Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3654

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
13-05-2009
Zaaknummer
290879 CV EXPL 08-3207
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BP2347, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vaststelling ouderdomspensioen, middelloon of eindloonregeling

"De berekening zoals door gedaagde overgelegd kan niet kloppen omdat daarbij steeds is uitgegaan van het hetzelfde eindsalaris hetgeen kenmerkend is voor een eindloonregeling en niet een middelloonregeling."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2009, 114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

Rolno/zaakno: 290879 CV EXPL 08-3207

typ: AH

Vonnis van de kantonrechter van 29 april 2009

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. S.G. Volbeda;

tegen

de stichting STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE SCHOEN-, LEDER EN LEDERWARENINDUSTRIE,

gevestigd en kantoorhoudend te Heerlen,

gedaagde,

gemachtigde: gerechtsdeurwaarders J.L.G. Jeukens en mr. R.H.A. Buttolo.

1. Verder procesverloop

Na het tussenvonnis van 3 december 2008 waarbij de kantonrechter volhardt, heeft het Pensioenfonds een akte genomen en [eiser] een antwoordakte. Hierna is een comparitie bepaald die is gehouden op 27 maart 2009. Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt dat is gevoegd bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden.

2. Verdere beoordeling

2.1 Reeds in voornoemd tussenvonnis gaf de kantonrechter aan dat de over en weer gehanteerde cijfers tot veel verwarring hebben geleid. Ook ter zitting bleven partijen het oneens over de cijfers. Niettemin is duidelijk geworden dat de door [eiser] overgelegde berekening, waarbij is gesteld dat het niet uitmaakt of uitgegaan wordt van een middelloon- of eindloonregeling, niet kan kloppen. Immers, daarbij neemt [eiser] voor het opgebouwde pensioen bij het beambtenfonds steeds hetzelfde (eind)salaris als uitgangspunt. Dit is echter kenmerkend voor een eindloonregeling. De kantonrechter merkt daarbij nog op dat voor zover [eiser] bij de pensioenvrije deelneming ten gevolge van zijn volledige arbeidsongeschiktheid reeds het maximale salaris genoot, het inderdaad niet uitmaakt of het loon c.q. de pensioengrondslag is gefixeerd, nu partijen het met elkaar eens zijn dat de pensioengrondslag jaarlijks is geïndexeerd. Verder is naar het oordeel van de kantonrechter ter zitting duidelijk geworden dat alleen de zogenoemde APS-aanspraak is gebaseerd op een vaste bedragen regeling die zoals uit de bij akte overgelegde productie blijkt reeds is meegenomen in de berekening van het verworven ouderdomspensioen. Dat de APS-pensioenrechten niet zouden zijn meegenomen zoals zijdens [eiser] gesteld, is derhalve onjuist. De bij akte overgelegde berekening door het Pensioenfonds zal nu deze verder onvoldoende wordt weersproken dan ook voor juist worden gehouden. Hoewel het Pensioenfonds stelt dat op basis van de bij akte overgelegde berekeningen het pensioen van [eiser] wat lager zou uitvallen, is ter comparitie toegezegd dat bij de uitbetaling uit wordt gegaan van de berekening zoals verwoord bij conclusie van dupliek. Dit betekent dat het jaarlijks ouderdomspensioen een bedrag is van € 21.064,56 met ingang van 1 november 2006, de ingangsdatum van het pensioen. In zoverre zal de eis worden toegewezen. Hieraan gekoppeld is de vaststelling van het nabestaandenpensioen dat 70% bedraagt van het voornoemde ouderdomspensioen. Gelet op hetgeen reeds in voornoemd tussenvonnis is overwogen en gelet op het vorenstaande zal de vordering voor het overige worden afgewezen.

2.2 Naast de reeds aangegeven veroordeling in de proceskosten ten aanzien van het exploot van dagvaarding en het vast recht, ziet de kantonrechter reden om het Pensioenfonds te veroordelen in het salaris; te beperken tot één punt van het toepasselijke liquidatietarief. Voor het overige zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

3. De beslissing

De kantonrechter:

Stelt het jaarlijks ouderdomspensioen vast op € 21.064,56 met terugwerkende kracht tot 1 november 2006, te vermeerderen met de wettelijke rente over het verschil ten opzichte van het uitgekeerde pensioen en te vermeerderen met de indexatie vanaf voornoemde datum.

Veroordeelt het Pensioenfonds ten dele in de proceskosten gerezen aan de zijde van

[eiser] en tot op heden begroot op: € 98,53 kosten exploot, € 201,- vast recht en € 100,- voor salaris gemachtigde.

Compenseert de proceskosten voor het overige.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Henzen, kantonrechter, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.