Algemene Voorwaarden Consumenten”) van toepassing. Hoewel [gedaagde 1] “herhaaldelijke malen” is herinnerd en/of aangemaand, heeft hij nagelaten de facturen (voorschotten en/afrekeningen) volledig te voldoen, zodat hij een achterstand van € 1.404,75 heeft laten ontstaan. Oxxio vordert naast de hoofdsom wettelijke rente vanaf 30 dagen na factuurdatum en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Omdat [gedaagde 2] de echtgenote van [gedaagde 1] is, acht Oxxio haar “hoofdelijke aansprakelijke” voor de door [gedaagde 1] aangegane verbintenis(sen) ten behoeve van de gezamenlijke huishouding.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] erkennen bij antwoord dat zij, althans [gedaagde 1], een overeenkomst met Oxxio hebben (heeft) “gehad” tot het leveren van gas en elektriciteit. Deze overeenkomst is echter al “lange tijd geleden” beëindigd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn om die reden van oordeel dat Oxxio een kopie van de overeenkomst in het geding moet brengen, nu de begin- en einddatum van de overeenkomst, alsmede de specifieke voorwaarden ervan, niet duidelijk zijn. Ten aanzien van de gevorderde (en betwiste) bedragen merken [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op dat Oxxio nimmer de meterstanden heeft opgenomen. Bij gebreke van meterstanden waaruit het daadwerkelijke verbruik kan worden afgelezen, betwisten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de door Oxxio genoemde bedragen verschuldigd te zijn.

In voortgezet debat betoogt Oxxio dat op 28 januari 2005 door telefonische aanmelding tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Op basis van deze overeenkomst heeft Oxxio “vanaf 1 februari 2005 tot aan 26 november 2006” elektriciteit geleverd aan het woonadres van [gedaagde 1]. Oxxio legt een overzicht van verzonden, betaalde en niet-betaalde nota’s over. Oxxio voert aan dat de hoofdsom betrekking heeft op de onbetaald gelaten (eind)afrekening van 16 februari 2006 en op een aantal niet-betaalde voorschotnota’s. Oxxio stelt dat de netbeheerder verantwoordelijk is voor het vaststellen van de meterstanden. Wanneer de netbeheerder niet de beschikking krijgt over “daadwerkelijk opgenomen meterstanden”, zal het energieverbruik worden geschat op basis van het verbruik in voorgaande perioden. Oxxio was als leverancier verplicht op basis van de door de netbeheerder geregistreerde meterstanden te factureren. Oxxio merkt bovendien op dat de verplichting tot het betalen van voorschotnota’s door het opmaken van de eindafrekening niet vervalt (in de eindafrekening wordt de fictie gehanteerd dat de voorschotten alle voldaan zijn).

In reactie hierop hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] doen aanvoeren dat Oxxio als leverancier conform artikel 11.2 van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden verplicht is de werkelijk geleverde energie vast te stellen en in rekening te brengen. Daarenboven merken [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op dat Oxxio onvoldoende heeft onderbouwd waarop zij de stelling baseert dat het vaststellen van de meterstanden de verantwoordelijkheid van de netbeheerder is, en wijzen zij op het “standaard jaarverbruik”. Uit die standaard volgt dat de door Oxxio geschatte meterstanden respectievelijk 29 % (hoog tarief) en 12 % (laag tarief) hoger waren dan het jaar daarvoor. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zeggen Oxxio meer dan eens medegedeeld te hebben dat de geschatte meterstanden niet juist waren, dat nimmer de juiste meterstanden zijn opgenomen en dat het verbruik hoger was geschat dan zij gewend waren. Zij persisteren bij hun betwisting van de verschuldigdheid van de door Oxxio genoemde bedragen.

c. de beoordeling

Vaststaat dat tussen partijen een overeenkomst tot het leveren van energie en bijkomende diensten tegen betaling heeft bestaan voor het tijdvak 1 februari 2005 tot of tot en met 26 november 2006. Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het bestaan van deze overeenkomst hebben erkend, is Oxxio niet gehouden de bandopname van de telefonische aanmelding in het geding te brengen. Nu [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich ook zelf beroepen op de door Oxxio in kopie overgelegde “Oxxio - Algemene Voorwaarden Consumenten” van juli 2006 (een andere versie is onbekend), moet worden aangenomen dat deze voorwaarden van toepassing zijn op de onderhavige overeenkomst.

Hoewel [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet hebben betwist dat zij enkele nota’s niet hebben voldaan, kan de vordering ter zake van een restant aan voorschotten niet zonder meer worden toegewezen.

Ten aanzien van de voorschotnota’s van 21 april 2006 tot en met 21 november 2006 wordt als volgt overwogen. Bij het opmaken van de eindafrekeningen wordt de fictie gehanteerd dat alle in die periode verschuldigde voorschotpremies voldaan zijn. [gedaagde 1] heeft de verschuldigdheid van de onbetaald gelaten voorschotnota’s niet betwist. Daarenboven heeft hij niet geageerd tegen de eindafrekeningen van 22 augustus 2006 en 8 januari 2007. Om die redenen moet ervan worden uitgegaan dat deze eindafrekeningen juist zijn en op een correct energieverbruik gebaseerd en dat [gedaagde 1] conform de twee eindafrekeningen ter verrekening voor daarin genoemde bedragen gecrediteerd is. Al met al resteert dan een onbetaald gelaten bedrag van € 1.164,00 dat voor vergoeding in aanmerking komt.

Dit bedrag is als volgt berekend:

‘Boekingsdatum’ Factuurnummer Hoogte

21/04/2006 EV3060001468831 € 187,00

21/05/2006 EV3060001955050 € 187,00

21/06/2006 EV3060002445857 € 187,00

21/07/2006 EV3060002928243 € 187,00

21/08/2006 EV3060003417483 € 104,00

21/09/2006 EV3060003895007 € 104,00

21/10/2006 EV3060004424839 € 104,00

21/11/2006 EV3060004974724 € 104,00

Te beantwoorden blijft dan nog de vraag of Oxxio tevens recht kan doen gelden op een bedrag van € 240,75 ter zake van een onbetaald gelaten (tussentijdse) eindafrekening. Oxxio heeft erkend dat deze eindafrekening gebaseerd is op een geschat energieverbruik, maar heeft aangevoerd dat zij uit mocht gaan van deze schatting, omdat die gebaseerd was op meterstanden die de netbeheerder had opgegeven. In beginsel regarderen onderlinge afspraken tussen een energieleverancier en een netwerkbeheerder derde partijen zoals [gedaagde 1] niet. In het onderhavige geval zijn partijen echter (door de toepasselijkheid van artikel 11.2 van de “Oxxio – Algemene Voorwaarden Consumenten”) overeengekomen dat de leverancier bevoegd was de omvang van de levering te schatten bij gebreke van juiste meterstanden. In casu heeft Oxxio niet tijdig de juiste meterstanden ontvangen, zodat zij de omvang van het energieverbruik heeft geschat. Op basis van deze schatting is de “eindafrekening” van 16 februari 2006 opgemaakt. Oxxio had, zoals [gedaagde 1] en [gedaagde 2] terecht aanvoerden, de plicht om - zo mogelijk - het daadwerkelijke verbruik (alsnog) te (doen) bepalen en in rekening te brengen. Alvorens daartoe over te gaan, diende Oxxio de volgens de gebruikers met de werkelijkheid overeenstemmende meterstanden vast te stellen.

Hoewel [gedaagde 1] en [gedaagde 2] reeds eerder melding gemaakt hebben van een onjuist geschat energieverbruik, had het ook op hun weg gelegen om de volgens hen met de werkelijkheid overeenstemmende meterstanden aan Oxxio door te geven. Zonder de juiste meterstanden is het voor Oxxio, zeker gezien het lange tijdverloop, onmogelijk om achteraf het energieverbruik vast te stellen en mag zij (blijven) koersen op de door schatting verkregen gegevens. Nu [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ook in rechte geen enkel aanknopingspunt voor een andere benadering van het daadwerkelijke energieverbruik hebben gegeven, moet de “eindafrekening” van 16 februari 2006 voor juist worden gehouden, zodat Oxxio’s vordering op dat onderdeel wordt toegewezen.

De post vervallen rente zal worden afgewezen. Oxxio heeft gesteld dat [gedaagde 1] conform artikel 14.10 van de “Algemene Voorwaarden Consumenten” vanaf 30 dagen na factuurdatum in verzuim is geraakt. Oxxio heeft echter nagelaten de voorschotnota’s en eindnota over te leggen als concrete aanwijzing voor een dergelijke betalingstermijn, laat staan een betalingstermijn die in tegenstelling tot het bepaalde in artikel 14.7 juncto artikel 14.8 van de “Algemene Voorwaarden Concumenten” een fataal karakter heeft. Van een concrete ingebrekestelling is niet gebleken (hieromtrent is niets gesteld). Verder is gesteld noch gebleken dat op enige datum van rechtswege verzuim is ingetreden. Hiermee is onduidelijk gebleven over welke periode en krachtens welke feitelijke en juridische gronden rente is berekend. Wel is de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding toewijsbaar, omdat [gedaagde 1] in ieder geval door die daad van invordering vanaf die datum in verzuim moet worden geacht.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal in verband hiermee eveneens worden afgewezen. De met die kosten samenhangende werkzaamheden zijn immers verricht tijdens een periode waarvan niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde 1] in verzuim was. Hieruit volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de gestelde activiteiten hebben geleid tot (naar noodzaak en omvang) redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c BW. Ten overvloede wordt opgemerkt dat er ook andere redenen zijn om dit onderdeel van de vordering af te wijzen. Oxxio heeft immers omtrent de aan de procedure voorafgegane incasso(pogingen) onvoldoende (gespecificeerd en gemotiveerd) gesteld om daaruit te kunnen concluderen dat werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan. Een contactoverzicht is daartoe absoluut onvoldoende. Daarmee is niet komen vast te staan dat de door Oxxio bedoelde werkzaamheden en kosten verder strekten dan de verrichtingen en kosten waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv. een voorziening geven.

Terecht houdt Oxxio [gedaagde 2] als echtgenote van [gedaagde 1] mede aansprakelijk voor deze huishoudelijke schuld, zodat het hiervoor bepaalde tevens voor [gedaagde 2] zal gelden.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij tot betaling van de aan de zijde van Oxxio gevallen proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk (in die zin dat bij betaling van de een, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn gekweten) om aan Oxxio tegen bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 1.404,75, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2009 tot de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2], eveneens hoofdelijk, tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Oxxio tot de datum van dit vonnis begroot op € 587,25, waarin begrepen een bedrag van € 300,00 aan salaris gemachtigde.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.