Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ1436

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-06-2009
Datum publicatie
03-07-2009
Zaaknummer
139421
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kinderrechter oordeelt dat uit de stukken en uit de verklaringen ter zitting niet is gebleken dat aan de gronden voor ondertoezichtstelling is voldaan en wijst de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 16 juni 2009

Zaaknummer: 139421 / OT RK 09-620 en 139422 / OT RK 09-621

BESCHIKKING OP VERZOEK VERLENGING ONDERTOEZICHTSTELLING

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met betrekking tot de minderjarigen:

[naam minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats minderjarige 1] op [geboortedatum minderjarige 1],

verder te noemen [minderjarige 1],

en

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats minderjarige 2] op [geboortedatum minderjarige 2],

verder te noemen [minderjarige 2],

kinderen van:

[naam moeder], wonende te [adres moeder],

verder te noemen de moeder,

en

[naam vader], [adres vader].

verder te noemen de vader.

1.Verloop van de procedure

Op 10 april 2009 heeft de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te Roermond, verder te noemen bureau jeugdzorg, een verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 16 juni 2009.

2.Vaststaande feiten

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn geboren uit de inmiddels beëindigde relatie tussen de moeder en de vader.

De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit.

Bij beschikking van 25 juni 2008 van de kinderrechter is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met ingang van 25 juni 2008 verleend tot 25 juni 2009.

3.Verzoek, grondslag en verweer

3.1

Bureau jeugdzorg heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor een periode van een jaar.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft bureau jeugdzorg verwezen naar de bij het verzoek gevoegde motivering en rapportage en het navolgende – zakelijk weergegeven – aangevoerd:

De doelen die ten behoeve van de ondertoezichtstelling zijn gesteld, zijn deels behaald. Een van deze doelen was dat de inrichting van het huis van moeder op orde komt; hieraan is nog niet voldaan. Tevens zou maatschappelijk werk moeder gaan ondersteunen, maar dat is pas onlangs gerealiseerd. Ook de alcoholproblematiek van vader is nog niet opgelost.

3.3

De moeder heeft verweer gevoerd als volgt:

De vader heeft een alcoholprobleem, maar hij is hiervoor in behandeling en hij komt wel zijn afspraken na: als hij de kinderen ophaalt en terugbrengt is hij nuchter. Ook de kinderen geven aan dat vader tijdens hun bezoek niet drinkt. De vooruitgang die geboekt is, heeft moeder op eigen kracht gehaald, niet met behulp van bureau jeugdzorg. Sinds de ondertoezichtstelling heeft moeder slechts twee gesprekken met de gezinsvoogdes gehad. Het rapport van bureau jeugdzorg is niet actueel: in tegenstelling tot hetgeen in het rapport staat heeft de school van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aangegeven dat er vooruitgang is geboekt en dat het goed met hen gaat.

Op dit moment wordt het huis wel nog verbouwd, maar er wordt hard gewerkt.

3.4

De vader heeft telefonisch laten weten dat hij niet in de gelegenheid is om naar de zitting te komen.

4.Beoordeling

De kinderrechter oordeelt dat uit de stukken en uit de verklaringen ter zitting niet is gebleken dat aan de gronden voor ondertoezichtstelling is voldaan.

Het enkele feit dat de moeder thuis nog bezig is met de verbouwing van het huis en daarmee de huisvesting nog niet geheel op orde is, is op zich geen reden voor het voortzetten van de ondertoezichtstelling. Niet is gebleken dat de kinderen in hun ontwikkeling worden bedreigd door de verbouwing.

Dat de vader kennelijk nog in behandeling is vanwege zijn alcoholprobleem, is geen grond om de ondertoezichtstelling te verlengen. Nu de moeder onweersproken heeft gesteld dat de vader nooit alcohol gebruikt als de kinderen bij hem zijn, moet ervan worden uitgegaan dat de kennelijke verslaving van de vader de belangen van de kinderen niet schaadt.

Ook de mededeling ter zitting van de vervanger van de gezinsvoogd dat de maatschappelijk werker eerst onlangs is gestart, is op zich geen reden voor verlenging van de ondertoezichtstelling; dat er kennelijk wachtlijsten bestaan voor deze hulp, mag niet van invloed zijn op de vraag of deze kinderen onder toezicht gesteld dienen te blijven.

In ieder geval is wel gebleken dat de moeder meewerkt aan deze hulpverlening.

Verder is ook gebleken is dat de moeder vooruitgang heeft geboekt en dat de school van de kinderen recent nog heeft aangegeven dat het goed met hen gaat.

Tenslotte overweegt de kinderrechter dat, nu de moeder ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de gezinsvoogdes vanaf december 2008 niet meer bij haar thuis is geweest en dat zij sinds de ondertoezichtstelling slechts twee gesprekken heeft gehad, de gedwongen hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling door de gezinsvoogdes kennelijk niet als noodzakelijk wordt beschouwd.

De verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen derhalve worden afgewezen.

5. Beslissing:

Wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, kinderrechter, en in het openbaar op 16 juni 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.S. Frings, griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.