Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ6337

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
28-08-2009
Zaaknummer
03-700152-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - inhoudsindicatie: Geen cautieverzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700152-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 juni 2009

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

wonende te [adresgegevens].

Gedetineerd P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Raadsman is mr. P.W. Hermens, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 juni 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: alleen of met anderen door geweld [slachtoffer]heeft gedwongen om een snoepdoos met geld af te geven;

Feit 2: alleen of met anderen [slachtoffer]heeft overvallen in zijn woning;

Feit 3: alleen of met anderen heeft ingebroken bij [benadeelde partij 1];

Feit 4: alleen of met anderen heeft ingebroken bij [benadeelde partij 2];

Feit 5: opzettelijk 52,7 gram hennep aanwezig heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Hoewel verdachte de bedreigingen jegens [slachtoffer] wellicht niet persoonlijk heeft geuit, heeft hij meer dan een passieve rol gespeeld. Hij heeft van tevoren op het raam geklopt en is niet alleen mee naar binnen gegaan maar heeft ook meegezocht. Verdachte heeft zich dus niet gedistantieerd van het feit en is zelfs degene die het wapen in beeld heeft gebracht. Dat verdachte zou zijn gedwongen mee te gaan, wordt niet door de feiten gestaafd. Van belang is de impact voor [slachtoffer], die ook verdachte verweten kan worden.

De feiten 3 en 4 acht de officier van justitie bewezen gelet op de verklaringen van [medeverdachten 1 en 2]die over de rol van verdachte spreken. Ook wordt de verdachte zo kort na de inbraken met een deel van de gestolen goederen aangetroffen dat er bijna van heterdaad kan worden gesproken. De strafbare betrokkenheid van verdachte bij de inbraken staat naar de mening van de officier van justitie wel vast.

Wat het niet direct geven van de cautie betreft is de officier van justitie primair van mening dat de rechtmatigheid van het bewijs niet meer ter discussie staat, omdat deze reeds bij de rechter-commissaris is besproken. Subsidiair meent hij dat er slechts feitelijke vragen zijn gesteld voordat de cautie is verleend, hetgeen er niet toe leidt dat al het daarna verkregen bewijs onrechtmatig is. Er is naar de mening van de officier van justitie geen norm geschonden waarop verdachte zich kan beroepen.

De officier van justitie acht feit 5 eveneens bewezen omdat de hennep is aangetroffen op een verdieping van de woning die bij verdachte in gebruik is en die aanwezigheid verdachte kan worden toegerekend.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte is van mening dat verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 partieel dient te worden vrijgesproken van de laatste twee deelgedragingen omdat hij niet kan worden aangemerkt als medepleger van deze twee gedragingen. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers niet van een bewuste en nauwe samenwerking op dat punt.

De raadsman is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 3, 4 en 5. Ten aanzien van de feiten 3 en 4 voert de raadsman aan dat na de staandehouding verdachte een vraag werd gesteld zonder daaraan voorafgaand de cautie te geven. Vervolgens moest verdachte actief participeren aan het opsporingsonderzoek tegen hemzelf. De raadsman acht dit onrechtmatig en al hetgeen daarop volgt een vrucht van dit handelen. Dan rest slechts een aangifte, hetgeen betekent dat er onvoldoende wettig bewijs is.

Indien de rechtbank van oordeel is dat alles wel rechtmatig is geschied, moeten de goederen in de bewezenverklaring naar de mening van de raadsman worden beperkt tot de goederen die ook daadwerkelijk zijn aangetroffen.

Ten aanzien van feit 5 meent de raadsman primair dat er geen enkel bewijsmiddel is op grond van hetgeen ten aanzien van de feiten 3 en 4 is bepleit.

Subsidiair voert de raadsman aan dat vrijspraak dient te volgen. Verdachte is niet de hoofdbewoner van de woning waarin de hennep is aangetroffen. De hennep is ook niet in zijn slaapkamer aangetroffen.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

Het [slachtoffer]verklaart in zijn aangifte dat hij op maandag 9 maart 2009 is overvallen in zijn woning in Brunssum. Er is toen onder meer het volgende voorgevallen. Hij heeft zijn voordeur opengedaan waarop die werd opengeduwd. [slachtoffer] zag vervolgens een man met een pistool in zijn hand. Deze man richtte gelijk het pistool op zijn gezicht en drukte het met de voorzijde van de loop tegen zijn rechter wang. [slachtoffer] had meteen het idee dat het om een echt vuurwapen ging, omdat het koud aanvoelde en van metaal leek te zijn. [slachtoffer] zag achter de man nog een tweede man staan. De eerste dader zei: ‘je brandkast en je geld’. De eerste dader heeft [slachtoffer] daarna in diens nek vastgepakt terwijl hij het pistool tegen het gezicht van [slachtoffer] hield en hem de woonkamer induwde. De eerste dader zei tegen hem: ‘waar is je geld en waar is je brandkast’. De tweede dader liep de gehele tijd rond en keek in kastjes en laden.

[slachtoffer] zag dat de eerste dader zenuwachtiger werd en steeds heftiger begon te zwaaien met het pistool. [slachtoffer] werd hierdoor banger en zei dat boven aan de keldertrap geld stond van de [benadeelde partij 3]. [slachtoffer] wees daarbij aan waar het geld stond. Het geld zat in een oude rode ronde snoepdoos. [slachtoffer] heeft de snoepdoos met het geld erin gepakt.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij deze van [slachtoffer] heeft aangepakt en op tafel heeft gezet.

[slachtoffer] heet voorts verklaard dat de eerste dader een laptop en een fles whisky wegpakte. De eerste dader zag dat [slachtoffer] een gouden ketting om zijn nek droeg. Hij pakte deze vervolgens vast en trok hem met kracht van de nek van [slachtoffer] af. Hij vroeg ‘waar is je auto’, pakte een sleutelbos en gaf deze aan de tweede dader, die naar de garage ging om te proberen de auto te openen. De eerste dader zei tegen hem: ‘ga niet dood want je moet nog vertellen waar het geld is en waar de brandkast is’.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij samen met een ander deze man,[slachtoffer], is gaan overvallen. Daarvóór is hij thuis een luchtdrukpistool gaan halen. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 3]in de auto verteld had dat deze man veel geld zou hebben, namelijk € 20.000, =. [medeverdachte 4]wilde daarna kijken hoe het huis eruit zag. [medeverdachte 3] wilde niet mee gaan, omdat hij de man kende.

Verdachte heeft verklaard dat hij bij de woning op het raam heeft geklopt, waarop de man opstond. Toen [slachtoffer] de deur open deed, pakte de mededader van verdachte [slachtoffer] bij de kraag, zette een pistool op diens hoofd en duwde hem de gang in. Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning de gordijnen dicht heeft gedaan en naar een kluis is gaan zoeken in de woonkamer, boven en in de kelder. De gordijnen bleken niet goed dicht te zijn en toen verdachte daardoor iemand buiten zag staan is hij met een telefoon en de sleutels van [slachtoffer] via de garagepoort naar buiten gegaan. Verdachte heeft voorts verklaard dat de laptop naar [medeverdachte 5]is gegaan en dat de sleutels in de auto van [medeverdachte 6]zijn blijven liggen. De in die auto aangetroffen fles whisky is de fles die bij [slachtoffer] is weggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat ondanks het feit dat verdachte de bedreiging ‘ga niet dood want je moet nog vertellen waar het geld is en waar de brandkast is’ niet zelf heeft geuit en evenmin de gouden ketting van de nek van [slachtoffer] heeft getrokken, hij toch als mededader hiervoor verantwoordelijk moet worden gehouden. Verdachte heeft door mee te gaan, wetende dat de bedoeling was de man te overvallen, zich niet gedistantieerd van het gebruikte geweld en de bedreigingen die daarmee gepaard gingen. Bovendien heeft hij een actieve rol gehad tijdens de overval. Voorts is hij door het ophalen van een luchtdrukpistool, dat vervolgens door zijn mededader naar de woning is meegenomen en tijdens de afpersing en diefstal met (bedreiging van) geweld is gebruikt, mede verantwoordelijk voor het geweld en de bedreiging met geweld richting [slachtoffer].

De rechtbank acht de onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde feiten derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feiten 3 en 4

Het verst strekkende verweer van de raadsman is dat het bewijs aangaande de café-inbraken onrechtmatig is verkregen, omdat de politieagent die verdachte heeft aangehouden, hem heeft verhoord en hem aan het onderzoek tegen zichzelf heeft laten meewerken zonder hem de cautie te geven. De rechtbank verwerpt dit verweer.

De aanleiding voor het opsporingsonderzoek naar de twee inbraken was de waarneming van deze verbalisant, die iemand uit een auto zag stappen die een zak weg wilde gooien in een container. De container bleek kennelijk vol te zitten omdat de persoon, na het openen van de container, met de zak nog in zijn hand wegreed en het afval in de volgende container gooide. Hierdoor ontstond bij de verbalisant de verdenking dat deze persoon illegaal afval wilde dumpen en hij sprak hem hierop aan. Hij vroeg de persoon, die later verdachte bleek te zijn, wat deze in de container had gegooid en verzocht hem de container open te doen, waarop de verbalisant de zak eruit haalde.

In deze fase van het onderzoek was nog geen sprake van een verhoorsituatie. Het nagaan wat in de zak zat, is een onderzoekshandeling en geen verhoor. De verbalisant was daarom op dat moment nog niet verplicht de cautie te geven. Toen de verbalisant vervolgens de inhoud van de tas bekeek, trof hij onder meer een geldkistje en verpakkingen van Bifi-worstjes aan. Hierop ontstond de verdenking van betrokkenheid bij café-inbraken en heeft de verbalisant terecht de cautie gegeven. Dit alles brengt mee dat het bewijs rechtmatig is verkregen en dus bruikbaar voor het bewijs.

[aangever 1]verklaart in zijn aangifte dat op 13 januari 2009 bij [benadeelde partij 1] in Voerendaal een inbraak is gepleegd. Uit de aangifte van [aangever 2]blijkt dat in de periode van 12 januari 2009 tot en met 13 januari 2009 bij [benadeelde partij 2] in de gemeente Voerendaal een inbraak heeft plaatsgevonden.

[medeverdachten 1 en 2]verklaren dat zij deze inbraken samen met verdachte hebben gepleegd. Zij noemen hem [roepnaam verdachte]. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat dit zijn roepnaam is. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verklaren dat verdachte hen vroeg of zij geld wilden verdienen en hen daarbij vertelde dat hij twee cafés kende. De vriendin van verdachte had daar namelijk gewoond of gewerkt. Ook zei verdachte dat er goed geld viel te verdienen met het inbreken in cafés.

Ten aanzien van de inbraak in [benadeelde partij 1]heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte 2] de achterdeur heeft opengemaakt. [medeverdachte 1] deed dit door het slot met een baco sleutel te breken en vervolgens met een schroevendraaier te openen. Vervolgens kwamen ze bij een volgende deur, die [medeverdachte 1] eveneens met een baco sleutel heeft opengemaakt. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben daarna de gokkasten opengebroken met een schroevendraaier en het geld daaruit in een zwarte tas gedaan. [verdachte] is naar de koelcel gelopen omdat daar geld zou liggen. [medeverdachte 2] verklaart dat daar ook geld is meegenomen. [medeverdachte 1] verklaart dat ze het hele pand hebben doorzocht en dat hij daarbij een camera van het plafond heeft afgetrokken en meegenomen.

[aangever 1]verklaart dat naast het geld en de beveiligingscamera die van het plafond is afgetrokken, ook een iPod die op de eerste verdieping lag, drie zaklampen en, vanuit een ruimte op de eerste verdieping, een videocamera zijn gestolen. Tevens verklaart hij dat vanuit het café een afstandsbediening, een navigatiesysteem, een windbuks, alsmede een digitale camera zijn weggenomen.

Ten aanzien van de inbraak in [benadeelde partij 2] verklaart [medeverdachte 1] dat hij hier eveneens de deur heeft verbroken, door middel van een passe-partoutsleutel. [medeverdachte 2] verklaart dat hij vervolgens met [medeverdachte 1] een ijzeren hekwerk heeft opengemaakt door het met een klauwhamer te verbreken en daarna met een schroevendraaier boven het slot het hekwerk open te draaien.

[medeverdachte 1] verklaart dat ze daarna met zijn drieën het café zijn binnengelopen. Vervolgens heeft hij samen met [medeverdachte 2] de gokkast opengebroken en het geld daaruit in een zwarte tas gedaan. Daarna hebben ze een dartkast opengebroken waaruit ze het geld ook hebben meegenomen. In de keuken hebben ze nog geld gevonden en er stond een geldkistje dat ze hebben meegenomen. Verder hebben ze een biljartklok opengebroken. Hij verklaart voorts dat de later in de kofferbak aangetroffen spaarkas kennelijk door [verdachte] is meegenomen, de enige die beschikt over een sleutel van de kofferbak. [aangever 2]heeft in zijn aangifte verklaard dat er een spaarkas van de muur tegenover de bar naast de toiletten is gestolen. Hij heeft de spaarkas die hem door de politie is getoond herkend als de spaarkas die in zijn café aan de muur hing. Ook verklaart [aangever 2] dat de biljartklok, een spaarpot met daarin geld, een hoeveelheid Bifi-worstjes alsmede een doos met chocoladerepen zijn gestolen. Dit betroffen Cote d’Or chocoladerepen. Blijkens een proces-verbaal van bevindingen zijn later bij [medeverdachte 2] thuis dit soort repen gevonden. [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 2] en verdachte later in de auto ook Bifi-worstjes bij zich hadden. Voorts heeft [aangever 2] aangifte van diefstal van een hoeveelheid aanstekers gedaan.

Met betrekking tot feit 3 is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat verdachte een (flatscreen)televisie heeft gestolen. Zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] verklaren hierover dat zij deze niet hebben gezien. De rechtbank zal verdachte hier dan ook van vrijspreken.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 concludeert de rechtbank uit de bovenstaande bewijsmiddelen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de beide inbraken heeft gepleegd. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt naar het oordeel van de rechtbank zelfs dat verdachte de initiatiefnemer was van het plegen van deze inbraken.

De rechtbank acht de onder feiten 3 en 4 ten laste gelegde feiten derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 5

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de rechtmatigheid van het bewijs is ook ten aanzien van feit 5 geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijs.

Op 13 januari 2009 is op een kast in de zolderkamer in de woning van verdachte in [gemeente K] een doorzichtige zak met henneptoppen aangetroffen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat deze zolderruimte bij hem in gebruik is. Het totale brutogewicht van de aangetroffen hennep, dus inclusief de verpakking, was 52,7 gram. De inhoud van de verpakking werd getest en deze reageerde positief op de aanwezigheid van hennep.

Uit de verklaring van verdachte dat hij de zolderruimte in gebruik heeft trekt de rechtbank de conclusie dat hij verantwoordelijk is voor wat daar ligt. Dat er mogelijk anderen zijn die de ruimte ook in gebruik hebben, maakt dit niet anders. De hennep bevond zich in de machtssfeer van verdachte en het is daarbij niet noodzakelijk dat de verdovende middelen de verdachte ook daadwerkelijk toebehoren.

Ook feit 5 acht de rechtbank derhalve wettig en overtuigend bewezen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 9 maart 2009 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer]heeft gedwongen tot de afgifte van een snoepdoos

inhoudende geld, toebehorende aan de [benadeelde partij 3], welk geweld en welke

bedreiging met geweld hierin bestonden dat (een van) zijn mededaders

- een deur van de woning van [slachtoffer]heeft opengeduwd en

- [slachtoffer]in de nek heeft vastgepakt en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het gezicht van [slachtoffer]heeft gericht en vervolgens tegen de wang van [slachtoffer]gedrukt en

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "waar is je geld" en "waar is je brandkast" en "waar is je auto" en

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "ga niet dood want je moet nog vertellen waar het geld is en waar de brandkast is" en

- een gouden ketting met kracht van de nek van [slachtoffer]heeft getrokken;

2.

op 9 maart 2009 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop en een sleutelbos en een gouden ketting en een fles whisky, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin

bestonden dat (een van) zijn mededaders

- een deur van de woning van [slachtoffer]heeft opengeduwd en

- [slachtoffer]met kracht in de nek heeft vastgepakt en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het gezicht van [slachtoffer]heeft gericht en vervolgens tegen de wang van [slachtoffer]gedrukt en

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "waar is je geld" en "waar is je brandkast" en "waar is je auto" en

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "ga niet dood want je moet nog vertellen waar

het geld is en waar de brandkast is" en

- een gouden ketting met kracht van de nek van [slachtoffer]heeft getrokken;

3.

op 13 januari 2009 in de gemeente Voerendaal tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een bedrijfspand, gelegen aan de

[V. weg], heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een bewakings-camera en een MP3-speler (iPod) en een videocamera en drie zaklantaarns en een afstandsbediening en een navigatiesysteem en een fotocamera en een windbuks, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking;

4.

in de periode van 12 januari 2009 tot en met 13 januari 2009 in de gemeente Voerendaal tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een bedrijfspand, gelegen aan de [K.straat], heeft weggenomen een spaarkas en een hoeveelheid geld en een biljartklok en een hoeveelheid Bifi-worstjes en een hoeveelheid chocolade en een spaarpot inhoudende een onbekende hoeveelheid geld en een geldkist en een hoeveelheid aanstekers, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

5.

op 13 januari 2009 in de gemeente Kerkrade opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 52,7 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feiten 1 en 2:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen, in één voortgezette handeling gepleegd;

feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking ;

feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 5:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het voorarrest. Hierbij neemt hij vooral de ernst van de feiten in overweging en voorts meent hij ook dat de jonge leeftijd van verdachte dit extra verontrustend maakt. De officier van justitie acht de feiten te ernstig en te schokkend om aan de door de verdediging aangevoerde strafmaat te denken.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte is van mening dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd die tot september 2009 zal duren. Verdachte mag dan namelijk aan een kappersopleiding beginnen. Daarnaast zou in de visie van de raadsman een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte een Cova-training dient te volgen, kunnen worden opgelegd. Voorts verzoekt de raadsman daarbij een werkstraf op te leggen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte en zijn mededader(s) hebben [slachtoffer], een oudere man, in zijn woning overvallen. Aangevers woning was, zo blijkt uit het dossier, een plek waar jongeren altijd terecht konden. Vandaar dat [slachtoffer] ook geen argwaan had toen er ’s avonds aan zijn woning gebeld werd. Verdachte en zijn mededader(s) hebben van deze situatie misbruik gemaakt. Zij waren op zoek naar een kluis, die de aangever echter al een aantal jaren – namelijk sedert een eerdere overval – niet meer in zijn woning had. Met het wapen dat verdachte van thuis had opgehaald, is de aangever vervolgens de schrik van zijn leven aangedaan. Zij hebben hem een snoepdoos met geld laten afgeven en hebben ook andere dingen van hem gestolen. De rechtbank rekent verdachte dit feit zwaar aan.

Enige tijd voordien heeft verdachte tezamen met twee anderen bij twee cafés ingebroken en een grote hoeveelheid goederen gestolen. In de nacht zijn zij naar de cafés gegaan die verdachte kende omdat zijn ex-vriendin daar ten tijde van hun relatie had gewoond. Hij wist waar in de cafés geld bewaard werd. Verdachte en zijn mededaders hebben behoorlijk schade aangericht in de beide cafés: de deuren van de cafés en de aanwezige gokkasten zijn opengebroken, andere apparaten en kastruimten waren voor hen evenmin veilig en een beveiligingscamera werd van de muur getrokken en meegenomen. Zelfs etenswaren namen ze mee. Ten slotte heeft verdachte ook nog, buiten het zicht van zijn mededaders, een spaarkas van de muur gehaald en in de kofferbak van zijn auto verstopt, kennelijk om de inhoud daarvan niet met zijn mededaders te hoeven delen. Ook heeft verdachte verdovende middelen aanwezig gehad.

Alleen al bij de bewezenverklaarde overval op [slachtoffer]in diens woning past een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Daar komen dan de caféinbraken en de verdovende middelen nog bij.

Uit het strafblad van verdachte blijkt evenwel dat verdachte een zogenaamde first offender is op het gebied van zowel vermogens- als geweldsdelicten. Voorts blijkt uit het dossier dat verdachte bij de overval bij [slachtoffer]niet het grootste aandeel in de uitvoering heeft gehad wat betreft het uitoefenen van geweld en de bedreiging daarmee. Dat brengt mee dat de rechtbank een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk zal opleggen en dat de gevangenisstraf in zijn geheel lager zal zijn dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank acht alles overziende een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk passend.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 6.666,10 terzake van de feiten 1 en 2.

De officier van justitie is van mening dat het gevorderde bedrag ten aanzien van de huistelefoon van de vordering dient te worden afgetrokken.

De raadsman van verdachte meent dat het gevorderde bedrag ten aanzien van het gouden Cartier hangertje niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat eerst dient te worden vastgesteld of dat het hangertje betreft dat in de auto is aangetroffen. Voorts verzoekt de raadsman om afwijzing van de vordering met betrekking tot de huistelefoon, omdat uit de beslagstukken blijkt dat deze al is teruggegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], voor zover deze vordering betrekking heeft op een vergoeding ter zake het gouden Cartier hangertje (schadepost 2) en het gouden kruisje en de ketting (schadepost 4), niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat deze benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet-ontvankelijk is en die vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Voorts is aan de benadeelde partij [slachtoffer] geen rechtstreekse schade toegebracht met betrekking tot het gestolen geld van de [benadeelde partij 3] (schadepost 1), reden waarom deze benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk in dit onderdeel van haar vordering zal worden verklaard.

Met betrekking tot de vordering ten aanzien van de huistelefoon Panasonic (schadepost 3) overweegt de rechtbank dat niet is komen vast te staan of deze reeds aan de benadeelde partij is teruggegeven toen deze is aangetroffen. De vordering van de benadeelde partij zal dientengevolge ten aanzien van dit onderdeel eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan benadeelde partij [slachtoffer] door de hiervoor onder 4 bewezen verklaarde strafbare feiten 1 en 2 rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 1.216,10 (ter zake de schadeposten 5, 6, 7 en 9) en nu aan verdachte ter zake van die feiten een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Nu verdachte ter zake van de hiervoor onder 4 bewezen verklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het [slachtoffer]zijnde de hiervoor genoemde benadeelde partij [slachtoffer] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel besloten.

7 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de bewezenverklaarde feiten 3 en 4 met behulp van deze voorwerpen zijn begaan, danwel voorwerpen betreffen die geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten zijn verkregen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 33, 33a, 36f, 56, 57, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 2 tot en met 8, 11, 15 tot en met 36 en 39 tot en met 41, 43 en 44;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 1.216,10 ter zake van materiële schade;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 1.216, 10 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 24 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. I. Becker-Hartenhof en

mr. J.N.F. Sleddens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.H.S. Ayre, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 juni 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 9 maart 2009 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer]heeft gedwongen tot de afgifte van een snoepdoos (inhoudende geld), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een van) zijn

mededader(s) meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- een deur van de woning van [slachtoffer]heeft/hebben opengeduwd en/of

- [slachtoffer](met kracht) in de nek heeft vastgepakt en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het gezicht van [slachtoffer]heeft gericht (gehouden) en/of (vervolgens) tegen de wang van [slachtoffer]gedrukt en/of

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "waar is je geld" en/of "waar is je brandkast"

en/of "waar is je auto" en/of

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "ga niet dood want je moet nog vertellen waar het geld is en waar de brandkast is" en/of

- een gouden ketting (met kracht) van de nek van [slachtoffer]heeft/hebben getrokken;

2.

hij op of omstreeks 9 maart 2009 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop en/of een sleutelbos en/of een gouden ketting en/of een fles whisky, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- een deur van de woning van [slachtoffer]heeft/hebben opengeduwd en/of

- [slachtoffer](met kracht) in de nek heeft vastgepakt en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het gezicht van [slachtoffer]heeft gericht (gehouden) en/of (vervolgens) tegen de wang van [slachtoffer]gedrukt en/of

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "waar is je geld" en/of "waar is je brandkast"

en/of "waar is je auto" en/of

- [slachtoffer]heeft toegevoegd "ga niet dood want je moet nog vertellen waar het geld is en waar de brandkast is" en/of

- een gouden ketting (met kracht) van de nek van [slachtoffer]heeft/hebben

getrokken;

3.

hij op of omstreeks 13 januari 2009 in de gemeente Voerendaal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (bedrijfs)pand, gelegen aan de [V. weg], heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een (bewakings-)camera en/of een (flatscreen)televisie en/of een MP3-speler (iPod) en/of een videocamera en/of drie zaklantaarns en/of een afstandsbediening en/of een navigatiesysteem en/of een fotocamera en/of een windbuks, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2009 tot en met 13 januari 2009 in de gemeente Voerendaal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (bedrijfs)pand, gelegen aan de [K.straat], heeft weggenomen een spaarkas en/of een hoeveelheid geld en/of een biljartklok en/of een hoeveelheid Bifi-worstjes en/of een hoeveelheid chocolade en/of een spaarpot (inhoudende een onbekende hoeveelheid geld) en/of een (geld)kist en/of een hoeveelheid aanstekers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2]

en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 13 januari 2009 in de gemeente Kerkrade opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 52,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

BIJLAGE II: De beslaglijst.

2009004756 2 Geld Nederlands

in zak nr. a2474360 (IBG 13-01-2009)

2009004756 3 Geld Nederlands

EUR 450.00

IBG 13-01-2009

2009004756 4 Geld Nederlands

EUR 120.00

IBG 13-01-2009

2009004756 5 Geld Nederlands

EUR 10.00

IBG 13-01-2009

2009004756 6 Geld Nederlands

EUR 55.00

IBG 13-01-2009

2009004756 7 Geld Nederlands

EUR 34.00

IBG 13-01-2009

2009004756 8 Geld Nederlands

EUR 15.00

IBG 13-01-2009

2009004756 11 1.00 STK Personenauto JN-TS-03

OPEL CALIBRA c2.One 1992 Kl:blauw

2009004756 15 1.00 STK Pet

wol

2009004756 16 1.00 STK Muts

wol

2009004756 17 1.00 STK Tas Kl:zwart

tas waarin werktuigen werden aangetroffen

2009004756 18 1.00 STK Mes

zakmes

20300206453 19 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 20 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 21 1.00 STK Beitel

20300206453 22 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 23 1.00 STK Imbussleutelset

zyn by TR onderz 24 1.00 STK Tang

20300206453 25 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 26 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 27 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 28 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 29 1.00 STK Sleutel

bouwsleutel

20300206453 30 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 31 1.00 STK Schroevendraaier

20300206453 32 1.00 STK breekijzer

zyn by TR onderz 33 1.00 STK Tang

20300206453 34 1.00 STK Schroevendraaier

zy by TR onderz 35 1.00 STK Tang

zyn by TR onderz 36 1.00 STK Tang

2009004756 39 Geld Nederlands

EUR 334.59

IBG 13-01-2009

2009004756 40 1.00 STK Muts Kl:zwart

gebreide bivakmuts met drie gaten

2009004756 41 1.00 STK Tas Kl:grijs

PALL MALL

inhoud gereedschap

2009004756 43 1.00 STK Gereedschap

baco

2009004756 44 2.00 STK Schroevendraaier