Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ2129

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
304644 CV EXPL 08-7349
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artt. 6:89 en 7:759 BW

Aanneemovereenkomst. Aanvang termijn voor het protesteren na het constateren van een gebrek. Titel 12 van Boek 7 sluit de toepasselijkheid van 6:89 BW niet uit maar is een aanvulling op en een nader precisering van de algemene regels van de Boeken 3 en 6, welke boeken de termijn van protesteren na het ontdekken van een gebrek op voldoende wijze regelen. Eisers hebben gedaagde na het ontdekken van het gebrek (eind 2005) niet onverwijld meegedeeld dat zij deskundigen zouden inschakelen. Overschrijding van de termijn als bedoeld in art. 6:89 BW leidt tot rechtsverlies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

zaakno: 304644 CV EXPL 08-7349

typ: YT

coll:

Vonnis van 24 juni 2009.

Inzake:

1. [eiser],

wonende te [woonplaats], en

2. ARAG-Nederland Algemene Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisers, nader te noemen: [eisers],

gemachtigde: voorheen mr. M.C. Lips, thans mr. J.F.G. Godart,

tegen,

[gedaagde],

Gevestigd en kantoor houdende te [adres],

gedaagde partij, nader te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. B.M.A. Jegers.

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Naar aanleiding van de op 16 januari 2009 gehouden comparitie van partijen is een proces-verbaal opgemaakt en hebben beide partijen nog een conclusie genomen waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Daarna is vonnis bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

VERDERE BEOORDELING:

Uit het tussen partijen over en weer gestelde staat, als niet of onvoldoende weersproken, vast dat er tussen [eisers] en [gedaagde] in 2003 een overeenkomst is gesloten waartoe

[eisers] de offerte van [gedaagde] voor akkoord heeft getekend, dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en dat na de uitvoering van de werkzaamheden de facturen van [gedaagde] zijn betaald.

Bij opgemeld proces-verbaal heeft de kantonrechter [eisers] onder meer verzocht om zich bij conclusie van repliek uit te laten over het verweer betreffende artikel 6:89 BW mede aan de hand van een chronologisch zo concreet mogelijke weergave van ontdekking, onderzoek en klacht.

[eisers] hebben daartoe gesteld dat het bepaalde in artikel 6:89 BW in het onderhavige geval niet van toe-passing is nu artikel 7:759 BW een lex specialis en artikel 6:89 BW een lex generalis betreft. Nu artikel 7:759 BW geen termijn voorschrijft waarbinnen geprotesteerd dient te worden zijn de stellingen van [gedaagde] dat artikel 6:89 BW van toepassing is en binnen bekwame tijd dient te worden geprotesteerd onjuist.

De kantonrechter merkt dienaangaande op dat hij het met [gedaagde] eens is dat het bepaalde in artikel 6:89 BW hier wel van toepassing is en dat titel 12 van boek 7 de toepasselijkheid van artikel 6:89 BW niet uitsluit. De vragen doen zich voor per welke datum [eisers] op de hoogte waren van het gebrek of redelijkerwijs het gebrek hadden moeten ontdekken, op welk tijdstip [eisers] hebben geprotesteerd en of [eisers] bin-nen een bekwame tijd na het ontdekken van het gebrek terzake bij [gedaagde] hebben geprotesteerd.

Met betrekking tot beantwoording van de eerste vraag merkt de kantonrechter op dat

[eisers] het verweer van [gedaagde], dat [eisers] blijkens de inhoud van hun eigen deskundigenrappor-ten eind 2005 de gebreken al hebben geconstateerd, niet, althans niet voldoende gemotiveerd hebben betwist. Nu [eisers] bij repliek, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld en dat uitdrukkelijk bij proces-verbaal van comparitie is verzocht, geen ander tijdstip van ontdekking naar chronologie hebben geconcretiseerd, staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de gebreken eind 2005 bij [eisers] bekend waren.

Met betrekking tot beantwoording van de tweede vraag merkt de kantonrechter op dat

[eisers] bij dagvaarding hebben gesteld dat zij in juni 2006 telefonisch en per 25 juli 2006 per fax aan [gedaagde] hebben aangegeven dat het schilderwerk niet goed was.

[gedaagde] heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd en gesteld dat hem tijdens dat telefoongesprek niets is meegedeeld over een klacht en hem uit het faxbericht evenmin is gebleken dat er sprake was van een klacht. [gedaagde] is er van uitgegaan dat [eisers] hem hadden gebeld voor een onderhoudsbeurt of voor een nieu-we opdracht. Eerst tijdens de bezichtiging op 17 augustus 2006 is hem bekend geworden dat er sprake is van een klacht.

Aangezien [eisers] bij repliek niet voldoende inzichtelijk hebben gemaakt op welk moment zij daadwerke-lijk hebben geprotesteerd -waar dat wel op de weg van [eisers] lag, daar de stelplicht met betrekking tot het tijdstip van protesteren op hen rustte en uitdrukkelijk bij proces-verbaal van comparitie was verzocht om deze stelling verder toe te lichten- zal de kantonrechter 17 augustus 2006 als tijdstip van protesteren hanteren nu vast staat dat [gedaagde] in ieder geval per die datum bekend is geworden met het protest aangaande een gebrek.

Met betrekking tot beantwoording van de derde vraag merkt de kantonrechter als eerste op dat overschrijding van de in artikel 6:89 BW bedoelde termijn leidt tot rechtsverlies. De strekking van de termijn houdt een krach-tige aansporing voor [eisers], in hun hoedanigheid van schuldeisers, in om zo snel mogelijk na het ontdek-ken van het gebrek bij [gedaagde], als schuldenaar, te protesteren als na oplevering een gebrek aan het licht komt. Verder berusten de strekking van die termijn en de teneur van de rechtspraak van de Hoge Raad op de gedachte dat [gedaagde] er op moet kunnen vertrouwen dat [eisers] met bekwame spoed onderzoeken of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en dat [eisers], indien dat niet het geval blijkt te zijn, dat eveneens met spoed aan [gedaagde] mededelen. De wet heeft er in voorzien om op die wijze [gedaagde] te beschermen tegen late en bewijsrechtelijk moeilijk meer te betwisten klachten.

De kantonrechter merkt in dat kader op dat het een feit van algemene bekendheid is dat scheuren in verfwerk ten gevolge van de weersinvloeden kunnen ontstaan en na het ontstaan alleen maar verergeren waarbij ook de waar-neembaarheid van de klacht van belang is daar het niet zo is dat plotsklaps scheuren in het verfwerk optreden. Dit is immers een proces dat zich naar mate de tijd verstrijkt en door de invloed van de weersomstandigheden openbaart.

Nu sedert het ontdekken van de klacht -eind 2005- en het protesteren -17 augustus 2006- bijna drie jaargetijden (winter, lente en een groot deel van de zomer) zijn verstreken had het op de weg van [eisers] gelegen de nodige voortvarendheid te betrachten en zo spoedig mogelijk na eind 2005 bij [gedaagde] te protesteren. Het feit dat [eisers] daarna -in respectievelijk november 2006, juli en augustus 2007- deskundigen hebben inge-schakeld doet daar in het onderhavige geval niet aan af aangezien [eisers] onverwijld na het constateren van het gebrek aan [gedaagde] hadden dienen mee te delen dat zij een onderzoek van een of meerdere deskundi-gen wensten. Nu [eisers] niet heeft gesteld of anderszins heeft doen blijken dat zij in de periode eind 2005 - augustus 2006 een dergelijk onderzoek hebben laten uitvoeren is het moment van het ontdekken van de klacht, eind 2005, bepalend.

Met inachtneming van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [eisers] niet binnen bekwame tijd na het ontdekken van de klacht hebben geprotesteerd en dat zij hun recht daartoe hebben verwerkt. Nu dit oordeel het meest verstrekkend is, komt de kantonrechter niet meer toe aan het overige door [eisers] ge-vorderde en gestelde. De wijziging van eis van [eisers] bij repliek leidt niet tot een ander oordeel. De vor-deringen van [eisers] zullen derhalve worden afgewezen met veroordeling van [eisers], als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure.

UITSPRAAK:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt [eisers] in de kosten van deze procedure tot aan dit vonnis aan de zijde van [gedaagde] begroot en gerezen op € 750,00.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in te-genwoordigheid van de griffier.