Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ7908

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
19-08-2009
Datum publicatie
17-09-2009
Zaaknummer
03-700187-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - inhoudsindicatie: Verbalisant relateert dat verdenking gebaseerd is op anonieme melding. Verbalisant kent echter de naam van de melder. Beroep op niet ontvankelijkheid van de OvJ wordt verworpen. Ook geen andere sanctie aan dit vormverzuim verbinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700187-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 augustus 2009

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

wonende te [adresgegevens].

Gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. R.J.H. Corten, advocaat te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juli 2009 en 5 augustus 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: ruim 8 kg amfetamine en 111,3 gram metamfetamine aanwezig heeft gehad

Feit 2: 223 gram hennep aanwezig heeft gehad

Feit 3: een gasdrukpistool dat een sprekende gelijkenis met een vuurwapen vertoonde voorhanden heeft gehad

Feit 4: munitie (141 knalpatronen) voorhanden heeft gehad

3 De voorvragen

De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn vordering.

Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het proces-verbaal van bevindingen, dat op 13 april 2009 op ambtseed is opgemaakt door inspecteur van politie [verbalisant 1]en waarin de aanleiding tot het onderzoek wordt gerelateerd, valselijk is opgemaakt. Anders dan de verbalisant in het proces-verbaal relateert, was het namelijk geen “anoniem telefoontje van een man die zijn naam niet bekend wilde maken” dat de aanleiding vormde. Uit een door [verbalisant 1] nadien opgemaakt proces-verbaal blijkt dat [verbalisant 1] wel degelijk bekend was met de naam van de melder. Voorts blijkt uit het verhoor van die melder als getuige zijnde [naam melder] senior-medewerker Openbare Orde & Veiligheid bij de gemeente Kerkrade en tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, dat [melder] zijn naam gezegd heeft bij het doen van de melding en niet gevraagd heeft om zijn naam verder niet te noemen. Het enige wat [melder] gevraagd heeft, is om de melding die aan hem was gedaan door een anonieme vrouw anoniem te behandelen.

De raadsman heeft daarbij nog gewezen op de bijzondere status van een op ambtseed opge¬maakt proces-verbaal; het is het fundament op grond waarvan wij onze werkzaamheden verrichten.

De rechtbank is van oordeel dat aan het proces-verbaal van bevindingen van 13 april 2009 onvolkomenheden kleven.

[melder] heeft, zo blijkt uit zijn verhoor van hem als getuige ter terechtzitting, zijn naam wel genoemd en hij heeft niet gevraagd anoniem te blijven. [verbalisant 1] heeft als getuige ter terecht¬zitting desgevraagd verklaard dit ten onrechte wel zo begrepen te hebben en heeft, ter ver¬ontschuldiging daarvan, gewezen op zijn drukke werkzaamheden op het moment dat de melding van [melder] binnenkwam.

Ook is het proces-verbaal niet ten spoedigste opgemaakt. Eerst op 13 april 2009 wordt het proces-verbaal van bevindingen relaterende de “anonieme” melding opgemaakt, terwijl deze melding, zoals ook wordt gerelateerd, op 22 december 2008 ontvangen is en de aanleiding vormde voor onderzoek dat op en na die 22ste december 2008 plaatshad. Het voorschrift van artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is daarmee geschonden.

De geconstateerde onvolkomenheden zijn echter naar het oordeel van de rechtbank niet dus¬danig dat er sprake is van een ernstige schending van beginselen van een goede procesorde waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen tekort is gedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak.

De officier van justitie zal daarom niet niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

Gelet op het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en de ma¬te waarin nadeel is veroorzaakt, behoeft er ook niet gekomen te worden tot een strafver¬min¬de¬ring of een uitsluiting van de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn ver¬kregen.

Ter compensatie van het geconstateerde, in het voorbereidende onderzoek gemaakte, thans onherstelbare vormverzuim, kan hier volstaan worden met de constatering dat dit verzuim heeft plaatsgevonden.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden geacht. De officier van justitie brengt naar voren dat de aangetroffen verdovende middelen zich bevonden binnen de machtssfeer van verdachte. Verdachte had namelijk de beschikking over de woning en ging er vaker naar toe. Verdachte en zijn moeder waren de enigen met een sleutel van de woning en verdachte heeft verklaard dat zijn moeder er geen drugs heeft neergelegd. Voorts brengt de officier van jus¬ti¬tie naar voren dat in de kelderbox een zakje wiet wordt aangetroffen met daarop een vinger¬afdruk van verdachte. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte dat anderen hebben ingebroken om in de woning en/of de kelderbox drugs neer te leggen onaannemelijk.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1 en 2, nu niet blijkt dat de monsters die zijn onderzocht door het NFI behoren bij de verdovende middelen die in beslag zijn geno¬men in de woning en de kelder van verdachte. Tevens blijkt niet van een deugdelijke mon¬sterneming, verzegeling en verpakking. De raadsman is van mening dat de fax van het NFI d.d. 6 juni 2009 (Registratienummer 2008171121-22), waarin wordt aangegeven met welke door de politie gebruikte codes de door het NFI gebruikte identiteitszegels corresponderen, daartoe onvoldoende zekerheid biedt.

De raadsman heeft voorts naar voren gebracht dat het voor een bewezenverklaring onvol¬doende is dat verdachte de beschikkingsmacht over de woning en de kelder heeft. Voor een bewezenverklaring is namelijk noodzakelijk dat verdachte ook weet heeft gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij en zijn moeder een sleutel hebben, maar dat hij niet weet wie er nog meer een sleutel heeft. Verdachte woont elders en hij komt slechts af en toe in de woning en nooit in de kelder. Het enige wat naar verdachte wijst, is een vingerafdruk op een wietzakje. De raadsman stelt dat er aldus onvoldoende bewijs voorhanden is dat verdachte de drugs opzettelijk aanwezig heeft gehad.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op maandag 22 december 2008 krijgt verbalisant [2] van de basiseenheid Kerkrade de melding om te gaan naar de [M.straat] te Kerkrade alwaar wit poeder –vermoede¬lijk afkomstig van “speedpasta” - op de grond zou liggen. De speedpasta zou in de kelder geproduceerd worden. Vervolgens gaat verbalisant [2] ter plaatse en treft bij de kelder¬deur behorende bij voornoemd perceel wit poeder aan. Tevens kleeft op de kelderdeur soortgelijk poeder. Het poeder wordt getest door politiepersoneel en reageert positief op de aanwezigheid van amfetamine.

De deur van de kelderbox wordt vervolgens geforceerd en in de kelderbox worden diverse zakken met op amfetamine gelijkend poeder aangetroffen. Tevens wordt in de kelder hennep en een op een vuurwapen gelijkend pistool, merk Walther P88, aangetroffen en in beslag ge¬nomen.

Enige tijd later wordt de woning [M.straat] betreden. Na doorzoeking onder lei¬ding van de rechter-commissaris worden in de woning een zakje met op amfetamine gelij¬kende stof, een draagtas met daarin roze pillen, een hoeveelheid op hennep gelijkende stof en munitie aangetroffen. Deze goederen worden in beslag genomen.

De op 22 december in de woning [M.straat] te Kerkrade en in de bijbehorende kel¬derbox in beslag genomen en op verdovende middelen gelijkende stoffen worden op 23 de¬cember 2008 gewogen en onderworpen aan een M.M.C. kleur-reactietest. Tevens worden aan de verdovende middelen NFI-codes toegekend. Uit deze test blijkt dat in de woning 74,98 gram hennep en in de kelderbox 148 gram hennep is aangetroffen.

Bij het NFI wordt met betrekking tot de aangetroffen verdovende middelen een aanvraag ge¬daan voor een standaardonderzoek.

Op 21 januari volgt het rapport van het NFI. Opvallend is het feit dat in het rapport niet de NFI-codes worden vermeld die de politie eerder aan de in beslag genomen verdovende mid¬delen heeft toegekend. Het NFI heeft aan de verdovende middelen andere kenmerken toe¬ge¬kend. Het NFI verschaft hier later opheldering over middels een faxbericht waarin kenbaar wordt gemaakt met welke door de politie gebruikte NFI-codes de nieuwe kenmerken cor¬responderen.

Uit het rapport van het NFI blijkt dat de verdovende middelen die in de woning zijn aan¬ge¬troffen metamfetamine en amfetamine bevatten. De verdovende middelen die in de bij¬be¬horende kelderbox zijn aangetroffen bevatten, met uitzondering van twee monsters, amfe¬tamine.

Het op een vuurwapen gelijkend pistool dat in de kelderbox is aangetroffen, alsmede de pa¬tronen die zijn aangetroffen in de woning, worden door de politie onderzocht. Geconcludeerd wordt dat het pistool een wapen is in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I onder 7, van de Wet wapens en munitie. De patronen zijn munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

Verdachte heeft bij zijn verhoor door de politie verklaard dat hij woont te Kerkrade aan de [M.straat]. Nu de verdovende middelen zijn aangetroffen in de woning van ver¬dachte en in de daarbij behorende kelderbox, concludeert de rechtbank dat verdachte de ver¬dovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank acht, gelet op de zeer gro¬te geldwaarde die de verdovende middelen vertegenwoordigen, niet aannemelijk dat een an¬der of anderen dan verdachte de aangetroffen verdovende middelen in de woning en de kel¬derbox van verdachte hebben geplaatst.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de feiten zoals ten laste gelegd onder 1, 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8384,50 gram (99,7 gram in de woning, gelegen aan de [M.straat] en 8284,8 gram in de kelderbox van voornoemde woning) van een materiaal bevattende amfetamine en 111,3 gram van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde amfetamine en metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 223 gram, (75 gram in de woning, gelegen aan de [M.straat] en 148 gram in de kelderbox van voornoemde woning) hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij op 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade een wapen van categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (bijvoorbeeld een pistool merk Walther, model P88 Compact) voorhanden heeft gehad;

4.

hij op 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade voorhanden heeft gehad 43 knalpatronen, kaliber 8mm en 98 knalpatronen, kaliber .22 long, munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

6 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet

gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet

gegeven verbod

feit 3:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 4:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit ingeval van een bewezenverklaring de gevangenisstraf te matigen tot 12 maanden. Hij verwijst hierbij naar het standpunt van het Gerechtshof te ’s-Herto¬gen¬bosch dat de straf voor het aanwezig hebben van harddrugs dient te worden gebaseerd op het oriëntatiepunt voor in- en uitvoer van harddrugs. Voor elke kilogram harddrugs staan drie maanden gevangenisstraf. Wanneer het echter slechts het aanwezig hebben betreft, dient het aantal maanden door de helft te worden gedeeld. Voorts merkt de raadsman op dat verdachte geen antecedenten heeft ter zake van overtreding van de Opiumwet.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de per¬soon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanc¬tie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving.

De rechtbank conformeert zich aan het oordeel van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch dat, nu geen oriëntatiepunten beschikbaar zijn die zien op het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs, aansluiting dient te worden gezocht bij de oriëntatiepunten betreffende het in- uitvoeren van harddrugs.

De rechtbank gaat uit van het oriëntatiepunt voor het in- of uitvoeren van 8 kg harddrugs, te weten 44 maanden gevangenisstraf. Gelet op het in artikel 11 van de Opiumwet neergelegde verschil in strafdreiging tussen de in- of uitvoer van harddrugs (12 jaar gevangenisstraf) en het aanwezig hebben van harddrugs (6 jaar gevangenisstraf) zal de rechtbank dit uitgangspunt halveren tot een gevangenisstraf voor de duur 22 maanden.

Ter zake van de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank een gevangenis¬straf voor de duur van 2 maanden passend en geboden.

Derhalve zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opleggen.

8 Het beslag

De rechtbank verklaart verbeurd de in beslag genomen keukenmachine (sealapparaat).

De rechtbank verklaart de overige in beslag genomen goederen onttrokken aan het verkeer.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen art. 33, 33a, 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 6 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

20300212210 5 de in beslag genomen keukenmachine (sealapparaat);

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende in beslag genomen, nog niet

teruggegeven voorwerpen:

20081519 6 2 DS Munitie

1 doosje platpatronen, 1 doosje 8mm, losse patronen

20081519 7 5 Munitie

Co2 patronen

20081519 23 1 Wapen

WALTHER Cp88

inclusief knalpatronen

2008171121 1 74.50 gram Verdovende Middelen

HENNEP

gesealde zak met inhoud

2008171121 2 14.10 gram Verdovende Middelen

HENNEP

plastic zakje en een bolletje inhoud

2008171121 3 485 Pillen

plastic zak met roze pillen

2008171121 4 121.70 gram Verdovende Middelen

AMFETAMINE

2008171121 11 2 Vuurwerk

chinese rollen

2008171121 12 8 Vuurwerk

zogenaamde vlinders

2008171121 13 17 Vuurwerk

knalvuurwerk met lont

2008171121 15 2 ZAK Verdovende Middelen

WIET

2 zakken wiet in rugzak

2008171121 16 1 Verdovende Middelen

AMFETAMINE

amfetamine in plastic zak c1000 (kelder nr3)

2008171121 17 1 ZAK Verdovende Middelen

AMFETAMINE

zak roze pasta/poeder, ijskast kelder

2008171121 18 1 ZAK Verdovende Middelen

AMFETAMINE

zak c&a amfetamine diepvries kelder nr. 5

2008171121 19 1 Verdovende Middelen

AMFETAMINE

verpakkingsmateriaal met resten amfetamine kelder6

2008171121 20 1 Verdovende Middelen

AMFETAMINE

mengton met resten amfetamine kelder nr.7

2008171121 21 1 Verdovende Middelen

AMFETAMINE

emmer en mixer met resten amfetamine kelder nr9

2008171121 22 1 Verdovende Middelen

AMFETAMINE

verpakkingsmateriaal incl resten amfetamine keld8

20300212210 10 1 Papier

pompstok met beschrijving walther

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. M.E. Kramer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 augustus 2009, zijnde mr. M.B. Bax buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 8384,50 gram (99,7 gram in de woning, gelegen

aan de [M.straat] en 8284,8 gram in de kelderbox van voornoemde

woning), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine

en/of ongeveer 111,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende metamfetamine, zijnde amfetamine en/of metamfetamine (telkens) een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 223 gram, (75 gram in de woning, gelegen aan de

[M.straat] en 148 gram in de kelderbox van voornoemde woning) in elk

geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij op of omstreeks 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade een wapen van

categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool, zijnde een voorwerp dat

voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis

vertoonde met een vuurwapen (bijvoorbeeld een pistool merk Walther, model P88

Compact) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 22 december 2008 in de gemeente Kerkrade voorhanden heeft

gehad 43 knalpatronen, kaliber 8mm en/of 98 knalpatronen, kaliber .22 long, in

elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie

III;