Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH6102

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-03-2009
Datum publicatie
16-03-2009
Zaaknummer
302855 CV EXPL 08-3313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Geschil omtrent hoogte overeengekomen koopprijs van een steiger. Geen schriftelijke overeenkomst waaruit afgesproken prijs blijkt. Koper heeft factuur ontvangen. Niet gebleken is dat hij tegen de gefactureerde prijs heeft geprotesteerd. Hij is wel begonnen met betaling (in termijnen). Gelet hierop en overige omstandigheden wordt vermoed dat partijen het gefactureerde bedrag zijn overeengekomen. Verweer koper levert geen begin van tegenbewijs."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 302855 CV EXPL 08-3313

typ: RW

vonnis van 4 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap MOERVAST B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Susteren, gemeente Echt-Susteren,

eisende partij,

hierna te noemen Moervast,

gemachtigden: mr. W.V.J.M. Bonnie en S.M.J. Quaedvlieg, deurwaarders te Heerlen,

tegen

de besloten vennootschap G&D PROJECTMANAGEMENT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te 6261 NZ Mheer (gemeente Margraten),

gedaagde partij,

hierna te noemen G&D,

gemachtigde: mr. H.J.M. Severeyns-Wijenbergh, adviseur te Schimmert.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Achtereenvolgens zijn door partijen de volgende processtukken uitgewisseld:

- exploot van dagvaarding van 11 augustus 2008 met producties;

- conclusie van antwoord met één meervoudige productie;

- conclusie van repliek met producties;

- conclusie van dupliek.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING

Moervast vordert - voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis - G&D te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 4.544,87, “rente en kosten rechtens”.

Moervast onderbouwt haar vordering als volgt.

Moervast heeft aan G&D “in opdracht” en voor rekening van laatstgenoemde bevestigingsmaterialen en/of aanverwante producten (een steiger) geleverd. De op grond daarvan op 22 juni 2007 aan G&D verzonden factuur is onbetaald gebleven tot een (restant)bedrag van € 4.102,50. Moervast verwijst in dat kader naar een als productie 1 bij het exploot van dagvaarding overgelegde fotokopie van een betalingsherinnering van 23 november 2007. Daarnaast vordert Moervast betaling van de wettelijke rente, tot 28 juli 2008 berekend op een bedrag van € 442,37.

In haar conclusie van antwoord voert G&D - samengevat - het volgende aan.

Zij betwist het bedrag van € 4.102,50 verschuldigd te zijn aan Moervast. Zij stelt dat Moervast een offerte heeft uitgebracht voor de levering van een steiger voor een koopprijs van € 11.602,50. Telefonisch is Moervast medegedeeld dat G&D met de offerte niet akkoord was. De offerte is niet voor akkoord ondertekend door G&D. Na telefonisch overleg tussen partijen is uiteindelijk een akkoord bereikt voor het leveren van een steiger tegen een totaalprijs van € 7.500,00 (inclusief btw). De betreffende steiger is door Moervast afgeleverd op 22 juni 2007. Vervolgens heeft G&D de overeengekomen prijs van € 7.500,00 aan Moervast (in termijnen) betaald, zodat G&D aan Moervast niets meer verschuldigd is. Op de daarna door G&D verzonden betalingsherinneringen heeft Moervast telefonisch gereageerd met de mededeling dat de overeengekomen prijs is voldaan. Moervast wijst er op dat G&D bij haar exploot van dagvaarding geen kopie van een factuur met een totaalbedrag van

€ 11.602,50 heeft overgelegd maar wel een aan G&D gerichte betalingsherinnering van

23 november 2007 waarop als factuurbedrag staat vermeld een bedrag van € 7.102,50. G&D wijst voorts er op dat (volgens haar) de handgeschreven notities op deze betalingsherinnering tegenstrijdigheden bevatten.

Bij repliek verwijst Moervast naar een (bij die conclusie als productie 2) overgelegde fotokopie van de factuur met dagtekening 22 juni 2007 met een totaalbedrag van € 11.602,50. G&D heeft volgens Moervast nimmer op die factuur gereageerd met de mededeling dat de daarop vermelde prijs niet juist zou zijn. Volgens Moervast gaf voor G&D de doorslag voor het doorgang laten vinden van de koop van de steiger tegen een prijs van

€ 9.750,00 (exclusief btw), de door Moervast aan G&D geboden mogelijkheid om in termijnen te betalen. De steiger is rechtstreeks aan G&D geleverd door “de firma” Altrex (uit de productie af te leiden: Altrex B.V.; hierna: Altrex). G&D heeft de door/namens Altrex aan haar overhandigde afleverbon getekend. Ondanks de afspraak dat de eerste termijn betaald zou worden in juni 2008, heeft Moervast eerst op 10 augustus 2008 de eerste betaling van G&D ontvangen. G&D is de overeengekomen betalingsregeling (met termijnen van € 1.500,00) per maand niet nagekomen. Moervast is per 1 november 2007 overgegaan op een nieuw computersysteem, als gevolg waarvan alleen de “openstaande posten” zijn overgenomen. Als G&D een bedrag van € 4.500,00 heeft betaald van € 11.602,50, dan resteert volgens Moervast een post van € 4.102,50 (bedoeld zal zijn: € 7.102,50). Van G&D is nimmer een schriftelijke of telefonische reactie ontvangen, wel is diverse malen door de vertegenwoordiger van Moervast (de heer [vertegenwoordiger]) met G&D telefonisch contact opgenomen omtrent de “openstaande termijnen”.

Moervast verwijst naar een als (ongenummerde) productie bij de conclusie van repliek gevoegde prijslijst van Altrex waaruit volgens haar blijkt dat de steiger “tegen een zeer scherpe prijs” is aangeboden en waaruit volgens haar tevens blijkt dat indien uitgegaan zou moeten worden van de volgens G&D gestelde prijs, de steiger dan circa € 2.500,00 onder de inkoopprijs zou zijn geleverd.

Moervast onderbouwt haar stellingen nader met een ongenummerd bij de conclusie van repliek gevoegde productie, een verklaring van 7 oktober 2008 van [vertegenwoordiger] (hierna: [vertegenwoordiger]).

Bij dupliek volhardt G&D in haar stelling dat zij met Moervast een prijs van € 7.500,00 (inclusief btw) is overeengekomen. G&D stelt dat zij wel heeft gereageerd naar aanleiding van het gefactureerde bedrag van € 11.602,50 (inclusief btw) en dat zij daarbij heeft medegedeeld dat dit bedrag niet juist is. De verklaring van de heer [vertegenwoordiger] dat een prijs van € 9.750,00 (exclusief btw) is overeengekomen, is onjuist. G&D is van mening dat in dezen op haar geen bewijslast rust maar biedt (onverplicht) getuigenbewijs aan met betrekking tot het overeenkomen van een prijs van € 7.500,00 (inclusief btw).

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of ondeugdelijk weersproken, en mede op basis van de inhoud van in dit opzicht onbetwist gebleven producties staat tussen

partijen het navolgende vast.

Krachtens een tussen Moervast en G&D gesloten overeenkomst van koop/verkoop heeft Moervast aan G&D tegen betaling een steiger geleverd. Moervast heeft aan G&D een factuur van 22 juni 2007 gezonden waarop een bedrag van € 11.602,50 (inclusief btw) wordt vermeld. G&D heeft aan Moervast (in termijnen) een bedrag van in totaal € 7.500,00 betaald.

Moervast heeft als inkoopprijs voor de betreffende steiger aan Altrex een hoger bedrag betaald dan € 7.500,00.

Partijen zijn verdeeld over de vraag welk bedrag zij als (ver)koopprijs voor de betreffende steiger zijn overeengekomen.

De overgelegde schriftelijke verklaring van [vertegenwoordiger] kan hooguit als een begin van bewijs van de juistheid van de stelling van Moervast worden aangemerkt, nu deze onbeëdigde verklaring geen specifieke gegevens bevat omtrent het contact (op welke data en met welke personen?) met G&D en bovendien in zeer algemene bewoordingen is opgesteld. Ook het (onbetwiste) feit dat de door Altrex in rekening gebrachte inkoopprijs van de steiger hoger is dan € 7.500,00 (inclusief btw) levert onvoldoende bewijs op van de juistheid van de door Moervast gestelde met afnemer G&D overeengekomen prijs. Het lijkt op het eerste oog niet aannemelijk maar het is desondanks niet ondenkbaar dat Moervast incidenteel (bijvoorbeeld om nieuwe - vaste - klanten te werven of trouwe klanten te belonen) artikelen aan haar klanten doorverkoopt voor een lagere prijs dan de haar in rekening gebrachte inkoopprijs.

G&D heeft evenwel niet betwist dat zij de factuur van 22 juni 2007 met het bedrag van

€ 11.602,50 (inclusief btw) ter zake van de geleverde steiger heeft ontvangen. Niet gebleken is dat G&D heeft geprotesteerd tegen de vermelding van dit bedrag op de betreffende factuur. Op schriftelijke bewijzen dienaangaande heeft G&D zich niet beroepen. Haar (door Moervast betwiste) stelling dat zij telefonisch/mondeling heeft geprotesteerd tegen de factuur heeft zij niet voorzien van bijzonderheden als concrete data, namen van een persoon of van personen met wie zij gesproken zou hebben dan wel een beknopte weergave van het gesprek.

Wel heeft G&D een begin gemaakt met de betaling (in termijnen) van de geleverde steiger, hetgeen allerminst voor de hand ligt als G&D het niet eens is met de in factuur vermelde prijs. Dit alles in onderlinge samenhang bezien leidt tot het vermoeden dat partijen, zoals Moervast heeft gesteld, een bedrag van € 11.602,50 (€ 9.750,00 exclusief btw) zijn overeengekomen.

De door G&D gestelde ongerijmdheden met betrekking tot de (notities op de) betalingsherinnering van 23 november 2007 leveren geen begin van tegenbewijs ten aanzien van dit vermoeden op. De handgeschreven notities op die betalingsherinnering doen immers in het geheel geen afbreuk aan de stellingen van Moervast, maar ondersteunen die juist en zijn ook overigens niet op enige wijze tegenstrijdig met de overige op die betalingsherinnering staande gegevens.

Hetgeen overigens nog door G&D als verweer is aangevoerd, is onvoldoende concreet en niet met stukken onderbouwd, zodat er zelfs niet een begin van tegenbewijs aan te ontlenen is tegenover het vermoeden dat een bedrag van € 11.602,50 (€ 9.750,00 exclusief btw) als koopprijs is bedongen.

De vordering is gelet op de voorgaande overwegingen voor een bedrag van

€ 4.102,50 toewijsbaar.

De post vervallen wettelijke rente tot 28 juli 2008 van € 442,37 zal worden afgewezen, nu Moervast niet heeft gesteld, laat staan heeft onderbouwd vanaf welke datum G&D in verzuim is met de betaling van het bedrag van € 4.102,50. Toewijsbaar is wel de wettelijke rente ingaande de als verzuimdatum aan te merken dag na dagvaarding.

Als de merendeels in het ongelijk gestelde partij zal G&D in de kosten worden verwezen.

BESLISSING

Veroordeelt G&D om aan Moervast tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het bedrag van € 4.102,50, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 12 augustus 2008.

Veroordeelt G&D tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Moervast tot de datum van dit vonnis begroot op € 682,17, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 201,00 aan vastrecht en € 81,17 aan explootkosten.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting, in aanwezigheid van de griffier.