Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ5389

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
17-08-2009
Zaaknummer
306999 CV EXPL 08-3511
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BTW wel of niet in koopprijs? Algemene handelsgewoonte dat ondernemers onderling koopprijzen exclusief BTW hanteren. In casu geen BTW verschuldigd op grond van de vrijstelleng van BTW ex art. 31 Wet op de omzetbelasting 1968 omdat een bedrijf of bedrijfsonderdeel is verkocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

locatie Sittard-Geleen

vonnis d.d. 29 juli 2009

zaak/rolnr.: 306999 cv expl 08/3511

typ.:

coll.:

De kantonrechter van de locatie Sittard-Geleen heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

de besloten vennootschap KMD SITTARD B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Sittard, ter zake domicilie kiezende te Sittard, gemeente Sittard - Geleen, aan de Rijksweg Zuid 35,

eiseres,

gemachtigde: Mr. L.G.T. Paulus

,

tegen

[gedaagde],

wonende en zaakdoende aan de [adres],

gedaagde,

gemachtigde mr. L.M.J. Corvers.

Het verdere verloop van de procedure

De bij het tussenvonnis van 11 maart 2009 bevolen comparitie heeft plaats¬gevonden, daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

De eisende partij is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter comparitie verschenen.

Omdat het niet-verschijnen van eiseres zou kunnen samenhangen met het feit dat haar procesbelangen werden behartigd door een inmiddels uit zijn ambt ontzette deurwaarder, heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld bij akte te reageren op het proces-verbaal van comparitie.

Beide partijen hebben daarop een akte doen nemen.

Daarna heeft de kantonrechter andermaal vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

De inhoud van de processtukken wordt op deze plaats herhaald en ingelast.

De verdere beoordeling

het verdere oordeel

De kantonrechter heeft een comparitie van partijen bepaald om nader geïnformeerd te worden omtrent de omstandigheden rondom de ten processe bedoelde transactie.

Gedaagde heeft ter comparitie nader gepreciseerd waarom hij van mening is dat de koopsom van de machines € 11.000,-- inclusief BTW is, de kantonrechter verwijst daartoe naar de inhoud van het proces-verbaal van de comparitie.

Bij akte heeft eiseres, kortgezegd, herhaald dat het een algemene gewoonte is dat ondernemers met elkaar zaken doende altijd spreken over prijzen exclusief BTW en dat dit in dit geval niet anders was.

Het geschil is in essentie of gedaagde BTW over de koopprijs van de machines dient te voldoen.

De kantonrechter dient op dit punt twee weren van gedaagde te beoordelen:

- is sprake van koop inclusief BTW,

- is sprake van overname van een bedrijf of bedrijfsonderdeel waardoor ingevolge artikel 31 van de Wet op de Omzetbelasting geen BTW verschuldigd is.

Met betrekking tot het eerste punt oordeelt de kantonrechter dat als feit van algemene bekendheid kan gelden dat ondernemers onderling vanwege de verrekenbaarheid daarvan, steeds prijzen exclusief BTW hanteren.

Indien van een dergelijke algemene gewoonte wordt afgeweken, moet dit voor beide partijen ondubbelzinnig kenbaar zijn door dit tot duidelijk benoemd onderdeel van de overeenkomst te maken. Nu niet gesteld noch gebleken is dat dit laatste bij het aangaan van de onderhavige overeenkomst is gedaan, en gedaagde geen concrete feiten of omstandigheden aandraagt waaruit dit kan blijken, oordeelt de kantonrechter dat partijen als overeenkomstig het algemene handelsgebruik zijn overeengekomen dat de koopprijs in beginsel dient te gelden als zijnde exclusief BTW.

De kantonrechter komt daardoor toe aan de beoordeling van het tweede verweer.

Van belang is de tekst van art. 31 van de Wet op de Omzetbelasting 1968, luidende:

“Bij overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen, al dan niet tegen vergoeding of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, wordt geacht dat geen leveringen of diensten plaatsvinden en treedt, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald, degene op wie de goederen overgaan in de plaats van de overdrager.”

Gedaagde heeft ter comparitie het in de conclusie van dupliek geformuleerde standpunt dat sprake is van de overname van een bedrijfsonderdeel gemotiveerd onderbouwd door de stelling dat hij binnen zijn huidige bedrijfsactiviteit een nieuwe activiteit voor de winter wilde opzetten en dat de gekochte machines zelfstandig een houtbewerkingsbedrijf vormen, waarbij eiseres een deel van haar bedrijf afstootte.

Eiseres is in de gelegenheid gesteld om op deze der comparitie nader feitelijk geformuleerde stelling, ondanks haar niet-verschijnen, bij akte te becommentariëren. Bij haar akte van 1 juli 2009 is zij echter met geen woord op dit verweer ingegaan, zodat de kantonrechter als niet of onvoldoende weersproken zijnde voor vaststaand aanneemt dat gedaagde niet enkele machines, maar een samenhangend geheel heeft gekocht. Eiseres heeft naar aanleiding van dit verweer ook geen feiten of omstandigheden gesteld, dan wel bescheiden laten zien, dat zij wél omzetbelasting heeft afgedragen over deze in beginsel onder de wettelijke uitzondering vallen transactie.

Dit betekent dat moet worden aangenomen dat gedaagde een bedrijfsonderdeel heeft overgenomen en in de plaats van eiseres is getreden,waardoor op grond van art 31 van de Wet de Omzetbelasting geen BTW verschuldigd is. Wanneer moet worden aangenomen dat over de koopprijs van dit bedrijfsonderdeel geen omzetbelasting hoeft te worden afgedragen, is gedaagde die ook niet aan eiseres verschuldigd en treft het tweede verweer doel.

De vorderingen van eiseres, omvattende het BTW-deel van de ten processe bedoelde transactie, moeten als zijnde ongegrond worden afgewezen, met veroordeling van eiseres in de proceskosten van gedaagde.

Wat partijen overigens nog hebben aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

De beslissing

de kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure aan de zijde van gedaagde gerezen en tot op de datum van dit vonnis begroot op € 525,00 gemachtigdensa¬laris;

Aldus gewezen door mr. J.J. Groen, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting, in tegenwoordigheid van de griffier.