Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BL3555

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
22-12-2009
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
03/703090-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - inhoudsindicatie: Verdachte veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk voor belaging van zijn ex-vriendin. De rechtbank heeft tevens aan verdachte een contactverbod opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/703090-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 december 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren [1970],

wonende te [adresgegevens].

Gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Verdachte heeft te kennen gegeven dat hij zich niet wil laten bijstaan door een advocaat.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 december 2009, waarbij de officier van justitie en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] heeft belaagd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte [slachtoffer] heeft belaagd. De officier van justitie baseert zich hierbij op aangiften van [slachtoffer], de verklaringen van verdachte, de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] alsmede onderzoek naar het IP-adres van verdachte, zijn gsm en computer.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Verdachte bekent dat hij [slachtoffer] vaak belt, emailberichten stuurt en dat hij contactadvertenties met haar gegevens op sex-datingsites heeft geplaatst. Hij zegt voorts dat hij zich niet goed kan herinneren of hij ook sms-berichten naar haar heeft gestuurd.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer] heeft bij de politie aangifte en klacht gedaan van belaging door haar ex-vriend [verdachte].

In haar aangifte van 9 maart 2009 zegt zij – zakelijk weergegeven:

Van oktober 2008 tot maart 2009 kreeg ik dagelijks een sms’je of een mailtje. Soms negeerde ik hem een week en daarna stuurde ik weer een berichtje dat hij mij met rust moest laten.

Op 12 januari 2009 werd ik op mijn mobiel, huistelefoon, post en email benaderd door meerdere bedrijven. Ook was ik ineens geabonneerd op Privé, Readers Digest en de Varagids. Ik weet niet wie hier achter zit maar ik denk [verdachte].

Op vrijdag 6 maart 2009 krijg ik een mail van hem dat hij zijn spullen wil en ik niet meer met zijn moeder mag spreken. Ook wil hij de directeur van mijn werk gaan berichten. Ik heb hem bericht dat ik geen mailtjes meer van hem wil. Toen heb ik nog eens 15 mailtjes van hem gekregen. Daarin staat o.a. dat hij zijn spullen wil, we nu oorlog hebben en hij weer naast mij wil liggen. Ik heb ook nog eens 6 sms’jes gekregen van het telefoonnummer van zijn gsm. O.a. over dat hij nu mijn gsm kan controleren, dat ik thuis moet zijn en dat hij langs komt. Laatste sms luidt dat hij een “belscript” heeft gemaakt die 24 uur gaat bellen. Als hij zijn spullen krijgt stopt hij.

Zaterdag 7 maart 2009 weer 5 mailtjes van hem gekregen. Ik ontvang ook een mailtje van Eromarkt.nl dat ik een advertentie heb geplaatst in de rubriek sex-dating. Ik ontvang ook 4 sms-jes van hem

“hoi lief, ik hou van je. Hoe laat spreken we af?”

“Als je alle spullen brengt ben je er van af. Dan laat ik het belscript stoppen”

“Hoe laat ben je bij mij. Laat me geen dingen doen waar jij en ik spijt van krijgen”

“Ik stop even….. Daarna ga ik door tot ik mijn spullen heb ….”.

Zondag 8 maart 2009 ontvang ik 4 mailtjes van [verdachte]. Geen sms.

Maandag 9 maart 2009 ontvang ik 3 mailtjes van hem.

Sinds vrijdag 6 maart 2009 word ik constant gebeld door een onbekend nummer. Ik neem niet op maar misschien heeft dit te maken met dat belscript. [verdachte] is ICT-er en werkt bij [V.].

Bij deze aangifte maakt de verbalisant de opmerking dat hij in de gsm van aangeefster alle sms-jes heeft gelezen. Als de telefoon wordt aangezet wordt er onophoudelijk gebeld door een onbekend nummer.

In haar aanvullende aangifte van 10 maart 2009 zegt zij – zakelijk weergegeven:

Op 10 maart 2009 ontvang ik ook een mail “Hoi lieverd, ik zie dat je [auto slachtoffer] op je plek staat ….Ik heb een verrassing voor jou als je thuis komt …”.

Even later ontvang ik nog een mail: “Ik heb je gezegd dat het internet mijn domein is. Ik heb je gewaarschuwd ……je zal vanaf nu totaal geen rust meer hebben ……Ik had je gewaarschuwd, jij mij als een hond behandelen…..Ik ben nog veel erger als het moet met pijn in mijn hart”.

Ook een sms-je “……Je hebt mij uitgedaagd ….ik doe het niet graag….. Ik hou van je….”

Ook wordt er voortdurend naar mijn gsm gebeld. Op mijn werk is 4 of 5x gebeld. Als ik opneem wordt de verbinding verbroken.

In haar aanvullende aangifte van 13 maart 2009 zegt zij – zakelijk weergegeven:

hij belt voortdurend, ik neem niet op maar ik weet dat hij het is. Hij heeft mij op erotische internetsites gezet. Ik krijg daar reacties van op mijn mailadres, gsm en vast huisnummer.

In de volgende aanvullende aangifte van 30 maart 2009 zegt zij – zakelijk weergegeven:

Vanaf 16 maart 2009 wordt ik via sms, vaste telefoon of mobiel benaderd door mannen die contact zoeken voor sex. Ook stonden daarvoor mannen voor de deur en werd ik zelfs op mijn werk gebeld. Ik sta blijkbaar op Neukdating.nl.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] ongeveer drie à vier keer per dag opbelt. Voorts zegt hij dat hij zich de inhoud van de voorgehouden sms-berichten niet kan herinneren maar indien ze met zijn nummer zijn verstuurd ze wel van hem afkomstig zullen zijn. Het klopt dat hij dagelijks emailberichten heeft gestuurd en hij heeft de gegevens van [slachtoffer] op meerdere sex-datingsites geplaatst. Verdachte heeft ter terechtzitting voorts verklaard dat hij in het begin contact met [slachtoffer] zocht uit verdriet. Later wilde hij wraak, omdat hij zijn spullen terugwilde en omdat [slachtoffer], volgens hem, eerst advertenties met zijn gegevens op homosites had geplaatst.

De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte veelvuldig telefonisch contact heeft opgenomen met [slachtoffer], veelvuldig sms-berichten en emailberichten heeft verzonden naar [slachtoffer] en contactadvertenties op sex-datingsites heeft geplaatst met vermelding van de naam en gegevens van [slachtoffer]. [slachtoffer] was hiervan niet gediend en heeft dit ook kenbaar gemaakt. Los daarvan moet het ook voor verdachte kenbaar zijn geweest, gelet op de gevolgen die een en ander voor [slachtoffer] heeft, dat zij hiervan niet gediend zou zijn.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte door deze gedragingen opzettelijk wederrechtelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer].

Op grond van de genoemde verklaringen is dit in ieder geval gebeurd in de periode van 1 maart 2009 tot het moment dat verdachte werd aangehouden op 28 mei 2009. Gelet op het aantal voorvallen, de regelmaat ervan en de duur van deze periode acht de rechtbank tevens bewezen dat van stelselmatigheid sprake is geweest.

Tenslotte leidt de rechtbank uit de bedoeling van verdachte, zoals hij daarover ter zitting heeft verklaard, af dat hij het oogmerk had haar te dwingen tot contact en teruggave van zijn spullen en dat hij dat onder andere wilde bereiken door haar vrees aan te jagen.

Het vorenstaand leidt tot de conclusie dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden in de hierna te noemen zin.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 1 maart 2009 tot 28 mei 2009 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk [slachtoffer] te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen, door

- veelvuldig telefonisch contact op te nemen met voornoemde [slachtoffer], en

- veelvuldig sms-berichten te zenden naar [slachtoffer], en

- veelvuldig te mailen naar [slachtoffer], en

- veelvuldig contactadvertenties op internet (op sex-datingsites) te plaatsen met vermelding van de naam en gegevens van [slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

belaging

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie vordert tevens de oplegging van twee bijzondere voorwaarden bij deze proeftijd. Als eerste een contactverbod met het slachtoffer gedurende de proeftijd. En als tweede het ondergaan van een behandeling door een psycholoog in het kader van de maatregel hulp en steun door de reclassering.

5.2 Het standpunt van de verdediging

Verdachte geeft aan absoluut niet te willen meewerken aan een behandeling door een psycholoog. Hij verklaart voorts dat hij na zijn detentie geen contact meer wil met [slachtoffer] en dat hij zo snel mogelijk naar Suriname wil verhuizen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

De verdachte heeft na beëindiging van de relatie met het slachtoffer gedurende een periode zijn voormalige vriendin stelselmatig lastiggevallen. Hij heeft zich op verschillende manieren aan haar opgedrongen, ondanks het feit dat zij hem duidelijk maakte hier niet van gediend te zijn. Hij nam veelvuldig telefonisch contact met haar op, thuis en op haar werk, en stuurde haar veelvuldige sms- en emailberichten. Zo probeerde hij voortdurend binnen te dringen in haar persoonlijke levenssfeer

Tevens heeft hij contactadvertenties met haar gegevens op sexdating-sites geplaatst, hetgeen tot gevolg had dat mannen haar, zowel in persoon als via telefoon en email, benaderden voor seks. Het slachtoffer heeft dit als zeer bedreigend en beangstigend ervaren. Ook dit leidde er toe dat er inbreuk werd gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer.

In verband daarmee heeft zij meerdere malen aangifte gedaan bij de politie. De verdachte is aangehouden en op 28 mei 2009 in verzekering gesteld. Op 2 juni 2009 is de voorlopige hechtenis geschorst onder oplegging van onder andere een contactverbod. De verdachte heeft zich daar echter niets van aangetrokken en heeft opnieuw contact met het slachtoffer gezocht.

Gelet op het bewezenverklaarde feit, de ernst daarvan en de omstandigheid dat verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw contact heeft opgenomen met het slachtoffer, is de rechtbank genoodzaakt een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarnaast zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om zo hopelijk te voorkomen dat verdachte na zijn detentie opnieuw contact gaat zoeken met het slachtoffer. De rechtbank zal in dit kader als bijzondere voorwaarde opleggen dat de verdachte op geen enkele wijze contact met [slachtoffer] mag opnemen tijdens de proeftijd.

Verdachte heeft ter terechtzitting te kennen geven dat hij absoluut niet wil meewerken aan

een behandeling door een gedragsdeskundige. Nu door de reclassering is geadviseerd dat een behandeling van verdachte door een gedragsdeskundige niet nodig is kan aan het nut van een dergelijke behandeling worden getwijfeld. Die twijfel wordt in hoge mate versterkt door de weigerachtigheid van verdachte om mee te werken. De rechtbank zal afzien van het opleggen van enige vorm van behandeling.

Op grond van het voren overwogene acht de rechtbank passend een gevangenisstraf van 10 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.000,= aan immateriële schadevergoeding.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het hiervoor bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 2.000,=, en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.

Nu de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer, zijnde de hiervoor genoemde benadeelde partij, aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen met het slachtoffer;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis -waaronder op de voet van het bepaalde bij artikel 72, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering begrepen de tijd gedurende welke de verdachte in verzekering was gesteld- gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adresgegevens] van een bedrag van EUR 2.000,= (tweeduizend euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hiervoor vanaf 2 juli 2009 tot en met de dag de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [slachtoffer] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, te vermeerderen met de wettelijke rente over €2.000,= vanaf 2 juli 2009 tot en met de dag de algehele voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer] vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. I.M. Etman en

mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.M.Th. Michon, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 december 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2009 tot 28 mei 2009 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk [slachtoffer], in elk geval die ander, te dwingen iets te doen,

niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door

- veelvuldig telefonisch contact op te nemen met voornoemde [slachtoffer], en/of

- veelvuldig sms-berichten te zenden naar [slachtoffer], en/of

- veelvuldig te mailen naar [slachtoffer], en/of

- veelvuldig contactadvertenties op internet (op sex-datingsites) te plaatsen

met vermelding van de naam en gegevens van [slachtoffer].