Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ9117

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
345383 CV EXPL 09-3278
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft niet voldaan aan haar substantiëringsplicht, artikel 111 lid 3 Rv.

Het had op de weg van eiseres gelegen om reeds bij dagvaarding alle bescheiden die het bestaan van haar vordering onderbouwen aan de kantonrechter ter kennis te brengen, waaronder de schriftelijke overeenkomst waarbij gedaagde zich heeft verbonden zoals door eiseres gesteld, bewijzen van leveranties, een overzicht van de opbouw en totstandkoming van de hoofdsom en opbouw van de kredietvergoeding, en bewijsstukken betreffende betalingsverzoeken c.q. sommaties tot betaling.

Eiseres volstaat echter met het aan de dagvaarding hechten van een raadselachtig staatje dat onbegrijpelijke en tot niets te herleiden data en afkortingen vermeldt en dat de kantonrechter totaal niet in verband met de motivering van haar vorderingen kan brengen.

Gedaagde bestrijdt gemotiveerd dat zij nog iets aan eiseres verschuldigd is, welke stelling door de kantonrechter aanstonds had kunnen worden beoordeeld indien eiseres aan haar substantiëringsplicht zou hebben voldaan. Eiseres kan als professioneel handelende partij bekend geacht worden met het doel, de aard en de strekking van het Nederlands procesrecht zodat van haar verwacht mag worden zij haar vordering bij dagvaarding aanstonds deugdelijk substantieert. Om deze reden oordeelt de kantonrechter geen termen aanwezig haar alsnog in staat te stellen om aan haar substantiëringsplicht te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 474
Prg. 2009, 207
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

locatie Sittard-Geleen

vonnis d.d. 23 september 2009

zaak/rolnr.: 345383 cv expl 09/3278

typ.: hg

coll.:

De kantonrechter van de locatie Sittard-Geleen heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

de rechtspersoon naar Duits recht BABISTA GMBH , gevestigd en kantoorhoudende te Capelle aan de IJssel, statutair gevestigd te Pforzheim (BRD) te dezer zake domicilie kiezende te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, aan de Rijksweg Noord 232,

gemachtigde J.A.P.M.Kerkckhoffs,

eisende partij,

tegen

[gedaagde], wonende te [adres],

gemachtigde A.M. Coumans-Brasem,

gedaagde partij.

1. Het verloop van de procedure

partijen wisselden de volgende stukken:

- exploot van dagvaarding met producties, uitgebracht op 3 augustus 2009,

- schriftelijk antwoord met producties.

Daarna heeft de kantonrechter vonnis bepaald en de uitspraak daarvan bepaald op heden.

De inhoud van alle stukken geldt als hier ingelast.

2. De vordering en het verweer

2.1. Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van € 375,53, vermeerderd met de overeengekomen rente gelijk aan 1,601 % per maand vanaf de dag der dagvaarding over € 186,43, met veroordeling in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van eiseres.

De vordering is gegrond op het door gedaagde tekortschieten in de nakoming van een over¬eenkomst krachtens welke door eiseres gedurende de periode 4 juli 2003 tot 12 december 2005 aan gedaagde is verkocht gelijk gedaagde van eiseres heeft gekocht en ontvangen de zaken zoals omschreven in maandelijks aan de gedaagde verstrekte rekeningoverzichten.

Geleverd is onder toepasselijkheid van de door eiseres gehanteerde Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden, gepubliceerd in haar catalogi en waarnaar verwezen wordt op de achterzijde van de afleveringsbonnen.

Gedaagde heeft een betalingsachterstand ten aanzien van de door haar gekochte zaken waarover zij krachtens algemene voorwaarden kredietvergoeding is verschuldigd gelijk aan de overeengekomen rente van 1,601 % per maand. De kredietvergoeding is berekend overeenkomstig het bepaalde in de Wet op het Consumentenkrediet en het Besluit Kredietvergoeding.

Ondanks verzoek en sommatie blijft gedaagde nalatig in de nakoming van de uit deze overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot betaling van na te melden bedragen.

Eiseres stelt van gedaagde te vorderen te hebben:

- hoofdsom € 186,43

- kredietvergoeding over de periode

van 12/12/2005 tot 12/5/2 1009 € 171,10

- waarop is voldaan € 0,00

- waarop is gecrediteerd € 0,00

zodat resteert te voldoen € 357,53

Gedaagde volhardt in haar non-betaling, zodat eiseres er recht op en belang bij heeft in rechte aanspraak te maken op betaling van haar voormelde vordering.

2.2. De gemachtigde van gedaagde weerspreekt het gevorderde stellende dat zij sinds juli 2005 de bankzaken van haar inmiddels 85-jarige moeder, gedaagde, heeft overgenomen omdat deze verblijft in de instelling Hoogstaete van Orbis Bejaardensorg te Sittard. De gemachtigde heeft vanaf juni 2005 tot en met de datum van dagvaarding alle rekeningen die haar moeder ontving, waaronder ook verplichtingen aan eiseres, betaald. Zij legt bewijs daarvan over. Zij heeft nooit van de zijde van eiseres vernomen dat er een betalingsachterstand was. Zij heeft na de opname van haar moeder alle pakjes die nog werden aangeboden geretourneerd.

Naar de kantonrechter begrijpt concludeert gedaagde tot afwijzing van het gevorderde.

3. De beoordeling

3.1. de vaststaande feiten

Nu de eisende partij op generlei wijze enig bescheid in het geding heeft gebracht dat haar stellingen onderbouwt en het gevorderde gemotiveerd wordt betwist, kan de kantonrechter geen feiten vaststellen.

3.2. het oordeel

Eiseres heeft op de voet van artikel 111 lid 3 Rv. de plicht haar vorderingen in de dagvaarding te substantiëren en de bewijsmiddelen voorzover als voorhanden, reeds bij dagvaarding in het geding te brengen.

Het had op de weg van eiseres gelegen om reeds bij dagvaarding alle bescheiden die het bestaan van haar vordering onderbouwen aan de kantonrechter ter kennis te brengen, waaronder de schriftelijke overeenkomst waarbij gedaagde zich heeft verbonden zoals door eiseres gesteld, bewijzen van leveranties, een overzicht van de opbouw en totstandkoming van de hoofdsom en opbouw van de kredietvergoeding, en bewijsstukken betreffende betalingsverzoeken c.q. sommaties tot betaling.

Eiseres volstaat echter met het aan de dagvaarding hechten van een raadselachtig staatje dat onbegrijpelijke en tot niets te herleiden data en afkortingen vermeldt en dat de kantonrechter totaal niet in verband met de motivering van haar vorderingen kan bengen.

Gedaagde bestrijdt gemotiveerd dat zij nog iets aan eiseres verschuldigd is, welke stelling door de kantonrechter aanstonds had kunnen worden beoordeeld indien eiseres aan haar substantiëringsplicht zou hebben voldaan. Eiseres kan als professioneel handelende partij bekend geacht worden met het doel, de aard en de strekking van het Nederlands procesrecht zodat van haar verwacht mag worden zij haar vordering bij dagvaarding aanstonds deugdelijk substantieert. Om deze reden oordeelt de kantonrechter geen termen aanwezig haar alsnog in staat te stellen om aan haar substantiëringsplicht te voldoen.

De kantonrechter is van oordeel dat het gevorderde niet, althans in onvoldoende mate gemotiveerd, is onderbouwd waardoor niet vastgesteld kan worden dat sprake is van het bestaan van de door eiseres gestelde betalingsachterstand. Het verweer van gedaagde treft doel.

De vorderingen van eiseres worden afgewezen.

Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde.

Wat partijen overigens nog hebben aangevoerd is door de kantonrechter beoordeeld, maar leidt niet tot een andere beslissing.

4. De beslissing

de kantonrechter:

4.1. wijst de vorderingen van eiseres af;

4.2. veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure aan de zijde van gedaagde gerezen en tot op de datum van dit vonnis begroot op € 60,-- gemachtigdensalaris;

Aldus gewezen door mr. J.J. Groen, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting, in tegenwoordigheid van de griffier.