Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3628

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-05-2009
Datum publicatie
04-06-2009
Zaaknummer
275928 CV EXPL 07-3829, 275929 CV EXPL 07-3830 en 287509 CV EXPL 08-1133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Misbruik van omstandigheden door tussenhandelaar bij het afsluiten van meerdere telefonieabonnementen in tijdsbestek van één week, vordering in vrijwaring tussenhandelaar, exclusieve bevoegdheid bewindvoerder om vordering tot vrijwaring in te stellen, onredelijk bezwarend beding, Mostaza-Claro-arresten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknrs: 275928 CV EXPL 07-3829, 275929 CV EXPL 07-3830 en

287509 CV EXPL 08-1133

typ: MH

coll: MH

vonnis van 6 mei 2009

in de gevoegde zaken van

de naamloze vennootschap ORANGE NEDERLAND N.V.,

verder te noemen Orange,

gevestigd en kantoorhoudend te Den Haag,

(eerste) eisende partij in conventie,

(eerste) verwerende partij in reconventie,

gemachtigden: J.H.L. Sinkiewicz, deurwaarder te Maastricht en/of mr. P.L.J.M. Guinée, Intrum Jusititia, Den Haag,

respectievelijk

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VODAFONE LIBERTEL B.V.,

verder te noemen Vodafone,

(tweede) eisende partij in conventie,

(tweede) verwerende partij in reconventie,

gemachtigden: J.H.L. Sinkiewicz, deurwaarder te Maastricht en/of mr. P.L.J.M. Guinée, Intrum Jusititia, Den Haag,

tegen

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]

verder te noemen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring],

wonend te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. M.F.E. Sprenkels, advocaat te Roermond (toev. [nummer] en [nummer]),

en in de zaak van

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]

verder te noemen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring],

wonend te [woonplaats],

eisende partij in vrijwaring,

gemachtigde: mr. M.F.E. Sprenkels, advocaat te Roermond,

tegen

de besloten vennootschap BELCOMPANY B.V.,

verder te noemen BelCompany,

gevestigd en kantoorhoudend te Veenendaal,

gedaagde partij in vrijwaring,

gemachtigde: mr. R.A. van Huussen, advocaat te Veenendaal.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

in de hoofdzaken

Na het vonnis van 12 maart 2008, waarin de beslissing in de gevoegde hoofdzaken is aangehouden in afwachting van de vrijwaringsprocedure, hebben Orange en Vodafone afzonderlijk een conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie genomen. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft daarop een conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie genomen. Orange en Vodafone hebben ieder een conclusie van dupliek in reconventie genomen.

Naar aanleiding van de voortgang in de vrijwaringsprocedure is vervolgens in de hoofdzaken bepaald dat de zaken zouden worden aangehouden tot de zaak in vrijwaring in staat van wijzen zou zijn, hetgeen thans het geval is.

in de vrijwaringszaak

Bij exploot van dagvaarding van 31 maart 2008 heeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] BelCompany in vrijwaring gedagvaard onder overlegging van zes meervoudige producties in fotokopievorm als bijlagen van het exploot. BelCompany heeft schriftelijk voor antwoord geconcludeerd. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft vervolgens voor repliek geconcludeerd onder overlegging van één productie in fotokopievorm. BelCompany heeft hier bij dupliek schriftelijk op gereageerd.

Hierna is in de vrijwaring vonnis bepaald, waarvan de uitspraak thans nader is bepaald op heden, tegelijk met het vonnis in de hoofdzaken.

MOTIVERING

de vorderingen in de hoofdzaken

Orange

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of ondeugdelijk weersproken, en mede op basis van de inhoud van in dit opzicht onbetwist gebleven producties staat tussen partijen vast dat:

- [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] op 7 november 2006 een overeenkomst met Orange is aangegaan voor bepaalde tijd ter zake het gebruik van het mobiele telecommunicatienetwerk van Orange;

- Op grond van die overeenkomst Orange aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] een mobiele communicatie-aansluiting en een telefoonnummer (0628621559) ter beschikking heeft gesteld alsmede een telefoontoestel heeft verstrekt;

- [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] de op die overeenkomst betrekking hebbende en aan hem verzonden facturen tot op heden niet heeft betaald.

Bij exploot van dagvaarding van 26 november 2007 vordert Orange de veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – tot betaling van een bedrag van € 2.105,61, zijnde € 1.805,61 aan hoofdsom en € 300,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de verdere contractuele rente over een bedrag van € 1.805,61 vanaf

12 mei 2007 tot aan de dag van algehele voldoening, alles onder verwijzing van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in de proceskosten.

In reconventie vordert [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] voor recht te verklaren dat de onderhavige met Orange gesloten overeenkomst buitengerechtelijk “zijn” vernietigd, “althans deze alsnog te vernietigen”, alsmede Orange te veroordelen tot vergoeding van de nader bij staat op te maken en volgens de wet te vereffenen (door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] geleden) schade, alles onder verwijzing van Orange in de proceskosten.

Vodafone

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of ondeugdelijk weersproken, en mede op basis van de inhoud van in dit opzicht onbetwist gebleven producties staat tussen partijen vast dat:

- [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] op 13 november 2006 een overeenkomst met Vodafone is aangegaan voor bepaalde tijd ter zake het gebruik van het mobiele telecommunicatienetwerk van Vodafone;

- Op grond van die overeenkomst Vodafone aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] een mobiele communicatie-aansluiting en een telefoonnummer (0650454988) ter beschikking heeft gesteld alsmede een telefoontoestel heeft verstrekt;

- [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] de op die overeenkomst betrekking hebbende en aan hem verzonden facturen tot op heden niet heeft betaald.

Bij exploot van dagvaarding van 26 november 2007 vordert Vodafone de veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – tot betaling van een bedrag van € 2.086,99, zijnde € 1.789,99 aan hoofdsom en € 300,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de verdere contractuele rente over een bedrag van € 1.789,99 vanaf

2 april 2007 tot aan de dag van algehele voldoening, alles onder verwijzing van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in de proceskosten.

In reconventie vordert [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] voor recht te verklaren dat de onderhavige met Vodafone gesloten overeenkomst buitengerechtelijk “zijn” vernietigd, “althans deze alsnog te vernietigen”, alsmede Vodafone te veroordelen tot vergoeding van de nader bij staat op te maken en volgens de wet te vereffenen (door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] geleden) schade, alles onder verwijzing van Vodafone in de proceskosten.

de vordering in vrijwaring

In vrijwaring vordert [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] de veroordeling van BelCompany om aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] te betalen datgene waartoe [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Orange en Vodafone mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskostenveroordeling, onder verwijzing van BelCompany in de kosten van de vrijwaringsprocedure.

de stellingen van partijen in de hoofdzaken

Orange

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft in de conclusie van antwoord het navolgende standpunt ingenomen. Hij verkeerde ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomst, en ook reeds enige tijd daarvoor, in een verwarde en afhankelijke geestestoestand. Als bewijs van die stelling verwijst [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] naar een in de hoofdzaak overgelegde uitnodiging voor een psychologisch onderzoek dat door zijn psychiater [psychiater] is geïnstigeerd (productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie). De betreffende verkoper van BelCompany, een zekere [verkoper], wist, althans had kunnen weten, dat de wil van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] er niet op was gericht om die overeenkomst te sluiten. Genoemde verkoper heeft nagelaten om een zogenoemde BKR-controle uit te voeren. De bedoeling van een dergelijke controle is – mede – om te bezien of een klant niet in de financiële problemen raakt bij het afsluiten van een overeenkomst als de onderhavige. Indien een BKR-controle was uitgevoerd, zou zijn gebleken dat de betreffende verkoper zich slechts heeft laten leiden door in het vooruitzicht gestelde provisies en daarbij voorbijgegaan is aan de belangen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft begin november 2006 in vier dagen tijd ten minste vijf mobiele telefoonabonnementen genomen bij BelCompany (vestiging Muntstraat 6 te Maastricht), steeds via dezelfde verkoper. In een brief van 16 mei 2007 van de gemachtigde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] aan BelCompany (productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie) spreekt deze zelfs over zeven abonnementen in drie dagen. Direct na het aangaan van de abonnementen heeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] steeds het bijbehorende telefoontoestel verkocht voor een fractie van de werkelijke waarde, om daarmee aan zijn gokverslaving te kunnen voldoen. BelCompany had op het moment van het afsluiten van de verschillende contracten als geen ander het overzicht van de verschillende verplichtingen die [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in vier dagen tijd was aangegaan. BelCompany en daarmee Orange heeft een zorgplicht jegens haar klanten en in het kader van die zorgplicht had BelCompany deze abonnementen nooit allemaal mogen accepteren.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] betwist bij gebrek aan wetenschap en specificatie de vordering van Orange. Het is onduidelijk waar de bedragen betrekking op hebben.

Bij repliek heeft Orange zich op het standpunt gesteld dat de handelingen van de medewerker van BelCompany niet aan Orange zijn toe te rekenen op grond van artikel 7:76 BW. Orange betwist dat zij had moeten of kunnen vermoeden dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] de overeenkomsten sloot onder invloed van een geestelijke stoornis. Het is niet ongebruikelijk dat een persoon binnen korte tijd twee abonnementen bij Orange afsluit. Orange zag dan ook geen enkele aanleiding de tweede aanvraag van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] te weigeren. Orange was immers niet op de hoogte van de overeenkomsten die [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] met andere providers gesloten had. Orange is niet verplicht de aanvragers van abonnementen te checken bij het BKR. Orange controleert bij een aanvraag of de betreffende persoon niet als wanbetaler is geregistreerd bij Preventel. Aangezien [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] niet geregistreerd stond bij Preventel, was er voor Orange geen aanleiding [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] te weigeren. Het overleggen van een bankafschrift ten tijde van het sluiten dient slechts ter controle van de adresgegevens en niet ter controle van de financiële situatie van de betreffende persoon. Ook het verrichten van een pinbetaling is geen vereiste voor de totstandkoming van een overeenkomst. Gezien de gegevens die [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] reeds had verschaft en het feit dat deze gegevens werden gestaafd door het door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] overgelegde paspoort en bankafschrift en door zijn bankpas, mocht Orange er gerechtvaardigd van uitgaan dat de persoonsgegevens van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] juist waren. Orange betwist dat zij tekortgeschoten zou zijn in enige zorgplicht jegens [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] of anderszins onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Uit het bij het exploot van dagvaarding gevoegde betaaloverzicht en de fotokopieën van de facturen blijkt genoegzaam hoe de vordering van Orange is opgebouwd. De verschuldigde resterende abonnementskosten hebben betrekking op de inkomsten die Orange derft als gevolg van de voortijdige ontbinding van de overeenkomst. Daarnaast derft Orange de variabele vergoedingen die afhankelijk zijn van het belgedrag van de klant. In een geval van tekortkoming en ontbinding kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat en in welke mate variabele inkomsten zouden zijn gegenereerd indien de overeenkomst wel was voortgezet. Het fixeren van de schadevergoeding op het bedrag van gederfde vaste inkomsten betekent normaal dan ook een beperking, niet een uitbreiding van de aansprakelijkheid. Temeer omdat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] bij aanvang van het contract een gratis telefoontoestel ter beschikking heeft gekregen.

Orange heeft betoogd dat er voor vernietiging van de overeenkomst door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] geen enkele grond is. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft bovendien nagelaten aan te duiden waaruit de door hem geleden schade zou bestaan. De eis in reconventie dient daarom te worden afgewezen.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] blijft zich bij dupliek op het standpunt stellen dat Orange aansprakelijk kan worden gesteld voor de gedragingen van BelCompany. Voor de uitvoering van het contract met [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft Orange gebruikgemaakt van BelCompany, zodat Orange op gelijke wijze aansprakelijk is voor de gedragingen van BelCompany als voor haar eigen gedragingen. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] betwist dat de toets van de kredietwaardigheid op een normale manier is verlopen en dat niets in de weg stond aan honorering van de aanvragen. De toetsing heeft een tweeledig doel. Enerzijds om te beoordelen of de klant jegens de provider aan zijn verplichtingen zal voldoen en anderzijds om te beoordelen of de klant niet in financiële problemen geraakt. Deze doelstellingen onderschrijven de providers zelf ook, getuige het oprichten van de Stichting Preventel. Blijkens de website van Preventel is het primaire doel van de stichting dat personen en bedrijven niet te hoge verplichtingen aangaan.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] handhaaft zijn standpunt dat hij ten tijde van het afsluiten van het abonnement in een verwarde en afhankelijke geestestoestand verkeerde, althans dat er sprake is geweest van misbruik van omstandigheden. Ten bewijze van deze stelling brengt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] een rapport van [psychiater] van 20 juni 2007 in het geding waarin ernstige pathologische gokverslavingsproblematiek is gediagnosticeerd en een brief van de Mondriaan Zorggroep van 22 februari 2006 waaruit blijkt dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] reeds begin 2006 voor zijn verslavingsproblematiek werd behandeld.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] handhaaft zijn eis in reconventie.

Orange blijft in haar conclusie van dupliek in reconventie eveneens bij haar reeds eerder ingenomen standpunten.

Vodafone

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar hetgeen hierboven is vermeld in het geschil tussen Orange en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]. De processtukken zijn van gelijke strekking.

de stellingen van partijen in de vrijwaringszaak

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] stelt dat BelCompany is gehouden [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in de onderhavige zaak te vrijwaren. Voor de argumenten voor dit standpunt wordt verwezen naar vorengenoemde stellingen in de hoofdzaken.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft – in geval van een onverhoopt ongunstige afloop van de hoofdzaken – het recht de nadelige gevolgen geheel of gedeeltelijk op BelCompany te verhalen.

BelCompany heeft zich bij antwoord primair op het standpunt gesteld dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]

niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen. Het vermogen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] is bij beschikking van 14 mei 2007 onder bewind gesteld. De vordering tot vrijwaring had daarom volgens BelCompany door de bewindvoerder moeten worden ingesteld, niet door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] zelf. BelCompany is van opvatting dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid in (en buiten) rechte van de bewindvoerder exclusief is. Naast die vertegenwoordigingsbevoegde bewindvoerder is degene wiens goederen onder bewind zijn gesteld, niet zelf bevoegd.

BelCompany heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de vordering tot vrijwaring moet worden afgewezen.

Het is niet gebleken dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft gehandeld onder invloed van een gokverslaving. Een verwarde of afhankelijke geestestoestand was voor (de verkoper van) BelCompany op geen enkele wijze merkbaar ten tijde van het aangaan van de abonnementen. Het is bovendien een alleszins gebruikelijk en aanvaard verschijnsel dat klanten meer dan één abonnement voor mobiele telefonie afsluiten. Dit brengt met zich dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] ten onrechte betoogt dat BelCompany er niet aan had mogen meewerken dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] meer abonnementen afsloot. De stelling dat op BelCompany in dezen een zorgplicht rust die met zich brengt dat zij er niet aan mogen meewerken dat klanten meer abonnementen afsluiten, is dan ook onjuist. Ten tijde van het afsluiten van de abonnementen stond ook de kredietwaardigheid van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] niet in de weg aan honorering van zijn aanvragen. Voor zover BelCompany bekend, hebben de providers via de Stichting Preventel een zogenoemde “credit check” uitgevoerd, maar bracht niets ten nadele van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] aan het licht. BelCompany is op geen enkele wijze betrokken bij die “credit check”. Wanneer deze niet naar behoren zou zijn uitgevoerd, valt dat op geen enkele wijze aan BelCompany toe te rekenen. Dat een eerdere aanvraag niet is afgewikkeld omdat de € 0,01 pintransactie niet lukte, is zonder belang. Een dergelijke pintransactie dient als alternatief voor het door providers verlangde bankrekeningafschrift. Het is niet bedoeld als toets voor de kredietwaardigheid en het behoefde BelCompany er dan ook niet van te weerhouden nieuwe aanvragen naar de desbetreffende providers door te leiden.

Bij repliek geeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] als zijn opvatting dat het onjuist is dat de bewindvoerder in de onderhavige zaak de exclusieve bevoegdheid toekomt. De vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft betrekking op handelingen die de onder bewind staande goederen betreffen. Vraag is volgens [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] of het in de onderhavige zaak gaat om handelingen met betrekking tot onder bewind staande goederen. Bovendien dient vrijwaring van BelCompany ook een praktisch doel: het voorkomen van een veelvoud aan procedures. Voor het overige handhaaft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] zijn stellingen.

Bij dupliek heeft BelCompany haar standpunten gehandhaafd.

de beoordeling in de hoofdzaken

Orange

Onbetwist is dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] een overeenkomst heeft gesloten met Orange en dat aan hem een telefoontoestel ter beschikking is gesteld. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft bij gebrek aan wetenschap en specificatie de hoogte van de vordering van Orange betwist. Bij repliek heeft Orange verwezen naar de bij het exploot van dagvaarding gevoegde fotokopieën van de facturen en het bijgevoegde betalingsoverzicht waaruit de samenstelling van de vordering blijkt.

Vaststaat dat van de hoofdsom van € 1.805,61 een bedrag van € 665,61 betrekking heeft op de abonnements- en verbruikskosten over de periode november 2006 tot 11 maart 2007. Het resterende bedrag van € 1.140,00 ziet op de na ontbinding resterende abonnementskosten tot het einde van de overeengekomen contractsperiode. Niet is gebleken dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] voorafgaand aan de buitengerechtelijke ontbinding een schrijven heeft ontvangen met een (herhaald) betalingsverzoek en een vooraankondiging van buitengerechtelijke ontbinding. Nu Orange geen aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] gerichte ingebrekestelling heeft overgelegd, is derhalve niet komen vast te staan dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring], overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:82 BW, schriftelijk tot nakoming is gemaand en in verzuim is geraakt. Orange heeft voorts nagelaten feiten en omstandigheden te stellen en in geval van tegenspraak te bewijzen die het intreden van verzuim langs andere weg hebben veroorzaakt.

Omdat binnen de verhouding tussen Orange en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] onvoldoende grond bestaat om de op zichzelf erkende overeenkomst op grond van enig wilsgebrek of misbruik van omstandigheden aan te tasten, is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] uit dien hoofde gehouden de facturen die betrekking hebben op de tot 11 maart 2007 in rekening gebrachte abonnements- en verbruikskosten, te voldoen. Deze vordering van in totaal € 665,61 zal dan ook worden toegewezen, evenals de hierover gevorderde rente naar het bedongen percentage.

Wat betreft de gevorderde hoofdsom resteert dan ter beoordeling nog een bedrag van € 1.140,00 dat betrekking heeft op de periode na afsluiting van de telefoon (en de door Orange geïnstigeerde ontbinding van de overeenkomst) tot het einde van de contractperiode. Nu dit onderdeel van de vordering een deugdelijke grondslag ontbeert, wordt deze afgewezen.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten heeft Orange onvoldoende gemotiveerd en gespecificeerd toegelicht welke incassoactiviteiten zij voorafgaand aan de onderhavige procedure heeft verricht. Hierdoor is niet voldoende komen vast te staan dat Orange werkzaamheden heeft verricht of kosten heeft gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

In de omstandigheid dat een substantieel gedeelte van de vordering van Orange wordt afgewezen ziet de kantonrechter aanleiding om de door partijen gemaakte proceskosten te compenseren.

Vodafone

Onbetwist is dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] een overeenkomst heeft gesloten met Vodafone en dat aan hem een telefoontoestel ter beschikking is gesteld. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft bij gebrek aan wetenschap en specificatie de hoogte van de vordering van Vodafone betwist. Bij repliek heeft Vodafone verwezen naar de bij het exploot van dagvaarding gevoegde fotokopieën van de facturen en het bijgevoegde betalingsoverzicht waaruit de samenstelling van de vordering blijkt.

Vodafone heeft volstaan met het overleggen van een totaaloverzicht van openstaande bedragen bij het exploot van dagvaarding en heeft nagelaten per samenstellend onderdeel te specificeren en te documenteren dat en waarom zij bedragen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] te goed meent te hebben. Zelfs fotokopieën van de facturen ontbreken bij de stukken. Evenmin is gebleken dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] voorafgaand aan de buitengerechtelijke ontbinding een schrijven heeft ontvangen met een (herhaald) betalingsverzoek van Vodafone, laat staan een vooraankondiging van buitengerechtelijke ontbinding. Nu Vodafone geen aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] gerichte ingebrekestelling heeft overgelegd, is derhalve niet komen vast te staan dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring], overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:82 BW, schriftelijk tot nakoming is gemaand en in verzuim is geraakt. Vodafone heeft voorts nagelaten feiten en omstandigheden te stellen en in geval van tegenspraak te bewijzen die het intreden van verzuim langs andere weg hebben veroorzaakt.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de vordering een deugdelijke grondslag ontbeert, zodat deze zal worden afgewezen. Vodafone zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure worden verwezen.

de beoordeling van de vordering tot vrijwaring

Op grond van artikel 1:441 lid 1 BW vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte. Uit de Memorie van Toelichting op dit artikel, gelezen in combinatie met artikel 1:443 BW, kan worden afgeleid dat de bewindvoerder als formele procespartij moet worden beschouwd in gedingen die de onder bewind gestelde goederen betreffen. Bij beschikking van 14 mei 2007 is bewind over alle aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] toebehorende of toekomstige goederen ingesteld. De vorderingen van Orange en Vodafone hebben direct betrekking op het beheer over de goederen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]. Een en ander leidt tot het oordeel dat de vordering niet door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] maar door de bewindvoerder had moeten worden ingesteld, zodat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard in zijn vorderingen. Omdat hier echter de vader van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] tot bewindvoerder is benoemd, mag in de onderhavige zaak gevoeglijk worden aangenomen dat de gemachtigde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] met instemming van de bewindvoerder de vordering tot vrijwaring heeft ingesteld. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] wordt daarom, ook om proceseconomische redenen, ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Ingevolge artikel 3:44 BW is een rechtshandeling die onder bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen, vernietigbaar. In het in de hoofdzaken gevoerde verweer en in de stellingname van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in vrijwaring moet worden gelezen dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] zich op het standpunt stelt dat BelCompany misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden waarin hij openlijk kenbaar verkeerde. Een belangrijk deel van de stellingname van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] is immers gebaseerd op de omstandigheid dat één verkoper ([verkoper]) van BelCompany in vier dagen tijd ten minste vijf mobiele telefoonabonnementen aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft verkocht. Het is inderdaad opmerkelijk te noemen dat iemand zonder enig beletsel, althans zonder enige extra check of aanvullende waarborg, in een dergelijke korte tijdspanne een groot aantal mobiele telefoonabonnementen afsluit. De rol die de betreffende verkoper hierin heeft gespeeld, is op zijn minst twijfelachtig te noemen. Hoewel het iedereen vrijstaat om legio telefoonabonnementen tegelijkertijd te hebben, had het op de weg van de verkoper gelegen om naar de beweegredenen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] te vragen voor diens opmerkelijke gedrag en ambities en om in dit geval tevens navraag te doen naar de financiële positie van betrokkene. Niets wijst erop dat de verkoper [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] naar zijn beweegredenen heeft gevraagd of hem heeft gewezen op de omvang van de financiële verplichtingen die hij aanging met het afsluiten van de abonnementen. Terwijl toch deze verkoper bij uitstek degene was die wist hoeveel telefoonabonnementen (met de bijbehorende mobiele telefoontoestellen als tegenprestatie) [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in een kort tijdbestek wenste aan te gaan.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft onvoldoende onderbouwd dat hij ten tijde van het afsluiten van de overeenkomsten in een dusdanig verwarde en afhankelijke geestestoestand verkeerde, dat hij om die reden niet in staat was zijn wil te bepalen en dat de verkoper van BelCompany er niet (gerechtvaardigd) op had mogen vertrouwen dat de verklaring of gedraging spoorde met de werkelijke wil van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring]. Uit het in het geding gebrachte schrijven met een uitnodiging voor een psychologisch onderzoek kan niet worden afgeleid dat de geestesvermogens van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomsten blijvend of tijdelijk gestoord waren. Ook het gegeven dat bij beschikking van 14 mei 2007 een bewind is ingesteld over de goederen van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring], is niet als doorslaggevende indicatie aan te merken dat de geestesvermogens van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten blijvend of tijdelijk gestoord waren. Een beroep op een dergelijk gebrek in de wilsbepaling faalt derhalve, maar is niet beslissend voor het antwoord op de vraag of BelCompany (desondanks) wellicht misbruik maakte van omstandigheden.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft kort achtereen via BelCompany op vijf of wellicht zelfs zeven abonnementen voor mobiele telefonie ingetekend. Gezien zijn beperkte inkomen en reeds bestaande hoge schuldenlast was hij hoogstwaarschijnlijk niet in staat de kosten van één enkel abonnement te dragen. Bij uitvoering van een simpele BKR-controle had kunnen blijken dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] zich in ieder geval niet de extra financiële verplichting van een tweede, een derde, een vierde en/of vijfde contract (laat staan nog meer contracten) voor langere duur kon permitteren. Deze controle heeft niet plaatsgevonden. In plaats van aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in een snel groeiende reeks een groot aantal abonnementen te verkopen, had BelCompany de deur op slot moeten doen en mogelijk zelfs het aangaan van een op zichzelf staande overeenkomst moeten weigeren. De door geen enkel document gestaafde stelling van BelCompany dat - voor zover bij haar bekend - de providers via de Stichting Preventel wel een zogenoemde “credit check” hebben uitgevoerd - waaruit kennelijk niet is gebleken dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] financiële situatie het sluiten van een overeenkomst in de weg stond -, overtuigt in het geheel niet. BelCompany kan zich niet verschuilen achter een gebrek aan wetenschap of achter een verder niet gecontroleerde veronderstelling. Zij had bewijs moeten aandragen (of aanbieden), al dan niet verkregen van de providers die zij bedient en ten behoeve van wie in het geval-[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] contracten zijn afgesloten, dat deugdelijk onderzoek naar de kredietwaardigheid van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] heeft plaatsgevonden. Tegenover de stellige aanwijzingen van het tegendeel, die alleen al volgen uit de niet-betwiste financiële “roodstand” van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring], verzaakt BelCompany haar gemotiveerde stel- en bewijs(aandraag)verplichting. Haar redenering wordt dan ook verworpen en mede omdat geen specifiek bewijs is aangeboden, zal zij zelfs niet in de gelegenheid worden gesteld haar gelijk alsnog met bewijs te ondersteunen.

De vordering van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] jegens BelCompany om hem te vrijwaren ter zake van hetgeen waartoe hij jegens Orange zal worden veroordeeld, zal worden toegewezen.

Gelet op hetgeen is beslist in de hoofdzaak van Vodafone, behoeft de vordering in de vrijwaringszaak te dien aanzien geen beslissing meer.

BESLISSING

in de vrijwaringszaak (287509 CV EXPL 08-1133)

Veroordeelt BelCompany tot betaling aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] van al hetgeen waartoe [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] in de hoofdzaak met zaaknummer 275928 CV EXPL 07-3829 jegens Orange is veroordeeld (zie hieronder).

Veroordeelt BelCompany tevens tot betaling van de kosten van de vrijwaringprocedure, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] begroot op € 300,= aan salaris gemachtigde, welk bedrag BelCompany zal hebben te voldoen aan de Griffier van de Rechtbank Maastricht.

Verstaat dat een beslissing achterwege kan blijven ten aanzien van vrijwaring voor de gevolgen van de hoofdzaak met zaaknummer 275929 CV EXPL 07-3830 wegens afwijzing van het in die zaak door Vodafone van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] gevorderde en compenseert de ter zake over en weer gevallen proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

in de hoofdzaken

Orange (275928 CV EXPL 07-3829)

Veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] om aan Orange tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 665,61, vermeerderd met de wettelijke rente over € 665,61 vanaf

26 november 2007 tot de dag van algehele voldoening.

Compenseert de kosten van deze procedure in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Vodafone (275929 CV EXPL 07-3830)

Wijst de vordering van Vodafone af.

Veroordeelt Vodafone tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie en eisende partij in vrijwaring] tot op heden begroot op € 300,= aan salaris gemachtigde en in zijn geheel te betalen

aan de Griffier van de Rechtbank Maastricht , zodat deze met inachtneming van de wettelijke bepalingen zal verrekenen.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.