Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BI4667

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
20-05-2009
Zaaknummer
03/700737-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- Promis - Verdachte heeft stelselmatig leugenachtig verklaard. Om die reden twijfelt de rechtbank niet aan de verklaring van de locatiemanager van het College Rolduc, die verdachte aantrof met een rode draagtas waarin hij een dvd-videorecorder wilde plaatsen die aan deze school toebehoorde.

Verdachte is veelpleger. Door de officier van justitie is het opleggen van de ISD-maatregel gevorderd. Nu verdachte zich op vrije voeten bevindt en de richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers nog niet in werking is getreden, heeft de rechtbank de ISD-maatregel niet aan verdachte kunnen opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700737-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 maart 2009

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [adres verdachte].

Raadsvrouwe mr. G. Biesmans, advocate te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 maart 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: diefstal heeft gepleegd.

Feit 1 subsidiair: gepoogd heeft een diefstal te plegen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het primaire variant aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak. Volgens haar is er onvoldoende bewijs dat haar cliënt het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Getuige [naam getuige], lokatiemanager op het [CR], heeft verklaard dat zij op 27 november 2008, omstreeks 11:30 uur, vreemde geluiden heeft gehoord in de vergaderruimte naast haar kantoor. Zij ziet bij aankomst in deze vergaderruimte dat verdachte de dvd-videorecorder die in deze vergaderruimte staat, in een rode plastic zak heeft gedaan. Zij spreekt verdachte onmiddellijk hierop aan. Verdachte geeft aan dat hij door ene Natascha, die stagiaire is en het vak maatschappelijke verzorging geeft, gevraagd is om de dvd-videorecorder op te halen. [naam getuige] verklaart daarop dat zij geen Natascha kent die op deze lokatie werkt. Op haar verzoek legt verdachte de dvd-videorecorder terug.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 27 november 2008 in het schoolgebouw aanwezig was, dat hij een rode draagtas van de mediamarkt bij zich had en dat hij daar was voor een vriendin die Natascha Schoenmakers heette. Hij moest in haar opdracht de dvd-videorecorder ophalen. Hij heeft de dvd-videorecorder echter niet gepakt, niet gestolen en ook niet geprobeerd mee naar buiten te nemen. De dvd-videorecorder stond op de tafel. Een en ander heeft verdachte ter terechtzitting nog eens herhaald.

Op 27 november 2008 heeft van [naam aangever] (teammanager bij het College) namens het [CR] aangifte gedaan van een poging tot diefstal.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij in opdracht handelde van ene Natascha Schoenmakers en dat hij niets wilde stelen ongeloofwaardig. Daarbij heeft de rechtbank gelet op het volgende:

? [naam getuige] heeft verklaard niemand met die naam of functie te kennen. [naam getuige] heeft voor de zekerheid personele zaken hierover geraadpleegd die bevestigt dat er geen Natascha Schoenmaeckers bij [CR] werkt;

? ook aangever [naam aangever] herkent verdachte niet;

? het door verdachte opgegeven telefoonnummer van Natascha Schoenmakers heeft geleid tot een onderzoek op een adres waar weliswaar ene Schoenmaeckers woont, maar die heeft verklaard dat zij huisvrouw van beroep is, geen stage loopt op het [CR], daar niet op 27 november 2008 is geweest en geen man met de naam [naam verdachte] kent;

? op aangeven van verdachte heeft [naam getuige] buiten de school gezocht naar Natascha die een sigaret aan het roken zou zijn, echter tevergeefs;

? verdachte heeft aan [naam aangever] een valse naam opgegeven, namelijk Hachim Moussale;

? verdachte doet het aan [naam aangever] voorkomen dat hij buiten, in een auto, zijn identiteitsbewijs heeft liggen. Buiten staat echter geen auto en verdachte probeert steeds verder van de school weg te komen.

De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is van een verdachte die stelselmatig leugenachtig verklaart, kennelijk om de waarheid te bemantelen. Daarom is er geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van [naam getuige], dat zij zag dat verdachte de dvd-videorecorder in een tas had gestopt. De verklaring van verdachte dat zulks niet het geval zou zijn geweest passeert de rechtbank in het licht van het vorenstaande eveneens.

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang beschouwd, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3. 4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 27 november 2008 te Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een dvd/videorecorder, toebehorende aan het [CR].

4 De strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op:

primair:

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaren. De ISD-maatregel kan worden opgelegd indien een stelselmatige dader

veelpleger - opnieuw een strafbaar feit begaat zoals bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht en heeft primair tot doel om de samenleving te beveiligen tegen de door de dader veelvuldig gepleegde overlast. Het feit dat de verdachte niet meer in voorlopige hechtenis verblijft is volgens de officier van justitie geen bezwaar nu de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers welke op 1 februari 2009 (nr. 2008R006) in werking is getreden die eis, anders dan de eerdere richtlijn, niet meer stelt.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft zich onder verwijzing naar de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers (nr. 2007R006), welke in werking is getreden op

1 februari 2008, op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel niet kan worden gevorderd door het openbaar ministerie nu verdachte niet meer in voorlopige hechtenis verblijft. De raadsvrouwe acht een gevangenisstraf van maximaal acht weken op zijn plaats, een straf gelijk aan de duur die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Het staat vast dat de verdachte een veelpleger is.

Uit de justitiële documentatie d.d. 12 februari 2009 van verdachte blijkt dat verdachte zich heel vaak schuldig heeft gemaakt aan vermogensdelicten. Het zijn, naar de rechtbank aanneemt, ook hoofdzakelijk deze feiten en de daaruit voortvloeiende overlast voor de samenleving die verdachte de status van veelpleger hebben opgeleverd. De rechtbank stelt vast dat het thans bewezen verklaarde feit van gelijke orde is, te weten diefstal van een dvd-videorecorder. De rechtbank begrijpt de vordering van de officier van justitie om ISD op te leggen tegen deze achtergrond.

De officier van justitie zal echter moeten vorderen overeenkomstig de voor haar geldende richtlijnen. De officier van justitie beroept zich wel op een nieuwe richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers die volgens de officier van justitie op 1 februari 2009 in werking is getreden en waarin de eis van het in voorlopige hechtenis verblijven van de verdachte niet meer wordt gesteld, maar het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de inwerkingtreding van die genoemde richtlijn nog niet heeft plaatsgevonden.

Gelet op het gegeven dat verdachte zich op vrije voeten bevindt acht de rechtbank oplegging van een ISD-maatregel thans niet verenigbaar met voornoemde bevindingen en zal aan verdachte een andere straf worden opgelegd.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ter zake aansluiting gezocht bij de door de LOVS geformuleerde oriëntatiepunten (LOVS). Op een diefstal uit een school staat volgens die oriëntatiepunten een strafbedreiging van 5 weken gevangenisstraf. De rechtbank acht die vijf weken echter onvoldoende uiting geven aan het herhaaldelijk laakbare gedrag van verdachte die zonder enig respect andermans eigendommen tot zich neemt. Verdachte neemt geen enkele verantwoording op zich voor zijn daden en bovendien probeert hij zich in de onderhavige zaak op slinkse wijze te ontdoen van zijn gewraakte rol. Naar het oordeel van de rechtbank is een strenge bestraffing op zijn plaats, te weten een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de duur van 10 weken.

6 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zullen aan verdachte worden teruggegeven.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 weken;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende in beslag genomen goederen:

5 stuks zeep (driemaal Dove en tweemal Fa); en

1 jas (Chilong)

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W. Oosterman, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. R.P.J. Quaedackers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 maart 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een dvd / videorecorder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [CR], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Kerkrade, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een dvd/ videorecorder, geheel of ten dele toebehorende aan het [CR], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, een dvd / videorecorder in een tas heeft gestopt, althans getracht heeft een videorecorder in een tas te stoppen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.