Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK1640

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
09-11-2009
Zaaknummer
328718 CV EXPL 09-1450
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering betreffende niet-betaalde telecommunicatiediensten.

Gevorderde abonnements- en verbruikskosten worden toegewezen, omdat KPN voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat Nelissen deze kosten verschuldigd is. De gevorderde "afkoopsom" (op grond van de algemene voorwaarden) zal niet worden toegewezen. Niet is gebleken dat de overeenkomst is ontbonden of beëindigd (conform de algemene voorwaarden óf conform de wet), zodat Nelissen geen "afkoopsom" is verschuldigd aan KPN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 328718 CV EXPL 09-1450

typ: MO

vonnis van 21 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPN B.V.,

als rechtsopvolgster onder algemene titel van de besloten vennootschap KPN MOBILE THE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Den Haag en kantoorhoudend te Groningen,

eisende partij,

hierna te noemen: KPN,

gemachtigde: mr. I.P.C. Seij, werkzaam bij Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. N.R. Heilhof, advocaat te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

KPN heeft bij dagvaarding van 4 maart 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

[gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

KPN heeft daarop voor repliek geconcludeerd onder toevoeging van twee (deels meervoudige) producties.

[gedaagde] heeft vervolgens een conclusie van dupliek genomen.

Hierna is uitspraak bepaald.

MOTIVERING

a. de vordering

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert KPN de veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 660,38, vermeerderd met de wettelijke rente over € 502,86 vanaf 4 maart 2009 tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [gedaagde] in de kosten van het geding.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 502,86 hoofdsom (niet-betaalde facturen plus schadevergoeding)

€ 7,52 vervallen wettelijke rente

€ 150,00 (vergoeding van) buitengerechtelijke kosten.

b. het geschil

KPN baseert haar vordering allereerst op de stelling dat zij met [gedaagde] een overeenkomst is aangegaan ter zake het gebruik van telecommunicatiediensten. Door het ondertekenen van de overeenkomst heeft [gedaagde] zich akkoord verklaard met de toepasselijkheid van de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.”. (Een exemplaar van) deze algemene voorwaarden heeft zij bij of voorafgaand aan het sluiten van het contract ontvangen. KPN vordert vergoeding van niet-betaalde abonnementsgelden en verbruikskosten, alsmede – op grond van de algemene voorwaarden – de “afkoopsom” wegens het voortijdig beëindigen van de overeenkomst door opzegging van deze overeenkomst dan wel door in betalingsverzuim te geraken. Omdat betaling van de in totaal verschuldigde hoofdsom ad € 502,86 uitbleef, heeft KPN [gedaagde] op 28 november 2008, op 4, 12, 15, 22 en 29 december 2008, en op 5 en 6 januari 2009 aangemaand en/of gesommeerd. Wegens deze werkzaamheden vordert KPN vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

[gedaagde] erkent bij antwoord dat zij een overeenkomst met KPN is aangegaan ter zake het gebruik van telecommunicatiediensten. [gedaagde] ontkent niet dat zij de door KPN gestuurde facturen heeft ontvangen, maar verklaart dat zij – wegens ernstige financiële problemen – de maandelijkse kosten niet aan KPN kon voldoen. Na enkele maanden kon [gedaagde] geen gebruik meer maken van haar mobiele telefoonaansluiting, omdat KPN haar verplichtingen had opgeschort dan wel de overeenkomst had ontbonden. [gedaagde] ontkent dat zij voor, tijdens of na het sluiten van de overeenkomst de bedoelde algemene voorwaarden heeft ontvangen. Primair betoogt [gedaagde] dat zij niet gebonden is aan de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” en het hierin opgenomen beding betreffende een “afkoopsom”, omdat “er geen sprake is van aanbod en aanvaarding”. Subsidiair stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” vernietigbaar zijn ex artikel 6:233 aanhef en onder b BW, omdat de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” haar niet ter hand zijn gesteld. Meer subsidiair voert [gedaagde] aan dat het beding betreffende de “afkoopsom” onredelijk bezwarend is.

In voortgezet debat legt KPN een fotokopie van de door [gedaagde] ondertekende “overeenkomst” over (in werkelijkheid een aanvraagformulier dat alleen de handtekening van [gedaagde] bevat en ook overigens eenzijdig geformuleerd is). Door de ondertekening heeft [gedaagde] volgens KPN verklaard de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” te hebben ontvangen en hiermee in te stemmen. In het stuk wordt tevens verwezen naar extra mogelijkheden voor het opvragen van de algemene voorwaarden (via www.kpn.com dan wel via telefonische aanvraag). KPN voert aan dat zowel het primaire als het subsidiaire verweer van [gedaagde] verworpen dient te worden. KPN begroot haar schade op circa

€ 350,00 exclusief btw. Deze schade is gebaseerd op de vergoeding van € 200,00 tot

€ 250,00 die KPN is verschuldigd aan de winkel die heeft bemiddeld bij het sluiten van de overeenkomst en op de schade die KPN lijdt doordat zij bij aanvang van de overeenkomst een ‘gratis’ mobiele telefoon heeft geleverd. KPN concludeert op die grond tot verwerping van het meer subsidiaire verweer van [gedaagde].

[gedaagde] stelt dat zij nimmer een ingebrekestelling of een bericht omtrent de ontbinding van de overeenkomst heeft ontvangen. [gedaagde] verklaart dat zij bereid is om in contact te treden met KPN over de betaling van achterstallige facturen, maar stelt dat er geen gronden zijn voor toewijzing van een (niet opeisbare) vordering van € 87,75, die gebaseerd is op facturen “waarna” (bedoeld zal zijn: waarnaar) bij repliek wordt verwezen. [gedaagde] handhaaft haar stelling dat de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” niet ter hand zijn gesteld; de enkele vermelding onderaan het door [gedaagde] ondertekende stuk dat zij instemt met dergelijke voorwaarden en dat zij verklaart deze voorwaarden te hebben ontvangen, acht [gedaagde] onvoldoende om aan te nemen dat de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” daadwerkelijk ter hand zijn gesteld. [gedaagde] handhaaft eveneens haar subsidiaire verweer dat het beding omtrent de “afkoopsom” in de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” onredelijk bezwarend is.

c. de beoordeling

In voldoende mate is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst betreffende het gebruik van de telecommunicatiediensten van KPN tot stand is gekomen op basis van aanbod en aanvaarding van een contractsinhoud die in een zogeheten aanvraagformulier tot uitdrukking is gebracht. Vaststaat ook dat [gedaagde] enkele facturen niet heeft betaald. KPN vordert in hoofdsom een bedrag van € 502,86.

KPN vordert blijkens het gestelde bij exploot en de specificatie bij repliek ten aanzien van het deel van de hoofdsom dat ziet op abonnements- en verbruikskosten een bedrag van

€ 89,27 (zijnde € 67,00 en € 8,02 vermeerderd met de btw). Dit deel van de vordering in hoofdsom zal worden toegewezen, omdat KPN deze deelvordering bij repliek voldoende heeft onderbouwd en omdat [gedaagde] het bestaan van achterstanden in de betaling van de facturen niet heeft betwist. Aan de blote stelling van [gedaagde] dat er “geen gronden zijn voor toewijzing van een (niet-opeisbare) vordering” wordt voorbijgegaan, nu KPN de vorderingen met de inhoudelijk niet-betwiste facturen voldoende heeft gespecificeerd, uit de specificatie blijkt op welke datum de desbetreffende bedragen moesten zijn voldaan en [gedaagde] zelfs niet betwist de originelen al veel eerder (op tijd) te hebben ontvangen. Omdat deze data al hoog en breed zijn verstreken, zijn de vorderingen van KPN wel degelijk opeisbaar. De kantonrechter ziet in het licht van het voorgaande dan ook niet in waarom de onderhavige deelvordering zou moeten worden afgewezen. [gedaagde] heeft zulks ook niet verder inzichtelijk gemaakt of toegelicht.

Wat betreft de gevorderde hoofdsom resteert dan ter beoordeling nog een bedrag van

€ 413,58. KPN voert aan dat dit deel van de vordering ziet op een component “afkoopsom”, die door de ontbinding van de overeenkomst op de voet van het bepaalde in artikel 2 lid 8 van de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” gevorderd wordt. Op het door [gedaagde] ondertekende formulier is expliciet opgenomen dat de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” van toepassing zijn op de aanvraag en de tot stand te brengen overeenkomst. De stelling van [gedaagde] dat ‘de enkele vermelding onderaan de overeenkomst, dat [gedaagde] verklaart de betreffende voorwaarden te hebben ontvangen en hiermee instemt en dat een exemplaar kan worden gedownload’ in haar visie ‘onvoldoende’ is om aan te nemen dat de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” ter hand zijn gesteld, is onbegrijpelijk en feitelijk onjuist. Door de ondertekening van de overeenkomst heeft [gedaagde] immers expliciet verklaard dat zij de betreffende voorwaarden heeft ontvangen en dat zij met deze voorwaarden instemt. De “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” zijn dan ook van toepassing op de uiteindelijk tot stand gekomen overeenkomst. [gedaagde] heeft geen bijzondere feiten en omstandigheden gesteld (en zo nodig bewezen of te bewijzen aangeboden) die erop zouden kunnen duiden dat zij in afwijking van de ondertekende verklaring de voorwaarden niet terstond in handen heeft gekregen.

Partijen lijken het erover eens te zijn (althans door [gedaagde] wordt niet betwist) dat artikel 2 lid 8 van de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” bepaalt (KPN heeft de algemene voorwaarden niet in rechte ingebracht, zodat de kantonrechter een en ander niet kan controleren) dat de abonnementhouder een “afkoopsom” verschuldigd is bij het voortijdig beëindigen van de overeenkomst. KPN voegt hier nog aan toe dat de overeenkomst beëindigd wordt ‘door deze dan wel voortijdig op te zeggen dan wel door in verzuim van betaling te geraken’. In casu is echter niet komen vast te staan dat de overeenkomst beëindigd is. KPN heeft immers nagelaten te onderbouwen op welke datum en hoe respectievelijk op welke (juridische) grond de overeenkomst is beëindigd.

Waar KPN haar stelling dat de overeenkomst beëindigd is, baseert op de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.”, heeft het volgende te gelden. KPN heeft nagelaten een afschrift van deze algemene voorwaarden over te leggen, zodat niet kan worden beoordeeld of de beëindiging van de overeenkomst conform enige bepaling in de “Algemene Voorwaarden van KPN B.V.” is geschiedt. Voor zover al moet worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van KPN dat het voortijdig beëindigen van de overeenkomst wordt veroorzaakt ‘door deze dan wel voortijdig op te zeggen, dan wel door in verzuim van betaling te geraken’, is voor deze zaak nog steeds niet vast te stellen of en hoe de overeenkomst met [gedaagde] ten einde gekomen is; en wel simpelweg omdat KPN volledig in het midden laat of, wanneer en hoe is opgezegd dan wel buitengerechtelijk ontbonden en per welke concrete datum zij betalingsverzuim aanneemt krachtens welke verzuimgrond. KPN heeft immers niet voldoende aannemelijk gemaakt dat en wanneer deze overeenkomst is opgezegd of ontbonden en wie deze opzegging (ontbinding) heeft geïnitieerd. Ook heeft KPN niet (expliciet) gesteld dat [gedaagde] in ‘verzuim van betaling’ is geraakt. KPN heeft weliswaar aangevoerd dat zij [gedaagde] op 28 november 2008, 4 december 2008, 15 december 2008, 29 december 2008 en 6 januari 2009 schriftelijk heeft aangemaand en/of gesommeerd, maar KPN heeft nagelaten te vermelden dat, wanneer en op welke grond [gedaagde] (daardoor) in verzuim is geraakt. Verder is gesteld noch gebleken dat op enige datum van rechtswege verzuim is ingetreden.

Indien KPN stelt dat de overeenkomst met een beroep op artikel 6:265 BW is beëindigd (ontbonden), gaat zij voorbij aan het feit dat zij – zoals hierboven weergegeven – heeft nagelaten te stellen en te onderbouwen dat [gedaagde] (al dan niet van rechtswege) in verzuim was met het betalen van de aanvankelijke hoofdsom, laat staan dat zij expliciet heeft vermeld dat zij [gedaagde] een schriftelijke verklaring omtrent de beëindiging van de overeenkomst heeft gezonden. Derhalve is niet komen vast te staan dat de onderhavige overeenkomst op deze rechtsgrond is ontbonden of beëindigd.

Nu niet in rechte is komen vast te staan dat, hoe en wanneer de onderhavige overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd, is niet voldaan aan de voorwaarde(n) waaronder KPN een vordering tot betaling van een “afkoopsom” meent te kunnen instellen. De vordering in hoofdsom die ziet op het onderdeel “afkoopsom” wordt dan ook afgewezen. Een andere basis dan het thans verworpen beroep op artikel 2 lid 8 van haar algemene voorwaarden heeft KPN immers aan dit gedeelte van de vordering niet gegeven. De kantonrechter komt niet toe aan een beoordeling omtrent het al dan niet onredelijk bezwarende karakter van het beding waar KPN deze deelvordering op baseert.

De vordering tot vergoeding van vervallen rente zal gezien het voorgaande eveneens worden afgewezen. Doordat KPN niet (expliciet) heeft gesteld met ingang van welke datum [gedaagde] met betaling van de hoofdsom in verzuim was, is onduidelijk gebleven over welke periode en krachtens welke feitelijke en juridische gronden rente is berekend. Wel is de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding toewijsbaar, omdat [gedaagde] in ieder geval vanaf die datum in verzuim was door het ingebrekestellende effect van het betekenen van het dagvaardingsexploot.

Ook de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal in verband hiermee worden afgewezen. De met die kosten samenhangende werkzaamheden zijn immers verricht tijdens een periode waarvan niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] in verzuim was. Hieruit volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de gestelde activiteiten hebben geleid tot (naar noodzaak en omvang) redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c BW. Ten overvloede wordt opgemerkt dat er ook andere redenen zijn om dit onderdeel van de vordering af te wijzen. KPN heeft immers omtrent de aan de procedure voorafgegane incasso(pogingen) onvoldoende (gespecificeerd en gemotiveerd) gesteld om daaruit te kunnen concluderen dat werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan. Daarmee is niet komen vast te staan dat de door eisende partij bedoelde werkzaamheden en kosten verder strekten dan de verrichtingen en kosten waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv. een voorziening geven.

Zowel wegens de afwijzing van een groot deel van de vordering, als in verband met de (zeker bij exploot) magere wijze waarop KPN haar vordering heeft gepresenteerd en onderbouwd, acht de kantonrechter termen aanwezig om de met de procedure gemoeide kosten in het geheel te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan KPN tegen bewijs van kwijting een bedrag te voldoen

€ 89,27, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2009 tot aan de dag van algehele voldoening.

Compenseert de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.