Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK8130

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
04-01-2010
Zaaknummer
345295 CV EXPL 09-3857
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mobiele telefoonabbonnement. Dat de telefoonmaatschappij een overeenkomst ontbindt wegens een betalingsachterstand die haar klant heeft laten oplopen in een voorafgaande, andere overeenkomst, komt voor rekening en risico van de telefoonmaatschappij. Indien de telefoonmaatschappij meende dat haar klant (vaak en/of in te omvangrijke mate) in gebreke bleef ter zake een eerder afgesloten abonnement, dan had zij geen nieuwe overeenkomst met hem moeten aangaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 345295 CV EXPL 09-3857

typ: RK

Vonnis d.d. 16 december 2009

in de zaak van

INVESTING B.V.,

gevestigd te Hilversum,

eisende partij,

verder te noemen: InVesting,

gemachtigde: een onbekend gelaten persoon ten kantore van Vesting Finance Incasso B.V. te Hilversum

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

in persoon procederend.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn achtereenvolgens de navol¬gende proces¬stukken gewisseld:

-exploot van dagvaarding d.d. 12 augustus 2009 met twee, deels meervoudige, producties in fotokopievorm;

-conclusie van antwoord (opgesteld door de grootvader van [gedaagde]);

-conclusie van repliek met twaalf meervoudige producties in fotokopievorm;

-conclusie van dupliek, in dit geval zowel opgesteld als ondertekend door de grootvader van [gedaagde], welke conclusie wel aan [gedaagde] zal worden toegerekend (ondanks het ontbreken van een procesmachtiging ten gunste van de ondertekenaar).

Daarna is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert InVesting de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van een bedrag van € 1.006,55, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 822,95 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening en onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 822,95 hoofdsom (onbetaald gelaten abonnementsgeld plus kosten gebruik telefoon)

€ 33,60 tot 12 augustus 2009 vervallen wettelijke rente

€ 150,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

InVesting stelt ter onderbouwing van haar vordering dat [gedaagde] met KPN B.V. te Den Haag op 4 juli 2006 een abonnementovereenkomst voor mobiele telefoon is aangegaan voor de duur van 24 maanden. Dit abonnement is op verzoek van [gedaagde] op 14 oktober 2008 beëindigd. [gedaagde] heeft de laatste op dit abonnement betrekking hebbende factuur van 15 september 2008 ter hoogte van € 135,39 onbetaald gelaten.

Op 28 oktober 2008 is [gedaagde] met KPN een nieuwe abonnementverhouding aangegaan, ditmaal voor de duur van twaalf maanden. Op dit abonnement (en ook op het vorige) zijn de algemene voorwaarden van KPN van toepassing verklaard. KPN heeft de telefoonaansluiting op 7 november 2008 geblokkeerd wegens een betalingsachterstand. Omdat KPN ‘daarop’ geen betaling heeft ontvangen, heeft zij [gedaagde] (bedoeld zal zijn: de connectie op het net van [gedaagde]) op 16 november 2008 ‘definitief afgesloten’ en de overeenkomst met [gedaagde] ontbonden. De op dit tweede abonnement betrekking hebbende facturen van 13 november 2008 (€ 85,56) en van 25 november 2008 (€ 601,00) heeft [gedaagde] eveneens onbetaald gelaten. Laatstgenoemde factuur heeft betrekking op de resterende abonnementskosten tot het einde van de contractperiode (van het tweede abonnement), waarvoor KPN zich beroept op artikel 2:8 lid 8 van de algemene voorwaarden.

KPN heeft zowel bij het eerste als bij het tweede abonnement een gratis mobiele telefoon aan [gedaagde] verstrekt. De tweede keer was dat een Samsung TouchWiz, waarvan de winkelwaarde ‘al gauw’ € 300,00 à € 400,00 bedraagt.

KPN heeft haar vordering aan InVesting verkocht en gecedeerd.

[gedaagde] erkent zowel het eerste als het tweede abonnement met KPN te zijn aangegaan. Ook betwist [gedaagde] niet dat de door KPN bedoelde algemene voorwaarden op die abonnementen van toepassing zijn en evenmin betwist hij de door InVesting gememoreerde cessie. [gedaagde] stelt voorts dat hij de laatste twee termijnen van het eerste (tweejarige) abonnement onbetaald heeft gelaten. Daarmee staat de verschuldigdheid van het in de factuur van 15 september 2008 genoemde bedrag van € 135,39 in voldoende mate vast, zodat dit deel van de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen.

Ten aanzien van het tweede (eenjarige) abonnement stelt [gedaagde] dat hij met de hem door KPN verstrekt telefoon nooit ook maar één telefoongesprek heeft kunnen voeren, omdat zijn telefoon(aansluiting) terstond werd geblokkeerd. Omdat KPN hem vervolgens wel de volledige contractperiode in rekening bracht, zegt [gedaagde] te hebben besloten om de nog openstaande factuur van het eerste abonnement niet te betalen.

De factuur van 13 november 2008 (productie 4 bij repliek) vermeldt een bedrag aan ‘Verbruikskosten’ van € 0,00, terwijl op het aanvraagformulier voor het tweede abonnement (productie 6 bij repliek) 28 oktober 2008 als gewenste ingangsdatum vermeldt. InVesting stelt dat KPN de telefoonaansluiting pas op 7 november 2008 heeft geblokkeerd. Als die stelling klopt, zou [gedaagde] over de periode 28 oktober 2008 tot 7 november 2008 in het geheel geen gebruik hebben gemaakt van het hem in die periode ter beschikking gestaan hebbende netwerk.

Wat daar ook verder van zij, vaststaat dat de telefoonaansluiting (van het tweede abonnement) reeds geblokkeerd was voordat de eerste op dat abonnement betrekking hebbende factuur werd verzonden. Daarmee staat tevens vast (en zulks blijkt ook uit de overige stellingen van InVesting) dat de reden van die blokkering (en later op 16 november 2008 de ontbinding van de overeenkomst) gelegen is in de betalingsachterstand die betrekking had op het eerste abonnement. Een betalingsachterstand op het tweede abonnement had zich immers nog niet kunnen voordoen.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit artikel 2:8 lid 8 van de algemene voorwaarden (productie 7 bij repliek) niet, althans niet zonder meer, worden geconcludeerd dat ontbinding van een overeenkomst gerechtvaardigd kan worden door een betalingsachterstand die betrekking heeft op een andere overeenkomst (met dezelfde consument). Artikel 2:6 lid 3 van diezelfde algemene voorwaarden (“niet tijdige betaling”) heeft het in datzelfde kader over ‘opschorting van de levering of ontbinding van de desbetreffende overeenkomst’.

Gezien het bovenstaande is door InVesting (dan wel KPN) onvoldoende gemotiveerd gesteld om daaruit te kunnen concluderen dat [gedaagde] ter zake van het tweede abonnement tekort is geschoten in de nakoming van zijn uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Dat KPN díe overeenkomst heeft ontbonden (en met name de financiële gevolgen van die ontbinding), dient voor rekening en risico van InVesting te blijven. Indien KPN meende dat [gedaagde] (vaak en/of in te omvangrijke mate) in gebreke bleef ter zake een eerder afgesloten abonnement, dan had zij geen nieuwe overeenkomst met hem moeten aangaan. Dit deel van de gevorderde hoofdsom zal dan ook worden afgewezen.

Ook de post vervallen rente zal worden afgewezen, nu InVesting niet gesteld heeft met ingang van welke datum [gedaagde] met de betaling van (het toe te wijzen deel van) de hoofdsom in verzuim is. De enkele verwijzing naar een vervaldatum op de betreffende factuur is daartoe onvoldoende, nog daargelaten dat die (eerst bij repliek in het geding gebrachte) factuur (productie 3) niet eens een fatale termijn stelt. Hiermee is onduidelijk gebleven over welke periode en krachtens welke feitelijke en juridische gronden (wettelijke) rente is berekend. Wel is de rente vanaf de dag van dagvaarding toewijsbaar, omdat door de daad van invordering in rechte toen in elk geval verzuim is ingetreden.

De gevorderde vergoeding van incassokosten zal eveneens worden afgewezen. De met zulke (eventuele) kosten samenhangende werkzaamheden zijn immers verricht tijdens een periode waarvan niet vastgesteld kan worden dat gedaagden in verzuim waren. Hieruit volgt dat niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c BW.

Het komt de kantonrechter in het licht van het voorgaande juist voor om de met de procedure gemoeide kosten in het geheel te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan InVesting tegen bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 135,39, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2009 tot aan de dag van algehele voldoening.

Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.