Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH6443

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
19-03-2009
Zaaknummer
324875 CV EXPL 09-535
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Gezamenlijke behandeling met twee (nagenoeg) gelijke vorderingen in kort geding van 2 collega's van werknemer.

Vordering tot schorsing van het concurrentiebeding afgewezen. Het beding is niet onduidelijk geredigeerd en evenmin te breed geformuleerd. De belangen van de werkgever bij bescherming van haar bedrijfsdebiet wegen zwaarder dan het belang van de werknemer bij indiensttreding bij een rechtstreekse concurrent van werkgeefster.

Zie tevens LJN: BH6439 en BH6441

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0222
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

zaakno: 324875 CV EXPL 09-535

typ: FL

Datum uitspraak: 11 maart 2009

De kantonrechter te Sittard-Geleen wijst het navolgende vonnis in het kort geding van:

[eisende [eisende partij],

wonende te Weert,

eisende partij, hierna verder ook te noemen: “[eisende partij]”,

gemachtigde: mr. E.P. Keuvelaar, advocaat te Utrecht,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Kreuze Telecommunicatie B.V.,

statutair gevestigd te Beek en kantoorhoudend te Maastricht-Airport aan de Australiëlaan 90, gedaagde partij, hierna verder ook te noemen: “Kreuze”,

gemachtigde: mw. mr. C.A.H. Lemmens, advocaat te Heerlen.

HET PROCESVERLOOP:

Op 11 februari 2009 heeft [eisende partij] de kantonrechter verzocht om Kreuze te mogen dagvaarden in kort geding ex. artikel 254 Rv. in de nevenvestigingsplaats van de rechtbank Maastricht te Sittard-Geleen aan de Parklaan 17.

De datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter vervolgens bepaald op maandag 2 maart 2009 om 09.30 uur.

Op 25 februari 2009 heeft [eisende partij] een afschrift van de op 18 februari 2009 betekende dagvaarding met producties ingediend.

Op 26 februari 2009 heeft Kreuze een aantal producties ingediend en heeft [eisende partij] per fax nog een aantal producties ingediend.

Op de op 2 maart 2009 gehouden mondelinge behandeling is [eisende partij] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. E.P. Keuvelaar.

Namens Kreuze is een van haar beide directeuren de heer [directeur] verschenen, bijgestaan door mw. mr. C.A.H. Lemmens.

Voorts is de heer [directeur], directeur van Finntax B.V. verschenen.

De mondelinge behandeling is gehouden gelijktijdig met de mondelinge behandeling van de door [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324134] en [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324271] aanhangig gemaakte kort gedingen, ingeschreven onder zaaknummers 324134 CV EXPL 09-451 en 324271 CV EXPL 09-470.

[eisende partij] heeft ter terechtzitting geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding en heeft zijn standpunten door zijn gemachtigde nader laten toelichten, dit mede aan de hand van een overgelegde pleitnota.

Kreuze heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eisende partij] en heeft haar standpunten door haar gemachtigde laten toelichten, dit mede aan de hand van een overgelegde conclusie van antwoord/pleitnota met producties.

Hierna is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

DE VASTSTAANDE FEITEN:

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, staat tussen partijen – mede op grond van de overgelegde producties en voor zover van belang – het navolgende vast:

[eisende partij] is op 1 september 2003 bij Kreuze in dienst getreden. Laatstelijk vervulde hij de functie van sales-engineer. Zijn loon bedroeg laatstelijk € 3.271,00 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag, emolumenten en 13e maand

In de arbeidsovereenkomst zijn partijen een concurrentiebeding overeengekomen. De tekst hiervan luidt:

“Het is de werknemer niet toegestaan binnen een tijdvak van 12 maanden na beëindiging van de dienstbetrekking, binnen een straal van 50 kilometer, zowel gerekend vanaf de vestigingsplaats van de werkgever te Maastricht-Airport, alsmede de standplaats van de werknemer te Maastricht-Airport, op directe of indirecte wijze en in enigerlei vorm, een gelijke, soortgelijke dan wel nauw verwante bedrijvigheid als die van de werkgever, te vestigen – ongeacht de vorm waarin – of op enigerlei wijze daadwerkelijk deel te nemen daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, alles al dan niet tegen vergoeding zulks op straffe van een direct opeisbare boete ten behoeve van de werkgever, van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat de werknemer in overtreding is van, of in strijd handelt met het vorenstaande.”

Partijen zijn voorts een relatiebeding overeengekomen voor de duur van een jaar.

Op 29 januari 2009 heeft [eisende partij] de arbeidsovereenkomst met Kreuze opgezegd tegen

1 maart 2009.

Bij schrijven van 4 februari 2009 heeft Kreuze aan [eisende partij] meegedeeld de opzegging te aanvaarden en dat de arbeidsovereenkomst zal eindigen op 28 februari 2009. Kreuze heeft [eisende partij] daarbij gewezen op het concurrentiebeding en het relatiebeding en dat Kreuze [eisende partij] aan die bedingen zal houden nu [eisende partij] bij een volle concurrent van Kreuze aan het werk gaat.

[eisende partij] is met ingang van 1 maart 2009 in dienst getreden van Finntax B.V. te

’s-Hertogenbosch.

[eisende partij] is voornemens zijn werkzaamheden voor Finntax te verrichten vanuit een nieuwe vestiging van Finntax te Echt.

DE VORDERINGEN EN DE GRONDEN DAARVAN:

[eisende partij] vordert thans bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van onmiddellijke voorziening bij voorraad:

met ingang van de dag van uitspraak het (non-)concurrentiebeding van de arbeidsovereenkomst te schorsen voor wat betreft de indiensttreding bij Finntax, waarbij de schorsing zal gelden totdat een beslissing van de bodemrechter hierover in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, met veroordeling van Kreuze in de proceskosten.

[eisende partij] legt aan zijn vorderingen het navolgende – zakelijk weergegeven - ten grondslag.

[eisende partij] stelt dat Kreuze hem onvoldoende in staat heeft gesteld zich te ontplooien en carrière te maken. Begin 2007 heeft hij met Kreuze afspraken gemaakt over een wijziging van zijn functie. Hij wilde meer invloed kunnen uitoefenen op het tot stand komen van orders en meer klantencontact. Van die afspraken is echter weinig terecht gekomen. Daarbij kwam dat in de loop van 2007 de werksfeer in negatieve zin veranderde. Hij voelde zich niet meer thuis bij Kreuze. Een en ander is voor [eisende partij] aanleiding geweest om naar een andere werkgever uit te zien en dat heeft er toe geleid dat hij begin 2009 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met Finntax te ’s-Hertogenbosch. Dat levert hem een aanzienlijke positieverbetering op en bij die onderneming heeft hij meer mogelijkheden en betere toekomstperspectieven. Volgens [eisende partij] heeft hij tegenover Kreuze steeds open kaart gespeeld. Hij heeft meteen aangegeven dat hij bij Finntax in dienst zal treden. [eisende partij] erkent dat Finntax in hetzelfde marktsegment werkzaam is als Kreuze, maar er zijn meerdere bedrijven die in dezelfde vijver vissen. Volgens [eisende partij] zijn dat zo’n 300 ondernemingen. Finntax richt zich echter op andere doelgroepen en productgroepen dan Kreuze. Kreuze biedt bijvoorbeeld geen ICT diensten aan en is buiten Zuid-Limburg nauwelijks actief. [eisende partij] erkent het overeengekomen concurrentiebeding en relatiebeding, maar [eisende partij] is van mening dat Kreuze geen enkel belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Volgens [eisende partij] is handhaving van het concurrentiebeding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, ongerechtvaardigd. Kreuze heeft zelfs bij monde van haar directeur de heer [directeur] mondeling toegezegd dat wat hem betreft het concurrentiebeding zou kunnen vervallen en dat met het relatiebeding volstaan zou kunnen worden. Volgens [eisende partij] is zijn belang in de eerste plaats gelegen in zijn grondrecht van vrije keuze van arbeid en de daaraan gekoppelde mogelijkheden om in zijn levensonderhoud te voorzien. Voorts is het concurrentiebeding niet duidelijk geredigeerd. Onduidelijk is welke activiteiten c.q. werkzaamheden [eisende partij] niet zou mogen uitvoeren. Voor zover het alle werkzaamheden zou betreffen, is het beding te breed geformuleerd. [eisende partij] zou op die wijze onevenredig worden benadeeld. Verder omvat het beding een te groot geografisch gebied, te weten een straal van 50 kilometer vanaf Maastricht-Airport. [eisende partij] stelt verder dat hij zich aan het relatiebeding zal houden. Volgens [eisende partij] is het nimmer de bedoeling geweest om Kreuze schade te berokkenen. [eisende partij] is van mening dat hij door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld in zijn belangen in verhouding tot het te beschermen belang van Kreuze.

HET VERWEER:

Kreuze stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van [eisende partij] moeten worden afgewezen. Kreuze voert daartoe het volgende – zakelijk weergegeven – aan.

Kreuze stelt dat Finntax een volle concurrent van Kreuze is. Beide ondernemingen leveren totaalpakketten porto- en mobilofonie, mobiel & internet, inbouw, advieswerkzaamheden, diensten en services. Tot en met 2008 richtte Finntax zich voornamelijk op midden en noord Nederland, terwijl Kreuze zich beperkt tot Zuid-Nederland. Eind 2008 zijn gesprekken geweest tussen Finntax en Kreuze over een mogelijke bedrijfsovername van Kreuze door Finntax. Die gesprekken zijn op niets uitgelopen. Kreuze kan zich thans niet aan de indruk onttrekken dat Finntax toch marktgebied van Kreuze wil aftroggelen. Opmerkelijk is dat Finntax drie medewerkers van Kreuze heeft benaderd, waaronder [eisende partij], om bij haar in dienst te treden. Finntax wil voet aan de grond krijgen in Zuid-Nederland en is voornemens om in Echt een nieuwe vestiging te openen met 3 ex-werknemers van Kreuze. Kreuze heeft er daarom alle belang bij om het met [eisende partij] overeengekomen concurrentiebeding en relatiebeding te handhaven. Kreuze stelt zich primair op het standpunt dat de gevraagde schorsing moet worden afgewezen omdat een schorsing hetzelfde effect heeft als een vernietiging of matiging tot nihil. [eisende partij] kan dan immers doen en laten wat hij wil. De indiensttreding van [eisende partij] bij Finntax is toegestaan. Het concurrentiebeding verbiedt dat niet omdat de vestigingsplaatsen ’s-Hertogenbosch en Raamsdonksveer buiten de straal van 50 kilometer zijn gelegen. Volgens Kreuze is het concurrentiebeding duidelijk en helder en weet [eisende partij] precies wat de bedoeling is van het beding: binnen een straal van 50 kilometers mag [eisende partij] niet werkzaam zijn als het gaat om een soortgelijk dan wel nauw verwant bedrijvigheid als die van Kreuze. Buiten die straal van 50 km is het [eisende partij] toegestaan om werkzaamheden voor Finntax te verrichten. Volgens Kreuze is het beding ook niet onredelijk zwaar en zodanig belemmerend dat [eisende partij] geen andere passende baan kan aanvaarden. De door [eisende partij] subsidiair gevorderde vergoeding moet eveneens worden afgewezen, reeds omdat [eisende partij] een andere baan heeft aanvaard bij Finntax en voorts onduidelijk is welke schade [eisende partij] zou lijden.

HET OORDEEL VAN DE KANTONRECHTER:

De kantonrechter acht het bestaan van een spoedeisend belang aan de zijde van [eisende partij] genoegzaam gebleken. [eisende partij] wil immers – naar de kantonrechter verstaat - duidelijkheid verkrijgen over de reikwijdte van het concurrentiebeding.

In het kader van de gevraagde voorlopige voorzieningen als de onderhavige past het terughoudendheid te betrachten, in die zin dat er sterke aanwijzingen moeten bestaan, dat de partij die een voorlopige voorziening vraagt, deze eerst toegewezen zal krijgen als zij in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk in het gelijk zal worden gesteld.

Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter heeft [eisende partij] in het kader van de onderhavige spoedeisende en daarom summiere procedure niet aannemelijk gemaakt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld, dat zijn vordering tot vernietiging dan wel matiging van het concurrentiebeding in een bodemprocedure zal worden toegewezen.

Vast staat, dat tussen [eisende partij] en Kreuze het concurrentiebeding geldt zoals dat in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen.

Vast staat verder dat zowel [eisende partij] als zijn collega’s [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324134] en [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324271] eind 2008/begin 2009 zelf ontslag hebben genomen bij Kreuze en direct aansluitend aan hun dienstverband bij Kreuze in dienst zijn getreden bij Finntax. Voorts staat vast dat Finntax bezig is met het opstarten van een nieuwe vestiging in Echt en dat [eisende partij], [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324134] en [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324271] voornemens zijn hun werkzaamheden voor Finntax vanuit die vestiging te gaan verrichten. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter heeft [eisende partij] niet aannemelijk gemaakt, dat Kreuze hem ontplooiingsmogelijkheden heeft onthouden. Niet gebleken is dat [eisende partij] Kreuze in de afgelopen periode heeft aangesproken op het niet nakomen van gemaakte afspraken dienaangaande. In zijn ontslagbrief d.d. 29 januari 2009 schrijft [eisende partij]: “Ik waardeer de ervaring die ik bij Kreuze Telecommunicatie B.V. heb opgedaan en ik bewaar prettige herinneringen aan de samenwerking met u en mijn collega’s.

De kantonrechter stelt voorop dat het grondwettelijk gewaarborgde recht van de werknemer op vrijheid van arbeidskeuze slechts kan worden beperkt door middel van het overeenkomen van een concurrentiebeding in het geval de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij bescherming door dat beding. Een dergelijk belang kan zijn gelegen in het voorkomen van een situatie dat met de indiensttreding van de werknemer bij een concurrerende onderneming die onderneming een ongerechtvaardigd voordeel verkrijgt ten laste van het bedrijfsdebiet van de werkgever.

Volgens [eisende partij] doet zich een dergelijke situatie niet voor. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter gaat dat standpunt van [eisende partij] echter niet op. Uit de stukken en uit hetgeen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling over en weer naar voren is gebracht is voorshands in voldoende mate aannemelijk geworden dat Kreuze en Finntax in dezelfde branche opereren en dat zij derhalve als directe concurrenten moeten worden beschouwd. Daarbij speelt mede een rol dat het geografisch gebied in Nederland waarin Kreuze opereert – volgens [eisende partij] is Kreuze buiten Zuid-Limburg nauwelijks actief - kleiner is dan het geografisch gebied in Nederland waarin Finntax opereert en voorts dat onweersproken is gesteld dat [eisende partij] en zijn collega’s [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324134] en [eisende partij in kort geding met zaaknummer 324271] als “zwaargewichten” worden aangemerkt wat betreft hun kennis en expertise in hun vakgebied. Kreuze heeft derhalve alle belang bij bescherming van haar marktpositie in Zuid-Nederland.

Voorshands is de kantonrechter van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het concurrentiebeding te breed en onvoldoende duidelijk is geformuleerd. In zijn algemeenheid is juist de strekking van een concurrentiebeding dat een gewezen werknemer gedurende een bepaalde periode en in een bepaald geografisch gebied geen concurrerende werkzaamheden zal verrichten, niet als zelfstandige dan wel in dienst van een concurrerend bedrijf van de voormalige werkgever. Doel daarvan is dat de werkgever zijn positie in de markt wenst te behouden en dat hij niet hoeft te vrezen dat de voormalige werknemer zijn verworven kennis van het bedrijf van zijn voormalige werkgever gebruikt en mogelijk relaties wegkaapt door bijvoorbeeld goedkopere tarieven te hanteren voor dezelfde werkzaamheden. In het onderhavige geval kan niet gezegd worden dat het beding meer omvat dan een algemeen gebruikelijk beding.

[eisende partij] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door het concurrentiebeding zodanig wordt gehinderd dat hij gedurende de tijd dat dit concurrentiebeding geldt, geen werkzaamheden kan verrichten. Vast staat immers dat [eisende partij] op 1 maart 2009 in dienst is getreden bij Finntax.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter kan derhalve niet gezegd worden dat [eisende partij] door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van Kreuze, namelijk het behoud van haar positie binnen de markt waarin zij opereert.

Gelet op al het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat er geen aanleiding is om het concurrentiebeding te schorsen totdat onherroepelijk in de bodemprocedure is beslist.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient [eisende partij] te worden veroordeeld in de proceskosten.

DE BESLISSING:

Wijst de vordering van [eisende partij] tot het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad af.

Veroordeelt [eisende partij] in de kosten van deze procedure aan de zijde van Kreuze gerezen en tot aan dit vonnis in totaal begroot op € 600,00 ter zake van salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van Kreuze.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2009 door

mr. J.J. Groen, kantonrechter, in tegenwoordigheid van F.C.H. Lassauw als griffier.