Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0182

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
325772 CV EXPL 09-987
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BP4005, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering energieleverancier wegens geleverde, maar niet-geregistreerde elektriciteit (i.v.m. een hennepkwekerij). Omvang van het energieverbruik dient te worden geschat. De onzekerheid die inherent is aan het schatten van het energieverbruik dient voor rekening van gedaagde te komen, nu deze onzekerheid rechtstreeks het gevolg is van diens illegale handelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 325772 CV EXPL 09-987

typ: MO

vonnis van 12 augustus 2009

in de zaak van

ENEXIS B.V., voorheen genaamd ESSENT NETWERK B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te ’s-Hertogenbosch,

eisende partij,

hierna te noemen: Essent,

gemachtigde: mr. G.E.M.C. Reinartz, advocaat te Eindhoven,

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. J.J.H.S. Thomassen, advocaat te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Essent heeft bij dagvaarding van 11 februari 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde] en heeft zich daarvoor mede beroepen op aan het exploot van dagvaarding gehechte bijlagen.

[gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

Essent heeft daarop voor repliek geconcludeerd onder toevoeging van een extra bijlage.

Essent heeft vervolgens voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op vandaag is gesteld.

MOTIVERING

a. de vordering

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Essent de veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 2.134,24, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 10 oktober 2005 tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [gedaagde] in de kosten van het geding.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 1.500,79 kosten berekend energieverbruik

€ 147,00 kosten ongedaanmaken illegale “verzwaring”

€ 191,45 administratiekosten

€ 150,00 kosten afsluiting (binnen)

€ 57,00 kosten werkzaamheden monteur

€ 88,00 kosten werkzaamheden fraude-inspecteur.

b. het geschil

Ter onderbouwing van haar vordering heeft Essent het volgende aangevoerd. Essent is met [gedaagde] een overeenkomst tot het transporteren van elektriciteit aangegaan. Op 10 oktober 2008 is een nog in gebruik zijnde hennepkwekerij aangetroffen aan de [adres], het adres dat door [gedaagde] bij Essent was aangemeld. Uit onderzoek is gebleken dat de benodigde elektriciteit voor de apparatuur van de kwekerij werd verkregen door een illegale aftakking op de aansluitkamer vóór de kWh-meter. Daarnaast is gebleken dat de originele verzekering van de aansluitkast / het klemmendeksel van de kast van de hoofdzekering was verbroken en dat de geplaatste hoofdzekeringen illegaal waren vervangen door zwaardere hoofdzekeringen. Essent trekt hieruit de conclusie dat de elektriciteitsmeter het elektriciteitsverbruik van de hennepkwekerij niet heeft geregistreerd. Ook is een inventarisatie gemaakt van de in de hennepkwekerij op het elektriciteitsnet aangesloten apparatuur en het vermogen hiervan. Essent heeft, doordat de gebruikte hoeveelheid elektriciteit niet gemeten kon worden, naar redelijkheid berekend welke omvang het verbruik van de elektriciteit heeft gehad. Op basis van de aangetroffen hennepplanten gaat Essent ervan uit dat deze hennepkwekerij ten tijde van de ontdekking (minimaal) reeds zeven weken in gebruik was. Essent vermoedt dat er geen eerdere kweek heeft plaatsgevonden. Essent schat dat de hoeveelheid elektriciteit die met de hennepkwekerij gemoeid was, in totaal 17.203,200 kWh bedraagt. Ten tijde van de ontdekking van de fraude bedroeg het geldende kWh-tarief € 0,08724. Essent becijfert de door haar geleden schade ter zake afgenomen en niet-geregistreerde (althans niet meer afleesbare) elektriciteit derhalve op € 1.500,79 exclusief btw en energiebelasting. Voor de gevorderde vergoeding van kosten van ongedaanmaken van de illegale verzwaring, administratiekosten, afsluiting van de elektriciteit (binnen) en door de monteur en de fraude-inspecteur verrichte werkzaamheden verwijst Essent naar desbetreffende pagina’s uit het tarievenboek (“Tarievenoverzicht 2005”).

[gedaagde] erkent dat hij verantwoordelijk is voor de aanleg van de aangetroffen hennepkwekerij. Hij betwist niet dat hij verantwoordelijk is voor de diefstal van energie. [gedaagde] betwist wel dat de in zijn woonwagen aangetroffen hennepplanten zeven weken oud waren. Volgens hem waren de planten maximaal vijf weken oud. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Essent niet, laat staan deugdelijk, heeft gemotiveerd dat de aangetroffen hennepplanten zeven weken oud waren. Ook betwist [gedaagde] dat alle in de woonwagen aangetroffen lampen en kachels op het net waren aangesloten. Zo waren er volgens [gedaagde] minimaal vijf reservelampen. Verder ontkent [gedaagde] dat de in een ruimte aangetroffen kachels op het net aangesloten waren. Volgens hem stonden in de andere ruimte geen kachels. [gedaagde] is derhalve van mening dat het energieverbruik moet worden herberekend. Daarnaast betwist [gedaagde] dat Essent haar vordering kan gronden op het leveranciersmodel, omdat [gedaagde] niet met dat model heeft ingestemd en omdat – samengevat – de in dit model genoemde tarieven een winstcomponent bevatten. [gedaagde] betwist verder de noodzaak van inzet van een fraude-inspecteur en stelt zich op het standpunt dat de kosten van diens werkzaamheden geen redelijke kosten ter vaststelling van de schade zijn. Op dezelfde grond betwist [gedaagde] de posten “administratiekosten” en “afsluitkosten (binnen)”. [gedaagde] is van mening dat Essent de kostprijs van het ingezette personeel moet verantwoorden aan de hand van werkzaamheden en tijdbestek teneinde te kunnen bepalen welke de daadwerkelijk door Essent geleden schade is.

Bij conclusie van repliek persisteert Essent bij haar standpunt dat de hennepplanten zeven weken oud waren. Essent verwijst hierbij naar de bij het exploot van dagvaarding overgelegde foto’s. Essent merkt op dat de hennepplanten op zijn vroegst na acht weken oogstrijp zijn en dat uit de foto’s blijkt dat de aangetroffen planten al volop in bloei stonden en om die reden praktisch oogstrijp waren. Essent trekt hieruit de conclusie dat de planten zeven weken oud waren. Ten aanzien van het verweer dat het elektriciteitsverbruik onjuist berekend is, merkt Essent op dat zij in haar berekening slechts het verbruik van de apparatuur die ook daadwerkelijk aangesloten en in gebruik was, heeft meegenomen. Essent verklaart dat de administratiekosten gebaseerd zijn op een schatting van de gemaakte kosten. De administratie- en afsluitkosten hebben betrekking op daadwerkelijk verrichte werkzaamheden. Essent is van mening dat de inzet van een fraude-inspecteur noodzakelijk was, nu [gedaagde] gefraudeerd heeft met de afname van elektriciteit. Essent stelt zich op het standpunt dat, nu aangetoond is dat zij schade heeft geleden, de schade kan worden afgeleid. Het staat de rechter vrij zonder nader bewijs aannemelijk te achten dat schade is geleden en de omvang hiervan vervolgens te schatten. Essent wijst [gedaagde] er op dat hij de berekening van Essent tegen zich moet laten gelden, nu hij onmogelijk heeft gemaakt de juiste hoeveelheid verbruikte elektriciteit af te lezen. [gedaagde] heeft deze berekening niet ontzenuwd, maar slechts bloot betwist.

[gedaagde] blijft bij zijn standpunt dat op Essent als eiseres de bewijslast rust van haar stellingen, waaronder de stelling dat de aangetroffen planten zeker zeven weken oud waren. Daarnaast ontbreekt bewijs van de hoeveelheid lampen en kachels die ten tijde van de ontdekking waren aangesloten. [gedaagde] betwist dat de door Essent opgegeven prijzen kostprijzen zijn en stelt dat Essent heeft verzuimd om de kostprijs van het ingezette personeel te verantwoorden aan de hand van werkzaamheden en tijdbestek. [gedaagde] is van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen, nu Essent niet aan haar stelplicht heeft voldaan.

c. de beoordeling

De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] en Essent een overeenkomst tot energietransport hebben gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres] en dat in de woning een door [gedaagde] gekweekte hennepplantage aangetroffen is. Vaststaat dat [gedaagde] een illegale aftakking vóór de kWh-meter in de meterkast heeft aangebracht, waardoor de afgenomen elektriciteit niet door de meter werd geregistreerd. [gedaagde] is op grond van de overeenkomst verantwoordelijk voor het energieverbruik in de woning en is dan ook in beginsel aansprakelijk voor de schade die Essent door het illegaal handelen van [gedaagde] (dat ook strafbaar is) heeft geleden. [gedaagde] is immers toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen die de overeenkomst hem oplegde.

Dat Essent deswege schade heeft geleden, wordt door [gedaagde] niet betwist, wel dat deze de door Essent gestelde omvang heeft en alle posten omvat die Essent opvoert.

In verband met de hoogte van de schade is het volgende van belang. Nu de omvang van de geleverde elektriciteit niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, omdat deze niet is geregistreerd, dient deze op de voet van artikel 6:97 BW te worden geschat. De bewijslast rust daarbij niet zonder meer, althans niet in de volle en gebruikelijke omvang, op Essent. Indien de door Essent aan haar berekening ten grondslag gelegde aannames voldoende zijn toegelicht in het licht van hetgeen daartegen door [gedaagde] is ingebracht en indien deze in het algemeen aannemelijk voorkomen, zal op basis van die schatting het door Essent gevorderde in beginsel toewijsbaar zijn. De onzekerheid die inherent is aan een dergelijke schatting, dient voor rekening van [gedaagde] te komen, nu deze onzekerheid rechtstreeks het gevolg is van zijn illegale handelen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en bewijzen aan te dragen die tot de conclusie moeten althans kunnen leiden dat de aanname onjuist is.

Ten aanzien van het berekenen van het elektriciteitsverbruik wordt in de eerste plaats overwogen dat Essent door het overleggen van foto’s van de aangetroffen hennepplanten en het uiteenzetten van het groeischema van hennepplanten in voldoende mate heeft aangetoond dat de aangetroffen hennepplanten zeven weken oud waren. Ten tweede heeft Essent gesteld dat zij slechts die apparatuur in haar berekening heeft meegenomen die op het net was aangesloten. [gedaagde] heeft geen bewijs aangedragen dat deze apparatuur niet was aangesloten op het net, met als gevolg dat dient te worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van Essent. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat de stelling van [gedaagde] dat in één kamer geen kachel stond, niet strookt met de vermelding in het proces-verbaal van de ruimte waar de kachels zijn aangetroffen. Daarnaast heeft te gelden dat uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat 40 lampen en drie kachels in beslag zijn genomen. Uit het proces-verbaal van de bij de politie afgelegde verklaring blijkt dat [gedaagde] zelf niet in de woning heeft gewoond, maar deze voor zijn hennepkwekerij heeft gebruikt. Er dient van te worden uitgegaan dat de aangetroffen apparatuur tot doel had een bijdrage te leveren aan de hennepkwekerij. Alle aangetroffen en in beslag genomen apparatuur zal dan ook mogen worden meegenomen in de berekening van het energieverbruik. De niet-onderbouwde stelling van [gedaagde] dat er vijf reservelampen waren, doet derhalve niet ter zake. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Essent het energieverbruik op juiste wijze en met een correcte uitkomst berekend heeft. De hoofdsom is dan ook voor toewijzing vatbaar.

Ten aanzien van de post voor ongedaanmaken van een illegale “verzwaring” heeft [gedaagde] slechts algemene verweren gevoerd. Hij stelt dat hij niet heeft ingestemd met het leveranciersmodel en dat Essent alleen de door haar berekende schade ter vergoeding kan voorleggen. Deze verweren dienen als onvoldoende gemotiveerd te worden verworpen, met als gevolg dat ook de onderhavige post wordt toegewezen.

De post “administratiekosten” is door Essent onderbouwd door het opsommen van door de medewerkers van de fraude-afdeling verrichte werkzaamheden. Het verweer van [gedaagde] dat het gevorderde bedrag een schatting is van gemaakte kosten, met daaraan gekoppeld de eis om van Essent te verlangen de kostprijs van het ingezette personeel te verantwoorden aan de hand van werkzaamheden en tijdbestek, voert te ver. De blote betwisting dat de opgegeven werkzaamheden niet tijdrovend zijn, is onvoldoende onderbouwd. De verweren van [gedaagde] ten aanzien van de post “administratiekosten” worden dan ook verworpen. Het gevorderde bedrag wordt toegewezen, omdat het binnen redelijke marges blijft en dus reëel te achten is.

De post “kosten afsluiting (binnen)” zal worden toegewezen, met dien verstande dat de hoogte van de vergoeding wordt bepaald op € 75,-, nu uit het Tarievenoverzicht 2005 blijkt dat een dergelijk bedrag de vergoeding is die met het afsluiten (binnen) is gemoeid.

De posten “kosten werkzaamheden monteur” en “kosten werkzaamheden fraude-inspecteur” komen eveneens voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat de winstcomponent niet zal worden toegewezen. Uit het Tarievenoverzicht 2005 blijkt dat deze posten de externe uurtarieven betreffen waarin een winstcomponent van 7% van de verhoogde basisuurtarieven is opgenomen. De posten “kosten werkzaamheden” en “kosten werkzaamheden fraude-inspecteur” zullen derhalve worden toegewezen tot bedragen van respectievelijk € 53,27 en

€ 82,24.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het gelijk gestelde partij tot betaling van de aan de zijde van Essent gevallen proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan Essent tegen bewijs van kwijting een bedrag te voldoen van

€ 2.049,75, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 oktober 2005 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van Essent tot op heden begroot op € 580,25, waaronder een bedrag van € 300,- aan salaris van de gemachtigde.

Wijst het anders of meer gevorderde af.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.