Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ4405

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
03-08-2009
Zaaknummer
141598
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu het gestelde doel naar het oordeel van de kinderrechter niet bereikt zal kunnen worden middels de beoogde plaatsing in Roerzicht, is de plaatsing niet noodzakelijk in het belang van de minderjarige is en daarom dient het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing te worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 30 juni 2009

Zaaknummer: 141598 / OT RK 09-1096

BESCHIKKING OP VERZOEK MACHTIGING UITHUISPLAATSING

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met betrekking tot de minderjarige:

[naam minderjarige], geboren te [geboorteplaats minderjarige] op [geboortedatum minderjarige],

verder te noemen [minderjarige],

kind van:

[naam moeder minderjarige], wonende te [adres moeder minderjarige],

en

[naam vader minderjarige], wonende te [adres vader minderjarige].

1. Verloop van de procedure

Op 24 juni 2009 heeft de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te Roermond, verder te noemen bureau jeugdzorg, een verzoekschrift tot machtiging uithuisplaatsing ingediend.

Bij beschikking van 24 juni 2009 heeft de kinderrechter het verzoek om een machtiging te verlenen zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden, afgewezen.

De zaak is behandeld ter zitting van 30 juni 2009.

2. Vaststaande feiten

[minderjarige] is geboren uit het inmiddels ontbonden huwelijk van de moeder en de vader.

De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit.

Bij beschikking van 6 februari 2009 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 16 september 2009.

Bij beschikking van 6 maart 2009 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een zorgaanbieder voor geïndiceerde jeugdzorg verleend tot 16 september 2009.

3. Verzoek, grondslag en verweer

Bureau jeugdzorg heeft verzocht een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen op kamers voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Ter onderbouwing van het verzoek heeft bureau jeugdzorg verwezen naar de bij het verzoek gevoegde motivering en rapportage.

De gezinsvoogdes heeft ter zitting nog gesteld dat [minderjarige] op 30 maart 2009 is geplaatst op kamertraining onder een aantal voorwaarden. [minderjarige] heeft zich niet aan deze voorwaarden gehouden: [minderjarige] heeft toch drugs gebruikt en hij heeft zijn kamer herhaaldelijk verlaten na 23.00 uur, hetgeen verboden was. Toen is besloten de kamertraining te beëindigen.

Binnen Xonar bestaat nu geen mogelijkheid meer om [minderjarige] te begeleiden en hem woonruimte te geven.

Het enige alternatief is de ambulante begeleiding vanuit Xonar; voor [minderjarige] is dan een plek beschikbaar in pension Roerzicht in Roermond. [minderjarige] kan daar een nieuwe start maken en alle begeleiding krijgen die hij nodig heeft naar zijn zelfstandigheid toe. Volgens de gezinsvoogdes is [minderjarige] momenteel nog niet in staat zelfstandig een kamer te bewonen. Hij heeft geen inkomen en kan niet overzien wat kamerbewoning inhoudt.

De moeder heeft ter zitting verklaard dat [minderjarige] niet zelfstandig kan leven als hij 18 jaar is, hoewel hij dat zelf wel meent. De moeder pleit voor een verlenging van de ondertoezichtstelling tot 21 jaar, zodat nog gewerkt kan worden aan de drugsproblematiek van [minderjarige]. In het verleden is daar nooit iets aan gedaan. [minderjarige] is verslaafd.

De moeder wil het beste voor [minderjarige], maar verwacht niet dat een plaatsing in Roermond soelaas biedt. Zij vreest dat [minderjarige] helemaal zal afglijden als hij niet intensief begeleid wordt.

[minderjarige] heeft ter zitting aangegeven dat hij niet geplaatst wil worden in welke groep dan ook. Hij wil zelfstandig wonen en daarbij hulp krijgen. [minderjarige] wil jointjes blijven roken. Daar kan niemand hem vanaf brengen. Hij begrijpt niet dat iedereen hier zo’n probleem van maakt. [minderjarige] is op zoek naar werk en volgens [minderjarige] kan hij bij zijn vader gaan werken.

Met het geld dat hij vanuit Xonar krijgt tot aan zijn 18e jaar kan hij een kamer huren. [minderjarige] zal onder geen enkel beding naar pension Roerzicht gaan en wil met rust gelaten worden.

De advocaat van [minderjarige] voert ter zitting aan dat iedereen zich ernstige zorgen maakt, maar dat [minderjarige] is duidelijk te kennen heeft gegeven geen bemoeienis van wie dan ook meer te willen. [minderjarige] heeft een hele voorgeschiedenis. De jarenlange hulpverlening moet op een goede manier voor [minderjarige] worden afgerond, maar als [minderjarige] daar niet in mee wil, wordt het moeilijk. Een plaatsing in pension Roerzicht biedt geen oplossing nu [minderjarige] dat absoluut niet wil. Belangrijk is dat hij op kamers wordt geplaatst, begeleiding krijgt en werk vindt.

Een andere oplossing is er niet.

4. Beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen dient te worden.

Uit de stukken en uit het verhandelde ter zitting blijkt dat [minderjarige] een lange hulpverleningsgeschiedenis heeft. Hij heeft geruime tijd in een gesloten groep in Keerpunt gezeten. Een van de redenen voor die plaatsing was zijn drugsgebruik. Volgens [minderjarige] heeft hij ook in Keerpunt joints gerookt; vanaf december 2008 tot aan zijn vertrek in februari 2009 heeft bij hem geen urinecontrole meer plaatsgevonden. [minderjarige] heeft ter zitting heel duidelijk aangegeven dat niemand hem van het gebruik van joints kan afhouden; hij heeft ook heel duidelijk aangegeven dat hij niet in Roerzicht geplaatst wil worden.

De kinderrechter overweegt dat het de hulpverleners in de afgelopen jaren niet gelukt is om [minderjarige] blijvend van drugsgebruik c.q. joints af te houden; verblijf in open groepen, gesloten groep en kamertraining heeft er niet toe geleid dat [minderjarige] in staat wordt geacht om zonder drugs zelfstandig te wonen en voor zichzelf te zorgen. De kinderrechter verwacht niet dat een verblijf in Roerzicht wel het gewenste resultaat zal hebben, zeker niet nu [minderjarige], die bijna 18 jaar is, weigert daaraan mee te werken.

Nu het gestelde doel naar het oordeel van de kinderrechter niet bereikt zal kunnen worden middels de beoogde plaatsing in Roerzicht, is de plaatsing niet noodzakelijk in het belang van [minderjarige] is en daarom dient het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing te worden afgewezen.

5. Beslissing:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, kinderrechter, en in het openbaar op 30 juni 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

LF

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.