Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0621

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
351330 BR VERZ 78-09
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststellen vereffeningskosten.

Baten nalatenschap gering en lager dan reeds gemaakte vereffeningskosten.

Opheffing vereffening.

Geen verplichting tot publicatie opheffing in Staatscourant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 351330 BR VERZ 78-09

typ: RW

beschikking van 13 oktober 2009

op een verzoek van

[verzoeker],

wonend te [adres],

verzoekende partij,

hierna te noemen [verzoeker].

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 9 oktober 2009 is een verzoekschrift met bijlagen ingekomen.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

MOTIVERING

Uit het verzoekschrift en de bijlagen blijkt het volgende.

Op 12 februari 2009 is te [woonplaats] overleden [erflater] (hierna: de erflater).

De laatste woonplaats van de erflater was [woonplaats].

De erflater heeft geen testament opgemaakt. [verzoeker], zoon van de erflater, is de enige afstammeling van de erflater. [verzoeker] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard op 9 april 2009. [verzoeker] heeft een voorlopige beschrijving van de nalatenschap overgelegd. Omdat de schulden van de nalatenschap de baten overtreffen, verzoekt hij om opheffing van de vereffening conform artikel 4:209 BW.

Uit de door [verzoeker] overgelegde boedelbeschrijvingen blijkt dat de schulden van de nalatenschap € 6.418,29 bedragen. De baten bedragen € 2.605,11 (inclusief € 2.500,00 uitkering van de uitvaartverzekering). Verder voert [verzoeker] aan kosten van de nalatenschap een bedrag van € 5.383,40 (waaronder de kosten van crematie ad € 4.758,60) op. [verzoeker] licht toe dat “de waarde van de bezittingen” van zijn overleden vader is getaxeerd (door [taxateur], lid van de Federatie van Taxateurs Makelaars en Veilinghouders in roerende zaken) op € 1.225,00. Omdat het hem niet is gelukt deze zaken te gelde te maken, heeft hij ze uiteindelijk tegen betaling van een bedrag van € 175,00 laten ophalen door een kringloopwinkel.

Dat de schulden van de nalatenschap de baten overtreffen, is op zichzelf genomen onvoldoende reden om het verzoek toe te wijzen. Juist in een dergelijke situatie dient namelijk het belang van de schuldeisers in het oog te worden gehouden. De baten van de nalatenschap (na aftrek van de uitkering van de uitvaartverzekering) zijn evenwel zeer gering, namelijk € 105,11. Bovendien overtreffen de vereffeningkosten, waarover hierna meer, deze baten. Gelet hierop geeft de geringe waarde van de baten voldoende aanleiding om opheffing van de vereffening te bevelen.

Op grond van artikel 4:209 lid 2 BW stelt de kantonrechter de reeds gemaakte vereffeningskosten vast en brengt deze ten laste van de boedel. De reeds gemaakte vereffeningskosten worden vastgesteld op € 427,80, bestaande uit de kosten van vastrecht van € 110,00 (verbonden aan de indiening van het onderhavige verzoek), de voor de taxatie in rekening gebrachte kosten ad € 142,80 en de verwijderingskosten van € 175,00.

Publicatie van de opheffing van de vereffening van de nalatenschap in de Staatscourant kan gezien de daarmee gepaard gaande hoge kosten achterwege blijven. Daarbij is tevens in aanmerking genomen dat de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap evenmin in de Staatscourant is gepubliceerd.

De griffier zal op grond van het bepaalde in artikel 4:209 lid 4 BW in verbinding met artikel 4:206 lid 6 BW deze beslissing tot opheffing in het boedelregister doen inschrijven.

BESLISSING

Beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van [erflater].

Verstaat dat de opheffing van de vereffening van deze nalatenschap niet hoeft te worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Stelt de reeds gemaakte vereffeningskosten vast op € 427,80 en brengt dit bedrag ten laste van de boedel.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.