Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK3781

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
19-11-2009
Zaaknummer
331751 CV EXPL 09-1892
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

(slot)factuur mobiele telefonie reeds na twee jaar vernietigd. Dit komt voor rekening en risico van de (gemachtigde van de) telefoonmaatschappij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 331751 CV EXPL 09-1892

typ: RK

Vonnis d.d. 11 november 2009

in de zaak van

INVESTING B.V., als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van Vodafone Libertel B.V. te Maastricht,

gevestigd te Hilversum,

eisende partij,

verder te noemen: InVesting,

gemachtigde: een onbekend gelaten persoon ten kantore van Vesting Finance Incasso B.V.te Hilversum

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. M. Kikken, advocaat te Vaals (toev. 1EP4542).

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn achtereenvolgens de navol¬gende proces¬stukken gewisseld:

-exploot van dagvaarding d.d. 26 maart 2009 met twee, deels meervoudige, producties in fotokopievorm;

-conclusie van antwoord (zonder producties en zonder gegevens omtrent toevoeging);

-conclusie van repliek met vier, deels meervoudige, deels geprinte en deels in fotokopievorm verstrekte producties;

-conclusie van dupliek.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert InVesting de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van een bedrag van € 2.248,28, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.484,10 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening en onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 1.484,10 hoofdsom (onbetaald gelaten facturen voor geleverde mobiele telefoondiensten)

€ 464,28 tot 26 maart 2009 vervallen wettelijke rente

€ 300,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

InVesting stelt ter onderbouwing van haar vordering dat [gedaagde] met Vodafone Libertel B.V. (verder te noemen: Vodafone) een overeenkomst heeft gesloten voor een mobiele telefoonaansluiting. Een kopie van het op [datum] door [gedaagde] ondertekende contract is als productie 3 aan de conclusie van repliek gehecht.

De met het exploot van dagvaarding medebetekende productie 1 bevat een overzicht van vijf facturen die [gedaagde] volgens Vodafone, ondanks meer aanmaningen en sommaties, tot op heden onbetaald heeft gelaten, te weten:

nr: omschrijving datum bedrag betaald totaal

1 [factuurnummer] 11-07-2006 393,09 0,00 393,08

2 [factuurnummer] 11-08-2006 364,03 0,00 364,03

3 [factuurnummer] 12-09-2006 252,70 0,00 252,70

4 [factuurnummer] 11-10-2006 51,91 0,00 51,91

5 [factuurnummer] 2-11-2006 422,38 0,00 422,38.

Vodafone heeft haar vordering aan InVesting verkocht en gecedeerd. De akte van cessie is als productie 2 aan de conclusie van repliek gehecht. De facturen zijn steeds aan het adres gestuurd dat [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst aan Vodafone heeft opgegeven. Dat [gedaagde], naar achteraf is gebleken, minder dan twee maanden na het sluiten van de overeenkomst is verhuisd en ongeveer een jaar later nogmaals is verhuisd en als gevolg daarvan geen facturen heeft ontvangen, dient voor haar rekening te blijven, omdat zij Vodafone nimmer van die verhuizingen in kennis heeft gesteld.

[gedaagde] stelt tot haar verweer dat zij nimmer enige factuur of aanmaning ter zake heeft ontvangen en dat zij haar nieuwe adres telefonisch aan Vodafone heeft medegedeeld. Nu InVesting stelt dat de betreffende facturen niet meer voorhanden zijn, is het voor [gedaagde] onmogelijk om de vordering op juistheid te toetsen. Volgens [gedaagde] heeft InVesting haar vordering onvoldoende onderbouwd door geen (kopieën van) facturen in het geding te brengen.

[gedaagde] betwist echter niet dat zij de onderhavige door InVesting gememoreerde overeenkomst met Vodafone heeft gesloten, zodat het bestaan daarvan vaststaat. [gedaagde] betwist evenmin dat zij gebruik heeft kunnen maken en gebruik heeft gemaakt van het mobiele telefoonnetwerk van Vodafone. Bij dupliek handhaaft [gedaagde] tevens niet langer haar verweer ten aanzien van de door InVesting gestelde cessie van de onderhavige rechten, terwijl de overdracht in ieder geval met het exploot van dagvaarding aan [gedaagde] is medegedeeld. [gedaagde] is derhalve in beginsel gehouden om de uit de onderhavige overeenkomst voortvloeiende en voor haar rekening komende facturen te voldoen.

Ten aanzien van de eerste vier facturen is de kantonrechter van oordeel dat InVesting met het hierboven genoemde met het exploot medebetekende overzicht in voldoende mate aan haar gemotiveerde stelplicht heeft voldaan. De betwisting van een dergelijk met specifieke data en factuurnummers ingevuld overzicht door [gedaagde] acht de kantonrechter ontoereikend. [gedaagde] heeft nagelaten argumenten aan te voeren dan wel stukken in het geding te brengen die ertoe nopen InVesting om een nadere specificatie te dien aanzien te verzoeken. Het enkel stellen dat de vordering bij het ontbreken van de facturen ‘niet op juistheid kan worden getoetst’, is daarvoor onvoldoende, nu de in de facturen genoemde bedragen als zodanig op geen enkele wijze betwist worden. Dat laatste had toch alleszins van [gedaagde] verwacht mogen worden als zij redenen meende te hebben om aan de hand van haar belgedrag in twijfel te trekken dat daarmee de door InVesting opgesomde bedragen (van de eerste vier facturen) gemoeid waren.

Dit ligt anders ten aanzien van de in het overzicht genoemde factuur van 2 november 2006. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat telefoonmaatschappijen (zoals Vodafone) in gevallen waarin een contractant haar/zijn (maandelijkse) betalingsverplichting meermaals niet nakomt, de overeenkomst op grond van een bepaling in de (al dan niet toepasselijke) algemene voorwaarden voortijdig ontbinden, waarbij zij de abonnementskosten over de resterende contractsduur opnemen in de laatste, zogenoemde slotfactuur. Dit laatste wordt (indien dit onderwerp van geschil is in een gerechtelijke procedure) steevast als onredelijk bezwarend aangemerkt, tenzij de telefoonmaatschappij dat onderdeel van de factuur als geleden schade voldoende concreet stelt en onderbouwt en zo nodig (bij betwisting) aantoont.

Het bedrag van de voorlaatste factuur is veel lager dan de drie daaraan voorafgaande facturen. Voorts is de laatste factuur gedateerd op het begin van de maand (november) en zijn alle voorgaande facturen gedateerd op de elfde of de twaalfde van de maand, terwijl het bedrag van die laatste factuur weer veel hoger is dan het bedrag van de voorlaatste factuur. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de factuur van 2 november 2006 een zogenoemde slotfactuur is als hierboven bedoeld, met daarin begrepen de abonnementskosten over de resterende oorspronkelijke contractstermijn.

InVesting heeft in het geheel niets gesteld over de wijze waarop het op die factuur genoemde bedrag is samengesteld en heeft evenmin een specifiek bewijsaanbod dienaangaande gedaan.

Daar komt nog bij dat InVesting in haar repliek heeft vermeld dat de facturen niet meer voorhanden zijn omdat alle facturen ouder dan twee jaar worden vernietigd, zodat een bewijsopdracht op dit punt hoe dan ook geen zin zou hebben. Dit laatste komt geheel voor rekening van InVesting, zeker nu zij nalaat zelfs maar in te gaan op de samenstelling en/of verantwoording van de factuur in kwestie.

Bezien in het licht van het voorgaande, is de kantonrechter van oordeel dat InVesting ten aanzien van de factuur van 2 november 2006 onvoldoende heeft voldaan aan haar gemotiveerde stelplicht, zodat dit bestanddeel van de gevorderde hoofdsom zal worden afgewezen.

Van de gevorderde hoofdsom zal derhalve € 1.061,72 (€ 1.484,10 - € 422,38) worden toegewezen.

De post vervallen rente zal worden afgewezen, nu InVesting niet heeft gesteld met ingang van welke datum (data) [gedaagde] met de betaling van de facturen in verzuim is. Hiermee is onduidelijk gebleven over welke periode(n) en krachtens welke feitelijke en juridische gronden (wettelijke) rente is berekend. Wel is de rente vanaf de dag van dagvaarding toewijsbaar, omdat die daad van vervolging toen in elk geval verzuim heeft doen intreden.

De gevorderde vergoeding van incassokosten zal eveneens worden afgewezen. De met zulke kosten samenhangende werkzaamheden zijn immers verricht tijdens een periode waarvan niet vastgesteld kan worden dat [gedaagde] in verzuim was. Hieruit volgt dat niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c BW. Bovendien is het in het licht van de tussentijdse verhuizing(en) van [gedaagde] alleszins de vraag of InVesting [gedaagde] wel op het juiste adres heeft benaderd bij haar incassopogingen en of zij daartoe (tijdig) passende recherchewerkzaamheden heeft verricht (navraag GBA met name).

Zowel wegens de gedeeltelijke afwijzing van de vordering, als in verband met de magere wijze waarop InVesting haar vordering heeft gepresenteerd (kunnen presenteren) omdat zij de onderliggende facturen heeft vernietigd, acht de kantonrechter termen aanwezig om de met de procedure gemoeide kosten in het geheel te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan Investing tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van

€ 1.061,72, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening.

Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.