Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BI6104

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-06-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
314336 CV EXPL 08-4793
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing gevorderde incassokosten nu gedaagde partij reeds van meet af aan aan de incassogemachtigde heeft laten weten dat hij niet in staat was de (achterstallige) premies (ineens) te betalen. De door de incassogemachtigde in rekening gebrachte kostenvoor de ondanks die wetenschap verrichte incassowerkzaamheden zijn in die omstandigheden niet aan te merken als redelijke kosten in de zin van 6:96 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 314336 CV EXPL 08-4793

typ: MH

coll: MH

vonnis van 3 juni 2009

in de zaak van

COÖPERATIE VGZ-IZA-TRIAS U.A.,

statutair gevestigd te Gorinchem, gevolmachtigd uitvoeringsorgaan van de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V. statutair gevestigd te Nijmegen,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen VGZ,

gemachtigden: T.V.S. Broekhuijse, werkzaam bij Inkasso-Unie B.V. te Eindhoven,

alsmede mr. E.L.B. Huntscheidt en F.H.M. Bazuin, deurwaarders te Rotterdam

tegen

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie],

wonend te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie.

hierna te noemen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie],

in persoon procederend.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld:

- exploot van dagvaarding d.d. 6 november 2008;

- conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met zes, deels meervoudige producties;

- conclusie van repliek, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende een vermindering van eis, met zes deels meervoudige producties, ingediend door de kennelijk vanaf dat moment als gemachtigde of medegemachtigde van eiseres optredende T.V.S. Broekhuijse, werkzaam bij Inkasso-Unie te Eindhoven;

- conclusie van dupliek, tevens houdende conclusie van repliek in reconventie, met één productie;

- akte houdende vermindering van eis, tevens houdende conclusie van dupliek in reconventie.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING

het geschil in conventie en reconventie

VGZ vorderde aanvankelijk (bij het inleidende exploot van dagvaarding) veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 1.180,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.002,43 vanaf 6 november 2008 tot de dag van algehele voldoening. Bij conclusie van repliek heeft VGZ haar vordering verminderd met € 561,33 en heeft VGZ afstand gedaan van haar aanspraak op vergoeding van de rente over de hoofdsom, voorzover die rente betrekking heeft op de periode vóór 6 november 2008. Bij conclusie van dupliek in reconventie heeft VGZ haar vordering verder verminderd met een bedrag van € 246,66.

VGZ heeft daartoe gesteld dat zij onder toepasselijkheid van de door haar gehanteerde algemene verzekeringsvoorwaarden met [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] een overeenkomst van basisziektekostenverzekering heeft gesloten. Op grond van genoemde overeenkomst is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] als verzekeringsnemer aan haar als verzekeraar contractueel bij vooruitbetaling premies verschuldigd. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] is echter in gebreke gebleven de premies over de periode 1 januari 2006 tot 1 juni 2008 tot een bedrag van € 1.002,43 te voldoen. VGZ heeft verder nog gesteld dat zij ten gevolge van de niet-betaling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] kosten heeft moeten maken ter inning van haar vordering tot een bedrag van € 178,50, welk bedrag zij ook van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vordert. Voorts is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] op grond van de algemene verzekeringsvoorwaarden wettelijke rente verschuldigd vanaf 30 dagen na factuurdatum of factuurdata. Ook deze rente wordt van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] gevorderd (blijkens de repliek in conventie eerst vanaf 6 november 2008).

Bij repliek heeft VGZ haar vordering verminderd met een bedrag van € 561,33. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft vijf betalingen van € 94,25 en één betaling van € 90,08 verricht die in mindering strekken van de gevorderde hoofdsom. VGZ heeft als gezegd de aanspraak op rentevergoeding beperkt tot de periode na dagvaarding.

Bij conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende vermindering van eis heeft VGZ haar vordering verder verminderd met een bedrag van € 246,66 naar aanleiding van drie betalingen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] van elk € 88,22.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft de vordering niet betwist, doch benadrukt dat er geen sprake is van betalingsonwil, maar van betalingsonmacht. Hij heeft VGZ reeds in een vroeg stadium op de hoogte gebracht van zijn financiële problemen. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] stelt een afbetalingsregeling van € 155,00 per maand te zijn overeengekomen met Inkasso-Unie. Hij betaalt vanaf een bepaald moment de lopende premies, maar VGZ “stort” die betalingen vervolgens “door” aan Inkasso-Unie om in mindering te brengen op de openstaande vordering. Het gevolg is dat de actuele premies onbetaald blijven en dat VGZ de daarop betrekking hebbende claim vervolgens weer uit handen geeft aan Inkasso-Unie met als gevolg extra kosten voor [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie]. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] maakt daarom bezwaar tegen de buitengerechtelijke kosten. In reconventie vordert hij “terugbetaling” van de in rekening gebrachte wettelijke rente.

de beoordeling

in conventie

Nu [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] de vordering van VGZ tot een bedrag van € 176,44 erkent, kan dit bedrag zonder meer worden toegewezen. De wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding zal eveneens worden toegewezen.

De gevorderde vergoeding van de incassokosten zal worden afgewezen. Uit de overgelegde producties blijkt immers genoegzaam dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] van meet af aan ten opzichte van de incassogemachtigde het standpunt heeft ingenomen dat hij niet in staat was de (achterstallige) premies (ineens) te betalen. De door de incassogemachtigde van VGZ in rekening gebrachte kosten voor de ondanks die wetenschap en derhalve tegen beter weten in verrichte incassowerkzaamheden zijn in die omstandigheden niet als redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW aan te merken. Noch omtrent de redelijke noodzaak noch omtrent de redelijke omvang van de buitengerechtelijke werkzaamheden en de daarmee gemoeide kosten heeft VGZ aldus voldoende overtuigende stellingen te berde gebracht. Daarbij is niet komen vast te staan dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] eerder dan per datum dagvaarding in verzuim is geraakt zodat werkzaamheden en kosten die betrekking hebben op de voorafgaande periode niet voor vergoeding in aanmerking komen.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] zal als de merendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen.

in reconventie

VGZ heeft bij repliek afstand gedaan van haar aanspraak op vergoeding van de rente over de schuld, voor zover die rente betrekking heeft op de periode vóór dagvaarding. Gelet hierop komt de kantonrechter niet meer toe aan een beoordeling van de reconventionele vordering die gericht was niet zozeer op “terugbetaling” doch ongedaanmaking van een toerekening van eerdere betalingen aan een rentepost in plaats van de hoofdsom (artikel 6:44 BW).

Gelet op het bovenstaande ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

BESLISSING

in conventie

Veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] om aan VGZ tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 176,44 te betalen, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2008.

Veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van VGZ tot de datum van dit vonnis begroot op € 346,44, bestaande uit € 60,00 aan salaris gemachtigde, € 201,00 aan vastrecht en € 85,44 aan explootkosten.

in reconventie

Verstaat dat op de vordering niet meer behoeft te worden beslist.

Compenseert de proceskosten in het geheel, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

in conventie en reconventie

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.