Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BI9130

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
29-06-2009
Zaaknummer
140637
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Met betrekking tot de gevraagde termijn voor de gesloten jeugdzorg is de kinderrechter niet overtuigd van de noodzaak hiervan; de raad geeft in zijn rapport niet duidelijk aan waarom de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling gesloten geplaatst dient te worden. Gelet op de lange hulpverleningsgeschiedenis, waarbij uiteindelijk is gebleken dat onvoldoende resultaten zijn behaald en gelet op het feit dat geen behandelplan voorhanden is, acht de kinderrechter het in het belang van de minderjarige dat na een behandeling van zes tot zeven maanden bekeken wordt of de behandeling succesvol is en of verdere behandeling in een gesloten setting nog nodig is.

De vraag dient gesteld te worden of de intelligentie van de minderjarige van invloed is op de behandelmogelijkheden in een gesloten setting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 12 juni 2009

Zaaknummer: 140637 / OT RK 09-844

BESCHIKKING OP VERZOEK ONDERTOEZICHTSTELLING EN

MACHTIGING UITHUISPLAATSING IN EEN ACCOMMODATIE VOOR GESLOTEN JEUGDZORG

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met betrekking tot de minderjarige:

[naam minderjarige], geboren te [geboorteplaats minderjarige] op [geboortedatum minderjarige],

verder te noemen [de minderjarige],

advocaat mr. E.J.A. Roeleven,

kind van:

[naam moeder minderjarige], wonende te [adres moeder minderjarige]

en

[naam vader minderjarige], wonende te [adres vader minderjarige]

1. Verloop van de procedure

Op 25 mei 2009 heeft de Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht, verder te noemen de raad, een verzoekschrift tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 5 juni 2009.

2. Vaststaande feiten

[de minderjarige] is geboren uit het huwelijk van de moeder en de vader.

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit. Het kind verblijft in de gesloten groep [naam groep] van Wickraderheem.

3. Verzoek, grondslag en verweer

3.1

De raad heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] uit te spreken voor een periode van een jaar en een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg eveneens voor de duur van een jaar.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de raad verwezen naar de bij het verzoek gevoegde motivering en rapportage en het navolgende – zakelijk weergegeven – aangevoerd.

Bij [de minderjarige] is sprake van veel persoonlijke problemen. Dit levert ook thuis grote problemen op, zoals agressie. De ouders hebben in het verleden al veel hulpverlening ingeschakeld, echter zonder resultaat. Op 23 maart 2009 is [de minderjarige] met spoed geplaatst in een gesloten crisisopvanggroep, omdat hij zich totaal niet meer liet aansturen en een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving vormde vanwege o.a. bedreigingen.

De raad is van mening dat hulpverlening binnen een gesloten kader noodzakelijk is, mede ook omdat verwacht wordt dat [de minderjarige] hulpverlening in een open setting niet gaat volhouden.

3.3

De ouders hebben ter zitting ingestemd met de verzoeken. Zij geven aan geen controle meer over [de minderjarige] te hebben en het eens te zijn met het rapport van de raad.

3.4

[de minderjarige] heeft ter zitting aangegeven dat hij inziet dat er problemen zijn en dat hij bereid is aan zichzelf te werken. Tegen de ondertoezichtstelling heeft [de minderjarige] geen bezwaren. Hij wil echter graag in een open groep blijven; hij verblijft nu vrijwillig in de gesloten groep van Wyckraderheem.

3.5

De advocaat heeft namens [de minderjarige] verweer gevoerd als volgt:

De vraag is waarom bij [de minderjarige] meteen om een gesloten plaatsing wordt verzocht. Er wordt een stap overgeslagen, namelijk de mogelijkheid van een open plaatsing. [de minderjarige] is de afgelopen twee maanden vrijwillig in Wyckraderheem gebleven en heeft laten zien dat hij de regels kan opvolgen en zich kan laten aansturen. Hij ziet in dat hij zaken verkeerd heeft aangepakt en hij wil graag heel hard aan zichzelf gaan werken. Hij ziet ook in dat hij behandeling nodig heeft en niet naar huis kan. Het is echter een stap te ver om [de minderjarige] direkt gesloten te plaatsen en daarom verzoek ik een open plek voor [de minderjarige].

4. Beoordeling

Uit de stukken en uit de verklaringen ter zitting blijkt dat aan de gronden voor ondertoezichtstelling is voldaan.

Dit verzoek zal daarom worden toegewezen.

Verzoeker heeft een indicatiebesluit overgelegd, waarin gesloten jeugdzorg geïndiceerd is voor een periode van een jaar, ingaande 26 mei 2009 alsmede een verklaring als bedoeld in artikel 29 b vierde lid Wjz en een instemmingverklaring van mevr. Drs. M.M. van der Veer, gedragswetenschapper, gedateerd 3 juni 2009, die [de minderjarige] kort tevoren heeft onderzocht.

Met betrekking tot het verzoek gesloten jeugdzorg overweegt de kinderrechter als volgt:

In de afgelopen jaren is al veel hulp geboden aan [de minderjarige] en zijn ouders. Uit de stukken blijkt dat [de minderjarige] vanaf januari 2003 tot juni 2003 dagbehandeling in Wyckraderheem heeft gehad, maar omdat dit onvoldoende bleek is [de minderjarige] daarna voor verdere behandeling gedurende twee jaar opgenomen geweest in Wyckraderheem. Tijdens deze opname stagneerde de ontwikkeling en werd een plafond bereikt.

In de jaren daarna is, zo blijkt uit de stukken, nog verschillende hulp ingezet, helaas zonder resultaat; de beïnvloedbaarheid en leerbaarheid van [de minderjarige] zijn zowel in de thuissituatie als in de klinische situatie beperkt gebleken. Ook plaatsing op een schoolinternaat in België leidde niet tot resultaat.

Aangezien de gedragsproblemen niet zijn opgelost en de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn ontwikkeling naar volwassenheid bedreigen, is een opname in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg onvermijdelijk. [de minderjarige] heeft een slechte frustratietolerantie en is in uitspraken en daden zeer agressief, waarbij de inschatting van de psycholoog van Wickraderheem is dat hij tot uitvoeren van dreigementen in staat is.

[de minderjarige] heeft ter zitting gezegd dat hij vrijwillig in een open groep behandeld wil worden, maar nu zowel de ouders als de gedragswetenschapper aangeven dat de verwachting is dat hij zich aan behandeling zal onttrekken, overweegt de kinderrechter dat, gelet ook op [minderjariges] leeftijd, niet nogmaals ingezet kan worden op behandeling in een open setting.

Met betrekking tot de gevraagde termijn voor deze gesloten jeugdzorg is de kinderrechter niet overtuigd van de noodzaak hiervan; de raad geeft in zijn rapport niet duidelijk aan waarom [de minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling gesloten geplaatst dient te worden.

Gelet op de lange hulpverleningsgeschiedenis, waarbij uiteindelijk is gebleken dat onvoldoende resultaten zijn behaald en gelet op het feit dat geen behandelplan voorhanden is, acht de kinderrechter het in het belang van [de minderjarige] dat na een behandeling van zes tot zeven maanden bekeken wordt of de behandeling succesvol is en of verdere behandeling in een gesloten setting nog nodig is. De kinderrechter laat bij deze beslissing ook meewegen de onduidelijkheid over de intelligentie van [de minderjarige]; immers de tests die in april/mei 2009 zijn afgenomen geven een veel lagere score dan de tests die in april 2005 zijn afgenomen. De vraag dient gesteld te worden of de intelligentie van [de minderjarige] van invloed is op de behandelmogelijkheden in een gesloten setting.

5. Beslissing:

Stelt voornoemde minderjarige met ingang van 12 juni 2009 onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg voor de termijn van één jaar.

Verleent machtiging tot plaatsing van [de minderjarige] met ingang van 12 juni 2009 voor de termijn van maximaal zeven maanden in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Houdt de beslissing ten aanzien van de resterende termijn aan.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, kinderrechter, en in het openbaar op 12 juni 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.S. Frings, griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.