Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH7187

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
23-03-2009
Zaaknummer
314451 CV EXPL 08-4829
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu geen der afzonderlijke gedaagde partijen (de rechtspersoon en de twee natuurlijke personen) uiteindelijk van antwoord heeft gediend - de een door zonder meer verstek te laten gaan, de ander door op het daartoe (nader) bepaalde tijdstip niet van antwoord te dienen en evenmin om ( verder) uitstel te verzoeken - moet worden geconcludeerd dat de vorderingen van eisende partij naar aard, omvang, strekking en rechtsgrond op geen enkel onderdeel bestreden zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 314451 CV EXPL 08-4829

typ: AE

Vonnis van 11 maart 2009

in de zaak van

BAVARIA N.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Lieshout (gemeente Laarbeek),

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.A. Breur, advocaat te Lieshout,

tegen:

1. COMEX B.V.,

gevestigd en zaakdoend te [adres] Maastricht,

gedaagde sub 1,

gemachtigde: mr. H.J.M. Stassen, advocaat te Maastricht,

2. [gedaagde],

zaakdoend aan de [adres],

gedaagde sub 2,

voor wie mr. H.J.M. Stassen, advocaat te Maastricht, zich ter eerst dienenende datum eveneens als gemachtigde had gesteld,

en

3. [gedaagde],

eveneens zaakdoend aan de [adres],

gedaagde sub 3,

gezamenlijk aan te duiden als gedaagde partij.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Eisende partij heeft bij dagvaarding van 10 november 2008 een vordering ingesteld tegen gedaagde partij en heeft zich daarvoor mede beroepen op zes aan het exploot gehechte producties in fotokopievorm. Tegen gedaagde sub 3 is verstek verleend.

Na bij herhaling uitstel te hebben gevraagd en verkregen, heeft de gemachtigde van gedaagde sub 2, in plaats van te concluderen voor antwoord, akte gevraagd dat hij door [gedaagde sub 2] niet in staat is gesteld te concluderen. Als gemachtigde van gedaagde sub 1 heeft hij geen conclusie genomen noch om uitstel gevraagd. Na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld heeft gedaagde sub 2 evenmin in persoon een conclusie genomen. Daarna is uitspraak bepaald.

MOTIVERING

Eisende partij vordert naast ontbinding van de huurovereenkomst de (hoofdelijke) veroordeling van (alle drie) gedaagden - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot ontruiming van het gehuurde alsmede tot betaling van een bedrag van € 48.447,69, te vermeerderen met zowel de wettelijke handelsrente hierover vanaf de dag van opeisbaarheid van de vordering of vanaf de dag van dagvaarding als (een vergoeding van) de buitengerechtelijke kosten. Eisende partij vordert voorts de - eveneens hoofdelijke - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 8.849,55 voor iedere maand (of ieder maandgedeelte) van voortgezet gebruik van het gehuurde na 1 december 2008 tot de datum van daadwerkelijke ontruiming met verwijzing van gedaagde partij in de proceskosten. Eisende partij grondt haar vordering op voortdurende wanbetaling ter zake van de vigerende huurovereenkomst aan de zijde van gedaagde partij.

Nu geen der afzonderlijke gedaagde partijen (de rechtspersoon en de twee natuurlijke personen) uiteindelijk van antwoord heeft gediend - de een door zonder meer verstek te laten gaan, de ander door op het daartoe (nader) bepaalde tijdstip niet van antwoord te dienen en evenmin om ( verder) uitstel te verzoeken - moet worden geconcludeerd dat de vorderingen van eisende partij naar aard, omvang, strekking en rechtsgrond op geen enkel onderdeel bestreden zijn. Op grond hiervan is de kantonrechter van oordeel dat de onweersproken vorderingen, voor zover deze de kantonrechter ook overigens onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, kunnen worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden vastgesteld op een termijn van veertien dagen na de betekening van dit vonnis, dat de (vervallen) wettelijke handelsrente toewijsbaar is vanaf 12 februari 2008 en dat voor doorberekening van incassokosten geen toereikende gronden bestaan.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten heeft eisende partij in het exploot van dagvaarding onvoldoende gemotiveerd en gespecificeerd toegelicht welke incassoactiviteiten zij voorafgaand aan de onderhavige procedure heeft verricht. Hierdoor is niet voldoende komen vast te staan dat eisende partij werkzaamheden heeft verricht of kosten heeft gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

Gedaagde partij zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit geding dienen te dragen.

BESLISSING

Veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk - en wel aldus, dat indien de een betaalt, de ander tot de hoogte van een dergelijke betaling zal zijn gekweten - om aan eisende partij tegen kwijting te voldoen een bedrag van € 48.447,69, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 12 februari 2008 tot aan de dag van algehele voldoening.

Ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde staande en gelegen aan de [adres].

Veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde binnen uiterlijk veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en alle zaken die zich hunnentwege in het gehuurde bevinden te ontruimen, te verlaten en onder afgifte van alle in hun bezit zijnde sleutels ter vrije en algehele beschikking van eisende partij te stellen.

Machtigt eisende partij om zo dit noodzakelijk mocht zijn, deze ontruiming op kosten van gedaagde partij zelf te doen uitvoeren met hulp - waar nodig - van politie en justitie.

Veroordeelt gedaagde partij - eveneens hoofdelijk - om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 8.849,55 voor iedere maand of ieder maandgedeelte van voortgezet gebruik van het gehuurde na 1 december 2008 tot de datum van daadwerkelijke ontruiming.

Veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de aan de zijde van eisende partij gevallen proceskosten, begroot op een totaalbedrag van € 872,80, waaronder een bedrag van € 600,00 voor salaris van de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.