Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK8136

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-12-2009
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
349532 Cv EXPL 09-4531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Toewijzing hoofdsom en nevenposten.

Eiser was niet gehouden het eenzijdig door gedaagde gedane betalingsvoorstel te accepteren.

Een schuldeiser hoeft immers geen genoegen te nemen met een uitgestelde betaling en evenmin met voldoening in gedeelten, doch kan erop staan dat een op zichzelf opeisbare vordering terstond en ineens wordt voldaan."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 349532 CV EXPL 09-4531

typ: RW

vonnis van 23 december 2009

in de zaak van

Fa-med B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Amersfoort,

eisende partij,

hierna te noemen: Fa-med,

gemachtigde: J.M.H. Beurskens, deurwaarder te Maastricht

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

in persoon procederend.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Partijen hebben achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld:

- exploot van dagvaarding van 14 september 2009 met één productie;

- een als conclusie van antwoord aan te merken brief van 28 september 2009

- afkomstig van [gedaagde] -, met één productie;

- conclusie van repliek met zestien producties, afkomstig van mr. N.N. Dillissen die door Fa-med niet als gemachtigde was gesteld (de conclusie wordt wel aan Fa-med toegerekend).

Omdat [gedaagde] op de daartoe aangewezen datum niet voor dupliek had geconcludeerd (en evenmin om uitstel had verzocht), is op de rolzitting van 25 november 2009 bepaald dat vonnis zou worden gewezen op 23 december 2009.

Nadien is op 27 november 2009 een brief van 26 november 2009 van [gedaagde] ontvangen die als dupliek zal worden aangemerkt en (alsnog) bij de beoordeling zal worden betrokken.

MOTIVERING

Fa-med vordert [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - te veroordelen om aan Fa-med te betalen een bedrag van € 448,86, vermeerderd met de wettelijke rente over

€ 361,10 vanaf 19 augustus 2009 tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

Ter onderbouwing van haar vordering voert Fa-med aan dat Dental Clinics Maastricht B.V. medische (tandheelkundige) behandelingen heeft verricht ten behoeve van [gedaagde]. De daaruit voortvloeiende vorderingen tot een totaalbedrag van € 361,10 in hoofdsom zijn aan Fa-med gecedeerd.

Naast dit bedrag vordert Fa-med betaling van de wettelijke rente, tot 19 augustus 2009 berekend op een bedrag van € 12,76, en vergoeding van incassokosten tot een bedrag van € 75,00. Voor de grondslag van deze onderdelen van de vordering verwijst Fa-med naar de volgens haar toepasselijke Algemene Voorwaarden en subsidiair voor de wettelijke rente naar artikel 6:119 BW en voor de incassokosten naar artikel 6:96 BW.

Bij antwoord stelt [gedaagde] dat hij met Fa-med een betalingsregeling “wilde” treffen voor een bedrag van € 50,00 per maand. De incassogemachtigde van Fa-med, Credios Incasso, vond dit aanbod volgens [gedaagde] niet acceptabel. Credios Incasso wilde zelf, na inzage in de financiële situatie van [gedaagde], een aflossingsbedrag vaststellen. [gedaagde] heeft dit geweigerd omdat hij een dergelijke methodiek (als voorwaarde) een inbreuk op zijn privacy vindt.

Bij repliek geeft Fa-med een (met producties onderbouwde) uitgebreide beschrijving van de contacten met [gedaagde] om tot een betalingsregeling te komen. Het is volgens Fa-med niet tot een betalingsregeling gekomen, omdat [gedaagde] heeft geweigerd een inkomsten/uitgavenformulier in te vullen. [gedaagde] is derhalve naar de mening van Fa-med verplicht de hoofdsom ineens te voldoen. Niet alleen de buitengerechtelijke, maar ook de gerechtelijke kosten heeft [gedaagde] aan zichzelf te wijten aangezien, zo voert Fa-med aan, [gedaagde] tijdens een laatste telefonisch contact met Credios Incasso heeft verklaard dat hij “de zaak tot een rechtszaak wil laten komen.” Fa-med stelt dat [gedaagde] in ieder geval sinds 15 april 2009 in verzuim is.

In reactie hierop (ook al was dat formeel te laat) heeft [gedaagde] in zijn stellingname volhard en gevraagd om “bekrachtiging van de door mij gestelde betalingsregeling” door de kantonrechter.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of ondeugdelijk weersproken, en mede op basis van de inhoud van in dit opzicht onbetwist gebleven producties staat tussen partijen het navolgende vast.

Dental Clinics Maastricht B.V. heeft (in opdracht en) ten behoeve van [gedaagde] medische (tandheelkundige) behandelingen verricht. Het op grond daarvan door [gedaagde] aan Dental Clinics Maastricht B.V. verschuldigde bedrag van € 361,10 heeft [gedaagde] tot op heden niet betaald. Dental Clinics Maastricht B.V. heeft haar vordering (met bijkomende vorderingen) gecedeerd aan Fa-med (en [gedaagde] is daarvan mededeling gedaan).

[gedaagde] betwist niet dat hij het bedrag van € 361,10 thans en al eerder aan Fa-med verschuldigd is. Dit bedrag zal derhalve worden toegewezen.

Het verweer van [gedaagde] is in wezen gericht op de nevenvorderingen en op de vraag welke partij de kosten van deze procedure dient te dragen. Hij vindt in dat verband dat Fa-med zonder meer genoegen had moeten nemen met zijn aflossingsvoorstel van € 50,00 per maand. Dit standpunt heeft hij herhaald in zijn brief van 26 november 2009.

Dit verweer slaagt in ieder geval niet voor wat betreft de gevorderde wettelijke rente. Uit de door Fa-med bij repliek overgelegde producties blijkt dat [gedaagde] bij twee brieven van 15 april 2009 (betrekking hebbend op twee onbetaald gebleven facturen) in gebreke is gesteld en is gesommeerd om binnen zeven dagen de verschuldigde bedragen tot een totaal van € 361,10 in hoofdsom te voldoen. Aangezien [gedaagde] dat niet heeft gedaan, staat hiermee vast dat hij wettelijke rente verschuldigd is vanaf een verzuimdatum 22 april 2009. Van eerder intreden van verzuim is niet gebleken. Fa-med heeft weliswaar gesteld dat [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd is vanaf 15 april 2009, maar die datum is verder niet onderbouwd. Ook uit Fa-med’s verwijzing naar artikel 4 van “de Fa-med betalingsvoorwaarden” kan, nog daargelaten dat niet is gebleken dat die voorwaarden expliciet bedongen zijn en dus toepassing zouden moeten/kunnen krijgen, niet worden afgeleid dat verzuim al (terstond) op 15 april 2009 is ingetreden.

Eerst op 6 mei 2006 heeft [gedaagde] aan de incassogemachtigde van Fa-med medegedeeld dat hij een betalingsregeling wilde treffen. Vervolgens is er veelvuldig tussen partijen gecorrespondeerd. Uiteindelijk heeft dit niet geleid tot een betalingsregeling omdat, zo staat tussen partijen vast, [gedaagde] niet meer wilde betalen dan € 50,00 per maand en de incassogemachtigde van Fa-med daar niet (zonder meer) akkoord mee is gegaan. [gedaagde] is verzocht inzage te geven in zijn financiële omstandigheden, een verzoek waaraan [gedaagde] wegens op zichzelf begrijpelijke privacyredenen niet heeft willen voldoen.

Op grond van de door de incassogemachtigde verrichte werkzaamheden is de kantonrechter van oordeel dat de gevorderde vergoeding van € 75,00 in dezen toewijsbaar is. Aard en omvang van de werkzaamheden rechtvaardigen redelijkerwijs dit kostenbedrag dat is berekend naar de gebruikelijke forfaitaire maatstaf. Ook ten aanzien van deze post kan het verweer van [gedaagde] niet slagen. Een schuldeiser hoeft immers geen genoegen te nemen met een uitgestelde betaling en evenmin met voldoening in gedeelten, doch kan erop staan dat een op zichzelf opeisbare vordering terstond en ineens wordt voldaan.

Het gaat niet aan dat [gedaagde], die op grond van een (medische behandelings)overeenkomst aan Fa-med een bedrag verschuldigd is, eenzijdig en zonder verder inzage te willen geven in zijn financiële situatie Fa-med een betalingsvoorstel opdringt, terwijl hij op dat moment reeds in verzuim is met betaling van de hoofdsom. Het feit dat Fa-med met dat betalingsvoorstel niet akkoord is gegaan omdat zij het door [gedaagde] voorgestelde bedrag kennelijk te laag heeft gevonden en omdat [gedaagde] geen inzage wenste te geven in zijn financiële gegevens, is dan geen omstandigheid die tot afwijzing van de gevorderde vergoeding van de incassokosten kan leiden. Ook ligt in die omstandigheid geen beletsel om [gedaagde] als de merendeels in het ongelijk gestelde partij te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan Fa-med te betalen een bedrag van € 436,10, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 361,10 vanaf 22 april 2009 tot de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Fa-med tot de datum van dit vonnis begroot op € 289,25, bestaande uit € 120,00 aan salaris gemachtigde,

€ 90,00 aan vastrecht en € 79,25 aan explootkosten.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.