Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH5401

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
296148 CV EXPL 08-2395
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gevorderde betaling van achterstallige premies is juist berekend en wordt toegewezen.

Het verweer is gestoeld op een door de gedaagde partij overgelegde berekening.

Die berekening bevat evenwel een rekenfout en is gebaseerd op onjuiste veronderstellingen.

De eerst bij conclusie van dupliek ingediende reconventionele vordering is afgewezen op grond van artikel 137 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 296148 CV EXPL 08-2395

typ: RW

vonnis van 4 maart 2009

in de zaak

ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ ZORGVERZEKERAAR ZORG EN ZEKERHEID U.A.,

gevestigd en kantoorhoudend te Leiden,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen Zorg en Zekerheid,

gemachtigde: een niet concreet aangeduide persoon ten kantore van Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden,

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

hierna te noemen [gedaagde],

in persoon procederend.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld en/of proceshandelingen verricht:

- exploot van dagvaarding van 11 juni 2008;

- mondeling antwoord onder overlegging van producties;

- conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis, met producties;

- (niet ondertekende) conclusie van dupliek van 11 november 2008 met producties, tevens conclusie van eis in reconventie.

Vervolgens is vonnis bepaald.

Daarna is door [gedaagde] nog een op 3 december 2008 gedateerde en op 4 december 2008 ter griffie ontvangen brief met bijlagen ingezonden. Die brief dient verder als in strijd met een goede procesorde buiten beschouwing te worden gelaten.

MOTIVERING

Zorg en Zekerheid vordert [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling aan Zorg en Zekerheid van:

- een bedrag van € 262,81, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf datum dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

- de kosten van deze procedure, te verhogen met de eventueel verschuldigde btw waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van Zorg en Zekerheid.

Bij conclusie van repliek, tevens akte van vermindering van eis, heeft Zorg en Zekerheid voornoemd bedrag verminderd met € 20,60.

Ter onderbouwing van haar vordering heeft Zorg en Zekerheid het volgende gesteld.

[gedaagde] is tegen ziektekosten verzekerd (geweest) bij Zorg en Zekerheid. Op grond van die verzekering is [gedaagde] aan Zorg en Zekerheid premie verschuldigd, in maandelijkse termijnen vooruit te betalen. [gedaagde] is met die betaling in gebreke gebleven en verkeert daardoor van rechtswege in verzuim. De achterstand in premiebetaling waar Zorg en Zekerheid aanspraak op maakt bedraagt, gerekend tot en met 31 december 2007, € 420,00. Daarnaast maakt Zorg en Zekerheid aanspraak op de wettelijke rente, tot op de dag van dagvaarding berekend op een bedrag van € 8,56. Zorg en Zekerheid vordert tevens vergoeding van de gemaakte incassokosten ad € 89,25 (inclusief btw). Op bovenstaande bedragen dient in mindering te worden gebracht het door Zorg en Zekerheid na aanmaning ontvangen/verrekende bedrag van € 255,00. Daarnaast dient op het bedrag van

€ 420,00 blijkens de akte vermindering van eis een bedrag van € 20,60 in mindering te worden gebracht, omdat volgens een bij die akte overgelegd betalingsoverzicht [gedaagde] over de jaren 2004 tot en met 2007 een bedrag van € 419,40 te weinig heeft betaald en omdat Zorg en Zekerheid er om haar moverende redenen voor heeft gekozen eerder tot een bedrag van € 20,00 aan [gedaagde] in rekening gebrachte administratiekosten niet langer te vorderen.

[gedaagde] heeft mondeling geantwoord dat hij het er helemaal niet mee eens is. Hij heeft daarbij diverse gefotokopieerde stukken overgelegd en gesteld dat hij in 2007 altijd betaald heeft en volgens hem zelfs te veel.

Bij repliek heeft Zorg en Zekerheid een overzicht verstrekt van de in de jaren 2004 tot en met 2007 door [gedaagde] verschuldigde premies en de door hem verrichte betalingen. De door [gedaagde] op 5 september 2006 en 4 oktober 2006 gedane betalingen van elk € 110,00, waarvan Zorg en Zekerheid stelt dat deze geen betalingskenmerken vermelden, zijn in mindering gebracht op een openstaand bedrag bij haar incassogemachtigde in verband met een “executietraject” met betrekking tot een achterstand van vóór 2004. Betalingen van

8 mei 2006, 5 september 2006, 6 november 2006 en 4 december 2006 van elk € 100,75 en een betaling van 9 oktober 2006 van € 201,75 zijn alle gestorneerd.

Bij dupliek heeft [gedaagde] (zichzelf aanduidend als “mijn persoon”) de stellingen van Zorg en Zekerheid (deels) betwist en is hij met name ingegaan op de door Zorg en Zekerheid opgestelde berekening met betrekking tot de jaren 2006 en 2007 bestreden. Daarnaast heeft hij een reconventionele vordering ingesteld (terugbetaling van “te veel betaalde premiegelden vanaf 1 januari 2004 met verwijzing van Zorg en Zekerheid in de proceskosten).

in conventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of ondeugdelijk weersproken, en mede op basis van de inhoud van in dit opzicht onbetwist gebleven producties staat tussen partijen het navolgende vast.

[gedaagde] is tegen ziektekosten verzekerd (geweest) bij Zorg en Zekerheid. Op grond van die verzekeringsovereenkomst is [gedaagde] aan Zorg en Zekerheid in de jaren 2004 tot en met 2007 premie verschuldigd geweest, in maandelijkse termijnen vooruit te betalen.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of [gedaagde] in die periode aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan.

Geconcludeerd moet worden dat [gedaagde] ten aanzien van het door Zorg en Zekerheid opgestelde overzicht met betrekking tot de jaren 2004 tot en met 2007 niet betwist dat hij de daarin vermelde maandelijkse bedragen verschuldigd was. Hij betwist evenmin, gelet op de door hem overgelegde bijlage 62 (door hem gecorrigeerd met een bedrag van € 30,15) en bijlage 63, het door Zorg en Zekerheid opgestelde overzicht voor zover dat betrekking heeft op de betalingen in de jaren 2004 en 2005. Het geschil spitst zich derhalve toe op de vraag welke bedragen door [gedaagde] in de jaren 2006 en 2007 zijn betaald.

Met betrekking tot het jaar 2006 stelt Zorg en Zekerheid dat zij van [gedaagde] een bedrag van in totaal € 1.026,00 heeft ontvangen. Het los van dit bedrag in 2006 door [gedaagde] betaalde bedrag van in totaal € 220,00 heeft Zorg en Zekerheid (omdat geen betalingskenmerk was vermeld) in mindering gebracht op een vordering die dateert van vóór 2004 en die ook op deze verzekeringsrelatie betrekking heeft.

[gedaagde] stelt daartegenover een berekening (bijlage 64 bij conclusie van dupliek, tevens inhoudende conclusie van eis in reconventie) waaruit zou moeten blijken dat hij in 2006

€ 1.448,50 heeft betaald. Met betrekking tot die berekening is er kennelijk sprake van een fout bij het optellen van de bedragen, zodat [gedaagde] tot een onjuiste veronderstelling is gekomen omtrent hetgeen in 2006 betaald is. Volgens de eigen (en correct opgetelde) opgaven van [gedaagde] en de door hem overgelegde betaalbewijzen heeft hij in dat jaar een bedrag van € 1.246,00 betaald, hetgeen overeenkomt met het door Zorg en Zekerheid opgegeven bedrag exclusief een bedrag van € 220,00. De ontvangst van dat laatste bedrag heeft Zorg en Zekerheid erkend, maar zij heeft dit aangewend ter aflossing van een oudere vordering op [gedaagde] die betrekking heeft op de periode voor 2004. Bevestiging van de juistheid van de stellingen van Zorg en Zekerheid kan worden gevonden in de door [gedaagde] in dit geding overgelegde stukken. Zo is gebleken dat de betreffende betalingen van 5 september 2006 en 4 oktober 2006 van elk € 110,00 inderdaad (behalve het polisnummer) geen betalingskenmerk vermelden en dat die betalingen niet overeenkomen met de op dat moment verschuldigde maandelijkse premies. Tevens blijkt uit de door [gedaagde] overgelegde stukken dat er sprake is van een betalingsachterstand met betrekking tot de periode vóór 2004 en dat er door deurwaarder Van Arkel in verband met een vordering van Zorg en Zekerheid beslag was gelegd op [gedaagde]s uitkering van de sociale dienst. Zorg en Zekerheid heeft de betreffende betalingen dan ook in mindering mogen brengen op de “oudste” vordering, gelet op het bepaalde in artikel 6:43 BW.

Met betrekking tot het jaar 2007 heeft Zorg en Zekerheid gesteld in totaal een bedrag van

€ 1.100,00 van [gedaagde] te hebben ontvangen.

[gedaagde] heeft een overzicht gegeven (bijlage 65 bij conclusie van dupliek, tevens inhoudende conclusie van eis in reconventie) waaruit blijkt dat hij, in overeenstemming met hetgeen door Zorg en Zekerheid is berekend, in dat jaar inderdaad een bedrag van € 1.100,00 heeft betaald. [gedaagde] heeft daar evenwel voorts nog een bedrag van € 255,00 bij opgeteld omdat hij recht meent te hebben op een no-claimteruggave over het jaar 2007 ter hoogte van dat bedrag. Uit de door hem overgelegde bijlagen (47 en 48) blijkt dat [gedaagde] inderdaad recht op die teruggave heeft en dat Zorg en Zekerheid heeft aangekondigd dit bedrag te zullen verrekenen met de vordering. Vastgesteld moet worden dat Zorg en Zekerheid het bedrag van € 255,00 reeds heeft verrekend, aangezien dit blijkens het exploot van dagvaarding in mindering is gebracht op hetgeen van [gedaagde] is gevorderd. Uit hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd, kan dan ook niet de conclusie worden getrokken dat Zorg en Zekerheid betalingen in het jaar 2007 over het hoofd heeft gezien..

Vorenstaande overwegingen leiden onontkoombaar tot de conclusie dat Zorg en Zekerheid de verschuldigde hoofdsom correct heeft berekend. [gedaagde] zal derhalve worden veroordeeld tot betaling van € 144,40.

De gevorderde wettelijke rente tot de dag van dagvaarding zal worden afgewezen daar het door Zorg en Zekerheid opgevoerde bedrag van € 8,56 niet juist kan zijn en een alternatieve berekening niet is aangereikt. Immers dat bedrag is berekend over een hoofdsom ad € 420,00 terwijl de hoofdsom nadien is verminderd met € 20,60. De gevorderde wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding zal wel worden toegewezen nu uit de stukken genoegzaam is gebleken dat [gedaagde] in verzuim is met betrekking tot de betaling van de achterstallige premies in de periode 2004 tot en met 2007.

De gevorderde vergoeding van incassokosten (inclusief btw) van € 89,25 zal worden toegewezen nu is gebleken dat [gedaagde] tot driemaal toe door de incassogemachtigde is aangemaand tot betaling van de achterstallige premies en daarvoor ook door Zorg en Zekerheid is herinnerd/aangemaand ter zake zijn betalingsachterstand. De werkzaamheden rechtvaardigen redelijkerwijs het kostenbedrag dat is berekend naar de gebruikelijke forfaitaire maatstaf.

Hetgeen overigens door [gedaagde] is aangevoerd heeft met betrekking tot het vorenstaande niet tot een andere conclusie kunnen leiden.

Als de merendeels in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de kosten worden verwezen.

in reconventie

[gedaagde] is niet-ontvankelijk in zijn eerst bij conclusie van dupliek ingestelde reconventionele vordering. Immers ingevolge artikel 137 Rv moet een dergelijke eis dadelijk bij antwoord worden ingesteld. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] niet in de mogelijkheid was die vordering reeds op dat momtent in te stellen. Ook overigens (inhoudelijk) blijkt uit hetgeen in conventie is overwogen en beslist, dat de tegenvordering van [gedaagde] vruchteloos is ingesteld.

in conventie en in reconventie

De brief van 3 december 2008 en de daarbij gevoegde bijlagen heeft de kantonrechter buiten beschouwing gelaten nu die stukken zijn overgelegd buiten de door de kantonrechter gestelde termijn voor het nemen van conclusies, toen de zaak reeds in staat van wijzen verkeerde.

BESLISSING

in conventie

Veroordeelt [gedaagde] om aan Zorg en Zekerheid tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van € 233,65, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 11 juni 2008 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Zorg en Zekerheid tot de datum van dit vonnis begroot op € 238,39, bestaande uit € 60,00 aan salaris gemachtigde, € 90,00 aan vastrecht en € 88,39 aan explootkosten.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

Verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Verstaat dat ter zake aan de zijde van Zorg en Zekerheid geen kosten zijn gemaakt/gevallen.

Aldus gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.