Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ3451

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
21-07-2009
Datum publicatie
23-07-2009
Zaaknummer
03/700633-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - De rechtbank acht medeplegen van poging tot moord bewezen, met dien verstande dat er sprake is van voorwaardelijk opzet. Verdachte gaat met de medeverdachte op zoek naar het slachtoffer. Verdachte heeft zich niet gedistantieerd van de steekpartij en zij heeft getracht het kindje van het slachtoffer bij haar weg te pakken. Daarmee levert verdachte een directe bijdrage aan de poging van de medeverdachte om het slachtoffer te doden. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700633-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 juli 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

wonende te [adresgegevens].

Raadsman is mr. R. Gijsen, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 juli 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met een ander heeft geprobeerd – met voorbedachten rade – [slachtoffer] te doden dan wel daartoe medeplichtig is geweest.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord op [slachtoffer]. De officier baseert zich op de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte met uitgestrekte armen op haar zoontje afkwam terwijl zij [medeverdachte]op dat moment hoorde zeggen “Ik snij haar nou echt de keel door, pak dat kind af” of woorden van gelijke strekking. Ook baseert de officier zich op verklaringen van verdachte zelf dat [medeverdachte] tegen haar had gezegd dat ze een steen en een mes bij zich had om [slachtoffer] de keel over te snijden, de verklaring van [medeverdachte] omtrent de wetenschap die verdachte had van het voornemen van [medeverdachte] om [slachtoffer] iets aan te doen en op het feit dat verdachte aan de politie de plek heeft gewezen waar [medeverdachte] na het begaan van het feit de messen had weggegooid.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte medepleger is geweest van een poging tot moord. Hij voert daartoe aan dat er geen sprake is geweest van opzet op het feit en evenmin van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte]. Volgens hem wist verdachte niets van de plannen van [medeverdachte] om [slachtoffer] op te zoeken en aan te vallen.

De raadsman hecht op dat punt geen geloof aan de verklaring van [medeverdachte] dat verdachte op de hoogte was van hetgeen er stond te gebeuren. Verdachte was weliswaar zaterdag 27 september 2008 aanwezig bij een gesprek tussen [medeverdachte] en een vriendin waarin [medeverdachte] aangaf [slachtoffer] de eerstvolgende maandag op te wachten en neer te steken, maar zij wist niet wat [medeverdachte] van plan was toen zij die zondag met verdachte naar buiten ging. De verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd over wat zij wist van de plannen van [medeverdachte] hadden betrekking op de plannen voor die volgende maandag, niet voor zondagmiddag 28 september 2008. Verder betoogt de raadsman dat verdachte geen enkele rol heeft gespeeld in het hele gebeuren tot het moment dat verdachte eerst probeert om [medeverdachte] weg te trekken van [slachtoffer] en zich vervolgens probeert te ontfermen over het kind van [slachtoffer].

3.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Op 28 september 2008 is verdachte samen met [medeverdachte]te [H.] op zoek gegaan naar [slachtoffer], de vriendin van de ex-vriend van [medeverdachte]. [medeverdachte] heeft twee messen en een steen op zak. Onderweg vertelt [medeverdachte] aan[verdachte] dat zij [slachtoffer] de keel ging doorsnijden. Tijdens de zoektocht naar [slachtoffer] kijken [medeverdachte] en[verdachte] op de naambordjes van de flats op de [L.straat] te [H.] om zodoende te achterhalen waar [slachtoffer] woont. Tevens bellen [medeverdachte] en[verdachte] bij verschillende mensen aan met de vraag of zij weten waar [slachtoffer] woont. Ten slotte spreken [medeverdachte] en[verdachte] met hetzelfde doel ook een jongen op straat aan. Op een gegeven moment zien verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer], met haar zoontje, op straat lopen. [medeverdachte] rent op [slachtoffer] af, pakt na een korte woordenwisseling een mes, trekt [slachtoffer] aan de haren en steekt/snijdt op haar in. Verdachte probeert, daartoe aangestuurd door [medeverdachte], het zoontje van [slachtoffer] weg te pakken bij zijn moeder, hetgeen niet lukt omdat [slachtoffer] haar zoontje blijft vasthouden. Na de steek/snijpartij rennen [medeverdachte] en verdachte weg en laten [slachtoffer] gewond achter op straat. [slachtoffer] loopt met haar zoontje naar huis en wordt door een voorbij komende buurtgenoot met de auto naar het ziekenhuis vervoerd alwaar diverse steek/snijwonden in haar halsstreek en nek worden geconstateerd. Het mes waarmee [slachtoffer] gesneden/gestoken is wordt na een aanwijzing van [verdachte]in een put aangetroffen.

Nadere bewijsoverweging over medeplegen en opzet.

Van medeplegen is sprake als twee of meer daders een afspraak maken om gezamenlijk een strafbaar feit te plegen. Die afspraak kan nadrukkelijk worden gemaakt maar dat is niet noodzakelijk. De afspraak kan ook stilzwijgend ontstaan. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval als een persoon aan de acties van een ander een bijdrage gaat leveren en daardoor blijk geeft daarmee in te stemmen.

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte wist, dan wel op z’n minst er ernstig rekening mee behoorde te houden, dat [medeverdachte] [slachtoffer] naar het leven stond.

Verdachte heeft ter terechtzitting getracht haar wetenschap te minimaliseren. Wat zij wist zou betrekking hebben op de komende maandag maar niet op de zondag waarop een en ander zich heeft afgespeeld. Ze zou ook niet geweten hebben dat [medeverdachte] een mes bij zich had. Echter, verdachte volgt [medeverdachte] wel op een zoektocht naar [slachtoffer] door de stad. Verdachte had zich moeten realiseren dat [medeverdachte] haar voornemens ook een dag eerder ten uit voer zou kunnen leggen.

Vervolgens ziet verdachte hoe [medeverdachte] [slachtoffer] met een mes aanvalt. In het licht van de wetenschap die verdachte heeft, kan dat voor haar maar een ding betekenen, namelijk dat [medeverdachte] [slachtoffer] wil gaan doden. Toch distantieert verdachte zich niet van het gebeuren. Integendeel, zij loopt ook op [slachtoffer] af en tracht het kindje van [slachtoffer] bij [slachtoffer] weg te pakken. Door deze actie van verdachte komt [slachtoffer] nog meer in het nauw. Zij moet zich niet alleen verdedigen tegen [medeverdachte], die haar probeert te steken, maar ook tegen verdachte, die haar kind probeert af te pakken. Daarmee levert verdachte een directe bijdrage aan de poging van [medeverdachte] om [slachtoffer] te doden.

De stelling van verdachte, dat zij het kind alleen maar wilde wegpakken om letsel bij hem te voorkomen is in dat verband niet relevant nu het effect van haar handelen voor [slachtoffer] het zelfde was en verdachte zich dit ook heeft moeten realiseren.

De verdediging heeft ook aangevoerd dat van medeplegen geen sprake is omdat er bij verdachte geen opzet op de dood van [slachtoffer] zou zijn geweest. Dit verweer slaagt evenmin.

Zoals hiervoor al overwogen is, wist verdachte dat [medeverdachte] [slachtoffer] wilde gaan doden. Mogelijk niet op die bewuste zondag maar dan toch een dag later. Uiterlijk op het moment dat [medeverdachte] zich met een mes op [slachtoffer] stort, moet verdachte hebben geweten dat het moment voor de afrekening was aangebroken.

Op dat moment probeert verdachte het kind dat [slachtoffer] in handen heeft, te pakken. Een ieder die een vrouw, die aangevallen wordt door iemand met een mes, haar kind uit de armen wil rukken weet dat hij/zij daardoor die vrouw verder in het nauw brengt. Die vrouw moet zich dan immers verdedigen tegen de persoon die haar aanvalt met het mes en tegen de persoon die haar kind wil afpakken. Daardoor wordt de kans dat zij door de aanvaller met het mes wordt geraakt groter. Ook verdachte moet zich dit hebben gerealiseerd.

Door vervolgens toch te handelen zoals zij heeft gedaan heeft zij willens en wetens het aanmerkelijke risico aanvaard dat [medeverdachte] [slachtoffer] dodelijk zou verwonden. Verdachte heeft – in voorwaardelijke zin – opzet gehad op de dood van [slachtoffer].

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte]op 28 september 2008 te [H.] met voorbedachten rade heeft geprobeerd [slachtoffer] met een mes te doden.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 28 september 2008 in de gemeente [H.], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met die ander, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen met een mes in de halsstreek en in de nek van die [slachtoffer] heeft gesneden en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van poging tot moord

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, gelet op de ernst van hetgeen hij bewezen acht.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair ten laste gelegde als van het subsidiair ten laste gelegde. Subsidiair bepleit de raadsman aanzienlijke matiging van de op te leggen straf, gelet op het feit dat verdachte geen strafblad heeft en gelet op het feit dat verdachte in eerste instantie geprobeerd heeft om [medeverdachte]weg te trekken van [slachtoffer] en bovendien van meet af aan alle medewerking heeft verleend aan de politie.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte is met haar medeverdachte op zoek gegaan naar [slachtoffer]. Daarbij wist verdachte dat [medeverdachte] geen goede bedoelingen had. [medeverdachte] had al kenbaar gemaakt op enig moment [slachtoffer] te willen gaan doden. Zelf kende verdachte het slachtoffer niet eens. Waarom verdachte onder die omstandigheden toch met [medeverdachte] is meegegaan is de rechtbank niet duidelijk geworden.

Toen het slachtoffer werd gevonden en [medeverdachte] zich met een mes op haar stortte, heeft verdachte geen serieuze poging ondernomen om [medeverdachte] tegen te houden en evenmin heeft zij zich gedistantieerd van het gebeuren. In plaats daarvan heeft zij geprobeerd het driejarige zoontje van [slachtoffer] te pakken waardoor [slachtoffer] nog ernstiger in het nauw werd gedreven. Wederom is het waarom voor de rechtbank niet helder geworden. Nadat [medeverdachte] [slachtoffer] een fors aantal snij- en steekwonden had toegebracht zijn verdachte en [medeverdachte] er van doorgegaan, [slachtoffer] gewond achter latend op straat. Zelfs toen heeft verdachte geen hulp geboden. Het is uiteindelijk niet meer dan geluk geweest dat [slachtoffer] niet ernstiger gewond is geraakt of is overleden.

Het vorenstaande rekent de rechtbank verdachte zeer zwaar aan.

Zoals onder meer blijkt uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring heeft een en ander een grote impact gehad op zowel [slachtoffer] als diens zoontje. Als gevolg van het toegebrachte letsel heef [slachtoffer] veel pijn gehad. Ook hebben de door [medeverdachte] toegebrachte wonden tot blijvende littekens in onder meer hals en nek geleid. Nog altijd heeft [slachtoffer] angst en is zij achterdochtig en wantrouwend ten opzichte van anderen. Haar zoontje heeft als gevolg van het gebeuren gedragsproblemen ontwikkeld en staat onder behandeling van een kinderpsycholoog.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat niet volstaan kan worden met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het bewezenverklaarde is zo ernstig dat in het kader van de bestraffing, de leedtoevoeging, een werkstraf niet meer passend is.

Anderzijds is de rechtbank op grond van de behandeling ter terechtzitting ook tot de overtuiging gekomen dat verdachte inmiddels het verkeerde van haar handelen wel inziet. Verder neemt de rechtbank mee in haar oordeel dat verdachte een blanco strafblad heeft en er geen aanwijzingen zijn dat zij gemakkelijk tot het plegen van strafbare feiten komt. Een straf als door de officier van justitie gevorderd acht de rechtbank dan ook te zwaar.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht, passend en geboden.

6 Het beslag

Gelet op het feit dat het vlees/keukenmes met zwart handvat in beslag is genomen onder de medeverdachte kan de rechtbank hierover ter zake geen beslissing nemen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. R.A.M.M. Gijselaers en mr. B.R.M. de Bruijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 juli 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 28 september 2008 in de gemeente [H.], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met die ander, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een of meermalen (telkens) met een of meer messen, althans met een of meer scherp(e) voorwerp(en), (onder meer) in de halsstreek en/of in de nek en/of in de borst, in elk geval in het lichaam, van die [slachtoffer] heeft gesneden en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte]op of omstreeks 28 september 2008 in de gemeente [H.], ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een of meermalen (telkens) met een of meer messen, althans met een of meer scherp(e) voorwerp(en), (onder meer) in de halsstreek en/of in de nek en/of in de borst, in elk geval in het lichaam, van die [slachtoffer] heeft gesneden en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

- tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 28 september 2008 in de gemeente [H.], althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of

- bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op 28 september 2008 in de gemeente [H.] opzettelijk behulpzaam is geweest, door:

tezamen met die [medeverdachte], althans alleen, op zoek te gaan naar de verblijfplaats van genoemde [slachtoffer]

en/of

tezamen met die [medeverdachte], althans alleen, op een of meer adressen aan te bellen teneinde de verblijfplaats van die [slachtoffer] te kunnen achterhalen

en/of

tezamen met die [medeverdachte], althans alleen, te trachten de boven de woning [E.straat] te [H.] gelegen woning binnen te klimmen en/of te kijken teneinde de verblijfplaats van die [slachtoffer] te achterhalen

en/of

genoemde [medeverdachte] te adviseren handschoenen aan te doen

en/of

- nadat die [medeverdachte] haar, verdachte, dit had verzocht - het 3-jarig zoontje van genoemde [slachtoffer], welk zoontje door die [slachtoffer] werd gedragen, althans werd vastgehouden, beet te pakken en/of uit de handen van die [slachtoffer] te trekken, althans trachten beet te pakken en/of uit de handen van die [slachtoffer] te trekken, teneinde het die [medeverdachte] mogelijk te maken die [slachtoffer] met die/dat mes(sen), althans met die/dat scherp(e) voorwerp(en) in het lichaam te kunnen snijden en/of steken

en/of

na te laten genoemde [slachtoffer] te beschermen toen genoemde [medeverdachte] die [slachtoffer] met die/dat mes(sen), althans scherp(e) voorwerp(en) aanviel.