Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BI2721

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
03/700663-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis Vonnis - Veroordeling ter zake van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Voorbedachten rade niet bewezen. Verdachte heeft, zonder directe aanleiding, met een bierglas in zijn hand een student in het gezicht geslagen. Het oogletsel is onomkeerbaar en brengt vele beperkingen voor het slachtoffer mee. Het gevaar van blindheid aan beide ogen dreigt. Het gezicht is blijvend ontsierd. Volgt veroordeling tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van voorarrest en tot betaling van immateriële schadevergoeding van euro 25.000,-, als voorschot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700663-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 april 2009

in de strafzaak tegen

[Naam verdachte],

geboren te [Geboortegegevens verdachte],

wonende te [Adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Vught, Locatie “Vosseveld 2 Huis van Bewaring Regulier” te Vught.

Raadsman mr. H.A. van der Hout, advocaat te Bergen op Zoom.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 april 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting zijn in handen van de rechtbank gesteld een brief van de officier van justitie d.d. 22 april 2009, een brief van de raadsman van de verdachte d.d. 24 april 2009 vergezeld van een handgeschreven brief van de verdachte en tenslotte nog een brief van de raadsman van de verdachte d.d. 27 april 2009. De rechtbank heeft deze stukken niet betrokken bij haar oordeelsvorming.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: [Naam slachtoffer1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door hem met een bierglas in zijn gezicht te slaan, al dan niet met voorbedachten rade;

Feit 2: [Naam slachtoffer2] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat verdachte aan [Naam slachtoffer1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Hij baseert zich voor wat betreft feit 1 op de aangifte van [Naam slachtoffer1], de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring dat hij [Naam slachtoffer1] met een bierglas in zijn hand in het gezicht geslagen heeft en op de camerabeelden. De officier van justitie is van mening dat uit de camerabeelden duidelijk blijkt dat verdachte met opzet met kracht een bierglas in het gezicht van [Naam slachtoffer1] kapot geslagen heeft. Er is ten tijde van het slaan met het glas géén sprake van een vechtpartij. Verdachte draait zich om zijn as, kijkt gedurende korte tijd [Naam slachtoffer1] in zijn gezicht, loopt naar achteren en blijft richting [Naam slachtoffer1] kijken, gaat daarop rechts schuin achter [Naam slachtoffer1] staan en haalt met een bierglas in zijn rechterhand eerst flink uit naar achteren en slaat vervolgens met enorme kracht met het bierglas tegen de rechterzijde van het gezicht van [Naam slachtoffer1]. De officier van justitie merkt nog op dat niet alleen uit het feit dat verdachte met zijn rechterhand eerst flink naar achteren uithaalt, maar ook uit het feit dat het bierglas in het gezicht van [Naam slachtoffer1] kapot gaat, duidelijk blijkt dat verdachte opzettelijk en met voorbedachten rade met kracht met het bierglas in het gezicht van [Naam slachtoffer1] geslagen heeft en aan deze zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Er is geen sprake van provocatie van verdachte of agressie jegens verdachte kort voor het slaan met het bierglas.

De officier van justitie acht ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich hierbij op de camerabeelden alsmede op de door de getuige [Naam getuige] tegenover de politie afgelegde verklaring. Volgens de officier van justitie is duidelijk dat verdachte, [Naam slachtoffer2] heeft geslagen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van feit 1 het volgende - zakelijk weergegeven - naar voren gebracht. Vaststaat dat verdachte met zijn hand met daarin een glas, [Naam slachtoffer1] geslagen heeft in zijn gezicht en dat het glas in het gezicht van [Naam slachtoffer1] kapot is gegaan. Verdachte heeft met voorwaardelijk opzet gehandeld en er is sprake van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft echter niet met voorbedachten rade gehandeld. Verdachte heeft ook niet, zoals sommigen hebben verklaard, “uit het niets” gehandeld. Verdachte heeft niet tevoren een wapen, in dit geval het bierglas, klaar gezet of bewust voor het plegen van dit feit voorhanden gehad of uitgekozen.

Er was sprake van een voor verdachte bedreigende situatie gelet op de handtastelijkheden van [Naam slachtoffer2], het bekvechten en de spullen die van boven werden gegooid. Verdachte heeft in een reflex met zijn vuist geslagen tegen het gezicht van [Naam slachtoffer1], met helaas het glas nog in zijn hand. Verdachte had niet de bedoeling dit glas als wapen te gebruiken.

Verder heeft de raadsman aangevoerd dat wellicht feit 1 niet bewezen kan worden verklaard omdat een duidelijk medisch rapport ontbreekt van een oogspecialist van het ziekenhuis, waaruit kan worden afgeleid dat [Naam slachtoffer1] blijvend zichtverlies heeft aan zijn rechteroog of aan beide ogen.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte met zijn vuist [Naam slachtoffer2] heeft geslagen en hem ook heeft getrapt, maar dat dit pas is gebeurd nadat eerst [Naam slachtoffer2] en anderen over verdachte heen waren gevallen om verdachte tegen te houden. Verdachte werd zelf ook tegen de grond gewerkt en is evenzeer geschopt en geslagen, zij het dat deze vechtpartij van korte duur was. [Naam slachtoffer2] is de aanleiding van het tragische gebeuren geweest.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op basis van de inhoud van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken uit van de volgende gebeurtenissen op 11 oktober 2008.

Ten aanzien van feit 1

[Naam slachtoffer1] doet op 12 oktober 2008 aangifte bij de politie wegens openlijke geweldpleging tegen personen. Hij verklaart dat hij op 11 oktober 2008 met zijn hockeyploeg in studentencafé [Naam café] had gedronken en gefeest. Toen hij naar huis wilde gaan en buiten kwam, zag hij dat twee teamgenoten van hem, waaronder [Naam slachtoffer2], tegenover vier hem onbekende personen stonden. [Naam slachtoffer1] hoorde dat deze vier mannen in de Franse taal schreeuwden. Hij had op dat moment niet de indruk dat er ruzie gaande was. Hij ging zijn fiets pakken. Plotseling voelde hij een harde klap op de rechterzijde van zijn gezicht. Het voelde alsof een glas in zijn gezicht kapot geslagen was. Hij voelde pijn aan de rechterzijkant van zijn gezicht, vanaf het rechteroor tot aan zijn neus en hij kon niets meer zien met zijn rechteroog. Hierna werd hij een café binnengebracht. De klap kwam voor hem uit het niets. Hij had niets gezegd tegen de man die hem met het glas sloeg, hij had hem niet eens aangekeken.1

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij een persoon heeft geslagen met een bierglas. Het bierglas ging door de klap kapot. Verdachte had wondjes aan zijn vingers van het gebroken glas. Hij was door het slachtoffer beledigd en geprovoceerd en had in een reflex uitgehaald naar het slachtoffer. Er was ‘hoerenzoon’ en ‘ga je moeder neuken’ in het Engels tegen hem gezegd.2

Het voorval is geregistreerd door het camerasysteem van de Politie Maastricht Centrum/Zuid-West. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank de opgeslagen beelden van deze camera bekeken. De rechtbank heeft daarbij het volgende waargenomen. Op de stoep voor café [Naam café] staat een groepje mensen, waaronder verdachte en eerder genoemde [Naam slachtoffer2]. Het slachtoffer [Naam slachtoffer1] komt uit café [Naam café] en pakt zijn fiets die voor het café is gestald. [Naam slachtoffer1] gaat met zijn fiets bij het groepje staan. Na korte tijd legt hij zijn fiets neer en blijft hij bij het groepje staan. Van enige fysieke agressie is op dat moment niets te zien op de camerabeelden. Verdachte en [Naam slachtoffer1] staan op enig moment naast elkaar. Zij verplaatsen zich daarna naar achteren waarbij verdachte schuin rechts achter [Naam slachtoffer1] komt te staan. Verdachte haalt vanuit deze positie zijn rechterarm naar achteren en slaat met zijn rechterhand - met daarin een bierglas - met kracht in het gezicht van [Naam slachtoffer1]. De rechtbank heeft niet waargenomen dat [Naam slachtoffer1] kijkt naar, dan wel spreekt tegen verdachte.3

[Naam slachtoffer1] is na het incident met het bierglas per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hij is daar direct geopereerd aan zijn rechteroog. Van het letsel van [Naam slachtoffer1] is door M.W.G. Govaerts, forensisch arts bij de GGD Zuid Limburg, een letselbeschrijving opgemaakt. Het letsel betreft doorboring van de rechteroogbol aan de onderzijde, waardoor glasvocht verloren gaat en oogweefsel uitstulpt. Ook is er sprake van een scheurtje van het onderste ooglid dat met twee hechtingen is gehecht. Tevens moet het traankanaaltje van het rechteroog gereconstrueerd worden. De diverse snijwondjes in de rechter gelaatshelft zijn door de chirurg geplakt en gehecht met in totaal achttien hechtingen.4 Op 17 oktober 2008 wordt [Naam slachtoffer1] voor een tweede maal geopereerd om de interne structuren van het oog te herstellen en om de kans op visueel herstel zo hoog mogelijk te houden. De chirurg constateert veel complicaties en hij duidt de visuele verwachting van het rechteroog als erg onzeker. De chirurg schat de termijn waarop pas over een eindtoestand kan worden gesproken, op minimaal één jaar5. Op 14 april 2009 bezoekt verbalisant [Naam verbalisant] [Naam slachtoffer1] en diens ouders. De verbalisant relateert de consequenties van het gebeuren op

11 oktober 2008 voor [Naam slachtoffer1] - kort en zakelijk weergegeven – als volgt. [Naam slachtoffer1] heeft al enkele klinische opnames achter de rug en er liggen nog 2 à 3 operaties in het verschiet om het rechteroog te behouden. Het zicht van het rechteroog kan maximaal hersteld worden tot 20% a 40% procent. De aangerichte schade aan het rechteroog bedraagt conisch plus 12 en sferisch min 9 ¼. Het toekomstig herstel is als gevolg van deze afwijkingen hoogst ongewis.6

Voor de rechtbank staat vast dat verdachte op korte afstand met zijn rechterhand – met daarin een bierglas – met kracht in het gezicht van [Naam slachtoffer1] heeft geslagen. Door dit handelen heeft verdachte opzettelijk, in de zin van willens en wetens, aan [Naam slachtoffer1] zwaar lichamelijk letsel toegebracht.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorbedachten rade aan [Naam slachtoffer1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Niet is komen vast te staan dat de zware mishandeling van [Naam slachtoffer1] het gevolg is geweest van een door verdachte van tevoren genomen besluit en evenmin dat verdachte tussen het nemen van het besluit en de uitvoering ervan over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aan [Naam slachtoffer1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.

Ten aanzien van feit 2

[Naam slachtoffer 2] doet op 12 oktober 2008 aangifte wegens openlijke geweldpleging tegen personen op 11 oktober 2008. Hij verklaart dat hij op 11 oktober 2008 met zijn hockeyploeg in studentencafé [Naam café] had gedronken en gefeest. [Naam slachtoffer2] herinnert zich niets van zijn mishandeling. Hij herinnert zich slechts dat hij in het café stond te praten met iemand en dat hij de volgende ochtend wakker werd in het appartement van zijn vriendin. Hij zag toen bloed in zijn bed, een geschaafde rechterelleboog en een rode striem in zijn nek. Zijn linkeroor was gevoelig. Hij hoorde later die dag van derden dat hij door een Frans sprekend persoon tegen zijn hoofd was geschopt of geslagen.7

Getuige [Naam getuige] verklaart dat hij op 11 oktober 2008 omstreeks 2.00 uur uit café [Naam café] kwam. Hij zag buiten 3 of 4 mannen van zijn hockeyploeg, waaronder [Naam slachtoffer2], in gesprek met 3 of 4 voor hem onbekende personen. Hij zag dat het gesprek niet positief verliep. Een van de onbekende mannen liep op [Naam slachtoffer2] af en maakte een slaande beweging met zijn rechterarm in de richting van het hoofd van [Naam slachtoffer2]. [Naam slachtoffer2] werd vol in zijn gezicht geraakt en viel direct neer.8

Het voorval is geregistreerd door het camerasysteem van de Politie Maastricht Centrum/Zuid-West. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank de opgeslagen beelden van deze camera bekeken. De rechtbank heeft daarbij waargenomen dat verdachte, nadat hij [Naam slachtoffer1] met een bierglas in zijn gezicht had geslagen, [Naam slachtoffer2] heeft geslagen waarna [Naam slachtoffer2] op de grond viel.9

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [Naam slachtoffer2] heeft mishandeld.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 11 oktober 2008 in de gemeente Maastricht aan een persoon te weten [Naam slachtoffer1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten dusdanig zware letsels aan het rechteroog, dat dit al dan niet blijvend gezichtsverlies tot gevolg heeft gehad, heeft toegebracht, door opzettelijk een bierglas in het gezicht van die [Naam slachtoffer1] kapot te slaan;

2.

op 11 oktober 2008 in de gemeente Maastricht opzettelijk mishandelend [Naam slachtoffer2] heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

t.a.v. feit 1:

zware mishandeling;

t.a.v. feit 2:

mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte overweegt de rechtbank het navolgende.

Op 6 februari 2009 is verdachte in psychiatrisch consult gezien door N.A. Marcos-Kingsale, justitieel forensisch psychiater. De psychiater heeft bij verdachte geen aanwijzingen voor een psychiatrische stoornis gevonden en evenmin voor een persoonlijkheidsstoornis. Verder gedragskundig onderzoek is volgens de psychiater niet nodig.

De rechtbank verenigt zich met de op grond van het voorgeleidingsconsult gegeven conclusie en maakt deze mitsdien tot de hare.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, gelet op het door hem aangevoerde, gepleit tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van maximaal drie jaren, waarvan een deel voorwaardelijk. De raadsman heeft betreffende de strafmaat nog aangevoerd dat verdachte geen strafblad heeft en, blijkens een schrijven van zijn partner, van nature niet agressief is. De raadsman heeft verder aangevoerd dat verdachte een partner heeft en een kind van ongeveer één jaar oud en dat van belang is dat verdachte snel weer zijn werk kan hervatten, omdat hij anders zijn werk verliest en tevens om zo snel mogelijk te kunnen aanvangen met betaling van de door het slachtoffer geleden schade.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte was met vrienden op stap in Maastricht. Voor een café in Maastricht voelde verdachte zich beledigd en geprovoceerd. Hij haalde om die reden uit naar [Naam slachtoffer1]. Hij sloeg met grote kracht een bierglas stuk in het gezicht van [Naam slachtoffer1], met als gevolg zwaar lichamelijk letsel bij [Naam slachtoffer1]. Vervolgens mishandelde verdachte, [Naam slachtoffer2] door hem te slaan.

De rechtbank rekent verdachte zijn handelen zeer zwaar aan. Gebleken is dat er geen enkele directe aanleiding was voor het slaan van [Naam slachtoffer1] met het bierglas door verdachte. Op de camerabeelden, zoals die zijn waargenomen door de rechtbank ter terechtzitting, is een explosie van geweld van de zijde van verdachte te zien. Deze beelden zijn buitengewoon schokkend. Het gedrag van verdachte geeft blijk van een gebrek aan respect voor de lichamelijke integriteit van – in het bijzonder - [Naam slachtoffer1].

In één klap heeft verdachte het leven van [Naam slachtoffer1] voorgoed in negatieve zin bepaald. Het oogletsel van [Naam slachtoffer1] is onomkeerbaar en brengt vele beperkingen voor hem mee. Het zicht met zijn rechteroog is zeer beperkt. Het gevaar voor blindheid is een risico dat niet alleen voor zijn rechteroog dreigt, maar ook voor zijn linkeroog als gevolg van de wisselwerking van de ogen, zijnde één zintuig. Met deze dreiging en beperkingen zal [Naam slachtoffer1] de rest van zijn leven rekening moeten houden. Zijn gezicht is blijvend ontsierd. Als gevolg van het gebeuren op 11 oktober 2008 voelt [Naam slachtoffer1] zich vaak depressief en lusteloos en is hij zijn onbevangenheid kwijtgeraakt. Gebleken is dat [Naam slachtoffer1] zijn hobby’s, waaronder sporten en autorijden, niet meer als voorheen kan uitoefenen. De zware mishandeling heeft het leven van het gezin waarvan [Naam slachtoffer1] deel uitmaakt, ontwricht. Veel dingen waar de familie voorheen gezamenlijk plezier aan beleefde zijn thans niet meer mogelijk als gevolg van het letsel van [Naam slachtoffer1].

Een zware reactie op dit fundamenteel verkeerde handelen van verdachte kan dan ook niet uitblijven.

Bij de straftoemeting weegt de rechtbank ook mee dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard enorme spijt te hebben van het gebeuren. Hij is bereid om alle kosten te betalen die door het slachtoffer zijn gemaakt voor behandeling van het letsel, alsmede van hetgeen overigens is gevorderd.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaren moet worden opgelegd.

6 De benadeelde partijen

6.1 De vordering van de benadeelde partij [Naam slachtoffer1]

De benadeelde partij [Naam slachtoffer1], [Adresgegevens slachtoffer1], vordert ten aanzien van feit 1 een schadevergoeding bij wijze van voorschot:

- ten bedrage van € 40.000,- ter zake van immateriële schade en

- ten bedrage van € 2.232,38 ter zake van materiële schade,

telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2008.

De officier van justitie heeft gehele toewijzing van het gevorderde bedrag ter zake van materiële schade gevorderd. De officier van justitie heeft toewijzing van het gevorderde bedrag ter zake van immateriële schade gevorderd tot een bedrag – bij wijze van voorschot – van € 25.000,= en voorts heeft hij gevorderd deze vordering voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk te verklaren, zodat deze vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter aangebracht kan worden. De officier van justitie heeft tevens oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd tot een totaalbedrag van € 27.232,38.

De raadsman heeft de vordering ter zake van materiële schade niet betwist. De raadsman heeft evenmin betwist dat benadeelde [Naam slachtoffer1] immateriële schade heeft geleden en nog steeds lijdt tengevolge van het onder 1 ten laste gelegde feit. De raadsman heeft ter zake verzocht thans bij wijze van voorschot een bedrag van € 5.000,- à € 6.000,- voor immateriële schade toe te kennen, stellende dat het gevorderde bedrag complex is, met name omdat momenteel de medische eindtoestand van het rechter oog van [Naam slachtoffer1] nog niet bekend is.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat aan [Naam slachtoffer1] door het hiervoor onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht tot het door hem gevorderde bedrag van € 2.232,38, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2008, welk schadebedrag zijdens verdachte niet is betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is verder komen vast te staan dat aan [Naam slachtoffer1] door het hiervoor onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van deze immateriële schade wordt door de rechtbank naar billijkheid thans vastgesteld op een bedrag van € 25.000,- bij wijze van voorschot. De rechtbank gaat daarbij uit van de operaties die reeds noodzakelijk zijn geweest, de beperkingen die [Naam slachtoffer1] sinds het gebeuren op 11 oktober 2008 tot op heden ondervindt en ook in de toekomst nog zal ondervinden. Ook staat vast dat [Naam slachtoffer1] nog diverse keren geopereerd zal moeten worden. Hoewel de eindtoestand van zijn oog nog niet vaststaat, is wel duidelijk dat [Naam slachtoffer1] nimmer zijn volledige gezichtsvermogen zal terugkrijgen.

De vordering zal daarom tot een bedrag van € 25.000,- worden toegewezen bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2008. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van [Naam slachtoffer1] voor wat betreft het meer gevorderde bedrag ter zake van immateriële schade niet van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat [Naam slachtoffer1] in zijn vordering in zoverre niet-ontvankelijk is en zijn vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Nu door de raadsman de gestelde omvang van de immateriële schade niet is betwist, ziet de rechtbank geen aanleiding het voorschot te beperken tot een lager bedrag dan € 25.000,- enkel omdat nog geen sprake is van een eindtoestand.

Nu aan de verdachte ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit een straf zal worden opgelegd, zal de vordering van [Naam slachtoffer1] tot een totaalbedrag van € 27.232,38 worden toegewezen, en wel bij wijze van voorschot.

6.2 De vordering van de benadeelde partij [Naam slachtoffer2]

De benadeelde partij [Naam slachtoffer2], [Adresgegevens slachtoffer2], vordert ten aanzien van feit 2 een schadevergoeding ten bedrage van € 300,- ter zake van immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van [Naam slachtoffer2] niet-ontvankelijk te verklaren, stellende dat het vaststellen van de omvang van de door het strafbare feit veroorzaakte schade niet eenvoudig van aard is, mede gelet op de handelwijze van [Naam slachtoffer2] zelf kort voor en/of ten tijde van dit feit.

De raadsman heeft betreffende deze vordering aangevoerd dat de vordering wel eenvoudig van aard is, maar dat deze vordering dient te worden afgewezen, stellende dat [Naam slachtoffer2] niets toekomt daar hij het gebeurde zelf heeft uitgelokt.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van [Naam slachtoffer2] niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat [Naam slachtoffer2] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank overweegt in dit verband dat het ontstaan van het door [Naam slachtoffer2] gestelde letsel alsmede het causaal verband tussen dat letsel en de handelingen van verdachte niet eenvoudig is vast te stellen.

6.3 De op te leggen maatregel ten aanzien van feit 1

Nu de verdachte onder meer ter zake van het hiervoor onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens [Naam slachtoffer1] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tevens tot het opleggen van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht besloten tot genoemd totaalbedrag van € 27.232,38.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling - als voorschot - aan de benadeelde partij [Naam slachtoffer1], [Adresgegevens slachtoffer1], van een bedrag van € 27.232,38 (zevenentwintigduizendtweehonderdtweeëndertig Euro en achtendertig Eurocenten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2008 tot aan de dag van volledige voldoening;

- verklaart genoemde benadeelde partij [Naam slachtoffer1] in haar vordering niet-ontvankelijk voor wat betreft het meer gevorderde bedrag ter zake van immateriële schade en bepaalt dat zij deze vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [Naam slachtoffer1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Naam slachtoffer1], [Adresgegevens slachtoffer1], voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 171 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [Naam slachtoffer1] vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [Naam slachtoffer2], in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij [Naam slachtoffer2] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. R.A.M.M. Gijselaers, rechters, in tegenwoordigheid van C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 april 2009.

------------------------------------------------------

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 11 oktober 2008 in de gemeente Maastricht aan een persoon

(te weten [Naam slachtoffer1]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten dusdanig zware letsels aan het

rechteroog, dat dit al dan niet blijvend gezichtsverlies tot gevolg heeft

gehad), heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk een bierglas in het gezicht van die [Naam slachtoffer1] (kapot) te

slaan en/of met een glas tegen het gezicht van die [Naam slachtoffer1] te slaan;

2.

hij op of omstreeks 11 oktober 2008 in de gemeente Maastricht opzettelijk

mishandelend [Naam slachtoffer2], heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

------------------------------------------------------

1 Proces-verbaal van aangifte door [Naam slachtoffer1] d.d. 12 oktober 2008, p. 115 van het procesdossier. In het navolgende wordt verwezen naar de doorlopende nummering van het procesdossier. De genoemde processen-verbaal zijn op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt.

2 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 15 april 2009.

3 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 15 april 2009.

4 Letselbeschrijving door M.W.G. Govaerts, forensisch arts, GGD Zuid Limburg d.d. 13 oktober 2008, p. 126.

5 Informatie over oogheelkundige toestand van [Naam slachtoffer1], brief van I.J. Lundqvist, vitreoretinaal chirurg, d.d. 21 oktober 2008, p. 129-130.

6 Proces-verbaal relaas d.d. 14 april 2009, nagekomen stuk in het procesdossier.

7 Proces-verbaal van aangifte door [Naam slachtoffer 2] d.d. 12 oktober 2008, p. 161.

8 Proces-verbaal van aangifte door [Naam getuige] d.d. 11 oktober 2008, p. 150.

9 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 15 april 2009.