Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK1295

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
09-11-2009
Zaaknummer
345100 EJ EXPL 09-3313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het onderhavige geval heeft de kantonrechter, ondanks het feit dat geen verweer is gevoerd, het handelen van de zijde van werkgever uitgebreid beschreven om te benadrukken dat werkgever op zorgvuldige wijze heeft gehandeld. Een ontbinding was niet te voorkomen in deze voor beide partijen zeer vervelende zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0837

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 345100 EJ VERZ 09-3313

typ: LE

Beschikking van 15 oktober 2009

in de zaak van

STICHTING SEVAGRAM ZORGCENTRA,

gevestigd te 6419 PB Heerlen, Henri Dunantstraat 3,

verzoekende partij,

verder ook te noemen: Sevagram,

gemachtigde: mr. S.J.W.M. Vonken, advocaat te Heerlen

tegen

[verweerster],

wonend te [adres],

verwerende partij,

verder ook te noemen: [verweerster].

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door Sevagram is een verzoekschrift met bijlagen (ingekomen ter griffie op 19 augustus 2009) ingediend.

Sevagram is verschenen en heeft het woord gedaan ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 17 september 2009. Naar aanleiding van het feit dat [verweerster] niet was verschenen, is de behandeling aangehouden. Afgesproken is dat [verweerster] door Sevagram bij exploot zou worden opgeroepen voor een vervolgzitting op een nader te bepalen datum en dat daarvoor de adresgegevens zouden worden gebruikt zoals die bij GBA-navraag op

16 september 2009 waren verkregen (overeenstemmend met de hiervoor vermelde gegevens).

Sevagram is wederom gehoord ter gelegenheid van de nadere mondelinge behandeling van 15 oktober 2009. Sevagram heeft bij die gelegenheid een exploot van oproeping van

28 september 2009 overgelegd, waarbij de relevante stukken zijn meebetekend.

[verweerster] is zelf niet ter zitting verschenen en heeft zich evenmin doen vertegenwoordigen. Van haar is geen schriftelijk verweer bekend.

Door de griffier is aantekening gehouden van hetgeen tijdens beide voormelde zittingen aan de orde is gekomen.

De beschikking is bepaald op heden.

MOTIVERING VAN DE BESLISSING

Nu [verweerster] niet ter zitting is verschenen en evenmin schriftelijk heeft gereageerd op het verzoek, dient de kantonrechter na te gaan of [verweerster] behoorlijk is opgeroepen. Door de griffier is [verweerster] zowel per aangetekende brief van 20 augustus 2009 als per gewone post van

20 augustus 2009 op het adres [adres] opgeroepen voor de zitting van 17 september 2009. De aangetekende brief is door de griffier op 16 september 2009 retour ontvangen met het opschrift “niet afgehaald”. Door de griffier is vervolgens in de gemeentelijke basisadministratie het adres van [verweerster] geverifieerd. Uit deze verificatie blijkt dat [verweerster] staat ingeschreven aan het adres [adres].

Sevagram heeft, nadat [verweerster] niet was verschenen ter zitting van 17 september 2009, een exploot van oproeping laten uitbrengen. Hieruit blijkt dat het verzoekschrift aan [verweerster] is betekend en dat [verweerster] is opgeroepen om op 15 oktober 2009 te 13.30 uur ter zitting van de Rechtbank Maastricht, Sector Kanton, te verschijnen.

Naar het oordeel van de kantonrechter is [verweerster] behoorlijk opgeroepen, ook al heeft betekening niet in persoon plaatsgevonden.

Vaststaat dat [verweerster] (60 jaar oud) op 1 januari 2001 krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Sevagram in dienst is getreden in de functie van verpleegkundige tegen een loon van € 1.405,17 bruto, exclusief vakantiebijslag en eindejaarsuitkering. Op de arbeidsovereenkomst is de collectieve arbeidsovereenkomst voor Verpleeg- en Verzorgingshuizen van toepassing.

Sevagram verzoekt de tussen haar en [verweerster] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande in zodanige veranderingen in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve zo snel mogelijk dient te eindigen.

Ter staving van haar verzoek voert Sevagram aan dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie veroorzaakt door het disfunctioneren van [verweerster]. Bovendien weigert [verweerster] mee te werken aan haar re-integratie.

Aanvankelijk heeft [verweerster] naar volle tevredenheid van Sevagram gewerkt in de vestiging “Valkenheim”. In 2007 zijn op enig moment door de leidinggevende van [verweerster] kritische kanttekeningen gemaakt bij het functioneren van [verweerster]. Op 10 juni 2007 heeft zich vervolgens een incident voorgedaan dat door de zorgmanager van Valkenheim is vastgelegd. Op de betreffende dag vertoonde [verweerster] merkwaardig en verontrustend gedrag dat uiteindelijk ertoe heeft geleid dat de crisisdienst van het RIAGG is ingeschakeld en dat [verweerster] gedwongen is opgenomen. [verweerster] is vervolgens geruime tijd opgenomen geweest in Vijverdal.

Per 2 april 2008 is [verweerster] voor 50% arbeidsgeschikt geacht en in mei 2008 heeft zij haar werkzaamheden in de vestiging “Oosterbeemd” (eerst gedeeltelijk) hervat.

Reeds begin juli 2008 zijn door de teamleider kanttekeningen gemaakt bij het functioneren van [verweerster] met betrekking tot werktempo, collegiaal overleg, attitude, de “grote mond” van [verweerster], veroorzaken van onrust bij bewoners en rigide houding bij het schuiven met dienstroosters. Naar aanleiding van de geventileerde kritiek is er met [verweerster] gesproken en geconcludeerd dat zij te weinig “zelfreflectie” toonde.

In juli 2008 is [verweerster] naar aanleiding van zowel haar houding ten opzichte van collega’s als haar gedrag tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden gedurende een week met behoud van loon op non-actief gesteld. Sevagram heeft [verweerster] op haar gedrag aangesproken, maar zij heeft een en ander glashard ontkend.

Tijdens de non-actiefstelling van [verweerster] (van 22 tot 29 juli 2008) heeft Sevagram zich beraden op verder te nemen stappen, hetgeen heeft geresulteerd in de ziekmelding van [verweerster] door haar werkgever aansluitend op de periode van non-actiefstelling. Sevagram achtte [verweerster] niet in staat tot het verrichten van haar werkzaamheden als verpleegkundige of tot het verrichten van andere, aangepaste werkzaamheden.

Tijdens een bezoek aan de bedrijfsarts op 5 augustus 2008 heeft [verweerster] uitgesproken dat zij niet begreep waarom zij ziek is gemeld. Zij voelde zich niet ziek en meende dat zij “gewoon” kon beginnen met werken. Sevagram heeft geprobeerd om met [verweerster] te bespreken hoe om te gaan met haar arbeidsongeschiktheid, maar enige communicatie over dit onderwerp is onmogelijk gebleken.

Vervolgens heeft Sevagram bij het UWV een deskundigenoordeel gevraagd betreffende de mate van arbeidsongeschiktheid van [verweerster]. Het UWV heeft op 23 oktober 2008 geoordeeld dat [verweerster] haar eigen werk op 29 juli 2008 niet kon doen. De bedrijfsarts heeft [verweerster], mede naar aanleiding van het feit dat ook het UWV van mening was dat zij arbeidsongeschikt was, gewezen op haar verplichting mee te werken aan herstel en op mogelijke consequenties bij een weigerachtige houding.

Op 26 november 2008 heeft [verweerster] de bedrijfsarts tijdens het spreekuur verzocht om haar gezond te melden. Hierop heeft de bedrijfsarts geantwoord dat er onvoldoende onderbouwing was om [verweerster] arbeidsgeschikt te achten en dat derhalve onderzoek door een psychiater nodig was. [verweerster] is onderzocht door psychiater Moonen van Psychologenbureau LavOri. Eind april 2009 is duidelijk geworden dat [verweerster] zich niet kon vinden in de interpretatie van gegevens zoals deze door LavOri is opgesteld in een rapport. [verweerster] ontzegde LavOri het recht de bevindingen van het rapport aan Sevagram en/of aan de bedrijfarts te doen toekomen, waardoor een oordeel over de arbeids(on)geschiktheid van [verweerster] door de bedrijfsarts onmogelijk is geworden.

Uiteindelijk heeft Sevagram het onderhavige ontbindingsverzoek ingediend.

De kantonrechter overweegt het navolgende.

[verweerster] is, hoewel zij behoorlijk is opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Evenmin is door haar schriftelijk gereageerd. Hieruit moet worden afgeleid dat [verweerster] zich niet wenst te verzetten tegen het verzoek.

Gelet hierop en op hetgeen door Sevagram in de stukken is vermeld en tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, kan aanstonds worden vastgesteld dat er thans geen enkele basis meer bestaat om de samenwerking tussen Sevagram en [verweerster] in het kader van een arbeidsovereenkomst voort te zetten. Deze omstandigheid acht de kantonrechter gewichtig genoeg om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en wel met ingang van

16 oktober 2009. Voor toekenning van een vergoeding aan [verweerster] ten laste van Sevagram bestaat in het licht van de aangevoerde en niet bestreden feiten geen grond.

De kantonrechter acht termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

BESLISSING

Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 16 oktober 2009.

Compenseert de kosten van deze procedure aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en door deze en mr. L. Eroktay, griffier, getekend.