Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ7560

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-07-2009
Datum publicatie
14-09-2009
Zaaknummer
03-702754-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - Straatroof met behulp van pepperspray. 15 Maanden gevangenisstraf. Toewijzing van de civiele vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/702754-09.

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 juli 2009

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 juni 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een straatroof heeft gepleegd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

Verdachte heeft op 6 maart 2009 in Maastricht een straatroof gepleegd door twee hoog bejaarde dames zogenaamde ‘pepperspray’ in hun gezicht te spuiten en er met hun tas vandoor te gaan. Dit volgt uit de aangiftes van beide dames en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting.

Verdachte moet worden vrijgesproken van het duwen van beide dames. Slechts een van hen heeft dit namelijk verklaard terwijl verdachte dit ten stelligste ontkend heeft. Het overige kan wel bewezen worden verklaard.

Het tenlastegelegde kan voor het overige wettig en overtuigend bewezen worden, aldus de officier van justitie.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte sluit zich met betrekking tot de bewezenverklaring aan bij het oordeel van de officier van justitie.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Vast staat dat verdachte op 6 maart 2009 te Maastricht de handtas met inhoud van [naam slachtoffer 1] heeft gestolen. Verdachte heeft daartoe [naam slachtoffer 1] en haar zus [naam slachtoffer 2] met ‘pepperspray’ in hun gezicht gespoten. Beiden zijn daardoor op de grond terecht gekomen waarna verdachte er met de handtas vandoor ging. [naam getuige] heeft de straatroof deels zien gebeuren en is verdachte achterna gerend. Verdachte heeft, om hem af te schudden, ook ‘pepperspray’ in zijn gezicht gespoten.

[naam slachtoffer 1] verklaart daarnaast dat verdachte haar geduwd heeft en [naam slachtoffer 2] verklaart dat verdachte haar bij haar schouders en gezicht heeft vastgepakt. Verdachte ontkent dat hij beide dames heeft aangeraakt of de tas met kracht uit hun handen heeft gerukt.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 6 maart 2009 een straatroof heeft gepleegd. De rechtbank acht daarbij niet bewezen dat verdachte geduwd heeft of [naam slachtoffer 2] bij de schouders en gezicht heeft vastgepakt of de tas uit de handen heeft gerukt. Het procesdossier biedt daarvoor te weinig aanknopingspunten.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 06 maart 2009 in de gemeente Maastricht, op de openbare weg, de [R-straat] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas met inhoud toebehorende aan [naam slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen genoemde [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam getuige], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 1] eenmaal, [naam slachtoffer 2] meermalen en [naam getuige] eenmaal een brandende stof in de ogen en het gezicht heeft gespoten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

Verdachte heeft kwetsbare slachtoffers een volle laag ‘pepperspray’ in hun gezicht gespoten. Hierdoor zijn beide hoogbejaarde dames op de grond gevallen. Daarbij is de domper voor een van de slachtoffers nog hoger wegens het recentelijk overlijden van haar man. Het geld dat verdachte heeft buitgemaakt was bedoeld voor de grafsteen. Verdachte kon dit niet weten, echter, hij heeft dat risico voor lief genomen door de daad te plegen.

Ten voordele van verdachte spreekt dat hij ter terechtzitting berouw toont en het feit dat hij zijn excuses wil maken naar de slachtoffers.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte is van mening dat de straf, als door de officier van justitie voorgesteld, aan de hoge kant is. De raadsman verzoekt de straf lager vast te stellen met mogelijk een voorwaardelijk deel. Daartoe zou moeten meewegen dat verdachte berouw toont en openheid van zaken geeft. Verdachte heeft volgens de raadsman in een vlaag van verstandsverbijstering gehandeld wegens geldgebrek.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte pleegde een laffe daad door op 6 maart 2009 in de gemeente Maastricht twee hoogbejaarde dames te beroven van een handtas. Hij deed dit door beiden met ‘pepperspray’ in hun gezicht te spuiten. Beide dames zijn ten gevolge daarvan op de grond gevallen en hebben zich bezeerd. Verdachte is er daarna vandoor gegaan met de handtas. Een getuige die hem achtervolgde heeft hij ook met ‘pepperspray’ bespoten om hem af te schudden. vervolgens verhulde hij de kentekenplaten van zijn auto om niet achterhaald te worden. Verdachte heeft zo niet alleen doelbewust de beslissing genomen om een wapen in te zetten tegen weerloze, kwetsbare mensen, maar ook willen verhullen dat hij de dader was. Omdat verdachte op een dergelijke, berekenende manier heeft gehandeld is het niet aannemelijk dat hij handelde in een vlaag van verstandverbijstering. Het is een geluk dat het relatief goed is afgelopen met de beide hoogbejaarde slachtoffers.

De vermeldingen op het strafblad van verdachte zijn in deze zaak minder relevant omdat deze van lang geleden dateren.

De rechtbank is van oordeel dat op dit gedrag gereageerd moet worden met een gevangenisstraf. Gelet op soortgelijke feiten is 15 maanden passend.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 750,= en de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 6039,60.

De officier van justitie heeft gevorderd beide vorderingen met verhoging met de wettelijke rente toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman van de verdachte heeft zich met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] heeft de raadsman zich gerefereerd met betrekking tot € 5000,= van de vordering, het door verdachte gestolen geldbedrag. De raadsman is van oordeel dat de kosten van administratieve ondersteuning ook gemaakt zouden zijn als de straatroof niet gepleegd zou zijn. Het slachtoffer maakte immers voor de afhandeling van administratieve en praktische zaken na het overlijden van haar echtgenoot al gebruik van administratieve ondersteuning. Tevens blijkt uit een brief d.d. 1 april 2009, die is bijgevoegd bij de vordering, dat het slachtoffer een uitkering heeft aangevraagd bij het Schadefonds Geweldmisdrijven. Het is onduidelijk of dat fonds al tot uitkering is overgegaan waardoor de vordering in deze zaak zou komen te ontvallen.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] volledig kan worden toegekend en legt daarbij de schadevergoedingsmaatregel op.

De rechtbank is tevens van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] volledig kan worden toegekend en legt ook daarbij de schadevergoedingsmaatregel op. Uit de brief van [naam administratief ondersteuner], administratieve ondersteuner van [naam slachtoffer 1], d.d. 4 april 2009 blijkt dat de administratieve kosten, die in de vordering zijn gevraagd, expliciet kosten zijn die zijn gemaakt ter afhandeling van het misdrijf. Daarnaast is niet gebleken dat het Schadefond Geweldsmisdrijven is overgegaan tot uitkering.

7 Het beslag

7.1 De teruggave aan de verdachte

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen verbeurd worden verklaard.

De raadsman van de verdachte heeft verzocht om teruggave van de in beslag genomen voorwerpen omdat deze niet met de buit van de straatroof zijn betaald of zijn gebruikt bij de straatroof.

De rechtbank is van oordeel dat de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen kunnen worden teruggegeven aan de verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder de verdachte in beslag zijn genomen.

7.2 De teruggave aan de rechthebbende

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen worden teruggegeven aan de rechthebbende, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder de rechthebbende in beslag zijn genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelaste de teruggave van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- 2009028768, Sieraad Kl:goudkleur, creoolsieraad;

- 2009028768, Horloge, Kl:goudkleur, FESTINA F16287;

- 2009028768 Personenauto, XTS815, VOLKSWAGEN GOLF, Kl:rood;

- 2009028768 Jas, Kl:zwart;

- 2009028768 Sportkleding, Kl:grijs, NIKE;

- Handschoen Kl:grijs, van stof;

- Bankbescheiden, SNS BANK;

- Bankbescheiden, DEXIA;

aan de verdachte;

- gelaste de teruggave van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- Cd-Rom, EMTEC;

- Videoband

aan de rechthebbende;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 2], [adresgegevens slachtoffer 2] van een bedrag van € 750,= (zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente van 06 maart 2009 tot aan de dag van volledige voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1], [adresgegevens slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 6039,60 (zesduizend negenendertig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente van 06 maart 2009 tot aan de dag van volledige voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- [naam slachtoffer 2] € 750,= 15 dagen hechtenis,

- [naam slachtoffer 1] € 6039,60 65 dagen hechtenis,

- met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. C.G.A. Wouters en mr. R.A.M.M. Gijselaers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 juli 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 06 maart 2009 in de gemeente Maastricht, op de openbare weg, de [R-straat], in elk geval op een openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam getuige], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, genoemde [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam getuige] een of meermalen een brandende en/of bijtende stof in de ogen en/of het gezicht heeft gespoten en/of die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] met kracht tegen de grond heeft gewerkt en/of die [naam slachtoffer 2] bij haar schouders en/of haar gezicht heeft vastgepakt en/of die handtas met kracht uit de hand(en) van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft gerukt.