Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH6107

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
10-02-2009
Datum publicatie
16-03-2009
Zaaknummer
03-700582-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte haar partner met een mes in het gezicht heeft gestoken.

De ter plekke gearriveerde verbalisant ziet bloedspatten op de keukenvloer, een bloedende snee in de wang van de man en een mes waarop bloed zat in het keukenblok. De man heeft verklaard dat hij ruzie met zijn vrouw had en dat zij hem met een mes in het gezicht heeft gestoken. Er was sprake van ernstig bloedverlies, terwijl de man aan hemofilie lijdt.Om die reden moest het slachtoffer in het ziekenhuis worden opgenomen.

Ten aanzien van de strafoplegging volgt de rechtbank het advies van de reclassering om verdachte onder meer een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld een verplicht reclasseringstoezicht op. Verdachte is namelijk bezig haar leven een positieve wending te geven. Daarnaast wordt aan verdachte een taakstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700582-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 februari 2009

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode] [woonplaats], [adres].

Raadsman mr. H.H.M.E. Waelen, advocaat te Meerssen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 januari 2009, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- geprobeerd heeft (haar echtgenoot) [naam slachtoffer] te doden (primair); dan wel,

- geprobeerd heeft haar echtgenoot [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (subsidiair); dan wel,

- haar echtgenoot [naam slachtoffer] heeft mishandeld (meer subsidiair).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geprobeerd heeft [naam slachtoffer] te doden door hem met een mes in het gezicht te steken. Zij baseert haar standpunt op de verklaring van het slachtoffer, [naam slachtoffer], die ondersteund wordt door de verklaring van zijn dochter, die deels getuige was van het gebeurde. Naast deze verklaringen zijn er bewijsmiddelen voorhanden met betrekking tot het mes en het letsel van [slachtoffer].

Volgens de officier van justitie heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij [slachtoffer] dodelijk zou verwonden, door hem met het mes in diens gezicht te steken. Bij of in het gezicht bevinden zich immers vitale delen van het lichaam, die geraakt hadden kunnen worden. Er is daarom sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer].

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat hooguit de mishandeling van [slachtoffer] bewezen kan worden verklaard. Verdachte had nooit de bedoeling [slachtoffer] van het leven te beroven of hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Er is volgens de raadsman ook geen sprake van voorwaardelijk opzet.

Verdachte en [slachtoffer] hadden een hevige ruzie, die zodanig uit de hand gelopen is, dat beiden elkaar over en weer verwondingen hebben toegebracht. Ook verdachte had twee snijwonden. Bij verdachte ontbrak het inzicht dat haar optreden tot doodslag zou kunnen leiden. De verdachte en [slachtoffer] zijn alle twee begonnen met het uitoefenen van geweld. De dochter heeft alleen gezien dat haar moeder een mes pakte, maar zij heeft niet gezien wat er daarna gebeurde. Daarom kan niet bewezen worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, dan wel aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Alleen de verklaring van [slachtoffer] is hiervoor ontoereikend.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de gebeurtenissen op 5 september 2008 acht de rechtbank het volgende van belang.

Op vrijdag 5 september 2008 gaan verbalisanten naar het adres [[adres] te [woonplaats] waar een ruzie tussen man en vrouw gaande is, waarbij sprake is van gebruik van een mes. Tevens krijgen de verbalisanten de melding dat de vrouw de woning heeft verlaten en dat de man heeft aangegeven dat de vrouw hem heeft gestoken met een mes. Ter hoogte van het perceel [naam perceel] zien de verbalisanten een vrouw wier kleding onder de bloedvlekken en -spetters zit. Tevens heeft zij bloedende plekken in haar gezicht. De vrouw, verdachte, wordt door de verbalisanten aangehouden.

In de woning aan de [adres] wordt de man aangetroffen. Ook is diens dochter in de woning aanwezig. De verbalisant ziet dat de man een bloedende snee in zijn wang heeft. De man verklaart dat hij ruzie met zijn vrouw heeft gekregen en dat zij hem met een mes in het gezicht heeft gestoken.

De verbalisant ziet op de grond in de keuken diverse bloedspetters. Op aanwijzing van de man treft de verbalisant op het keukenblok een groot mes aan waarop bloed zit. De man verklaart dat dit het mes is waarmee hij is gestoken.

De man, het slachtoffer [naam slachtoffer], heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard. [slachtoffer] en verdachte hadden gedronken bij een bezoek aan een wederzijdse vriend. Na thuiskomst begon verdachte met de deuren te slaan, waarop [slachtoffer] haar beide handen heeft vastgepakt om haar te kalmeren. Nadat verdachte gekalmeerd was, is [slachtoffer] naar de keuken gelopen. [slachtoffer] zag dat zijn dochter naar beneden kwam gelopen.

[slachtoffer] zag dat verdachte hem achterna kwam lopen en dat zij meteen naar de keukenla liep en dat ze in de keukenladen iets zocht. Vervolgens zag hij verdachte op zich afkomen. Voordat hij het wist, merkte hij dat hij werd gestoken in zijn wang. Toen pas zag hij dat verdachte een groot mes in haar handen had. Het was een groot keukenmes van ongeveer 30 cm lang.

[slachtoffer] zag dat verdachte hem nogmaals wilde steken en heeft zich moeten verdedigen, waarbij hij haar meermalen met een vuist (hard in haar gezicht) heeft geslagen. Verdachte is vervolgens de woning uit gelopen.

Bij [slachtoffer] wordt in het ziekenhuis een steekwond waargenomen bij de rechter bovenlip met aan de binnenzijde van de mond (wang) een wond. Er is tevens sprake van ernstig bloedverlies. Tevens is ziekenhuisopname geïndiceerd, omdat [slachtoffer] hemofilie heeft.

De getuige, dochter [naam getuige], heeft het volgende verklaard. Zij zag haar ouders vechten in de gang. Nadat zij gestopt waren, liep eerst haar vader en vervolgens haar moeder de keuken in. Zij zag haar moeder een mes pakken en naar haar vader toelopen, waarop zij zelf naar boven rende om 112 te bellen. Meteen daarna is zij weer naar beneden gegaan. Zij trof haar moeder bloedend op de grond aan en ook haar vader bloedde.

In de woning is door de politie een forensisch onderzoek ingesteld. Bij gelegenheid van dit onderzoek is een bebloed keukenmes, aangetroffen op het keukenblad, in beslag genomen. Foto’s van het mes zijn toegevoegd aan het proces-verbaal.

Verdachte heeft bij haar eerste verhoor op 6 september 2008 verklaard dat zij en [slachtoffer] elkaar geslagen hebben en dat zij allebei een mes in handen hebben gehad. [slachtoffer] is met een mes gaan zwaaien en heeft haar met dat mes geraakt. Zij kan zich absoluut niet herinneren [slachtoffer] gestoken te hebben.

Bij haar tweede verhoor op 7 september 2008 heeft verdachte verklaard dat zij een mes in handen had, net als haar man, maar dat zij niemand heeft proberen neer te steken. Wél heeft zij in de richting van haar man met het mes gezwaaid. Vervolgens heeft verdachte in dit tweede verhoor verklaard dat zij en haar man elkaar geslagen hebben en dat zij gevochten hebben met de messen in hun handen.

Verdachte heeft ter terechtzitting opnieuw ontkend [slachtoffer] met een mes te hebben gestoken. Verdachte was ten gevolge van een lichte hersenschudding in de war tijdens haar verhoren bij de politie en heeft daarom onjuiste verklaringen afgelegd.

Voorts heeft zij ter terechtzitting aanvankelijk verklaard dat zij zich absoluut niets meer herinnert van wat er gebeurd is. Zo kan zij zich niet herinneren dat zij een mes in handen heeft gehad. Zij kan zich evenmin voorstellen dat zij in staat is om haar man met een mes te steken.

Vervolgens echter heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat zij ook een wond in haar gezicht had en dat [slachtoffer] haar met een mes heeft gestoken. Ze herinnert zich dat zij en [slachtoffer] een ruzie hadden die uit de hand is gelopen. Beide echtelieden hebben gevochten en [slachtoffer] heeft haar geslagen.

Overwegingen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geprobeerd heeft [naam slachtoffer] opzettelijk met een mes van het leven te beroven. Uit de aangifte van [slachtoffer] en de verklaring van de getuige [ naam getuige] leidt de rechtbank af dat het verdachte is die het keukenmes heeft gepakt en daarmee op [slachtoffer] is toegelopen. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer] met het mes in zijn gezicht gestoken. Door op deze manier [slachtoffer] met een groot keukenmes aan te vallen en in het gezicht te steken is er (in ieder geval) sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer]. Er bestond immers een aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] dodelijk geraakt zou worden in bijvoorbeeld zijn halsslagader. Uit het handelen van verdachte volgt rechtstreeks dat zij deze kans ook bewust heeft aanvaard.

De rechtbank overweegt voorts nog het volgende.

De raadsman heeft ter terechtzitting de stelling van verdachte die zij bij haar verhoren en deels ter terechtzitting naar voren heeft gebracht, namelijk dat zij en [slachtoffer] tegelijkertijd (met messen) hebben gevochten en dat zij door [slachtoffer] gestoken is, onderbouwd door een overzicht van medische gegevens over te leggen van de penitentiaire inrichting waar verdachte verbleef. Hierin wordt vermeld dat verdachte een ontstoken snijwond heeft op haar linker bovenlip en kin.

Ook in het proces-verbaal van verhoor wijst verdachte volgens de verbalisanten op een snee in haar linker wang, boven de mond.

Voornoemde stelling van verdachte acht de rechtbank deels niet aannemelijk en bovendien niet relevant voor haar oordeel. Overigens is de rechtbank niet gebleken dat verdachte bij haar verhoren dusdanig verward was, dat zij niet is staat was enige bruikbare verklaring af te leggen, nu de verhorende verbalisanten daarover niet hebben gerelateerd en ook verdachte zelf pas ter terechtzitting daarvan melding maakt.

De rechtbank leidt uit de aangifte en de verklaring van de getuige [naam getuide] af dat er in de gang in enige mate is gevochten. Dat [slachtoffer] daarbij een mes gebruikt heeft, acht de rechtbank niet aannemelijk, nu [slachtoffer] zelf dit ontkent en de getuige [naam getuige] daar in haar verklaring ook geen melding van maakt.

Het vechten in de gang is opgehouden. Daarna neemt verdachte in de keuken het initiatief en heeft zij [slachtoffer] in het gezicht gestoken.

Dat er vervolgens nog gevochten is, nadat verdachte [slachtoffer] heeft gestoken, acht de rechtbank zeer aannemelijk en kan ook uit de aangifte en de verklaring van de getuige [naam getuige] worden afgeleid. De rechtbank acht het waarschijnlijk dat verdachte hierbij haar verwondingen heeft opgelopen. Zoals hiervoor vermeld, leidt dit echter niet tot een ander oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 5 september 2008 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, die [slachtoffer] met een mes in het gezicht heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op:

poging tot doodslag

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 maanden waarvan het onvoorwaardelijk deel, te weten 2 maanden, gelijk is aan de duur van het voorarrest en waarbij het overige deel voorwaardelijk dient te worden opgelegd met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf gevorderd van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis.

5.2 Het standpunt van de verdediging

Van de zijde van de verdediging is aangevoerd dat een gevangenisstraf een te hoge strafmaat zou zijn voor verdachte. Verdachte heeft 60 dagen in voorarrest doorgebracht en zij zou zich nu moeten richten op de aanpak van haar problematiek. De verdediging ziet daarbij geen heil in een taakstraf voor verdachte. Een taakstraf zou voor verdachte slechts vertraging betekenen van haar plannen om haar leven weer goed op de rails te krijgen, zoals het solliciteren naar een nieuwe baan. De raadsman van verdachte bepleit een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

De rechtbank acht poging doodslag bewezen verklaard. Na een echtelijke ruzie heeft verdachte, terwijl zij onder invloed was van alcohol, op een moment waarop het slachtoffer even meende dat de rust was wedergekeerd, het slachtoffer met een mes in zijn gezicht gestoken. Door het handelen van verdachte heeft het slachtoffer letsel opgelopen.

In beginsel is, gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. De rechtbank acht evenwel termen aanwezig om van dit uitgangspunt af te wijken en motiveert die afwijking als volgt.

De rechtbank neemt in haar afwegingen ter zake van de strafoplegging het gegeven mee dat verdachte bezig is om haar leven een positieve wending te geven. Dit is tijdens het onderzoek ter terechtzitting bevestigd door mevrouw [naam medewerker] van Bureau Jeugdzorg Maastricht/Heuvelland, die als gezinsvoogd van de twee dochters van verdachte het gezin van nabij volgt. Ook neemt de rechtbank in haar oordeel mee dat verdachte geen relevant strafblad heeft.

Door de heer [naam reclasseringswerker], reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, is op 28 oktober 2008 een voorlichtingsrapport uitgebracht omtrent de persoon van verdachte. In dit rapport staat weergegeven - kort en zakelijk samengevat - dat verdachte haar alcoholprobleem bagatelliseert maar desondanks ontvankelijk is voor hulp. De reclassering adviseert de rechtbank om aan verdachte een - deels voorwaardelijke - gevangenisstraf op te leggen waarbij een verplicht reclasseringtoezicht als bijzondere voorwaarde wordt gesteld zodat verdachte een behandeling kan ondergaan voor haar verslavingsproblematiek.

Gezien de inhoud van het voorlichtingsrapport en het beeld dat de rechtbank naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van verdachte heeft gekregen acht de rechtbank termen aanwezig het advies van de reclassering te volgen.

Vorenstaande is voor de rechtbank aanleiding een lichtere strafmodaliteit op te leggen, te weten een gevangenisstraf van beperkte duur waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke deel van deze gevangenisstraf zal de rechtbank de nader te noemen bijzondere voorwaarde koppelen. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank gepast dat de taakstraf die aan verdachte wordt opgelegd in duur is beperkt, zodat verdachte voort kan gaan met het opbouwen van haar leven. Deze strafoplegging heeft tot doel verdachte het onoorbare van haar handelen in te laten zien, alsmede het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Dit alles overwegende komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf van 5 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 90 uur, te vervangen door 45 dagen hechtenis. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke gevangenisstraf een proeftijd van twee jaren met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, als geïndiceerd door de heer [naam reclasseringswerker], reclasseringswerker, met uitzondering van klinische opname op de afdeling Detox van Mondriaan divisie Verslavingszorg Maastricht, nu laatstgenoemde opname al heeft plaatsgevonden.

6 Het beslag

Het in beslag genomen mes is vatbaar voor verbeurdverklaring. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het een voorwerp betreft dat aan verdachte toebehoorde en met behulp waarvan het bewezen verklaarde feit is begaan.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de overige hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling op het gebied van alcoholverslaving;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot werkstraf voor de duur van 90 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 45 dagen;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Beslag

- verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

20300196196 1 1.00 STK Mes Kl: zilver, keukenmes;

- gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

20300196196 2 1.00 STK Ondergoed, BH

20300196196 3 1.00 STK Kleding, topje

20300196196 4 1.00 STK Shirt, t-shirt

20300196196 5 1.00 PR Schoeisel

-

20300196196 6 1.00 STK Panty

-

20300196196 7 1.00 STK Broek met riem.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. I.M. Etman en mr. R.A.M.M. Gijselaers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen als griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 februari 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 5 september 2008 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (in het gezicht) heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 5 september 2008 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan haar, verdachtes, echtgenoot, althans een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [slachtoffer] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (in het gezicht) heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 5 september 2008 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, opzettelijk mishandelend haar verdachtes echtgenoot, althans een persoon genaamd [naam slachtoffer], met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, (in het gezicht) heeft gestoken en/of gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.